Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:9189

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-10-2015
Datum publicatie
30-10-2015
Zaaknummer
03/700069-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 20 januari 2015 samen met zijn toenmalige vriendin in de nachtelijke uren een vuurwerk tot ontploffing gebracht in de buurt van een woning in Bocholtz. Daarnaast heeft verdachte de banden van een auto vernield en zijn toenmalige vriendin en haar vader bedreigd. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700069-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2015,

in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.A.M. Hendrix, advocaat te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 september 2015. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging -, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1 : samen met een ander of anderen dan wel alleen opzettelijk een ontploffing teweeg

heeft gebracht door een vuurwerkbom in de buurt van de auto en woning van

[slachtoffer] te laten ontploffen.

Feit 2 : samen met een ander of anderen dan wel alleen opzettelijk banden van de auto van

[slachtoffer] heeft vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt.

Feit 3 : [medeverdachte] en [vader medeverdachte] telefonisch heeft bedreigd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen. Hiertoe heeft zij wat betreft feit 1 naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen verwezen en naar de bekennende verklaring van verdachte. Wat betreft feit 2 heeft de officier van justitie verwezen naar de aangifte van [slachtoffer] en de camerabeelden waarop te zien is dat een persoon, die door medeverdachte [medeverdachte] als verdachte wordt herkend, de banden van de auto van [slachtoffer] kapot steekt. Voorts heeft de officier van justitie verwezen naar het proces-verbaal opgemaakt door de politie, waarin de politie relateert dat er met betrekking tot dit feit sprake is van dezelfde gebruikte scooter en dezelfde persoon, die ook te zien is op de beelden van 20 januari 2015, betrekking hebbend op (het door verdachte bekende) feit 1. Ook de onder feit 3 ten laste gelegde bedreiging, acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Hiertoe heeft zij verwezen naar de aangiftes van [medeverdachte] en [vader medeverdachte] , waaruit blijkt dat een persoon, wiens stem door de aangevers wordt herkend als de stem van verdachte, een voicemailbericht heeft achtergelaten op de telefoon van [medeverdachte] waarin hij beide aangevers bedreigd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich wat betreft de bewezenverklaring van feit 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Zij heeft vrijspraak van feit 3 bepleit. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat verdachte ontkent dat hij het bedreigende telefoontje heeft gepleegd. Verdachte leent zijn telefoon vaak aan derden uit en het kan zijn dat een derde met zijn telefoon heeft gebeld. Ook acht de raadsvrouw de verklaring van [medeverdachte] dat zij verdachtes stem herkent onbetrouwbaar. Bovendien is er volgens de raadsvrouw, nu

[medeverdachte] vlak na dit telefoontje weer bij verdachte is blijven slapen, in strafrechtelijke zin geen sprake van een bedreiging.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Met betrekking tot feit 1:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met medeverdachte [medeverdachte] , op 20 januari 2015 in Bocholtz een ontploffing teweeg heeft gebracht door een vuurwerkbom aan te steken en tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] , waardoor zwaar lichamelijk letsel voor anderen en gemeen gevaar voor goederen te duchten was, gelet op:

  • -

    het proces-verbaal aangifte d.d. 20 januari 2015, als weergegeven op de pagina’s 55 tot en met 57 van de doornummering;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 februari 2015, als weergegeven op de pagina’s 102 en 103 van de doornummering;

  • -

    het proces-verbaal d.d. 26 maart 2015, als weergegeven op de pagina’s 200 en 201 van de doornummering;

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van

28 september 2015.

