Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:8574

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
03.143559.15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Verstek
Inhoudsindicatie

De politierechter moet beoordelen of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde bezit van heroïne. In tegenstelling tot hetgeen gebruikelijk is of was in zaken als deze ontbreekt een rapport waaruit blijkt dat het NFI na onderzoek heeft vastgesteld dat het om heroïne gaat. Dit betekent op zich zelf niet dat er onvoldoende bewijs is. Een positief resultaat van een MMC kleur-reactietest kan volgens het verslag van het onderzoek betekenen dat er “een kans, respectievelijk grote kans, respectievelijk zeer grote kans is dat de bewuste stof aanwezig is”. Hoe groot die kans in dit specifieke geval is, staat dus niet vast. Op grond hiervan is de politierechter van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde bezit van heroïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Team strafrecht

Parketnummer: 03.143559.15
Parketnummer vordering: 03.244784.12

Datum uitspraak: 1 oktober 2015

Verstek

Schriftelijk vonnis van de politierechter te Limburg (Maastricht), in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

1 Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2015. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

De politierechter heeft op die terechtzitting de officier van justitie gehoord.

2 De tenlastelegging.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 juli 2015 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 13,74 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3 De beoordeling van het bewijs.

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte op 17 juli samen met een ander ongeveer13,74 gram heroïne in zijn bezit had. Dat het gaat om heroïne blijkt uit de verklaring van verdachte en de MMC kleur-reactietest die positief was voor heroïne. Een NFI-rapport wordt, vanwege capaciteitsproblemen bij het NFI, niet langer aangevraagd bij kleine hoeveelheden verdovende middelen. Hierover heeft het Openbaar Ministerie afspraken gemaakt met het NFI en de politie. De officier van justitie vordert een taakstraf voor de duur van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

3.2.

Het oordeel van de politierechter. 1

Samenvatting van de bewijsmiddelen

Verbalisant [verbalisant 1] zag op 17 juli 2015 in Maastricht in een park twee personen. Hij zag dat één van hen – naar later bleek [verdachte] – liep naar een andere man en dat deze twee contact maakten. Vervolgens zag hij dat [verdachte] zijn hand uitstak en er lichamelijk contact plaatsvond. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat [verdachte] terug zijn richting op kwam lopen en vroeg hem wat hij zojuist had gedaan. De verbalisant [verbalisant 1] hoorde dat [verdachte] zei dat hij bij de persoon in het witte T-shirt vijf bolletjes heroïne had gekocht. De heroïne was bedoeld voor hem en [medeverdachte] . Verbalisant [verbalisant 1] zag dat [verdachte] vijf plastic zakjes uit zijn broekzak haalde. Verbalisant [verbalisant 1] herkende de bruine stof die qua kleur, geur en uiterlijke kenmerken overeen kwamen met de hem ambtshalve bekende heroïne.2

Verbalisant [verbalisant 2] ontving op 17 juli 2015 uit handen van verbalisant [verbalisant 1] vijf zakjes met een qua kleur en verschijningsvorm op heroïne gelijkende stof aangetroffen bij [verdachte] . Van deze vijf zakjes heeft verbalisant [verbalisant 2] , een willekeurig zakje genomen en de inhoud hiervan getest. Bij de MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van goednummer 640176, positief reageerde op de aanwezigheid van: heroïne.3

“Opmerkingen verbalisant(en)

  • -

    de gedane test is bedoeld als voorproef en dat de uitslag slechts een indicatief karakter heeft;

  • -

    sommige van de tests zijn erg selectief, d.w.z. dat er slechts weinig stoffen zijn die positief reageren en dat dit dus betekent dat de kans op een 'valse' uitslag gering is;

  • -

    de tests niet allen even specifiek zijn, d.w.z. dat meerdere stoffen een positief resultaat kunnen geven; de kans op een 'valse' negatieve uitslag altijd erg gering is omdat de tests behoorlijk gevoelig zijn;

  • -

    een positief testresultaat dus betekent dat er een kans, respectievelijk grote kans, respectievelijk zeer grote kans is dat de bewuste stof aanwezig is;

  • -

    een negatief testresultaat betekent dat de bewuste stof vrijwel niet aanwezig is; de test conform de geldende voorschriften, door mij, verbalisant, werd uitgevoerd.” 4

Kennisgeving van in beslagneming – voor zover van belang – opgemaakt door rapporteur [verbalisant 2] .5

Inbeslagneming:

Plaats

Maastricht

Datum

17 juli 2015

Goednummer

PL2300-2015134415-640176

Object

Verdovende middelen (heroïne)

Aantal/eenheid

13,74 gram bruto

Inhoud

Positief getest op heroïne

Bijzonderheden

5 bolletjes met een gezamenlijk bruto gewicht van 13,74 gram

Eigenaar

[verdachte] , [adresgegevens verdachte]

Verdachte [verdachte] verklaarde – zakelijk weergegeven – dat hij telefonisch heroïne had besteld. Op de afgesproken plaats gaf hij de dealer € 125,00, waarna de dealer de heroïne overhandigde. Direct daarna werd hij aangehouden.6

Bewijsoverweging

De politierechter moet beoordelen of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde bezit van heroïne. In tegenstelling tot hetgeen gebruikelijk is of was in zaken als deze ontbreekt een rapport waaruit blijkt dat het NFI na onderzoek heeft vastgesteld dat het om heroïne gaat. Dit betekent op zich zelf niet dat er onvoldoende bewijs is. Ook uit andere bewijsmiddelen kan blijken of worden afgeleid dat het gaat om heroïne. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd. Maar de enkele verklaring van verdachte dat hij heroïne heeft besteld en gekocht is onvoldoende voor het bewijs dat hij daadwerkelijk heroïne in zijn bezit had. De waarneming van de verbalisant [verbalisant 1] dat de aangetroffen substantie leek op heroïne vormt daarvoor geen bewijs.

Een deel van de bij verdachte in beslag genomen substantie is echter onderzocht met behulp van een MMC kleur-reactietest. Daarbij bleek dat de uitslag positief was voor de aanwezigheid van heroïne. Of deze uitslag van de MMC kleur-reactietest betrouwbaar is, kan worden betwijfeld. Een positief resultaat kan volgens het verslag van het onderzoek betekenen dat er “een kans, respectievelijk grote kans, respectievelijk zeer grote kans is dat de bewuste stof aanwezig is”. Hoe groot die kans in dit specifieke geval is, staat dus niet vast. Op grond hiervan is de politierechter van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde bezit van heroïne. Daarom zal verdachte van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.

4 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke taakstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 25 maart 2013, parketnummer 03-244784-12, ten uitvoer zal worden gelegd.

Nu verdachte wordt vrijgesproken, dient de vordering tot tenuitvoerlegging te worden afgewezen.

5 De beslissing

De politierechter:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 03-244784-12 af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe, griffier, en is uitgesproken op 1 oktober 2015.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2300/2015134415-31 d.d. 26 juli 2015 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerst lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 12 en 13 van het digitale dossier.

3 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 24 van het digitale dossier.

4 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 24 van het digitale dossier.

5 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), pagina 21 van het digitale dossier.

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 25 tot en met 27 van het digitale dossier.