Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:806

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-02-2015
Datum publicatie
02-02-2015
Zaaknummer
03/700471-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cashtripping in Maastricht: verdachte en zijn medeverdachte worden veroordeeld wegens het manipuleren van geldautomaten met het doel om anderen te bestelen. De slachtoffers hebben hierdoor geen geld ontvangen als ze pinden. Gelet op de ernst van het feit wordt aan verdachte en zijn medeverdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/700471-14

Datum uitspraak : 2 februari 2015

Tegenspraak overeenkomstig artikel 279 Wetboek van Strafvordering

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

19 januari 2015. Op deze zitting heeft de rechtbank gehoord de officier van justitie en de gemachtigde raadsvrouw van verdachte, mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

geprobeerd heeft geld te stelen uit een geldautomaat (feit 1) en geld heeft gestolen uit geldautomaten (feiten 2, 3, 4, 5 en 6).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich daarbij op de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft algehele vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat zich voor de ten laste gelegde feiten 1, 2, 4 en 5 onvoldoende wettig bewijs in het dossier bevindt, terwijl voor de ten laste gelegde feiten 3 en 6 onvoldoende overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

ING Bank

De ING Bank heeft onderzoek gedaan aan de twee ING geldautomaten, bij de ING geregistreerd onder het adres Maastrichter Brugstraat 5 te Maastricht.2 De uitgiftepunten van de automaten liggen aan de Vissersmaas te Maastricht.3 Uit onderzoek bleek dat op 9, 18 en 20 augustus 2014 meerdere ‘cashtrapping’ incidenten hebben plaatsgevonden bij deze geldautomaten. Bij cashtrapping wordt een (aluminiumkleurige) strip voor de gelduitgiftemond van de geldautomaat bevestigd. De binnenkant van de strip is voorzien van een sterke lijmlaag. Op het moment dat een klant van de bank geld probeert te pinnen, plakt het geld vast aan deze lijmlaag. Vanaf de buitenzijde lijkt het alsof er geen geld uit de automaat komt. Wanneer de klant vervolgens weg gaat, wordt de strip met de daaraan vastgeplakte bankbiljettenweer verwijderd.4 De geldautomaat gaat automatisch buiten

gebruik nadat deze gemanipuleerd is. Na enige tijd reset de automaat zichzelf, waarna deze

weer gebruikt kan worden.5

9 augustus 2014

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan. Hij verklaarde dat hij op 9 augustus 2014, omstreeks 18.50 uur, € 30,00 wilde pinnen bij de linker ING geldautomaat op de Maastrichter Brugstraat te Maastricht. [slachtoffer 1] ontving echter geen geld uit de automaat, terwijl dit geld wel afgeschreven bleek te zijn van zijn bankrekening. [slachtoffer 1] zag dat de geldautomaat waarbij hij had gepind, er anders uitzag dan de rechter geldautomaat.6

[slachtoffer 2] heeft ook aangifte gedaan. Zij wilde op 9 augustus 2014, omstreeks 19.30 uur pinnen. [slachtoffer 2] kon niet pinnen bij de linker ING geldautomaat, omdat deze aangaf dat er een storing was en heeft vervolgens € 70,00 gepind bij de rechter ING geldautomaat. Hoewel zij het apparaat hoorde tellen, ging het geldluikje niet open en kwam er geen geld uit de geldautomaat. De inmiddels ter plaatse gekomen politie trok een plaat weg die over de originele plaat was geplakt. In de uitgiftegleuf van de geldautomaat werd papiergeld aangetroffen en er kleefde papiergeld aan de plaat - in totaal € 70,00. [slachtoffer 2] heeft het geld vervolgens ontvangen van de politie. 7

Diezelfde dag, omstreeks 21.05 uur, probeerde [slachtoffer 3] te pinnen bij de rechter ING geldautomaat aan de Maastrichter Brugstraat te Maastricht. [slachtoffer 3] controleerde de automaat toen hij geen geld ontving. Hij zag toen dat er een strip over de uitgiftemond van de geldautomaat was bevestigd en heeft deze strip losgetrokken, waarna hij zag dat het door hem gepinde geld aan deze strip plakte. [slachtoffer 3] heeft deze strip vervolgens aan de politie overhandigd,8 deze nam de strip in beslag.9

