Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:8572

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
03/702557-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht, missionaris Filipijnen, deels vrijspraak wegens het ontbreken van steunbewijs bij bekennende verklaring verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702557-13,

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 oktober 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats en datum] ,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.W. Oehlen, advocaat, kantoorhoudende te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 september 2015. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte

(feit 2) [slachtoffer] heeft verkracht dan wel haar lichaam seksueel is binnengedrongen terwijl zij tussen de 12 en de 16 jaar oud was, dan wel ontucht met haar heeft gepleegd, terwijl zij aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, en dat hij (feit 1 en 3) op twee andere momenten ontucht met [slachtoffer] , die toen nog geen 16 jaar oud was, heeft gepleegd, terwijl zij aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 primair en 3 bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft zij vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2 en partiële vrijspraak voor feit 3. Meer subsidiair heeft zij partiële vrijspraak bepleit voor feit 1 en 3 en vrijspraak voor feit 2.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

Inleiding

Bij een verdenking van zedendelicten als de onderhavige komt het vaak aan op de vraag of er bij gebrek aan directe getuigen van de ontuchtige handelingen die zouden zijn gepleegd, toch voldaan is aan het bewijsminimum als neergelegd in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Volgens dit artikel - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de feiten en omstandigheden waarover één getuige verklaart op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Er moet dus meer zijn dan alleen een getuigenverklaring. De vraag of aan dat bewijsminimum wordt voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

De vraag of er voldoende steunbewijs aanwezig is indien de bewezenverklaring zwaar leunt op de verklaring van één getuige is dus sterk afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Toch zijn daarvoor wel enige regels in de jurisprudentie geformuleerd. Zo moet het steunbewijs ‘voldoende steun’ geven aan de verklaring van de getuige, dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staat met de inhoud van de verklaring van die getuige. Duidelijk is in ieder geval dat het steunbewijs in beginsel niet afkomstig mag zijn van dezelfde bron, in die zin dat als steunbewijs zou kunnen worden gebruikt de verklaring van een ander aan wie de getuige heeft verteld wat haar of hem is overkomen. Een dergelijke de auditu-verklaring levert op zichzelf niet voldoende steunbewijs op.

Wel zouden bepaalde waarnemingen die een ander persoonlijk heeft gedaan, voldoende steunbewijs kunnen opleveren.

In dit verband heeft advocaat-generaal Hofstee in zijn conclusie voor HR 12 november 20132 opgemerkt dat eigen waarnemingen van getuigen, die weliswaar niet het kernverwijt (bijvoorbeeld de seksuele handelingen) bevestigen, binnen de context van de gebeurtenissen voldoende zelfstandig onderscheidend kunnen zijn om als objectief gegeven, in combinatie met andere omstandigheden, een rol van betekenis te kunnen spelen als steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer.

Bijzonder in de onderhavige zaak is dat de verdenking voortkomt uit de verklaring van de verdachte. Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan, zo schrijft artikel 341, lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voor, niet uitsluitend worden aangenomen op de opgaven van de verdachte. Ook hier komt het dan ook aan op de vraag of er naast de verklaring van verdachte voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen. Ook dit voorschrift is bedoeld om de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen.

3.3.2

De verklaring van verdachte en getuigen

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het gehele jaar 2009 op de Filippijnen heeft gewoond en gewerkt. Tot en met de maand september 2009 woonde hij in de plaats San Jose del Monte. Ook in de jaren 2011 en 2012 woonde en werkte hij in San Jose del Monte. Hij hield zich daar bezig met de opvang van straatkinderen. Diverse straatkinderen werden vanuit Nederland gesponsord. Verdachte zorgde er voor dat de sponsorgelden aan (de schoolopleiding van) die sponsorkinderen werden besteed.

De verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij [slachtoffer] , roepnaam [slachtoffer] (verder te noemen: [slachtoffer] ) bij drie gelegenheden heeft gezoend en/of onzedelijk betast.

[slachtoffer] was geen sponsorkind, haar zus [betrokkene 1] wel. De sponsorkinderen, en ook [slachtoffer] , kwamen bij hem thuis om te spelen, te douchen en/of te slapen. Met hun ouders had hij ook contact en zij vonden het prima dat de kinderen bij hem waren. Dat was ook het geval bij [slachtoffer] . Verdachte verklaarde dat haar ouders haar in die zin aan zijn zorg hadden toevertrouwd.3 Dat er kinderen bij verdachte thuis verbleven, met toestemming van hun ouders, wordt ook bevestigd door de getuigen [getuige 1]4 en [getuige 2]5.

