Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:9309

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
10-11-2015
Zaaknummer
4515862 Cv EXPL 15-9826
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming huurwoning. Betalingsachterstand van drie maanden. Betalingsonmacht ligt in risicosfeer van gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 4515862 CV EXPL 15-9826

Vonnis in kort geding van 9 november 2015

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEHEERMAATSCHAPPIJ [naam] B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde mr. W.C.M. Coenen,

tegen:

[gedaagde],

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 oktober 2015

  • -

    de op 26 oktober 2015 gehouden mondelinge behandeling, waar namens eisende partij dhr. [naam statutair bestuurder] , statutair bestuurder van [eiseres] , is verschenen bijgestaan door mr. Coenen en aan de zijde van gedaagde partij [gedaagde] is verschenen vergezeld van mw. [naam maatschappelijk werkster] , maatschappelijk werkster ‘Traject’.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] verhuurt met ingang van 1 augustus 2015 aan [gedaagde] de woning gelegen op de eerste verdieping van het pand gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

2.2.

In de huurovereenkomst is, voor zover relevant, bepaald:

“(…) Artikel 5

Huurder voldoet de huurprijs en het voorschot op de serviceskosten, in totaal € 467,80 iedere maand voor de vijfde van de maand dor middel van overmaking naar rekening (…).”

2.3.

Bij brief van 7 september 2015 heeft [eiseres] aan [gedaagde] bericht:

“U had inmiddels twee maanden huur en energiekosten moeten betalen maar wij hebben tot op heden GééN enkele remise van u ontvangen.

Bovendien ergeren wij én de buurt zich vreselijk aan de doeken en badhanddoek die u voor de vensters heeft hangen.

Wij zijn dan ook genoodzaakt u te sommeren het appartement binnen vijf dagen te ontruimen en de sleutels bij ons in de brievenbus te deponeren.”

2.4.

[gedaagde] heeft nagelaten om de huur (tijdig) aan [eiseres] te voldoen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter, als voorzieningenrechter, [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal veroordelen:

  1. om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis de woning, met alle zaken en personen die zich van zijnentwege in de woning bevinden, te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der sleutels ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen, met machtiging van laatstgenoemde om, indien [gedaagde] met voorgaande in gebreke blijft, de ontruiming door tussenkomst van een deurwaarder ten uitvoer te leggen, zo nodig met behulp van de sterke arm van politie of justitie;

  2. tot betaling van een bedrag van € 1.403,40 aan achterstallige huur berekend tot en met oktober 2015, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve data van verzuim tot aan de dag der algehele voldoening;

  3. tot betaling van een bedrag van € 467,80 voor iedere maand dat [gedaagde] vanaf november 2015 in gebreke blijft de woning te ontruimen;

  4. tot betaling van de proceskosten.

3.2.

Aan haar vorderingen legt [eiseres] ten grondslag dat [gedaagde] , door het niet betalen van de maandelijkse huur over de maanden augustus tot en met oktober 2015 en door de woning niet te onderhouden zoals een goed huurder betaamt, tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huur-overeenkomst. Deze betalingsachterstand van drie maanden en de niet-nakoming van de onderhoudsplicht zullen in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. De door de betalingsachterstand ontstane financiële onzekerheid aan de zijde van [eiseres] en het gegeven dat verdere schade aan de woning voorkomen dient te worden, maken dat er een spoedeisend belang is bij de gevorderde voorzieningen.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Vordering tot ontruiming

4.1.

In een kort geding is een vordering tot ontruiming slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter, die geconfronteerd wordt met hetzelfde feitencomplex, de vordering zal toewijzen en van de eisende partij niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.2.

Ten aanzien van dit eerste aspect dient, in het licht van het bepaalde in artikel 6:265 lid 1 juncto artikel 7:231 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, beoordeeld te worden of het al dan niet aannemelijk is dat een aangezochte bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [gedaagde] zodanig ernstig tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, dat dit de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigt.

4.2.1.

Gelet op het gegeven dat [gedaagde] heeft erkend dat hij de huur over de maanden augustus tot en met oktober 2015 niet (tijdig) aan [eiseres] heeft voldaan en hij der-halve tekort is geschoten in de nakoming van zijn huurbetalingsverplichting, is voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt.