18 augustus 2014

Op 18 augustus 2014 kreeg de politie naar aanleiding van een telefonische melding van 18.51 uur, opdracht naar de Vissermaas te Maastricht te gaan, waar geprobeerd was een geldautomaat te manipuleren. Ter plaatse verklaarde [slachtoffer 4] dat hij net had geprobeerd geld te pinnen uit de rechter ING geldautomaat. Hoewel hij de automaat hoorde tellen, kwam er geen geld uit de automaat en verscheen er vervolgens een melding dat het apparaat buiten werking was. [slachtoffer 4] zag toen dat voor de gelduitgiftemond een aluminium strip was geplakt. Het lukte [slachtoffer 4] om de strip los te krijgen, daarna zag hij dat het door hem gepinde geld aan de binnenzijde van deze strip zat geplakt.10 Deze strip werd in beslag genomen.11 Getuige [getuige 1], die bij [slachtoffer 4] stond, verklaarde dat zich twee mannen nabij de geldautomaat bevonden die korte tijd bij de geldautomaat bleven staan op het moment dat de strip werd ontdekt. Zij hadden opvallend veel aandacht voor de geldautomaten. Daarna liepen de mannen via Het Bat, de Maastrichter Brugstraat en de Kleine Stokstraat - feitelijk om het pand waarin de automaten waren geplaatst - weer terug naar de Vissersmaas. Beide mannen waren volgens [slachtoffer 4] blank en hadden opgeschoren haar en leken afkomstig te zijn uit het Oostblok. Een man droeg een lichtblauwe trui en een spijkerbroek en had een tribal tatoeage in zijn nek.12

[slachtoffer 5] heeft aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij op 18 augustus 2014, omstreeks 19.54 uur, € 30,00 wilde pinnen bij de ING geldautomaat op de Maastrichter Brugstraat te Maastricht. [slachtoffer 5] hoorde dat de automaat een ratelend geluid maakte, maar het gelduitgifteklepje ging niet open. Vervolgens gaf de automaat de melding “buiten gebruik”. Het geld werd wel van haar rekening afgeschreven.13

De politie heeft camerabeelden afkomstig van zich in de binnenstad van Maastricht bevindende bewakingscamera’s van 18 augustus 2014 bekeken. Daarop is te zien dat twee personen die voldeden aan het door [getuige 1] opgegeven signalement omstreeks 18.57 uur vanaf de Kesselskade in de richting van de kruising Kesselskade/Maastrichter Brugstraat/Het Bat/Vissermaas liepen. Omstreeks 19.06 uur liepen deze personen vanaf de Vissersmaas de Maastrichter Brugstraat in.14

20 augustus 2014

[slachtoffer 6] heeft aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij op 20 augustus 2014, omstreeks 19.51 uur, geld wilde pinnen bij de geldautomaat van de ING Bank aan de Maastricht Brugstraat te Maastricht. [slachtoffer 6] heeft geprobeerd € 50,00 te pinnen. Zij hoorde de betaalautomaat wel ratelen echter de klep van de automaat ging niet open en [slachtoffer 6] ontving geen geld. Het gepinde bedrag werd wel van haar rekening afgeschreven.15

[slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] hebben ook aangifte gedaan. Zij verklaarden dat zij ook op 20 augustus 2014, respectievelijk om 20.00 uur en 20.23 uur, respectievelijk € 70,00 en

€ 50,00 wilden pinnen bij de hiervoor genoemde geldautomaat, maar geen geld ontvingen. Het geld werd wel van hun rekening afgeschreven.16

[getuige 2] werd als getuige gehoord. Hij verklaarde dat hij op 20 augustus 2014, omstreeks 20.00 uur, zag dat een man geld wilde pinnen bij de geldautomaat van de ING Bank. Deze man vertelde [getuige 2] niet veel later dat hij hoorde dat de automaat geld telde, maar geen geld uitgaf. De mensen die geld wilden pinnen bij de tweede geldautomaat daarnaast, hadden volgens deze man dezelfde problemen. [getuige 2] zag niet veel later twee onbekende mannen bij de linker geldautomaat staan. Beide mannen hadden hun haren in hun nek opgeschoren. Op dat moment had [getuige 2] al gezien dat de geldautomaat de melding gaf buiten gebruik te zijn.17 De mannen bleven ongeveer 50 seconden voor deze linker automaat staan en het leek alsof ze aan het pinnen waren. Vervolgens liepen de mannen weg. Ongeveer 5 of 10 minuten daarna zag [getuige 2] dat beide mannen voor de rechter geldautomaat stonden, weer alsof ze aan het pinnen waren, en daarna wegliepen. Later zag hij dat beide geldautomaten buiten gebruik waren.18