3.3.2.1 Feit 2

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ergens in het jaar 2012 met [betrokkene 2] (verder te noemen: [betrokkene 2] ) voor een controle naar het ziekenhuis in Quezon City is gegaan. [slachtoffer] , die een buurmeisje van [betrokkene 2] was, vergezelde hen daarbij. Quezon City is vanuit San Jose del Monte ongeveer een uur reizen met de bus. De afspraak in het ziekenhuis duurde de hele dag. ’s Avonds zijn ze met elkaar naar een winkelcentrum in Quezon City gegaan. Dat werd later dan gepland, waarna verdachte de bus miste en verdachte het niet meer verantwoord achtte om nog veilig naar San Jose del Monte te reizen. Verdachte besloot daarop om met de twee meisjes in de kerk, genaamd ‘ [naam kerk] ’, in de wijk Balara (Quezon City) te overnachten. Verdachte kende de voorganger en de koster van die kerk, omdat hij er elk weekend kwam overnachten. Hij had daar ook een luchtbed liggen. Hij heeft de ouders van de meisjes gebeld dat ze in Balara zouden overnachten en is met [betrokkene 2] en [slachtoffer] naar de kerk gegaan. Koster [betrokkene 3] heeft voor hen de deur van de kerk geopend en de dochter van de koster heeft daarna lakens gebracht. Met zijn drieën zijn ze vervolgens op het luchtbed op de grond gaan slapen. Verdachte voelde zich aangetrokken tot [slachtoffer] en heeft haar gezoend. Ook heeft hij haar over haar kleding heen, tussen haar benen in haar schaamstreek, aangeraakt. [betrokkene 2] is toen ergens anders gaan liggen. Verdachte vond het gebeuren met [slachtoffer] spannend. Sinds twee weken na de gebeurtenissen in de kerk in Balara heeft verdachte geen contact meer gehad met [slachtoffer] .6

[betrokkene 2] heeft verklaard dat zij met verdachte en [slachtoffer] met de bus voor een controle naar het ziekenhuis is geweest. Zij bleven daarna in de kerk in Balara slapen omdat verdachte bang was in het donker. De deur van de kerk werd voor hen geopend en iemand had een luchtbed gebracht.7 Verdachte en [slachtoffer] lagen in de kerk op de grond dicht tegen elkaar aan. Omdat [betrokkene 2] iets had gezien dat ze niet wilde zien, heeft ze verdachte en [slachtoffer] de rug toegekeerd. Op een bepaald moment is ze op een andere plaats gaan liggen omdat ze het gevoel had dat er iets tussen verdachte en [slachtoffer] gebeurde.8 [betrokkene 2] voelde zich ongemakkelijk en schaamde zich, omdat ze zag dat verdachte en [slachtoffer] heel dicht bij elkaar lagen met het gezicht naar elkaar toe. [betrokkene 2] is daarna niet meer met [slachtoffer] en verdachte omgegaan. Zij wilde niet langer met hen omgaan omdat verdachte en [slachtoffer] toen heel dicht tegen elkaar aanlagen en omdat verdachte [slachtoffer] misschien heeft beschadigd.9

[betrokkene 3] , broeder bij [naam kerk] , is eveneens gehoord en bevestigt dat verdachte een keer met twee of drie jonge meisjes in de kerk heeft geslapen. Verdachte was toen met die meisjes naar de hartkliniek geweest en daarna naar de kerk gekomen.10

[slachtoffer] is op 14 augustus 2013 door twee Nederlandse verbalisanten, in aanwezigheid van twee Filipijnse sociaal werksters, een Filipijnse verbalisant en een tolk, gehoord in het gemeentehuis van San Jose del Monte. Uit het verhoor van [slachtoffer] komt naar voren dat zij op 4 juli 1997 geboren is.11 Zij was dus in 2012 nog geen 16 jaar.

De raadsvrouw heeft er op gewezen dat de verklaring van [slachtoffer] onder bijzondere omstandigheden tot stand is gekomen. Zo zijn hele passages uit het Tagalog, de taal die [slachtoffer] bij haar verhoor spreekt, niet in het Engels vertaald. Ook is de rol van de sociaal werkster een opvallende geweest; op cruciale momenten vervult zij namelijk een sturende rol en vult zij op vragen die aan [slachtoffer] worden gesteld de antwoorden in.

