Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:8683

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
20-10-2015
Zaaknummer
03/659209-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dagvaarding partieel nietig verklaard, nu in de tenlastelegging niet duidelijk is wat de rechtbank zal dienen te bewijzen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met een ander twee winkelinbraken heeft gepleegd en samen met een ander een deur van een winkel heeft beschadigd. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659209-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 oktober 2015

in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te [adresgegevens] ,

gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Heemskerk, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 september 2015. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: samen met een ander twee winkelinbraken heeft gepleegd;

Feit 2: samen met een ander heeft geprobeerd een winkelinbraak te plegen;

Feit 3: samen met een ander heeft geprobeerd een winkelinbraak te plegen dan wel een deur heeft beschadigd.

3 De voorvragen

De geldigheid van de dagvaarding

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 primair

Onder de feiten 2 en 3 primair heeft de officier van justitie kennelijk bedoeld ten laste te leggen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander heeft geprobeerd een winkelinbraak te plegen bij respectievelijk de tweedehandskledingwinkel [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] . De officier van justitie heeft evenwel verzuimd een beschrijving te geven van wat de verdachte daartoe precies zou hebben gedaan, zodat in de tenlastelegging niet duidelijk is wat de rechtbank zal dienen te bewijzen. Aldus is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 261 van het Weboek van Strafvordering. Daarmee is de dagvaarding met betrekking tot de feiten 2 en 3 primair nietig.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de onder feit 1 ten laste gelegde inbraak bij de [naam Bedrijf 3] en van feit 2 dient te worden vrijgesproken, nu onvoldoende uit het procesdossier naar voren komt dat verdachte zich tezamen met een ander schuldig heeft gemaakt aan deze (poging tot) inbraken.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder feit 1 ten laste gelegde inbraak bij [naam Bedrijf 4] en feit 3 primair wettig en overtuigend bewezen zijn, met dien verstande dat de verdachte de in feit 1 genoemde winkelinbraak bij [naam Bedrijf 4] en de in feit 3 primair genoemde poging tot inbraak bij [naam bedrijf 2] heeft medegepleegd.

De officier van justitie heeft zijn standpunt inzake de feiten 1 en 3 primair gebaseerd op de aangiftes en de WhatsApp-berichten, afkomstig van de telefoon van medeverdachte [naam medeverdachte] . Uit deze berichten komt volgens de officier van justitie naar voren dat verdachte en zijn medeverdachte bekenden van elkaar zijn. Uit de WhatsApp-berichten blijkt voorts dat verdachte en zijn medeverdachte spreken over ‘crime time’ en het meenemen van een schroevendraaier. Ter zake van het medeplegen van de winkelinbraak bij [naam Bedrijf 4] heeft de officier van justitie zijn oordeel gebaseerd op de getuigenverklaring van

[naam getuige] alsmede op de camerabeelden. Ter zake van het medeplegen van de poging tot inbraak bij [naam bedrijf 2] heeft de officier van justitie zijn oordeel gebaseerd op de camerabeelden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit, nu onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte aanwezig is geweest bij de verschillende winkelinbraken of de pogingen daartoe. Ten aanzien van de winkelinbraak bij [naam Bedrijf 4] heeft de raadsman aangevoerd dat het gestolen computerbeeldscherm nergens is teruggevonden. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat het door de getuige [naam getuige] gegeven signalement van de tweede dader niet overeenkomt met het uiterlijk van verdachte. Voorts heeft de raadsman ten aanzien van de poging tot inbraak bij [naam bedrijf 2] aangevoerd dat de camerabeelden zeer onduidelijk zijn en door de politie niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat het verdachte is die op de camerabeelden te zien is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

In de nacht van 20 mei 2015 zijn er drie (pogingen tot) inbraken gepleegd in Echt, welke aan de verdachte zijn ten laste gelegd onder de feiten 1 en 3. De rechtbank zal, gelet op de onderlinge samenhang, de feiten 1 en 3 gezamenlijk behandelen.

Ten aanzien van de feiten 1 en 3

[Naam aangever 1] heeft op 20 mei 2015 namens [naam bedrijf 2] aan de [adresgegevens bedrijf 2] aangifte gedaan van een poging diefstal door middel van braak. Op dinsdagavond 19 mei 2015 heeft aangeefster het pand verlaten. Alles in en aan de winkel was toen intact en afgesloten. Later op diezelfde avond heeft aangeefster nogmaals aan de voordeuren gevoeld, om zeker te zijn dat deze deuren waren afgesloten. Op woensdag 20 mei 2015 wilde aangeefster de deuren van haar winkel openen. Aangeefster zag toen dat er een kier was ontstaan tussen beide deuren en dat zij het slot kon zien. Dit was eerder niet zo. Aangeefster zag toen ook dat er schade was aan beide deuren, ter hoogte van het slot.2

