Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:8501

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
03/659245-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval Domino's Pizza Weert

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659245-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 oktober 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum en plaats] ,

wonende te [adres en woonplaats] ,

thans gedetineerd [detentieadres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.A.M. van Hoef, advocaat, kantoorhoudende te Venray.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 september 2015. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte een roofoverval op een pizzeria heeft gepleegd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezenverklaard. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft bekend dat hij de overval heeft gepleegd en dat hij daarbij gebruik heeft gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit bewezenverklaard kan worden, gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de verklaringen van de aangevers/getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . De raadsman heeft verder aangevoerd dat verdachte het feit heeft gepleegd vanwege een obsessieve drang om van zijn schulden af te komen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Daar de verdachte ter terechtzitting heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen:

- de verklaringen van aangever [getuige 1]2;

- de verklaringen van getuige [getuige 2]3;

- de verklaring van [getuige 3]4;

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 25 september 20155.

De raadsman heeft ter zitting wel nog bepleit dat er geen sprake is geweest van ‘inklimming’ en dat dit onderdeel derhalve niet kan worden bewezenverklaard. De rechtbank is gebleken dat er inderdaad geen sprake is geweest van inklimming, nu verdachte de pizzeria binnen is gekomen door een deur die open stond. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit onderdeel van de tenlastelegging (partieel) vrijspreken. De rechtbank zal verdachte tevens (partieel) vrijspreken van het plegen van de overval op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , aangezien deze beide personen zich ten tijde van de overval in een andere ruimte bevonden en geen (rechtstreeks) slachtoffer waren van de diefstal noch van de bedreiging met geweld.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 31 mei 2015 in de gemeente Weert met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 1605 euro), toebehorende aan [getuige 3] , welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [getuige 1] en [getuige 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

- het dreigend roepen: "Dit is een overval" en "Dit is geen grap, dit is een overval, geef het geld" en "Draai je om, niet kijken, dit is geen grap" en "Waar is het geld, waar is het geld" en "En niks zeggen hiervan" en

- het richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op voornoemde [getuige 1] en [getuige 2] en het tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan voornoemde [getuige 1] en [getuige 2] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens heeft zij verzocht verdachte onder begeleiding van de reclassering te stellen en hem de bijzondere voorwaarden op te leggen die de reclassering heeft geadviseerd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat verdachte een blanco strafblad heeft, normaliter geen agressief persoon is en meteen hulp heeft gezocht om te werken aan zijn problemen. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie geformuleerde eis te hoog is en hij heeft de rechtbank in overweging gegeven geen gevangenisstraf op te leggen die de duur van 2 jaar overstijgt en dat van de op te leggen gevangenisstraf een groot gedeelte voorwaardelijk zou moeten worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een afhaalpizzeria. Verdachte heeft ervoor gekozen om de pizzeria te overvallen waar hij eerder heeft gewerkt als assistent manager. Na een conflict is verdachte uit zijn functie ontslagen. Hij geeft aan dat in de maanden na zijn ontslag zijn relatie verbroken werd, hij ging gokken, drugs ging gebruiken en hij in de financiële problemen is gekomen. Verdachte heeft naar eigen zeggen voor een bedrag van ongeveer € 5.000,- aan schulden opgebouwd. Omdat hij niet meer bij andere mensen durfde te vragen om geld, bedacht hij een manier om snel geld te "verdienen". Hij wist exact op welk tijdstip de dagopbrengst geteld zou worden, was ervan op de hoogte waar het geld opgeborgen werd en hij wist hoe hij het pand binnen kon komen zonder door de aanwezige camera’s opgenomen te worden. Hij plande de overval, met deze informatie in zijn achterhoofd. De verdachte heeft de overval vervolgens gepleegd, gemaskerd, met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Verdachte is met het nepvuurwapen de pizzeria binnengelopen en heeft dit nepvuurwapen gericht op - dan wel in ieder geval getoond - aan de op dat moment aanwezige personeelsleden, te weten zijn ex-collega’s. Verdachte heeft het slachtoffer [getuige 1] onder bedreiging van het nepvuurwapen gevraagd waar het geld was. [getuige 1] geeft aan dat hij daardoor in shock of in trance is geraakt en dat hij heel stil is blijven zitten, met zijn handen op zijn achterhoofd, om verdachte geen aanleiding te geven om te schieten. Ook op [getuige 2] heeft verdachte het nepvuurwapen gericht. Verdachte heeft daarna het geldbedrag van € 1605,- buitgemaakt. Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor de slachtoffers een bijzonder akelige ervaring moet zijn geweest. Dat het voor de medewerkers van de pizzeria die hier het slachtoffer van waren, een angstige ervaring is geweest, blijkt ook uit hun verklaringen in het dossier. Hierbij heeft verdachte kennelijk op dat moment niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van mensen die hij goed kende en met wie hij een werkrelatie had gehad, te proberen op deze manier snel aan geld te komen. De rechtbank rekent het de verdachte overigens aan dat hij, buiten de financiële motivatie om het feit te plegen, uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij het feit ook heeft gepleegd om wraak te nemen op zijn ex-werkgever.

