Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:9654

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-11-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
03/700377-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak feit 1, winkeldiefstal, op basis van op de terechtzitting getoonde camerabeelden. De rechtbank heeft geconstateerd dat haar waarneming op basis van de camerabeelden aanzienlijk afwijkt van wat er in het proces-verbaal van bevindingen door de verbalisanten is opgetekend. Eveneens vrijspraak van feit 2, de bedreiging van deze verbalisanten. In de onderhavige zaak is bij de rechtbank, gelet op de constatering met betrekking tot feit 1, ten aanzien van feit 2 twijfel gerezen of de uitlatingen zoals die volgens de verbalisanten door verdachte zijn gedaan juist zijn weergegeven en is de rechtbank van oordeel dat hier niet kan worden uitgegaan van de bijzondere betekenis die op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700377-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 november 2015 (bij vervroeging)

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

thans gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 november 2015. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: op 4 augustus 2015 een winkeldiefstal heeft gepleegd;

Feit 2: op 4 augustus 2015 twee verbalisanten heeft bedreigd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ter zake van feit 1 op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde winkeldiefstal. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar de op zitting getoonde camerabeelden. Uit deze camerabeelden blijkt dat verdachte op 4 augustus 2015 in de betreffende winkel aanwezig was, maar niet dat verdachte een diefstal heeft gepleegd. De officier van justitie heeft in dit verband naar voren gebracht dat de beschrijving van de camerabeelden door aangever en de verbalisanten niet overeenkomt met haar eigen waarneming van de camerabeelden ter terechtzitting. Nu verdachte deze diefstal ontkent is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het procesdossier aanwezig en dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Ter zake van feit 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De officier van justitie heeft daartoe verwezen naar de op ambtsbelofte respectievelijk ambtseed opgemaakte processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 1] (hierna te noemen: [verbalisant 1] ) en [verbalisant 2] (hierna te noemen: [verbalisant 2] ).

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van beide tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

Ter zake van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat uit de ter terechtzitting getoonde camerabeelden niet blijkt dat verdachte een winkeldiefstal heeft gepleegd. De raadsman neemt hierbij in overweging dat de beschrijving van de camerabeelden door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] niet overeenkomt met zijn eigen waarnemingen van de camerabeelden ter terechtzitting.

Ter zake van feit 2 heeft de raadsman primair aangevoerd dat verdachte ontkent deze bedreigende woorden te hebben geuit. Subsidiair heeft de raadsman naar voren gebracht dat de tenlastegelegde bedreigingen niet onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat de verbalisanten redelijkerwijs vrees konden hebben dat zij van het leven zouden worden beroofd of zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

feit 1

Op 4 augustus 2015 werd door [naam medewerker] namens Albert Heijn te Heerlen aangifte gedaan van winkeldiefstal. Via de beveiligingscamera’s zag aangever omstreeks 18:55 uur een voor hem onbekend persoon bij de bieren staan. Aangever zag dat deze persoon bukte en uit het onderste schap meerdere blikken bier in zijn tas stopte. Aangever heeft deze persoon vervolgens gevolgd via de camerabeelden en zag dat deze persoon de kassa’s passeerde zonder de blikken bier te betalen aan de kassa. Aangever heeft deze persoon vervolgens op heterdaad aangehouden ter zake winkeldiefstal. Aangever zag dat verdachte 12 blikken bier in zijn tas had van het merk Grolsch, met een totale waarde van € 21,-. In het bijzijn van de politie heeft deze persoon verklaard [verdachte] , zijnde verdachte, te zijn.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kwamen op 4 augustus 2015 omstreeks 19:20 uur ter plaatste bij eerdergenoemde Albert Heijn. Daar aangekomen zagen de verbalisanten de voor hen ambtshalve bekende verdachte zitten. Op verzoek van verdachte en aangever hebben de verbalisanten vervolgens de camerabeelden bekeken. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zagen op deze camerabeelden dat verdachte naar een rek met blikken bier liep. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zagen dat verdachte knielde achter een man op een scootmobiel. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zagen vervolgens dat verdachte meerdere artikelen vanuit het onderste schap in zijn tas duwde, welke hij in het winkelmandje droeg. Verbalisant [verbalisant 2] zag dat deze artikelen deels goudkleurig waren.