De door [gedaagde] ter mondelinge behandeling aangehaalde financiële omstandigheden ontslaan hem niet van de verplichting om de huur tijdig te voldoen. De ontstane betalings-onmacht ligt - hoe zeer deze ook buiten de schuld van [gedaagde] zou zijn ontstaan - in de risicosfeer van [gedaagde] , zodat deze niet aan [eiseres] kan worden tegengeworpen. Het had dan ook op de weg van [gedaagde] gelegen om eerder maatregelen te treffen (bijvoor-beeld in de vorm van een betalingsregeling), teneinde aan zijn huurbetalingsverplichtingen jegens [eiseres] te kunnen voldoen.

4.3.

Ten aanzien van het tweede aspect heeft te gelden dat [eiseres] onweer-sproken heeft gesteld dat zij de woning op korte termijn tot haar beschikking wenst te hebben teneinde dit aan een betalende partij te verhuren. Gelet op dit financiële belang en gelet op de aard van de vordering, wordt geoordeeld dat [eiseres] een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar ontruimingsvordering.

4.4.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering tot ontruiming zal worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn - met het oog op het belang van [gedaagde] bij het vinden van adequate ondersteuning, zoals crisishulp - op veertien dagen na betekening van dit vonnis wordt gesteld. Aan een beoordeling van het gestelde tekortschieten in de onderhoudsplicht, komt de kantonrechter in het licht van het voor overwogene niet meer toe.

4.5.

De bevoegdheid tot reële executie van een veroordeling tot ontruiming vloeit reeds voort uit de artikelen 555 e.v. juncto artikel 444 Rv, zodat [eiseres] bij de mede gevorderde machtiging om de ontruiming middels een deurwaarder te doen uitvoeren, zo nodig met behulp van de sterke arm van justitie en politie, geen belang heeft en de vordering op dit onderdeel zal worden afgewezen.

Geldvorderingen

4.6.

Met betrekking tot de vordering tot betaling van een geldsom, is in kort geding terughoudendheid op zijn plaats. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

4.7.

Nu niet gemotiveerd is betwist dat [eiseres] goede gronden heeft om te vrezen dat de huurachterstand zal blijven oplopen en [gedaagde] hiervoor geen verhaal zal bieden, wordt geoordeeld dat [eiseres] een voldoende spoedeisend belang heeft bij de geldvorderingen.

4.8.

[gedaagde] heeft de specificatie van de vordering voor wat betreft de achterstallige huur tot en met oktober 2015 niet gemotiveerd weersproken. Weliswaar heeft [gedaagde] ter mondelinge behandeling gesteld dat hij op 23 oktober 2015 middels overschrijving een bedrag van € 467,80 heeft voldaan, nu hij echter heeft nagelaten dit nader te onderbouwen (bijvoorbeeld middels overlegging van een bankafschrift waaruit de betaling blijkt) is deze betaling niet aannemelijk geworden. De gegrondheid van de vordering van [eiseres] staat derhalve vast.

4.9.

Nu gesteld noch gebleken is dat er redenen zijn om een onmiddellijke voorziening te weigeren, terwijl aan de zijde van [eiseres] geen sprake is van een gesteld of verondersteld restitutierisico, zal de vordering tot betaling van de tot en met oktober 2015 berekende achterstallige huur van € 1.403,40 dan ook worden toegewezen. De wettelijke rente hierover vanaf de respectieve vervaldata van huurbetaling (de vijfde van elke maand) tot aan de dag der algehele voldoening zal eveneens worden toegewezen.

4.10.

De gevorderde betaling van € 467,80,- voor iedere maand dat [gedaagde] vanaf november 2015 in gebreke blijft om de woning te ontruimen, zal - nu niet gemotiveerd is betwist dat [eiseres] goede gronden heeft om te vrezen dat [gedaagde] in de nakoming van zijn toekomstige huurverplichtingen tekort zal schieten - ook worden toegewezen.

Proceskosten

4.11.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op:

dagvaarding: € 79,47

griffierecht: € 466,00

salaris gemachtigde: € 600,00

totaal: € 1.145,47

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen op de eerste verdieping van het pand gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , met alle zich daarin van zijnentwege bevindende zaken en personen, te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der sleutels ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 1.403,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectieve data van verzuim tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 467,80,- voor iedere maand of gedeelte van de maand dat hij vanaf november 2015 in gebreke blijft de woning te ontruimen,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de aan de zijde van [eiseres] gerezen proceskosten tot op heden begroot op een bedrag van € 1.145,47,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken.


Type: NG