De rechtbank weegt vervolgens in het voordeel van verdachte mee dat verdachte nooit eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het reclasseringsadvies dat is uitgebracht op 22 september 2015, waarin geconcludeerd wordt dat het recidiverisico ingeschat wordt als laag en dat er tevens een laag risico is op onttrekken aan de voorwaarden. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarbij adviseert de reclassering de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:

- Meldplicht

Betrokkene moet zich binnen drie dagen na zijn vrijlating melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- Drugsverbod

Betrokkene wordt verboden om drugs te gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urinecontroles.

- Andere voorwaarden het gedrag betreffende

Betrokkene wordt verplicht om deel te nemen aan de Leefstijltraining, indien de reclassering dit gedurende het toezicht noodzakelijk acht.

Gelet op het advies en de indruk die de rechtbank verder uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting van de verdachte heeft gekregen, is ook de rechtbank van oordeel dat verdachte begeleiding van de reclassering nodig heeft, alsmede oplegging van de voorgestelde bijzondere voorwaarden.

Alles overziend zou de rechtbank normaal gesproken de eis van de officier van justitie passend vinden, doch gelet op de jonge leeftijd van verdachte, zijn blanco strafblad en zijn persoonlijke omstandigheden, zal de rechtbank verdachte een iets lage straf opleggen.

Alles afwegende veroordeelt de rechtbank verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het voorwaardelijke gedeelte van de straf maakt intensieve begeleiding door Reclassering Nederland, dan wel een soortgelijke instelling, mogelijk.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt de verdachte voor het feit tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

a. Meldplicht: de veroordeelde dient zich na het uitzitten van zijn straf binnen drie dagen te melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

b. Drugsverbod: de veroordeelde wordt verboden om drugs te gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urinecontroles;

c. Andere voorwaarden het gedrag betreffende: de veroordeelde wordt verplicht om deel te nemen aan de Leefstijltraining, indien de reclassering dit gedurende het toezicht noodzakelijk acht;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. W.A.M. de Loo en mr. J.M.G. Gunsing, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 oktober 2015.

Mr. J.M.G. Gunsing is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 31 mei 2015 in de gemeente Weert met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 1605 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Domino's Pizza Weert en/of [getuige 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft/hebben bestaan uit - het dreigend roepen: "Dit is een overval" en/of "Dit is geen grap, dit is een overval, geef het geld" en/of "Draai je om, niet kijken, dit is geen grap" en/of "Waar is het geld, waar is het geld" en/of "En niks zeggen hiervan" en/of - het richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op voornoemde [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659245-15

Proces-verbaal van de openbare zitting van 9 oktober 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren [geboortedatum en plaats] ,

wonende te [adres en woonplaats] ,

gedetineerd [detentieadres] .

Raadsman/vrouw is mr. P.A.M. van Hoef, advocaat, kantoorhoudende te Venray.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig. Ter terechtzitting van 25 september 2015 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg Districtsrecherche Noord en Midden Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2015101073, gesloten d.d. 3 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 114.

2 Processen-verbaal van aangifte door [getuige 1] , pagina 35 tot en met 39 en 40 en 41.

3 Processen-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pagina 45 tot en met 49 en 50 en 51.

4 Proces-verbaal van het verhoor van benadeelde [getuige 3] , pagina 42 tot en met 44.

5 Proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 25 september 2015.