Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:9188

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-10-2015
Datum publicatie
30-10-2015
Zaaknummer
03/700084-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met haar toenmalige vriend in de nachtelijke uren een vuurwerkbom tot ontploffing gebracht in de buurt van een woning in Bocholtz. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700084-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2015,

in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 september 2015. De verdachte en haar raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

(primair) samen met een ander of anderen dan wel alleen opzettelijk een ontploffing teweeg

heeft gebracht door een vuurwerkbom in de buurt van de auto en woning van [slachtoffer] heeft laten ontploffen dan wel (subsidiair) dat zij daarbij behulpzaam is geweest door de vuurwerkbom te vervoeren en een aansteker aan te geven.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hiertoe heeft zij verwezen naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw acht het primair ten laste gelegde feit te bewijzen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met medeverdachte [medeverdachte] , op 20 januari 2015 in Bocholtz een ontploffing teweeg heeft gebracht door een vuurwerkbom aan te steken en tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] , waardoor zwaar lichamelijk letsel voor anderen en gemeen gevaar voor goederen te duchten was, gelet op:

  • -

    het proces-verbaal aangifte d.d. 20 januari 2015, als weergegeven op de pagina’s 55 tot en met 57 van de doornummering;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 februari 2015, als weergegeven op de pagina’s 102 en 103 van de doornummering;

  • -

    het proces-verbaal d.d. 26 maart 2015, als weergegeven op de pagina’s 200 en 201 van de doornummering;

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van

28 september 2015.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

Met betrekking tot het primair ten laste gelegde:

op 20 januari 2015 te Bocholtz, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een vuurwerkbom aan te steken en tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] en in de nabijheid van een personenauto, Audi, kenteken [kenteken] , waarvan gemeen gevaar voor de

woning [adres] en omliggende woningen en voornoemde personenauto en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de woning [adres] bevindende

[slachtoffer] en andere zich in omliggende woningen bevindende personen, te

duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Met betrekking tot het primair ten laste gelegde:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Door de psycholoog, drs. H.E.W. Koornstra, is omtrent de geestvermogens van verdachte op 8 mei 2015 een rapportage uitgebracht. De gedragsdeskundige heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van borderline trekken in de persoonlijkheid. Hierdoor is zij impulsief en laat zij zich makkelijk beïnvloeden. Van deze gebrekkige ontwikkeling was ook ten tijde van het bewezenverklaarde sprake.

Met de conclusie van dit rapport, dat verdachte in enige mate verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht kan de rechtbank zich niet verenigen. Zij neemt deze conclusie dan ook niet over. Het door de psycholoog in zijn rapportage geschetste beeld van verdachte, als impulsief en makkelijk te beïnvloeden, past niet bij het bij de rechtbank op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ontstane beeld van verdachte. De rechtbank komt tot die conclusie met name ook bezien tegen het licht van de rol die verdachte, gelet op de dossierstukken, bij het tenlastegelegde feit heeft gehad. Om die reden zal de rechtbank de conclusie die de psycholoog verbindt aan de impulsiviteit en beïnvloedbaarheid, namelijk dat verdachte daardoor enigszins verminderde toerekeningsvatbaar zou zijn, niet overnemen.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf moeten de bijzondere voorwaarden worden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit met een proeftijd van 3 jaren waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel van de straf moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft, samen met haar toenmalige vriend [medeverdachte] in de nachtelijke uren een vuurwerkbom tot ontploffing gebracht in de buurt van de woning aan de [adres] in Bocholtz. Dit was de woning van [slachtoffer] , de ex-vriend van verdachte. Als gevolg van de explosie is de woning en de personenauto van [slachtoffer] beschadigd. Ten tijde van de explosie lag [slachtoffer] te slapen. Dat er bij de explosie enkel materiële schade is ontstaan, is een omstandigheid die niet aan verdachte te danken is. Immers, [slachtoffer] heeft een in zijn slaapkamer ten gevolge van de explosie ontstane brandhaard tijdig kunnen doven. De explosie had aanzienlijk ernstigere gevolgen kunnen hebben. Dat die gevolgen niet zijn ingetreden is dan ook niet aan verdachte te danken.

Het hiervoor omschreven strafbare feit is naar het oordeel van de rechtbank dusdanig ernstig dat een gevangenisstraf van langere duur de enig passende sanctie is. De ernst van dit feit komt ook tot uitdrukking in het wettelijk bepaalde strafmaximum voor het opzettelijk teweegbrengen van een explosie waardoor gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren.

Wat betreft de rol van verdachte, overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat zij onder druk stond van haar toenmalige vriend, medeverdachte [medeverdachte] . Zij was gedurende hun relatie meermalen mishandeld en was bang om tegen hem in te gaan. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. Uit het dossier blijkt op geen enkel moment dat verdachte tegen haar wil of omdat ze bang was voor [medeverdachte] , meeging naar de woning van [slachtoffer] . Integendeel. Verdachte heeft die nacht, als ze dat zou hebben gewild, legio mogelijkheden gehad om te voorkomen dat de vuurwerkbom zou afgaan. Zij was immers degenen die in de auto de vuurwerkbom vervoerde, terwijl [medeverdachte] op de scooter reed. Als ze zou hebben gewild had ze op dat moment, met de vuurwerkbom, kunnen wegrijden, naar de politie kunnen gaan of naar haar ouders. Dat heeft ze niet gedaan. In de buurt van de woning in Bocholtz heeft ze niet alleen de bom aan [medeverdachte] gegeven, maar ook nog een aansteker toen bleek dat hij die niet bij zich had en het explosief dus niet tot ontploffing kon brengen. Ook toen had ze kunnen besluiten die aansteker niet aan [medeverdachte] af te geven. Na de ontploffing is zij terug gegaan naar de woning van [medeverdachte] en heeft hem, toen hij met zijn scooter thuiskwam, naar binnen geholpen en de verwondingen die hij door de ontploffing aan zijn been had opgelopen verzorgd. Dat alles wijst er niet op dat zij bang was voor [medeverdachte] of dat zij onder druk stond van hem. Bovendien rijmt haar huidige stellingname dat zij niet anders kon handelen, niet met de verklaring die verdachte op 2 maart 2015 bij de politie heeft afgelegd. Toen heeft verdachte immers verklaard dat zij met haar medeverdachte een gesprek had over hun ex-partners en dat toen het idee ontstond om haar ex-partner terug te pakken door zijn auto, die voor zijn woning stond op te blazen.

Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte in strafrechtelijke zin volledig verantwoordelijk voor het teweegbrengen van de explosie.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het haar betreffende strafblad, waaruit blijkt dat zij niet eerder is

veroordeeld ter zake van een strafbaar feit;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, onder meer haar jonge leeftijd (19 jaar).

Uit het reclasseringsrapport dat over verdachte is opgemaakt en de toelichting daarop die ter terechtzitting door mevrouw [medewerker reclassering] van de reclassering is gegeven, blijkt dat de reclassering het gevaar dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen laag inschat. Verdachte heeft haar leven tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis in de onderhavige zaak op positieve wijze vorm weten te geven. Verdachte heeft een baan, het contact met haar ouders is verbeterd en ze gebruikt geen alcohol en drugs meer. Inmiddels heeft verdachte een intake gehad bij Radix Centrum Forensische Psychiatrische Zorg Mondriaan en volgt daar een behandeling om haar identiteitsontwikkeling, eigenwaarde en zelfvertrouwen te verbeteren. Verdachte is gemotiveerd om de behandeling te blijven volgen. De reclassering adviseert daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel van de straf moet als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht worden verbonden, ook als dat inhoudt een ambulante behandeling bij Radix Mondriaan. Ook moet verdachte verboden worden contact te hebben met [medeverdachte] en moet zij zich melden bij GGZ Reclassering Mondriaan.

Gelet op persoon van verdachte (haar jonge leeftijd en het feit dat zij niet eerder ter zake strafbare feiten is veroordeeld) en het hiervoor genoemde reclasseringsrapport zal de rechtbank een deel van een op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Enerzijds om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten zal plegen, anderzijds om te voorkomen dat verdachte zich zal onttrekken aan de behandeling die de rechtbank nodig acht. Het op te leggen onvoorwaardelijk deel zal echter, anders dan door de raadsvrouw is bepleit en door de reclassering is geadviseerd, aanzienlijk hoger zijn dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte heeft immers “maar” twee weken in voorarrest gezeten. Dat verhoudt zich naar het oordeel van de rechtbank in het geheel niet met de ernst van het strafbare feit dat verdachte heeft (mede)gepleegd en waarvoor zij - net als haar medepleger - volledig strafrechtelijk verantwoordelijk is.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Aan de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden dat verdachte verplicht is zich te houden aan de aanwijzingen die de reclassering haar geeft, ook indien dat inhoudt dat zij verplicht wordt zich ambulant te laten behandelen bij Radix Centrum Forensische Psychiatrische Zorg of een soortgelijke instelling.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend

aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel

14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel

- de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook indien dit inhoudt dat de veroordeelde verplicht wordt zich te laten behandelen bij Radix Centrum Forensische Psychiatrische Zorg of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 20 januari 2015 te Bocholtz, in elk geval in de gemeente Simpelveld, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een zogenaamde vuurwerkbom (mortier shell), althans een explosief (voorwerp), aan te steken en/of tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] althans op de openbare weg, te weten de [adres] en/of in de nabijheid van een personenauto (Audi, kenteken [kenteken] ), en daarvan gemeen gevaar voor de woning [adres] en/of omliggende woningen en/of voornoemde personenauto

en/of in de nabijheid geparkeerde personenauto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de woning [adres] bevindende [slachtoffer] en/of andere zich in omliggende woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voor een ander of anderen te duchten was;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte] op of omstreeks 20 januari 2015 te Bocholtz, in elk geval in de gemeente Simpelveld, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een zogenaamde vuurwerkbom (mortier shell), althans een explosief (voorwerp), aan te steken en/of tot ontploffing te brengen in de nabijheid van de woning [adres] althans op de openbare weg, te weten de [adres] en/of in de nabijheid van een personenauto (Audi, kenteken [kenteken] ), en daarvan gemeen gevaar voor de woning [adres] en/of omliggende woningen en/of voornoemde personenauto en/of in de nabijheid geparkeerde personenauto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel voor de zich in de woning [adres] bevindende [slachtoffer] en/of andere zich in omliggende woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichten tot het plegen van het misdrijf heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van het misdrijf door

  • -

    voornoemde vuurwerkbom, althans explosief (voorwerp), naar de (nabijheid van) de [adres] , althans naar (de omgeving van) Bocholtz, te vervoeren en deze aldaar te overhandigen aan voornoemde [medeverdachte] en/of

  • -

    voornoemde [medeverdachte] toen aldaar een aansteker te geven.