Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:8474

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-10-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
4267966 CV EXPL 15-6329
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot ontruiming huurwoning afgewezen. Op grond van de conclusie van het Openbaar Ministerie (art. 42,tweeede lid jo. 44, eerste lid Rv) niet aannemelijk dat huurder dan wel van zijnentwege in de woning verblijvende derden overlast hebben veroorzaakt of vanuit de woning in verdovende middelen hebben gehandeld, dan wel dat thans nog doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 4267966 CV EXPL 15-6329

Vonnis in kort geding van 8 oktober 2015

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.W. Janssen,

tegen:

[naam bewindvoerder] ,

als bewindvoerder werkzaam ten kantore van

BUREAU INKOMENSBEHEER B.V.,

kantoor houdende te Hoensbroek,

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van

[onderbewindgestelde] (geboren op [geboortedatum] ),

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. D.M. Gijzen.

Partijen zullen hierna [eiser] , [onderbewindgestelde] en [gedaagde] q.q. genoemd worden.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het procesverloop tot 29 juli 2015 blijkt uit het tussenvonnis van die datum.

Het procesverloop daarna blijkt uit:

  • -

    de brieven van de griffier van 28 september 2015

  • -

    de conclusie van het Openbaar Ministerie van 6 oktober 2015

  • -

    de brieven van de griffier van 7 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

Ontruiming woning

2.1.

Ter beoordeling resteert nog of [onderbewindgestelde] dan wel van zijnentwege in de woning verblijvende derden overlast hebben veroorzaakt dan wel veroorzaken aan omwonenden ofwel handelsactiviteiten hebben ontplooid dan wel ontplooien ter zake van verdovende middelen.

2.2.

Bij het tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat [eiser] zijn stellingen omtrent (druggerelateerde) overlast slechts summier heeft onderbouwd. Met instemming van partijen is het Openbaar Ministerie verzocht om een conclusie te nemen inzake overlastsituaties op het adres [adres] te [woonplaats] .

2.3.

Op grond van de conclusie van het Openbaar Ministerie acht de kantonrechter het niet (in de voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste mate) aannemelijk dat [onderbewindgestelde] dan wel van zijnentwege in de woning verblijvende derden overlast hebben veroorzaakt of vanuit de woning in verdovende middelen hebben gehandeld, dan wel dat thans nog doen. Blijkens de conclusie zijn in de politiesystemen geen (druggerelateerde) overlast meldingen geregistreerd. Daarnaast heeft de heer [naam wijkagent] , wijkagent te Kerkrade, aan de Officier van Justitie bevestigd dat hem ook geen overlast meldingen in vorenbedoelde bekend zijn. Anders dan [eiser] ter mondelinge behandeling heeft betoogd, kan er in dit kort geding dan ook niet vanuit worden gegaan dat [onderbewindgestelde] , naast het tekortschieten in zijn verplichting tot klein onderhoud, verder tekort is geschoten in zijn huurdersverplichtingen.

2.4.

De kantonrechter heeft bij het tussenvonnis al overwogen en beslist dat het enkele feit dat [onderbewindgestelde] tekort is geschoten in zijn verplichting tot klein onderhoud, niet het oordeel rechtvaardigt dat de vordering tot ontruiming in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat daarop in kort geding kan worden vooruit gelopen. In het licht van het voorgaande dient de vordering tot ontruiming dan ook te worden afgewezen.

Proceskosten

2.5.

[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde] q.q. worden tot op heden begroot op € 600,- aan salaris gemachtigde.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de gevorderde veroordeling tot ontruiming af,

3.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] q.q. tot op heden begroot op een bedrag van € 600,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken.

type: NG