Met betrekking tot feit 2:

[slachtoffer] heeft op 20 januari 2015 aangifte gedaan. Hij verklaarde dat hij op

26 december 2014, omstreeks 02.50 uur, een scooter hoorde stoppen voor zijn woning in Bocholtz. Vervolgens hoorde [slachtoffer] een vreemd geluid; het leek alsof er ergens lucht onder druk ontsnapte. Toen hij door zijn slaapkamerraam naar buiten keek, zag [slachtoffer] nog net het achterlicht van een scooter die wegreed. [slachtoffer] heeft vervolgens de camerabeelden bekeken die gemaakt zijn met de camera’s die aan zijn woning zijn bevestigd. Daarop is te zien dat een scooter komt aanrijden en stopt ter hoogte van de linker voorband van [slachtoffer] auto,2 een Audi met het kenteken [kenteken] ,3 en dat de persoon die achterop de scooter zit een stekende beweging maakt in de richting van de linker voor- en achterband van de auto. De banden van de autoband van [slachtoffer] bleken te zijn lek gestoken.4

[slachtoffer] heeft camerabeelden van dit incident, maar ook van het onder feit 1 ten laste gelegde incident, aan de politie ter beschikking gesteld. De politie heeft de beelden bekeken. Gerelateerd is dat op de beelden van 26 december 2014 te zien is dat de passagier die op de scooter zat, stekende bewegingen maakt in de richting van de linker voor- en achterband van een auto. Volgens de politie is bij het incident op 26 december 2014 dezelfde scooter gebruikt als op 20 januari 2015. Ook de bestuurder van de scooter is dezelfde persoon als degene die de scooter op 20 januari 2015 bestuurde.5

De rechtbank acht, gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 26 december 2014 in Bocholtz samen met een ander banden van de personenauto van [slachtoffer] heeft vernield. Verdachte heeft immers ter terechtzitting bekend dat hij degene is die op 20 januari 2015 met een scooter naar de woning van [slachtoffer] is gereden en daar een vuurwerkbom tot ontploffing heeft gebracht. Nu volgens de politie bij het incident op 26 december 2014 dezelfde scooter is gebruikt als bij het incident op

20 januari 2015 en deze scooter op beide dagen door dezelfde persoon werd bestuurd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook betrokken was bij het lek steken van de banden van [slachtoffer] .

Met betrekking tot feit 3:

[medeverdachte] heeft op 12 december 2014 aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij op

12 december 2014 een voicemailbericht op haar telefoon ontving dat afkomstig was van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit betreft het telefoonnummer van haar ex-partner, verdachte. Door de politie werd het voicemailbericht beluisterd. Gehoord werd dat een mannenstem zegt: “Kankerhoertje! Ik blaas jou en je vader op! Ik snij je gezicht open, jij kankerhoertje.”6 De vader van [medeverdachte] , [vader medeverdachte] , heeft ook aangifte gedaan. Hij verklaarde dat verdachte een voicemailbericht op de telefoon van [medeverdachte] heeft ingesproken waarin verdachte zei dat hij de kop van [vader medeverdachte] eraf zou blazen.7 Bij verdachte werd een zwarte Samsung telefoon in beslag genomen.8 Deze telefoon werd onderzocht en bleek voorzien te zijn van het telefoonnummer [telefoonnummer] .9

De rechtbank leidt uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen af dat op 12 december 2014 met de telefoon die bij verdachte in gebruik was, gebeld is naar de telefoon van

[medeverdachte] en dat toen een voicemailbericht is ingesproken. De verklaring van verdachte dat hij zijn telefoon wel eens aan derden uitleent en dat het zou kunnen zijn dat een ander het voicemailbericht op de telefoon van [medeverdachte] heeft ingesproken, acht de rechtbank onaannemelijk, nu [medeverdachte] zelf verklaart dat zij de stem van verdachte herkent. Desgevraagd heeft verdachte ook niet kunnen verklaren wie het voicemailbericht dan wel zou hebben ingesproken.