In de tas van verdachte hebben verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] twaalf blikken bier van het merk Grolsch Kanon aangetroffen. De bovenkant van deze blikken was goudkleurig.

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend de winkeldiefstal te hebben gepleegd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij het rek met bier knielde om de prijzen van het bier te vergelijken. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij de twaalf blikken Grolsch Kanon bier eerder bij de Jan Linders had gekocht.

De camerabeelden, welke door aangever en de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn omschreven, zijn op de terechtzitting door de rechtbank, in aanwezigheid van de officier van justitie, verdachte en diens raadsman, bekeken. Op deze beelden is te zien hoe verdachte door een vestiging van Albert Heijn loopt. Verdachte heeft een schoudertas om, welke gevuld lijkt te zijn. Voorts is te zien hoe verdachte enige tijd bij een winkelrek geknield op de grond gaat zitten, achter een persoon op een scootmobiel. Verdachte staat na enige tijd op en loopt weg. De verdachte heeft bij het tonen van de camerabeelden ter terechtzitting verklaard dat hij zichzelf als deze persoon op de camerabeelden herkent. Verdachte heeft ter terechtzitting stellig ontkend op het moment dat hij geknield voor het winkelrek zat een winkeldiefstal te hebben gepleegd.

De rechtbank is, samen met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat op basis van de op zitting getoonde (bewegende) camerabeelden niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem tenlastegelegde winkeldiefstal. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte zich op 4 augustus 2015 in een vestiging van Albert Heijn bevond, maar niet dat verdachte zich daar toen schuldig heeft gemaakt aan een winkeldiefstal. De rechtbank heeft geconstateerd dat haar waarneming op basis van de camerabeelden aanzienlijk afwijkt van wat er in het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] is opgetekend. De rechtbank kan derhalve niet anders concluderen dan dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in strijd met hetgeen op de camerabeelden daadwerkelijk is waar te nemen op ambtseed en ambtsbelofte in het

proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd dat op de camerabeelden te zien is dat verdachte een winkeldiefstal heeft gepleegd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dit feit niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.

feit 2

Verbalisant [verbalisant 1] heeft op 5 augustus 2015 aangifte gedaan van bedreiging, welke zou zijn gepleegd door verdachte op 4 augustus 2015. Verbalisant [verbalisant 1] was, samen met verbalisant [verbalisant 2] , op 4 augustus 2015 ter plaatse bij eerdergenoemde Albert Heijn. Tijdens het bekijken van de camerabeelden bevond [verbalisant 1] zich op zeer korte afstand van verdachte. [verbalisant 1] hoorde dat verdachte meerdere malen zei: ‘Ik ga niet met jullie mee. Ik bijt mijn wangen kapot en dan spuug ik bloed in jullie gezicht en dan zien jullie wel wat er gebeurd. Dan lopen jullie ook een hepatitisje op’. Volgens [verbalisant 1] bleef verdachte deze woorden gedurende het verblijf in Albert Heijn meerdere malen herhalen. Na het bekijken van de camerabeelden is verdachte door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in het dienstvoertuig geplaatst. Aangever hoorde verdachte toen zeggen: ‘Ik weet wel hoe ik jullie agentjes uit de auto krijg. Dan ga ik gewoon met bloed spugen en dan moet je eens kijken hoe snel jullie uit de auto zijn’. Aan het bureau maakte verdachte volgens [verbalisant 1] de opmerking: ‘Als ik drie Hells Angels/Nomads om kan leggen en er vanaf kom met een lachje dan kan ik jullie ook wel aan. Wachten jullie maar, we zullen wel zien als jullie thuis opgewacht worden. Ik weet meer van jullie dan jullie denken’. Verbalisant [verbalisant 1] voelde zich door bovenstaande bewoordingen ernstig bedreigd en vreesde dat verdachte zijn dreigementen zou uitvoeren.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft eveneens op 5 augustus 2015 aangifte gedaan van bedreiging, welke zou zijn gepleegd door verdachte op 4 augustus 2015. Verbalisant [verbalisant 2] was, samen met verbalisant [verbalisant 1] , op 4 augustus 2015 ter plaatse bij eerdergenoemde Albert Heijn. Tijdens het bekijken van de camerabeelden hoorde [verbalisant 2] verdachte meermaals zeggen: ‘Ik bijt mijn lip stuk tot dat ik bloed en dan ga ik bloed in het rond spugen’. Vanuit het kantoor is verdachte door de verbalisanten in het dienstvoertuig geplaatst. [verbalisant 2] hoorde verdachte in het dienstvoertuig zeggen: ‘Dan ga ik met jullie bloed spugen en dan lopen jullie en een HIV of hepatitisje op en dan weten jullie niet hoe snel dat jullie uit de auto moeten komen’. De bedreiging van het spugen met bloed bleef verdachte volgens [verbalisant 2] herhalen vanaf het eerste contact tot de insluiting in het cellencomplex. [verbalisant 2] voelde zich door deze bewoordingen ernstig bedreigd.