De rechtbank heeft de uitgewerkte verhoren bekeken en deelt de conclusie van de raadsvrouw. De rechtbank wijst daarbij naar het verhoor van [slachtoffer] op de dossierpagina’s 385 tot en met 392. Het is bij die passages onvoldoende duidelijk of het antwoord op een vraag van [slachtoffer] afkomstig is, of van de sociaal werkster. De rechtbank kan dan ook de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] niet goed beoordelen en zal deze verklaring niet gebruiken voor het bewijs.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte over hetgeen in 2012 in de kerk is gebeurd op enkele punten steun vindt in zowel de verklaring van [betrokkene 2] , als die van de getuige [getuige 3] . Zo blijkt daaruit dat verdachte in 2012 met [betrokkene 2] en [slachtoffer] de nacht heeft doorgebracht in genoemde kerk in Balara (Quezon City). In die kerk heeft er iets plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer] , waarvoor [betrokkene 2] zich zo schaamde dat ze op een andere plek in de kerk is gaan liggen. Dat laatste acht de rechtbank een aanwijzing dat hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard ten aanzien van [slachtoffer] ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Gelet op de verklaringen van verdachte, van [betrokkene 2] en van [getuige 3] , en de geboortedatum van [slachtoffer] , acht de rechtbank bewezen dat verdachte ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] . De ontuchtige handeling heeft, naar zeggen van verdachte, daarbij bestaan uit het over de schaamstreek van [slachtoffer] wrijven.

Dat hij andere, verdergaande handelingen zou hebben gepleegd (zoals het brengen van zijn vingers in de vagina van [slachtoffer] of het door [slachtoffer] laten betasten van zijn penis) acht de rechtbank niet bewezen. Verdachte verklaart daar niet over en ook anderszins is er onvoldoende bewijs voor handen. Van deze en overige tenlastegelegde ontuchtige handelingen onder feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

3.3.2.2 Feiten 1 en 3

Ondanks de bekennende verklaringen van verdachte ten aanzien van de feiten die hem onder 1 en 3 ten laste zijn gelegd, komt de rechtbank voor de feiten 1 en 3 toch tot een vrijspraak. Naar het oordeel van de rechtbank is er namelijk onvoldoende ander bewijs in het dossier voorhanden dat verdachte daadwerkelijk de hem verweten handelingen heeft gepleegd. De rechtbank begrijp dat deze vrijspraak op anderen verbijsterend over kan komen; de verdachte heeft immers toch bekend?! De rechtbank kan echter niet anders. Ook bekennende verklaringen, hoe authentiek deze ook lijken, moeten met de nodige omzichtigheid worden betracht. De wet schrijft dit ook voor en wel in die zin dat alleen dan tot een bewezenverklaring mag worden gekomen als er naast de bekennende verklaring voldoende overtuigend ander bewijs is. Bewijs dat afkomstig is uit een andere bron dan verdachte. En dit alles om het gevaar voor onterechte veroordelingen, want gebaseerd op louter en alleen valse bekentenissen, tegen te gaan.

De rechtbank heeft, vanzelfsprekend, het dossier nauwgezet bestudeerd op de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal. Dit bewijsmateriaal is voor wat betreft feit 1 aanwezig in de vorm van de verklaring van de getuige [getuige 2] dat verdachte in die tijd op de Filippijnen is geweest. Voor wat betreft feit 3 heeft getuige [getuige 4] verklaard dat verdachte eind 2012 uit de Filippijnen terugkwam, maar er is geen getuige die heeft verklaard dat hij toen op de Filippijnen was noch dat er toen een reisje met de kinderen naar Olongapo is gemaakt.

Dat een vrijspraak voor feit 3 volgt, zal de rechtbank daarom niet verder motiveren - er is simpelweg onvoldoende bewijs, anders dan de verklaring van de verdachte opgetekend uit eigen mond of uit de mond van een getuige bij wie verdachte zijn hart heeft gelucht, om tot een bewezenverklaring te komen.

De vrijspraak voor feit 1 volgt omdat er uit ander bewijs onvoldoende volgt dat verdachte daadwerkelijk de ontuchtige handelingen heeft begaan die hij zegt te hebben begaan. Er is wel ander bewijs voorhanden, maar dit ziet eigenlijk alleen op het aanwezig zijn van verdachte in de Filipijnen in 2009 en dat is naar het oordeel onvoldoende bewijs dat steun geeft aan de verdenking dat verdachte daar ontuchtige handelingen zou hebben gepleegd.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

2.