De rechtbank is van oordeel dat het inspreken van een voicemailbericht op een telefoon waarin wordt gedreigd om [medeverdachte] en haar vader op te blazen en haar gezicht open te snijden van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij beiden de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte hen daadwerkelijk om het leven zou brengen.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte [medeverdachte] en haar vader,

[vader medeverdachte] , op 12 december 2014 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

Met betrekking tot feit 1:

op 20 januari 2015 te Bocholtz, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een vuurwerkbom aan te steken en tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] en in de nabijheid van een personenauto, Audi, kenteken [kenteken] , waarvan gemeen gevaar voor de woning [adres] en omliggende woningen en voornoemde personenauto en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de woning [adres] bevindende [slachtoffer] en andere

zich in omliggende woningen bevindende personen, te duchten was.

Met betrekking tot feit 2:

op 26 december 2014 te Bocholtz, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk banden van een personenauto, Audi, kenteken [kenteken] , toebehorende aan [slachtoffer] , heeft vernield.

Met betrekking tot feit 3:

op 12 december 2014 in Nederland, [medeverdachte] en [vader medeverdachte] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op de voicemail van voornoemde [medeverdachte] ingesproken: “Kankerhoertje! Ik blaas jou en je vader op! Ik snij je gezicht open, jij kankerhoertje!”, welk bericht vervolgens ter kennis is gekomen van voornoemde [medeverdachte] en [vader medeverdachte] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Met betrekking tot feit 1:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Met betrekking tot feit 2:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Met betrekking tot feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Door de psycholoog, drs. E.M. van Engers, is omtrent de geestvermogens van verdachte op 19 mei 2015 een rapportage uitgebracht. De gedragsdeskundige heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in het autistisch spectrum. Verdachte lijdt aan het syndroom van Asperger. Daarnaast is er sprake van ADHD van het gecombineerde type en van antisociaal gedrag, gecombineerd met misbruik van verschillende middelen. Van deze ziekelijke stoornis was ook ten tijde van het bewezenverklaarde sprake.

Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie dan ook over.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht in zowel de onderhavige zaak, als de zaak met parketnummer 03/70024-15, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit waaraan als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht wordt verbonden, ook indien dat inhoudt een ambulante behandeling bij een forensische GGZ.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft op 20 januari 2015, samen met zijn toenmalige vriendin [medeverdachte] in de nachtelijke uren een vuurwerkbom tot ontploffing gebracht in de buurt van de woning aan de [adres] in Bocholtz. Dit was de woning van [slachtoffer] , de ex-vriend van [medeverdachte] . Als gevolg van de explosie is de woning en de auto van [slachtoffer] beschadigd. Ten tijde van de explosie lag [slachtoffer] te slapen. Dat er bij de explosie enkel materiële schade is ontstaan, is een omstandigheid die niet aan verdachte te danken is. Immers, [slachtoffer] heeft een in zijn slaapkamer ten gevolge van de explosie ontstane brandhaard tijdig kunnen doven. De explosie had aanzienlijk ernstigere gevolgen kunnen hebben zowel voor hem als voor omwonenden. Dat die gevolgen niet zijn ingetreden is dan ook niet aan verdachte te danken.

Het delict roept het beeld op van een verdachte die het niet kan hebben als de dingen niet gaan zoals hij wenst. Als zijn toenmalige vriendin [medeverdachte] met een andere jongen omgaat, vindt hij het nodig zijn ongenoegen daarover te laten blijken door de banden van de auto van deze jongen te vernielen. Ook [medeverdachte] zelf heeft moeten ervaren hoe het is om in verdachtes vaarwater te komen. Verdachte heeft gedreigd haar en haar vader op te blazen en haar gezicht open te snijden. De slachtoffers van deze feiten zullen daardoor angstige momenten hebben beleefd.

De strafbare feiten zijn naar het oordeel van de rechtbank dusdanig ernstig dat - ook indien er rekening mee wordt gehouden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is voor het bewezenverklaarde - een gevangenisstraf van langere duur de enig passende sanctie is. De ernst van feit 1 komt ook tot uitdrukking in het wettelijk bepaalde strafmaximum voor dit delict: een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van het hem betreffende strafblad, waaruit blijkt dat hij eerder - weliswaar in 2009 - is veroordeeld voor vernieling. Daarnaast liep verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten in een proeftijd, wat hem er blijkbaar niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Het voorgaande pleit niet voor verdachte en de rechtbank zal daar dan ook in strafverzwarende zin rekening mee houden.