[slachtoffer 9] heeft verklaard dat hij op 20 augustus 2014, omstreeks 19.00 uur, twee onbekende mannen met een kale nek bij de ING geldautomaten zag staan.19 Eerst stonden de mannen zeker 5 minuten heel dichtbij de linker geldautomaat, waarna ze vervolgens wegliepen. Na ongeveer 10 of 15 minuten zag [slachtoffer 9] beide mannen weer; ze liepen weer naar de linker geldautomaat en gingen daarbij staan. Ongeveer een half uur later vertelde een klant van het café waar [slachtoffer 9] werkt, dat de geldautomaten niet werkten:20 de klep van de automaat ging niet open.21 Weer wat later zag [slachtoffer 9] de mannen weer bij de geldautomaten staan. Op dat moment waren deze buiten gebruik.22

Op 20 augustus 2014, omstreeks 20.25 uur, kreeg de politie de opdracht om naar de ING geldautomaat te Maastricht te gaan, waarover eerder die dag meldingen van manipulatie waren gedaan. Tijdens een briefing bij de politie was aandacht gevraagd voor twee personen die als verdachte konden worden aangemerkt voor het manipuleren van die ING geldautomaat. Tijdens de briefing werd een afdruk van de camerabeelden van 18 augustus 2014 getoond. Omstreeks 20.30 uur zag de politie twee mannen, die uit de richting van deze ING geldautomaat kwamen, in hun richting lopen. Deze mannen voldeden aan het signalement dat tijdens de briefing was getoond. De politie zag dat een van deze twee personen, naar later bleek verdachte, een tribal tatoeage in zijn nek had. Verdachte en medeverdachte [M.], werden vervolgens aangehouden. Bij controle van de geldautomaat bleek dat zich lijmresten op de gleuf van de gelduitgiftemond bevonden. Verdachte en medeverdachte [M.] droegen ten tijde van hun aanhouding dezelfde kleding als de kleding van de verdachten die te zien zijn op de camerabeelden van 18 augustus 2014.23 Bij verdachte werd in totaal € 80,00 aangetroffen en in beslag genomen.24Bij medeverdachte [M.] werd in totaal € 35,00 aangetroffen en in beslag genomen.25

De politie heeft de camerabeelden van 20 augustus 2014 uitgekeken. Daarop is te zien dat verdachte en medeverdachte [M.] zich in de directe omgeving van de ING automaat ophouden.26

Op de in beslag genomen bankbiljetten bleken zich lijmresten te bevinden. Op 2 van de 4 biljetten die verdachte bij zich had en op 3 van de 4 die [M.] bij zich, bleek lijm te zitten. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft die lijmresten onderzocht, net als de lijmresten op de aluminium strips, die op 9 en 18 augustus 2014 van de geldautomaten werden verwijderd . Uit dat onderzoek bleek dat de lijmresten op de biljetten het beste overeenkomen met lijm die afkomstig is van de strip die op 9 augustus 2014 in beslag is genomen. Hoewel de samenstelling van de lijm van de strip die op 9 augustus 2014 in beslag is genomen afwijkt van de lijm op de andere, op 18 augustus 2014 in beslag genomen strip, lijken beide lijmstrips afkomstig te zijn van dezelfde producent.27

Medeverdachte [M.] heeft verklaard dat hij samen met verdachte op 18 augustus 2014, rond 19.00 uur of 20.00 uur, in Maastricht is geweest. Op 20 augustus 2014 was hij weer met verdachte in Maastricht. Beide keren zijn zij met de trein naar Maastricht gekomen. Verdachte heeft geen bankpas.28 Medeverdachte [M.] heeft ook geen bankpas.29

