Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:9307

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
4308970 \ CV EXPL 15-7050
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sport-abonnement aangegaan door minderjarige. Hoofdregel: een minderjarige is bekwaam rechtshandelingen te verrichten, mits hij handelt met toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger. Toestemming wordt verondersteld te zijn verleend als het om een rechtshandeling gaat ten aanzien waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van een bepaalde leeftijd deze zelfstandig verrichten. Artikel 1:234 lid 3 BW biedt echter geen vrijbrief voor derden om de opvatting van de wettelijke vertegenwoordiger in concrete gevallen te negeren. Bij bezwaar van wettelijk vertegenwoordiger is door minderjarige verrichte rechtshandeling vernietigbaar.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 234
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2016/17
AR 2015/2104
NJF 2015/524
RFR 2016/25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 4308970 \ CV EXPL 15-7050

Vonnis van de kantonrechter van 4 november 2015

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FIT FOR FREE 10 B.V.,

gevestigd te 's Gravenhage,

eisende partij,

gemachtigde GGN Brabant,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde partij heeft op 2 februari 2013 een inschrijfformulier van eisende partij ingevuld en ondertekend. Hierbij heeft gedaagde partij als gewenst jaarabonnement aangekruist "Onbeperkt fitness (€ 15,95 per maand)” en gekozen voor betaling per maand. Gedaagde partij was op dat moment minderjarig (16 jaar).

2.2.

Binnen een week na inschrijving heeft gedaagde partij mondeling aan eisende partij kenbaar gemaakt af te zien van de inschrijving.

2.3.

Bij brief van 27 februari 2013 is gedaagde partij aangemaand tot betaling van de contributie.

2.4.

Bij brief van 3 maart 2013, door eisende partij op 5 maart 2013 ontvangen, heeft de vader van gedaagde te kennen gegeven zijn minderjarige zoon geen toestemming te hebben gegeven tot het sluiten van een overeenkomst met eisende partij.

2.5.

Gedaagde partij heeft nimmer gebruik gemaakt van het abonnement en heeft nimmer een Fit For Free Ledenpas ontvangen.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 283,48, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen houdt verdeeld de vraag of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen uit hoofde waarvan gedaagde partij gehouden is contributie aan eisende partij te betalen.

4.2.

Eisende partij stelt dat de overeenkomst is aangegaan voor de duur van één jaar zonder dat tussentijds opzegging mogelijk is. Eisende partij heeft een opzegging geaccepteerd tegen de eerste datum waarop dit mogelijk was, zijnde 2 februari 2014.

4.3.

Gedaagde partij stelt zich op het standpunt dat het lidmaatschap ongedaan was gemaakt, nu gedaagde partij in dezelfde week als waarin hij het inschrijfformulier had ondertekend mondeling kenbaar had gemaakt af te zien van de overeenkomst. De vader van gedaagde partij heeft met eisende partij, na ontvangst van een betalingsherinnering, (schriftelijk) gecommuniceerd over de minderjarigheid van gedaagde partij (destijds) en het ontbreken van de toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger.

4.4.

De kantonrechter overweegt als volgt.

In artikel 1:234 BW zijn de gevolgen van het minderjarig zijn neergelegd (Wet van 6 april 1995, Stb. 1995, 240, in werking getreden op 2 november 1995). Tot 2 november 1995 werd een minderjarige handelingsonbekwaam geacht. De hoofdregel is thans dat een minderjarige bekwaam is rechtshandelingen te verrichten, mits hij handelt met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger. Deze toestemming kan slechts worden verleend voor een bepaalde rechtshandeling of een bepaald doel.

4.5.

Deze toestemming hoeft vervolgens niet expliciet te zijn gegeven en wordt volgens artikel 1:234 lid 3 BW verondersteld te zijn verleend als het om een rechtshandeling gaat ten aanzien waarvan het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van een bepaalde leeftijd deze zelfstandig verrichten. Artikel 1:234 lid 3 BW biedt echter geen vrijbrief voor derden om de opvatting van de wettelijke vertegenwoordiger in concrete gevallen te negeren. Dit artikellid bewerkstelligt enkel dat derden niet hoeven te verifiëren of de gezaghebbende instemt met het aangaan van een rechtshandeling. Eisende partij mocht er in het onderhavige geval niet van uitgaan dat de toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger aan de minderjarig mag worden verondersteld te zijn verleend, nu gebleken was van bezwaar van de wettelijk vertegenwoordiger. De door gedaagde partij verrichte rechtshandeling was derhalve vernietigbaar en uit de brief van de vader van gedaagde d.d. 3 maart 2013 had eisende partij dan ook dienen af te leiden dat de vader van gedaagde partij vernietigbaarheid van de door zijn zoon, gedaagde partij, verrichte rechtshandeling inriep. Eisende partij had vervolgens de overeenkomst dienen te vernietigen.

4.6.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat tussen partij geen overeenkomst tot stand is gekomen. De grondslag voor de door eisende partij ingestelde vordering komt daarmee te vervallen. De vordering dient te worden afgewezen.

4.7.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig eisende partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.8.

Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 50,00.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 50,00,

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.J.C.A. Roeffen en in het openbaar uitgesproken.

type: ksf

coll: