Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:8075

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
4404256\CV EXPL 15-8154
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, huurachterstand meer dan drie maanden, spoedeisend belang particuliere verhuurder die van zijn inkomsten afhankelijk is om aan zijn eigen verplichtingen te voldoen, tekortkoming in de nakoming van de basale verplichting van de huurder tot tijdige betaling van de huurprijs. Posttraumatische stress-stoornis, een persoonlijke omstandigheid die de verhuurder niet regardeert, leidt niet tot een ander oordeel. Veroordeling tot ontruiming en voldoening van de huurachterstand, evenals buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 4404256 \ CV EXPL 15-8154

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 24 september 2015

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend [adres 1] ,

[woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. A.J.J. Kreutzkamp,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres 2] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. S.L.R. Hensen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 september 2015,

- de brief van [eiser] van 9 september 2015 met producties 1 t/m 5
- de brief van [gedaagde] van 9 september 2015 met drie producties,
- de e-mail van [eiser] van 10 september 2015 houdende akte vermeerdering van eis,

- de mondelinge behandeling van 14 september 2015, beide partijen met hun gemachtigden zijn verschenen,
- de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] verhuurt op grond van de huurovereenkomst van 11 augustus 2011 sinds 15 augustus 2011 aan [gedaagde] de zelfstandige woonruimte (“studio”) aan de [adres 2] , te [woonplaats] .

2.2.

In de huurovereenkomst is bepaald:

4.3

De huurprijs en het voorschot op de vergoeding voor levering en diensten zijn bij vooruitbetaling verschuldigd, steeds te voldoen voor of op de eerste werkdag van de periode waarop de betaling betrekking heeft.

4.4

De betaalperiode per maand bedraagt:

De huurprijs € 300,00

Overige leveringen en diensten € 60,00

Zodat de huurder in totaal heeft te voldoen € 360,00

2.3.

De maandelijks verschuldigde prijs bedraagt thans € 390,--.

2.4.

[gedaagde] heeft in het verleden de huur regelmatig niet tijdig betaald en thans bestaat een huurachterstand.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert - na vermeerdering van eis - dat de voorzieningenrechter [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal veroordelen:

a. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de studio met alle zich daarin van zijnentwege personen en zaken te ontruimen en te verlaten, alsmede onder afgifte der sleutels en al hetgeen daartoe verder behoort ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,

b. tot betaling van € 1.285,-- aan huurachterstand te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata van de huurbetaling tot aan de dag der algehele voldoening,

c. tot betaling van € 190,- voor iedere maand dat [gedaagde] vanaf 15 september 2015 in gebreke blijft de studio ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,

d. tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 175,--,

e. tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf veertien dagen na datum vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Aan zijn vorderingen legt [eiser] ten grondslag dat [gedaagde] , door het niet betalen van € 415,-- aan achterstallige huur over de jaren 2013 en 2014, een deel van de maandelijkse huur over juni 2015 ad € 90,-- en de totale huur over de maanden juli en augustus 2015 ad € 390,-- per maand, tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Deze betalingsachterstand van meer dan drie maanden rechtvaardigt in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst en, daarop vooruitlopend, de veroordeling tot ontruiming in kort geding. Mede gelet op de mededeling van [gedaagde] dat hij niet van plan is om verder te betalen, stelt [eiser] daarbij spoedeisend belang te hebben.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij betwist gedeeltelijk de huurachterstand: deze bedraagt over de jaren voor 2015 slechts € 300,-- en partijen hebben afgesproken dit bedrag te verrekenen met de waarborgsom. Hij is een aantal malen door zijn persoonlijke omstandigheden niet in staat geweest de gehele huur te betalen en hij heeft daarvan aan [eiser] mededeling gedaan; [eiser] dient hier in redelijkheid rekening mee te houden..

4 De beoordeling

4.1.

De vordering tot betaling van de maandelijks verschuldigde huurpenningen, zeker van een particuliere verhuurder die van deze inkomsten afhankelijk is om aan zijn eigen verplichtingen te voldoen, is naar zijn aard spoedeisend.

4.2.

[gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de € 115,-- die [eiser] bij akte vermeerdering van eis heeft gevorderd bovenop de € 300,-- huurachterstand tot en met 2014. Hij stelt dit bedrag niet verschuldigd te zijn omdat hij over de periode 15 augustus tot 15 september 2013 de huur in twee gedeelten heeft betaald: een gedeelte contant en een gedeelte ad € 175,-- per bank. [eiser] betwist dat hij destijds een bedrag contant heeft ontvangen. Nu [gedaagde] noch een bankafschrift heeft overgelegd van het deel dat hij per bank heeft betaald, noch een kwitantie of enig ander bewijs waaruit de contante betaling blijkt, wordt dit verweer gepasseerd en staat de verschuldigdheid van deze € 115,-- vast. [gedaagde] stelt voorts over de € 300,-- met [eiser] de afspraak heeft gemaakt dat dit bedrag wordt verrekend met de waarborgsom. [eiser] heeft deze afspraak gemotiveerd betwist. Nu [gedaagde] geen begin van bewijs van de gestelde afspraak heeft geleverd of aangeboden te leveren, faalt dit verweer. De € 870,-- aan huurachterstand over 2015 heeft [gedaagde] erkend. De vordering tot betaling van € 1.285,-- wordt derhalve toegewezen, met de wettelijke rente (die door het enkele verzuim om tijdig te betalen verschuldigd wordt) als gevorderd.

4.3.

Krachtens artikel 6:265 lid 1 BW rechtvaardigt elke tekortkoming in de nakoming van zijn contractuele verplichting door de ene partij de (vordering tot) ontbinding van de overeenkomst door de andere partij. Aannemelijk is daarom dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden. Gegeven het spoedeisend belang van [eiser] , mede gelegen in zijn gerechtvaardigde wens om de studio te verhuren aan een ander die wel tijdig de huur betaalt, is het gerechtvaardigd daarop vooruit te lopen door [gedaagde] thans te veroordelen tot ontruiming.

4.3.1.

Het voorgaande kan krachtens art. 6:265 BW anders zijn als de tekortkoming van [gedaagde] , gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen (ontruiming) niet rechtvaardigt. Die situatie doet zich niet voor. De huurachterstand is gezien de omvang niet van geringe betekenis en de tekortkoming - die de basale verplichting van de huurder tot tijdige betaling van de huurprijs betreft - is evenmin van bijzondere aard. Dat [gedaagde] (onbetwist) aan een ernstige posttraumatische stressstoornis lijdt en zijn hulpverleners van mening zijn dat hij belang heeft bij een stabiele leefsituatie op het gebied van wonen, hulpverlening en sociaal netwerk, leidt niet tot een ander oordeel. Deze persoonlijke omstandigheden, hoe betreurenswaardig ook, regarderen [eiser] niet en kunnen aan zijn vorderingsrecht niet afdoen. Hetzelfde geldt voor de financiële situatie van [gedaagde] .

4.4.

Vanzelfsprekend is [gedaagde] de huurprijs, althans krachtens artikel 7:225 BW een vergoeding voor het feitelijk gebruik, verschuldigd tot het einde van de maand waarin hij het gehuurde zal hebben ontruimd. Die vordering, van € 190,-- per maand, is derhalve eveneens toewijsbaar.

4.5.

[eiser] maakt tot slot aanspraak op € 175,-- aan buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten is van toepassing nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De vordering wordt toegewezen, nu [gedaagde] kosteloos is aangemaand conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW en de berekening van het bedrag in overeenstemming is met Besluit.

4.6.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiser] , welke worden begroot op:

dagvaarding € 96,16

griffierecht € 221,00

salaris gemachtigde € 600,00

totaal € 917,16

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] de studio gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats] , met alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en zaken binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten, alsmede onder afgifte der sleutels en al hetgeen daartoe verder behoort ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.285,00 aan huurachterstand, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata van huurbetaling tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 190,-- voor iedere maand dat hij vanaf
15 september 2015 in gebreke blijft de studio ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 175,-- aan buitengerechtelijke kosten,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de van [eiser] proceskosten van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 917,16, bij gebreke van eerdere betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken.

EvdP