In de portemonnee van verdachte werd een uitstel van betaling van de NS aangetroffen, waaruit blijkt dat verdachte op 18 augustus 2014 om 17.28 uur werd gecontroleerd in de trein tussen de stations Weert en Roermond op het traject van Eindhoven naar Maastricht en toen geen geldig vervoersbewijs had. Later die avond, om 23.37 uur, werd verdachte in de trein op het traject van Eindhoven naar Den Haag weer gecontroleerd. Hij had toen ook geen geldig vervoersbewijs.30 De politie heeft op basis van deze stukken afgeleid dat verdachte en medeverdachte [M.] op 18 augustus 2014 rond 18.00 uur aankwamen op het station te Maastricht.31

Conclusie

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 1], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] op respectievelijk 9, 18 en 20 augustus 2014 het slachtoffer zijn geworden van cashtrapping. [slachtoffer 2] heeft de strip die op 9 augustus 2014 op de gelduitgiftemond van een van deze geldautomaten was bevestigd, ontdekt en heeft het door haar gepinde geld alsnog ontvangen. Hierdoor is in dat geval slechts sprake is van een poging tot cashtrapping. De vraag die moet worden beantwoord is of verdachte en medeverdachte [M.] betrokken zijn bij deze gevallen van cashtrapping.

Uit de aangiftes van [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] blijkt dat zij op 20 augustus 2014 tussen 19.51 uur en 20.23 uur het slachtoffer zijn geworden van cashtripping toen zij geld wilden opnemen bij de ING geldautomaat aan de Maastrichter Brugstraat/Vissersmaas te Maastricht. Uit de camerabeelden van die dag, in onderlinge samenhang bekeken met de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [slachtoffer 9], leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachte zich voorafgaand aan en nadat de cashtrapping heeft plaatsgevonden bij deze geldautomaat bevonden. Verdachte en zijn medeverdachte hadden hier - ook nadat zij daarnaar gevraagd zijn - geen aannemelijke reden voor: zij beschikken namelijk geen van beiden over een bankpas en kunnen dus niet pinnen. Daarnaast heeft [getuige 2] verklaard dat verdachte en zijn medeverdachte handelingen bij de pinautomaat verrichten nadat de automaat had aangegeven buiten gebruik te zijn. Uit het dossier blijkt dat op geldautomaten die op deze wijze gemanipuleerd worden, de melding “buiten gebruik” verschijnt. Even later zag [getuige 2] verdachte en zijn medeverdachte bij de andere geldautomaat staan, waarna deze kort daarna ook de melding gaf buiten gebruik te zijn. Bovendien werden verdachte en zijn medeverdachte om 20.30 uur, enkele minuten nadat ze blijkens de camerabeelden voor de laatste keer bij de geldautomaat in de buurt waren geweest, aangehouden en werden bij controle van de geldautomaat lijmresten op de gelduitgiftemond aangetroffen.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte degenen waren die de geldautomaat van de ING Bank op 20 augustus 2014 hebben gemanipuleerd, waardoor geld van [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] werd gestolen.

Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte degenen waren die dezelfde geldautomaat van de ING Bank op 9 en 18 augustus 2014 hebben gemanipuleerd. Uit de aangifte van [slachtoffer 5] blijkt dat zij op 18 augustus 2014 omstreeks 19.54 uur het slachtoffer is geworden van cashtrapping toen zij geld wilde opnemen bij de hiervoor genoemde geldautomaat. Uit de camerabeelden van die dag, in onderlinge samenhang bekeken met de verklaring van de getuige [getuige 1], leidt de rechtbank - mede gelet op de kleding die overeenkomt met de kleding die de verdachten op 20 augustus 2014 droegen en de (door de getuige [getuige 1] beschreven) tribal tatoeage in de nek van verdachte - af dat verdachte en zijn medeverdachte zich voorafgaand aan deze cashtrapping in de directe omgeving van de geldautomaat bevonden. Daarnaast blijkt uit de NFI rapportage dat de lijmstrip die op 9 augustus 2014 werd aangetroffen van dezelfde producent afkomstig is als de lijmstrip die op 18 augustus 2014 werd aangetroffen. Bovendien blijkt dat de lijmresten die op de bankbiljetten bij verdachte en [M.] zijn aangetroffen overeenkomen met de lijmstrip die op 9 augustus 2014 in beslag werd genomen.

Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachten zowel op 18 als 20 augustus 2014 net in Maastricht waren aangekomen toen het eerste geval van cashtrapping gemeld werd. Uit de uitstel van betalingsbewijzen valt af te leiden dat de verdachten op 18 augustus 2014 omstreeks 18.00 uur op het station van Maastricht aankwamen. De eerste melding van cashtrapping bij de geldautomaat aan de Vissermaas - een kleine 10 minuten lopen vanaf het station - is om 18.36 uur. Op 20 augustus kunnen de verdachten niet eerder dan omstreeks 19.30 uur op het station in Maastricht geweest zijn waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat zij, blijkens hun eigen verklaring, een deel van de reis met de bus hebben moeten maken. De eerste melding van manipulatie van de ING-automaat die dag dateert van 19.51 uur.

De rechtbank overweegt ten slotte dat de bewezen geachte gedraging kan worden gekwalificeerd als diefstal met een valse sleutel. Art. 90 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat onder valse sleutels worden begrepen alle tot opening van het slot niet bestemde werktuigen. Deze bepaling wordt ruim uitgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank kan een gelduitgifte-opening worden aangemerkt als een slot in de zin van deze bepaling: pas na een succesvolle pintransactie gaat deze open en wordt het opgenomen geldbedrag uitgegeven. Door het plaatsen van een afdekplaatje wordt de werking van dit ‘slot’ zo gemanipuleerd dat het voor de rechthebbende gesloten blijft. Door verwijdering van dit afdekplaatje vindt een ontsluiting plaats van de gelduitgifte-opening en is de dader vervolgens in staat het geldbedrag onder zijn bereik te brengen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1:

op 9 augustus 2014 in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat, weg te nemen een geldbedrag van € 70, toebehorende aan [slachtoffer 2] en zich daarbij dat weg te nemen geld onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met dat oogmerk een afdekplaatje/strip/voorzetstrip voor/tegen de gelduitgiftemond/gleuf van voornoemde geldautomaat hebben geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Ten aanzien van feit 2:

op 9 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van € 30, toebehorende aan

[slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 3:

op 18 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van € 30, toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 4:

op 20 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van € 50, toebehorende aan

[slachtoffer 6], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 5:

op 20 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 70, toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 6:

op 20 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 50, toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

4.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Ten aanzien van feit 2 tot en met 6 (telkens):

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

5 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

6 De oplegging van straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft algehele vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft, samen met zijn mededader geldautomaten gemanipuleerd met het doel om anderen te bestelen. Deze manipulatie bestond uit het aanbrengen van een (aluminium) strip voor de gelduitgiftemond van de geldautomaten. Op het moment dat de nietsvermoedende klanten wilden pinnen, ontvingen zij geen geld: dit bleef namelijk plakken aan de binnenzijde van de door verdachte en zijn medeverdachte aangebrachte strip, waarop een sterke lijm was aangebracht. Nadat de klant weg was, is verdachte, samen zijn mededader naar de geldautomaat gegaan en hebben ze daar de strip verwijderd waaraan het geld zat geplakt. Verdachte is dus, samen met zijn mededader, planmatig en berekenend te werk gegaan. Cashtrapping is een ernstig en hoogst hinderlijk misdrijf dat in het algemeen in georganiseerd verband plaatsvindt, waarmee op sluwe wijze geld wordt gestolen. Iedereen moet erop kunnen vertrouwen dat geldautomaten niet worden gemanipuleerd. Dit vertrouwen wordt ernstig beschadigd door de handelwijze van verdachte en zijn mededader. Daarnaast leidt de bank ook financiële schade door deze handelwijze, omdat zij haar klanten (weliswaar vaak uit coulance) schadeloos stelt.

Cashtrapping is een ernstig en kwalijk strafbaar feit. In het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) is geen oriëntatiepunt vastgesteld voor het bestraffen van cashtrapping. De rechtbank is al met al van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de schade en inbreuk die deze feiten maken op het vertrouwen om bij geldautomaten geld op te kunnen nemen, dermate groot is, dat zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Bij het bepalen van de hoogte van die gevangenisstraf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het wel door het LOVS vastgestelde oriëntatiepunt voor het geld opnemen met een valse bankpas met geskimde gegevens (het zogenaamde skimmen), te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Bewezen is verklaard dat verdachte, samen met zijn mededader, zich vijf keer schuldig heeft gemaakt aan cashtrapping en dat het een keer bij een poging is gebleven. De onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal langer zijn dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank van oordeel is dat de ernst van het bewezenverklaarde en het nadeel dat het bewezenverklaarde bij de slachtoffers heeft veroorzaakt, in de eis van de officier van justitie onvoldoende tot uitdrukking komt.