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 3 juli 2012 in een kerk (Beautiful Church of Isaac) te Balara in Quezon City met een meisje genaamd [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] , geboren op 4 juli 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één ontuchtige handeling heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, één keer haar schaamstreek aangeraakt met zijn handen en/of vingers, terwijl deze [slachtoffer] op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. feit 2 meer subsidiair:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl deze aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

GZ-psycholoog drs. [M.] heeft over de geestvermogens van de verdachte op

2 april 2014 een rapport uitgebracht. De psycholoog concludeert dat bij verdachte sprake is van pedofilie, aangetrokken tot jonge meisjes, exclusieve type. Voorts heeft betrokkene een persoonlijkheidsstoornis NAO met sterk vermijdende en afhankelijke trekken. Verdachte was vanuit zijn exclusieve seksuele voorkeur voor jonge meisjes als zendeling bij machte zijn behoeften aan genegenheid en contact met deze meisjes zich als kind onder de kinderen te gedragen waarbij er seksuele handelingen konden worden verricht. Verdachte weet en wist dat dit niet hoorde, maar heeft vele cognitieve vervormingen over seks en kinderen, die hij thans wat weg rationaliseert zonder dat dit verinnerlijkte controle betreft. Verdachte is vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis in staat ook impulsief de gelegenheid te creëren en te pakken. Zo heeft hij bijvoorbeeld vrij laat inkopen gedaan en is vervolgens vanuit veiligheidsoverwegingen in een kerk blijven slapen met twee meisjes. Beide stoornissen versterken elkaar bij verdachte. Verdachte accepteert zijn pedofiele gevoelens niet, waardoor

denken, voelen en doen nauwelijks zijn geïntegreerd. Verdachte kan zo ingehaald worden

door zijn seksuele voorkeurgevoelens en dit omzetten in gedrag. De psycholoog adviseert vanwege de doorwerking van de beide aangetroffen stoornissen, die elkaar versterken, verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Gelet op de conclusie van de psycholoog, is de rechtbank van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en het daarin vervatte advies niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Als bijzondere voorwaarde vordert de officier van justitie reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt dat verdachte een behandeling en therapieën zal ondergaan.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met het feit dat door de bekentenis van verdachte onderhavige zaak aan het rollen is gekomen. Daarnaast heeft zij gewezen op het blanco strafblad van verdachte. De psycholoog concludeert verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De raadsvrouw heeft voorts gewezen op de schending van de redelijke termijn in de onderhavige zaak. Verdachte is zwaar getroffen door onderhavige zaak, omdat zijn levenswerk in duigen is gevallen. Dat heeft een grote emotionele impact op verdachte gehad. Verdachte heeft zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis de afgelopen twee jaren aan alle voorwaarden gehouden. Verdachte zal bij detentie zijn stabiele leefomstandigheden kwijtraken.

De raadsvrouw verzoekt om bij strafoplegging te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een minderjarig Filipijns meisje, toen hij als hulpverlener in de Filipijnen werkzaam was en uit dien hoofde het meisje aan zijn zorg was toevertrouwd. Verdachte heeft daarmee haar lichamelijke integriteit geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer.

Verdachte heeft bij dit alles kennelijk niet stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld. Voorts neemt de rechtbank het verdachte bijzonder kwalijk dat hij het vertrouwen dat in hem gesteld werd als hulpverlener fors heeft geschaad.

Uit het dossier komen aanwijzingen naar voren dat het niet bij dit ene slachtoffer is gebleven en verdachte mogelijk meerdere slachtoffers heeft gemaakt. Dit baart de rechtbank zorgen.

De rechtbank ziet evenwel ook dat verdachte handelde uit zijn pedoseksuele problematiek en van de gelegenheid die zich voordeed, gebruik heeft gemaakt. Verdachte is niet als sekstoerist te kwalificeren die doelbewust naar de Filippijnen is gereisd om aldaar aan zijn eigen seksuele gerief te komen ten koste van de minderjarige.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Hiermee houdt de rechtbank bij de beoordeling van de strafoplegging in positieve zin rekening.