[naam aangever 2] heeft op 20 mei 2015 namens [naam Bedrijf 4] aan de [adresgegevens bedrijf 4] aangifte gedaan van een winkelinbraak. Op dinsdagavond 19 mei 2015 heeft aangeefster het pand verlaten. Bij het verlaten van het pand was alles intact en zonder schade. Op woensdagochtend 20 mei 2015 heeft aangeefster het pand betreden. Zij zag toen dat het onderste glas van de zijdeur van het pand kapot was. Aangeefster zag dat voor de deur twee dozen stonden met hierin een computerscherm. De dag ervoor stonden er nog drie dozen. Bij de winkelinbraak is een doos met een computerbeeldscherm weggenomen.3

[naam aangever 3] heeft op 20 mei 2015 namens [naam Bedrijf 3] aan de [adresgegevens bedrijf 3] aangifte gedaan van een winkelinbraak. Op dinsdagavond 19 mei 2015 heeft aangever het pand verlaten. Bij het verlaten van het pand was alles intact en onbeschadigd. Op woensdagochtend 20 mei 2015, omstreeks 05.00 uur, heeft de politie contact met aangever gezocht. Aangever vernam van de politie dat in zijn winkelpand was ingebroken . Toen aangever bij zijn winkelpand arriveerde, zag hij dat het raam van de voordeur vernield was. Voorts zag aangever dat op de toonbank de grijze geldkassa was weggenomen. In de geldkassa zat voor ongeveer € 400,- aan brief- en muntgeld.4

Van het delict bij [naam bedrijf 2] zijn camerabeelden beschikbaar. Bij het bekijken van de camerabeelden door de politie is bevonden dat om 2:45:47 uur een persoon dichtbij de schuifdeur van de bloemisterij staat. Om 2:46:16 uur komt een tweede persoon aanlopen. De verbalisant zag dat deze persoon een lichte kleur trui droeg.5

Uit het politieonderzoek volgt dat de getuige [naam getuige] (hierna te noemen: [naam getuige] ) op 20 mei 2015, omstreeks 03:15 uur, aanwezig was in zijn woning aan de [adresgegevens getuige] . Hij hoorde een hard geluid op de [naam straat] en keek naar buiten. Hij zag toen twee personen staan bij de voordeur van [naam Bedrijf 4] . [naam getuige] zag dat één persoon met zijn rug tegen deze voordeur aanstond en dat deze persoon met een van zijn voeten schoppende bewegingen maakte in de richting van deze voordeur. Voorts zag [naam getuige] dat een andere persoon gehurkt bij de voordeur zat. [naam getuige] zag voorts dat beide personen met een voorwerp, dat leek op een koffer, vanaf de voornoemde voordeur naar de overzijde van de [straatnaam 2] liepen. Aldaar plaatsen de personen het voorwerp bij een boom. Daarna zag [naam getuige] dat de politie aankwam. [naam getuige] zag dat één van de twee personen, de kleinere persoon met de grijze trui en het donker krullend haar, achter een van de banken van het terras van [bedrijfsnaam 5] dook. [naam getuige] zag voorts dat de andere persoon, met de witte trui en het donkerblonde haar, in de richting rende van het [straatnaam 3]6

Op diezelfde avond werd verdachte achter het voor [bedrijfsnaam 5] aanwezige houten terrasmeubilair door de politie aangehouden.7 In de [naam straat] , in een onderdoorgang die behoort bij [pandnummer] , achter een vuilniscontainer, werd medeverdachte [naam medeverdachte] door de politie aangehouden.8 Bij de aanhouding van medeverdachte [naam medeverdachte] zag de verbalisant dat medeverdachte [naam medeverdachte] een witte trui droeg.9

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte en de medeverdachte werd de mobiele telefoon van medeverdachte [naam medeverdachte] inbeslaggenomen.10 De aanwezige data in het telefoontoestel en de simkaart zijn zo ver als mogelijk uitgelezen. Op 18 en 19 mei 2015 hebben verschillende WhatsApp-conversaties tussen verdachte en zijn medeverdachte plaatsgevonden. In deze conversaties werd onder andere gesproken over ‘crime time’ diezelfde avond en het meenemen van gereedschap in de vorm van een schroevendraaier.11

Uit sporenonderzoek door de politie bij [naam Bedrijf 3] blijkt voorts dat vermoedelijk met een schroevendraaier in de sluitnaad van de deur is gewrikt.12 Uit sporenonderzoek door de politie bij [naam Bedrijf 4] blijkt dat vermoedelijk met een schroevendraaier, voorzien van een vouw, aan de buitenzijde in de sponning van de onderste ruit van de dienstdeur is gewrikt.13 Uit sporenonderzoek door de politie bij [naam bedrijf 2] blijkt dat is gepoogd om de toegangsdeur met een platte schroevendraaier open te breken.14

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij niet ontkent op het plaats delict aanwezig te zijn geweest, maar dat hij er eigenlijk niet had moeten zijn.15 Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij de winkelinbraak bij de [naam Bedrijf 3] heeft gepleegd.