De rechtbank neem het verdachte zeer kwalijk dat hij zo heeft gehandeld en acht het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie of justitie in Nederland in aanraking is geweest, maakt dat niet anders.

Alles afwegende, acht de rechtbank het passend en geboden dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden onder aftrek van voorarrest, wordt opgelegd.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar.

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 februari 2015, zijnde de griffier buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 09 augustus 2014 in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat, weg te nemen een geldbedrag van in totaal € 70,

in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of ING Bank in elk geval een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met dat oogmerk een afdekplaatje/strip/voorzetstrip voor/tegen de gelduitgiftemond/gleuf van voornoemde geldautomaat heeft/hebben geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 09 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 30, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of ING Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op of omstreeks 18 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 30, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of ING Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

hij op of omstreeks 20 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 50, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of ING Bank, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

5.

hij op of omstreeks 20 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 70, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of ING Bank, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

6.

hij op of omstreeks 20 augustus 2014 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat gelegen aan de Maastrichter Brugstraat heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal € 50, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of ING Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700471-14

Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 2 februari 2015 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsvrouw is mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2441 2014090127 d.d. 10 oktober 2014, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 166 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal aangifte [betrokkene] namens ING Bank d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op de pagina 111 van de doornummering.

3 Het geschrift, te weten het rechtshulpverzoek, d.d. 1 september 2014, als weergegeven op pagina 121 van de doornummering.

4 Proces-verbaal aangifte [betrokkene] namens ING Bank d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 108, 110, 111 en 118 van de doornummering.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014, als weergegeven op pagina 107 van de doornummering.

6 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 13 september 2014, als weergegeven op pagina 128 van de doornummering.

7 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] d.d. 30 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 125 en 126 van de doornummering.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2014, als weergegeven op pagina 133 van de doornummering.

9 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), als weergegeven op pagina 75 van de doornummering en Proces-verbaal d.d. 10 oktober 2014, als weergegeven op pagina 7 van de doornummering.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2014, als weergegeven op pagina 78 van de doornummering.

11 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), als weergegeven op pagina 83 van de doornummering.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 78 en 79 van de doornummering en proces-verbaal verhoor getuige d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op pagina’s 146 en 147 van de doornummering.

13 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 5] d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op pagina 137 van de doornummering.

14 Proces-verbaal d.d. 18 augustus 2014, als weergegeven op pagina 76 van de doornummering.

15 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 6] d.d. 29 augustus 2014, als weergegeven op pagina 148 van de doornummering.

16 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 7] d.d. 10 september 2014, als weergegeven op pagina 150 van de doornummering en Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 8] d.d. 25 september 2014, als weergegeven op pagina 155 van de doornummering.

17 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 21 augustus 2014, als weergegeven op pagina 157 van de doornummering.

18 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 23 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 160 en 161 van de doornummering.

19 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 9] d.d. 21 augustus 2014, als weergegeven op pagina 162 van de doornummering.

20 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 9] d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op pagina 164 van de doornummering.

21 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 9] d.d. 21 augustus 2014, als weergegeven op pagina 162 van de doornummering.

22 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 9] d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op pagina 164 van de doornummering.

23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 84, 85, 86 en 89 van de doornummering.

24 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), als weergegeven op pagina 46 van de doornummering.

25 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), als weergegeven op pagina 73 van de doornummering.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 90 en 91 van de doornummering.

27 Rapport Indicatief vergelijkend onderzoek van lijmresten naar aanleiding van een ‘cash trapping’ op 20 augustus 2014 te Maastricht d.d. 1 december 2014 van het Nederlands Forensisch Instituut, Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 20 oktober 2014, Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), als weergegeven op pagina 83 van de doornummering, Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), als weergegeven op pagina 75 van de doornummering en Proces-verbaal d.d. 10 oktober 2014, als weergeven op pagina 7 van de doornummering.

28 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op pagina 37 van de doornummering.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [M.] d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 67 en 68 van de doornummering.

30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 98 en 104 van de doornummering.

31 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 24 augustus 2014, als weergegeven op pagina 69 van de doornummering.