Uit het reclasseringsrapport dat in deze zaak over verdachte is opgemaakt, blijkt dat de reclassering het gevaar dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen hoog inschat. Verdachte wordt omschreven als een “gevaarlijke man, die tot alles in staat is”.

Er zijn problemen op diverse leefgebieden, verdachte komt herhaaldelijk in aanraking met justitie en maakt steeds opnieuw geen gebruik van de hem geboden GGZ-hulp. De reclassering adviseert daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank ziet, gelet op het hiervoor genoemde reclasseringsadvies, geen aanleiding om een deel van een op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, zoals bepleit door de raadsvrouw. De rechtbank acht het, alles afwegende, passend en geboden dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 3 jaren.

7 Het beslag

In het kader van het onderzoek is een zwarte Samsung telefoon in beslag genomen. Dit betreft een voorwerp met betrekking tot welke het onder feit 3 bewezenverklaarde is begaan. De rechtbank zal deze telefoon dan ook verbeurd verklaren.

8 De voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis bij beslissing van 6 april 2015 onder voorwaarden geschorst. Nu verdachte wordt veroordeeld voor de bewezenverklaarde feiten en de rechtbank met de reclassering het recidiverisico hoog inschat, ziet de rechtbank termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 157, 285, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp:

- zie Besl.portaal 1 1.00 STK GSM Kl:zwart

SAMSUNG GTS800Jet

LB3R015007_254144

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2015 te Bocholtz, in elk geval in de gemeente Simpelveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ntploffing teweeg heeft gebracht door een zogenaamde vuurwerkbom (mortier shell), althans een explosief (voorwerp), aan te steken en/of tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] althans op de openbare weg, te weten de [adres] en/of in de nabijheid van een personenauto (Audi, kenteken [kenteken] ), en waarvan gemeen gevaar voor de woning [adres] en/of omliggende woningen en/of voornoemde personenauto

en/of in de nabijheid geparkeerde personenauto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de woning [adres] bevindende [slachtoffer] en/of andere zich in omliggende woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voor een ander of anderen te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 26 december 2014 te Bocholtz, in elk geval in de gemeente Simpelveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (één of meer banden van) een personenauto (Audi, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 10 december 2014 te Eygelshoven, in elk geval in de gemeente Kerkrade en/of te Bocholtz, in elk geval in de gemeente Simpelveld, althans in Nederland,

[medeverdachte] en/of [vader medeverdachte] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op de voicemail van voornoemde [medeverdachte] heeft ingesproken: "Kankerhoertje! Ik blaas jou en je vader op! Ik snij je gezicht open, jij kankerhoertje!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welk bericht vervolgens ter kennis is gekomen van voornoemde [medeverdachte] en/of [vader medeverdachte] .

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2417 2015012258, gesloten d.d. 20 april 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 616.

2 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 20 januari 2015, als weergegeven op de pagina’s 58 en 59 van de doornummering.

3 Proces-verbaal aangifte d.d. 20 januari 2015, als weergegeven op de pagina’s 55 en 56 van de doornummering.

4 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 20 januari 2015, als weergegeven op pagina 59 van de doornummering.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2015, als weergegeven op de pagina’s 65 tot en met 67 van de doornummering.

6 Proces-verbaal aangifte [medeverdachte] d.d. 12 december 2014, als weergegeven op de pagina’s 46 tot en met 48 van de doornummering.

7 Proces-verbaal aangifte [vader medeverdachte] d.d. 13 december 2014, als weergegeven op de pagina’s 51 en 52 van de doornummering.

8 Kennisgeving van inbeslagneming, als weergegeven op pagina 389 van de doornummering.

9 Proces-verbaal uitlezen telefoon d.d. 18 februari 2015, als weergegeven op pagina 391 van de doornummering.