Uit het rapport van GZ-psycholoog drs. [M.] komt ten aanzien van het voorkomen van recidive het volgende naar voren. Verdachte heeft als risicofactor zijn emotionele congruentie met betrekking tot kinderen: hij voelt zich kind onder de kinderen. Voorts vormt zijn rationalisatie gecombineerd met een goede intelligentie een risicofactor. Verdachte denkt dat hij zijn gedrag onder controle heeft, maar dit is niet zo. Verdachte heeft geen verinnerlijkte controle op denken, voelen en doen. De persoonlijkheidsstoornis veroorzaakt dat betrokkene dingen verheimelijkt en niet open is. Verdachte heeft nauwelijks zelfstandig gefunctioneerd qua wonen, werken en relaties. Verdachte heeft een pover sociaal netwerk en enige vrijetijdsbesteding.

Ten aanzien van een behandeling overweegt de psycholoog dat een ambulante behandeling bij de forensische zorg van Mondriaan is aangewezen. Naast acceptatie van zijn pedofilie en de beperkte verandermogelijkheden dienaangaande moet verdachte openheid gaan geven over zijn seksuele fantasieën, zijn exacte voorkeursleeftijd en tot slot leren inmenging op situatieve controle te accepteren. Dit laatste op termijn bijvoorbeeld via Cosa. Deze behandeling zal langdurig moeten zijn en ondersteund moeten worden door langdurig reclasseringstoezicht. Gewaakt moet worden dat verdachte wederom via verhuizing ruimte of kansen creëert. Qua juridisch kader acht de psycholoog een voorwaardelijk strafdeel met langdurig toezicht van de reclassering het meest passend om de behandeling veilig te stellen.

Reclassering Nederland heeft gerapporteerd op 23 september 2015. Uit dit rapport komt een positief beeld van verdachte naar voren. Verdachte heeft zich gehouden aan de voorwaarden die gesteld waren aan de voorlopige hechtenis en de ingezette hulpverleningstrajecten zijn naar alle tevredenheid verlopen. De reclassering merkt daarbij op dat verdachte uit eigen beweging verschillende hulpverleningstrajecten heeft gestart. De reclassering is zeer te spreken over de inzet en motivatie van verdachte. Om de kans op recidive te beperken acht de reclassering een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen meerwaarde en zelfs ongewenst omdat dan de ingezette therapieën worden onderbroken en verdachte zijn stabiele leefomgeving zal verliezen. De reclassering adviseert een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering.

Naast de bovengenoemde omstandigheden houdt de rechtbank bij de beoordeling van de strafmaat eveneens rekening met het omstandigheid dat sprake is van relatief oude feiten en met de leeftijd van verdachte.

De rechtbank is, in het bijzonder vanwege de ernst van de feiten, van oordeel dat het opleggen van enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de feiten. Verdachte moet ook voelen dat zijn gedrag niet door de beugel kan. Mede gelet op de straffen die voor soortgelijke delicten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat naast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van vijf jaren, een taakstraf van 120 uren passend en geboden is.

De rechtbank legt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op omdat de verdachte nu goed is ingebed in hulpverlening en het doorbreken daarvan tot een groter recidive risico zal leiden. Om de verdachte toch de ernst van zijn handelen te laten inzien legt de rechtbank ook een onvoorwaardelijke straf op, te weten de taakstraf.

Verder heeft de rechtbank, eveneens ter voorkoming van recidive, de termijn van de proeftijd gesteld op vijf jaren. Zowel de psycholoog als de reclassering adviseert immers een langdurig traject van hulpverlening. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden sluit de rechtbank aan bij die voorwaarden die reeds in het kader van de voorlopige hechtenis aan verdachte zijn gesteld. De ingezette trajecten kunnen derhalve doorlopen en de reclassering kan gedurende een lange periode een vinger aan de pols houden. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarde dat verdachte niet naar het buitenland mag evenwel laten vallen aangezien zij verdachte niet ziet als de klassieke sekstoerist.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

  1. houden aan de aanwijzingen en richtlijnen van de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte ambulante therapieën of behandelingen dient te ondergaan;

  2. geen enkel contact opnemen met kinderen (niet zijnde zijn familieleden), tenzij één van de ouders of een volwassene aan wie de zorg voor die kinderen is toevertrouwd, hierbij aanwezig is;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. M.B. Bax en

mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 oktober 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 te San Jose del Monte en/of elders op de Filippijnen, met een persoon (meisje) genaamd [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] , geboren op 4 juli 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd , immers heeft hij verdachte