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend bovenstaande bedreigingen te hebben geuit.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank heeft ten aanzien van feit 1 geconcludeerd dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in strijd met hetgeen op de camerabeelden daadwerkelijk is waar te nemen op ambtseed en ambtsbelofte in het proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd dat op de camerabeelden te zien is dat verdachte een winkeldiefstal heeft gepleegd.

In het Nederlandse strafproces ligt een belangrijk accent op het voorbereidend onderzoek en de schriftelijke verslaglegging gedurende dit onderzoek. Dit vereist dat de waarnemingen van opsporingsambtenaren juist worden opgetekend. Deelnemers aan het strafproces, alsmede de samenleving, moeten uit kunnen gaan van de waarheidsgetrouwheid van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, waaraan daarenboven bij wet een bijzondere bewijskracht is toegekend. In de onderhavige zaak is bij de rechtbank, gelet op de constatering met betrekking tot feit 1, ten aanzien van feit 2 twijfel gerezen of de uitlatingen die verdachte zou hebben gedaan volgens de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar waarheid door hen zijn weergegeven en is de rechtbank van oordeel dat hier niet kan worden uitgegaan van de bijzondere betekenis die processen-verbaal hebben. Daarbij neemt de rechtbank in ogenschouw dat verificatie van de inhoud van het door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen betreffende de camerabeelden in deze zaak, alleen maar heeft kunnen plaatsvinden doordat de camerabeelden ter terechtzitting beschikbaar waren. Waren deze camerabeelden er niet geweest, dan had de rechtbank erop moeten vertrouwen dat hetgeen in het proces-verbaal van bevindingen is gerelateerd de waarheid is, met als consequentie dat verdachte ten onrechte zou zijn veroordeeld voor winkeldiefstal.

Gelet op de stellige ontkenning van verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde feit, alsmede de twijfels die de verklaringen van de verbalisanten in deze zaak oproepen, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs uit het procesdossier naar voren komt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreiging van de verbalisanten. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde.

4 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

4.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij Albert Heijn vordert een schadevergoeding van € 12,60 ter zake van feit 1.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij

niet-ontvankelijk is, nu verdachte dient te worden vrijgesproken ter zake van feit 1.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is, nu verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij Albert Heijn niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde feit.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feiten;

Opheffing bevel tot voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partij

  • -

    verklaart de benadeelde partij Albert Heijn niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.M. Engels, voorzitter, mr. M.E. Kramer en

mr. R.M.M. Kleijkers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Voncken, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 november 2015.

Buiten staat

mr. M.E. Kramer en mr. R.M.M. Kleijkers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 04 augustus 2015, in de gemeente Heerlen, in elk geval in

het arrondissement Limburg,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen

(12) blikken bier (Grolsch), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 04 augustus 2015, in de gemeente Heerlen, in elk geval in

het arrondissement Limburg,

[verbalisant 2] en/of [verbalisant 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 2] en/of [verbalisant 1] dreigend de

woorden toegevoegd :"Ik bijt mijn lip stuk totdat ik bloed en dan ga ik bloed

in het rond spugen" en/of "Dan ga ik met bloed spugen en dan lopen jullie een

HIV of hepatitisje op en dan weten jullie niet hoe snel dat jullie uit de auto

moeten komen" en/of "Als ik drie Hells Angels/Nomads om kan leggen en er vanaf

kom met een lachje dan kan ik jullie ook wel aan. Wachten jullie maar, we

zullen wel zien als jullie thuis opgewacht worden. Ik weet meer van jullie dan

jullie denken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.