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 1 en 3 subsidiair

Uit de bovenstaande aangiften van [namen aangevers] , de getuigenverklaring van [naam getuige] , de beschikbare camerabeelden en de zich in het dossier bevindende WhatsApp-berichten en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, alsmede uit het feit dat verdachte samen met zijn medeverdachte op de betreffende avond door de politie is aangehouden, in onderlinge samenhang bezien, leidt de rechtbank af dat de verdachte met een ander twee winkelinbraken heeft gepleegd en samen met een ander een deur heeft beschadigd. De rechtbank is van oordeel dat uit het handelen van verdachte wel degelijk een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte valt af te leiden. Verdachte en zijn medeverdachte hebben reeds op 18 mei 2015 met elkaar gesproken over ‘crime time’ en het meenemen van gereedschap, waaronder een schroevendraaier. Uit de camerabeelden van [naam bedrijf 2] blijkt dat verdachte samen met zijn medeverdachte ruim een half uur voor de aanhouding door de politie een deur bij [naam bedrijf 2] heeft beschadigd. Verdachte en zijn medeverdachte zijn na inbraak bij [naam Bedrijf 4] beiden op korte afstand van het reisbureau door de politie aangehouden, op plekken die overeenkomen met de getuigenverklaring van [naam getuige] . Het handelen van verdachte en zijn medeverdachte maakt aldus naar het oordeel van de rechtbank de indruk dermate op elkaar te zijn afgestemd, dat het niet anders kan dat hieraan onderlinge afspraken ten grondslag hebben gelegen. De rechtbank acht het aannemelijk dat sprake is geweest van een zogenaamde strooptocht langs verschillende winkels in Echt. De rechtbank neemt tot slot in aanmerking dat verdachte zelf geen enkele aannemelijke verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid ter plaatse.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte dat dit moet worden gezien als medeplegen.

Geldbedrag

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij samen met een ander bij [naam Bedrijf 3] een geldbedrag ter hoogte van ongeveer € 400,- heeft weggenomen.

De eigenaar van [naam Bedrijf 3] , te weten [naam aangever 3] , is op 20 mei 2015 door de politie gehoord. [naam aangever 3] heeft tijdens dit verhoor verklaard dat bij de inbraak een geldbedrag ter hoogte van ongeveer € 400,- is weggenomen.

Tijdens de insluitingsfouillering van medeverdachte [naam medeverdachte] door de politie werd € 120,26 onder medeverdachte [naam medeverdachte] aangetroffen.16

De rechtbank stelt op grond van de kennisgeving van inbeslagneming vast dat verdachte bij de inbraak samen met een ander bij [naam Bedrijf 3] een geldbedrag van € 120,- heeft weggenomen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het meer of anders tenlastegelegde.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

ten aanzien van feit 1

op 20 mei 2015 te Echt, gemeente Echt-Susteren, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

- een pand aan de [adresgegevens bedrijf 4] heeft weggenomen een doos met een computerbeeldscherm, toebehorende aan [naam Bedrijf 4] , waarbij verdachte en zijn mededader dat weg te nemen computerbeeldscherm onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak

en

- uit een pand gelegen aan de [adresgegevens bedrijf 3] heeft weggenomen een geldkassa met inhoud (120 euro), toebehorende aan [naam Bedrijf 3] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en aldus die weg te nemen geldkassa met inhoud onder hun bereik hebben gebracht.

ten aanzien van feit 3 subsidiair

op 20 mei 2015 te Echt, gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een deur, toebehorende aan [naam bedrijf 2] , heeft beschadigd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1

diefstal gedurende de voor nachtrust bestemde tijd door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 3 subsidiair

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele

aan een ander toebehoort, beschadigen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepleit, waarvan de duur gelijk dient te worden gesteld aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan twee winkelinbraken en de beschadiging van een deur.

De rechtbank rekent verdachte de winkelinbraken zeer aan. Bij de inbraken in de nachtelijke uren is in de winkels forse schade ontstaan. Daarbij heeft verdachte samen met een ander de deur van een winkel beschadigd. Dergelijke feiten hebben veel impact op de slachtoffers en veroorzaken gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van de reclasseringsrapportage en het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 28 juli 2015. Uit het uittreksel blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld.

De rechtbank stelt vast dat verdachte ondanks eerdere veroordelingen gewoon doorgaat met inbreken in bedrijven, ook nadat hij de kans kreeg om zijn leven een andere wending te geven toen hij tot een deels voorwaardelijke straf werd veroordeeld met verplicht reclasseringscontact. De proceshouding van de verdachte toont naar het oordeel van de rechtbank geen inzicht in de ernst van de gepleegde strafbare feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Ook geeft hij geen blijk van het bestaan van concrete plannen om de loop van zijn leven ten goede te keren.

De rechtbank acht de kans groot dat de verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten. Gelet op deze omstandigheden is er geen aanleiding de straf te matigen of te bepalen dat deze geheel of gedeeltelijk onder voorwaarden niet wordt ten uitvoer gelegd. De rechtbank acht een langdurige gevangenisstraf passend en geboden, gelet op de ernst van de feiten en gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie.

De rechtbank zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de duur van het voorarrest.

8 Het beslag

Bij het onderzoek ter terechtzitting is voorts gebleken dat met toepassing van artikel 94 Wetboek van Strafvordering, een schroevendraaier, Adidas sneakers en verscheidene geldbedragen in beslag zijn genomen, te weten € 120,26, € 0,58, € 20,- en € 17,- .

Omdat het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet zal de rechtbank de teruggave van € 120,26 gelasten aan de eigenaar van [naam Bedrijf 3] . Voorts zal de rechtbank de teruggave van de Adidas sneakers en de geldbedragen ter hoogte van € 0,58, € 20,- en € 17,- gelasten aan degene onder wie deze in beslag zijn genomen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de in beslag genomen schroevendraaier op grond van artikel 353 lid 2 sub c van het Wetboek van Strafvordering dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, nu thans geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Dagvaarding nietig

- verklaart de dagvaarding nietig ten aanzien van het onder feit 2 en feit 3 primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit/de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 3 subsidiair tot een gevangenisstraf van 8 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan verdachte:

2015093093 2 Geld Nederlands

-

EUR 0,58 (ibn 27-6-2015)

2015093093 3 Geld Nederlands

-

EUR 20,- (ibn 27-6-2015)

2015093093 4 Geld Nederlands

-

EUR 17,- (ibn 20-5-2015)

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan [naam medeverdachte] ,

[adresgegevens medeverdachte] :

Zie beslagport. 6 1.00 PR Kleding Kl:Grijs

ADIDAS sneakers

609992.

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan

[naam aangever 3] , [adregegevens aangever 3] :

2015093093 1 Geld Nederlands

EUR 120,26 (ibn (20-5-2015)

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het volgende in beslag genomen voorwerp:

Zie beslagport. 5 1.00 STK Schroevedraaier

-

609963.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. van Blaricum, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en

mr. D. Hamers-Aerts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Voncken, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 oktober 2015.

Buiten staat

Mr. D. Hamers-Aerts en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 mei 2015 te Echt, gemeente Echt-Susteren, in elk geval

in het arrondissement Limburg,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

- een pand aan de [adresgegevens bedrijf 4]

heeft weggenomen

een doos met een computerbeeldscherm, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam Bedrijf 4] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

computerbeelscherm onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming

en/of

- uit een pand gelegen aan de [adresgegevens bedrijf 3]

heeft weggenomen

een geldkassa met inhoud (ongeveer 400 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam Bedrijf 3] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geldkassa met inhoud onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 20 mei 2015 te Echt, gemeente Echt-Susteren,

in elk geval in het arrondissement Limburg,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

een pand gelegen aan de [adresgegevens bedrijf 1]

weg te nemen

goederen en/of geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf 1] (een tweedehands kleding winkel),

in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 20 mei 2015 te Echt, gemeente Echt-Susteren,

in elk geval in het arrondissement Limburg,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

een pand gelegen aan de [adresgegevens bedrijf 2]

weg te nemen

goederen en/of geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 mei 2015 te Echt, gemeente Echt-Susteren,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

en wederrechtelijk een deur , in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam bedrijf 2] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd

en/of onbruikbaar gemaakt.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL-23002015093093, gesloten d.d. 28 juni 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 239.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 mei 2015, p. 38 en 39.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 mei 2015, p. 36.

4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 mei 2015, p. 6.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juni 2015, p. 158.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 mei 2015, p. 166 en 167.

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mei 2015, p. 109.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mei 2015, p. 93.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juni 2015, p. 158.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2015, p. 148 tot en met 154.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2015, p. 148 tot en met 154.

12 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 20 mei 2015, p. 62.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 20 mei 2015, p. 80.

14 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 20 mei 2015, p. 88.

15 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 25 september 2015.

16 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 20 mei 2015, p. 208.