- [slachtoffer] één of meerdere keren getongzoend, althans zijn tong in de mond van [slachtoffer]

geduwd of gebracht en/of

  • -

    [slachtoffer] één of meerdere keren op de lippen gezoend en/of

  • -

    één of meerdere keren de vagina van [slachtoffer] , althans haar geslachtsdelen of haar

schaamstreek gezoend en/of aangeraakt met zijn mond en/of tong en/of

- [slachtoffer] één of meerdere keren (onzedelijk) betast door over haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar schaamstreek te wrijven en/of haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar schaamstreek, aan te raken met zijn handen en/of vingers

terwijl deze [slachtoffer] op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 4 juli 2011 tot en met 3 juli 2012 in een kerk (Beautiful Church of Isaac) te Balara (in Quezon City) en/of elders op de Filippijnen, door een of meer feitelijkheden een meisje genaamd [slachtoffer]

(roepnaam [slachtoffer] , geboren op 4 juli 1997) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam, door

- die [slachtoffer] , ver van huis, mee te nemen naar een kerk in een haar onbekende omgeving

en aldaar de nacht met haar door te brengen en/of

  • -

    die [slachtoffer] aldus in een situatie te brengen waaraan zij zich niet kon onttrekken en/of

  • -

    (vervolgens) één en/of meerdere keren over haar vagina, althans haar geslachtsdelen of

haar schaamstreek te wrijven en/of haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar schaamstreek aan te raken met zijn handen en/of vingers en/of

- één of meerdere keren zijn vinger(s) in haar vagina te brengen en/of tussen haar schaamlippen te duwen en/of

- die [slachtoffer] één of meerdere keren zijn, verdachtes, penis te laten vasthouden en/of aan te raken,

terwijl deze [slachtoffer] op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 4 juli 2011 tot en met 3 juli 2012 in een kerk (Beautiful Church of Isaac) te Balara (in Quezon City) en/of elders op de Filippijnen, met een persoon (meisje) genaamd [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] , geboren op 4 juli 1997), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die

van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door

- één en/of meerdere keren over haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar

schaamstreek te wrijven en/of haar vagina, althans haar geslachtsdelen of

- één of meerdere keren met zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen te

gaan en/of

- die [slachtoffer] één of meerdere keren zijn, verdachtes, penis te laten vasthouden en/of aan te raken,

terwijl deze [slachtoffer] op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 4 juli 2011 tot en met 3 juli 2012 in een kerk (Beautiful Church of Isaac) te Balara (in Quezon City) en/of elders op de Filippijnen, met een persoon (meisje) genaamd [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] , geboren op 4 juli 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte,

- één en/of meerdere keren over haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar schaamstreek gewreven en/of haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar schaamstreek aangeraakt met zijn handen en/of vingers en/of

- één of meerdere keren zijn vinger(s) in haar vagina gebracht en/of tussen haar schaamlippen geduwd en/of

- die [slachtoffer] één of meerdere keren zijn, verdachtes, penis laten vasthouden en/of aan laten raken,

terwijl deze [slachtoffer] op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2012 tot en met 4 november 2012 te Olongapo en/of elders op de Filippijnen, met een persoon (meisje) genaamd [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] , geboren op 4 juli 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij verdachte

  • -

    [slachtoffer] één of meerdere keren op de lippen en/of elders op haar lichaam gezoend en/of

  • -

    één of meerdere keren (over haar kleding heen) over de vagina van die [slachtoffer] , althans

haar geslachtsdelen of haar schaamstreek gewreven en/of haar vagina, althans haar geslachtsdelen of haar schaamstreek, aangeraakt met zijn handen en/of vingers,

terwijl deze [slachtoffer] op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702557-13

Proces-verbaal van de openbare zitting van 13 oktober 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats en datum] ,

wonende te [adres] .

Raadsvrouw is mr. F.W. Oehlen, advocaat, kantoorhoudende te Beek.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2013016834, gesloten d.d. 20 mei 2014, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 479.

2 ECLI:NL:HR:2013:1158.

3 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 september 2015.

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , d.d. 18 oktober 2013, dossierpagina 355.

5 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , d.d. 18 oktober 2013, dossierpagina 340 en 341.

6 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 september 2015.

7 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] , d.d. 7 oktober 2013, dossierpagina 360, 361, 362.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] , d.d. 21 oktober 2013, dossierpagina 409 en 410.

9 Idem, dossierpagina 411.

10 Het verhoor van getuige [getuige 3] , d.d. 21 oktober 2013, dossierpagina 335, 336.

11 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] , d.d. 22 oktober 2013, dossierpagina 366.