Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:7790

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-09-2015
Datum publicatie
14-09-2015
Zaaknummer
03/659104-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-Verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde oplichting van meerdere personen, omdat de rechtbank niet vast kan stellen dat zij zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als een medewerkster van een bedrijf dat adverteert voor bedrijven en winkels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659104-14

Verstek

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 september 2015,

in de strafzaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 augustus 2015. Alleen de raadsman van verdachte, mr. S.B.M.A. Engelen, is op deze zitting verschenen. Hij heeft aangegeven niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn de verdediging te voeren. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

meerdere personen heeft opgelicht.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte meerdere personen heeft opgelicht door zich in strijd met de waarheid voor te doen als uitgeefster/medewerkster van een krant/magazine. Hiertoe heeft hij verwezen naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

3.2

Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte wordt verweten dat zij in de periode van 1 november 2013 tot en met

17 maart 2014 in totaal 17 personen heeft opgelicht. Door de steller van de tenlastelegging is de wijze waarop verdachte deze personen heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen, het oplichtingsmiddel, louter omschreven als het zich in strijd met de waarheid voordoen als uitgeefster/advertentieverkoopster of medewerkster van een krant/magazine, genaamd [naam bedrijf 1] .

De rechtbank is van oordeel dat het bewijs ontbreekt dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als uitgeefster/advertentieverkoopster of medewerkster van krant/magazine [naam bedrijf 1] .

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachte in de ten laste gelegde periode personen, veelal ondernemers, heeft benaderd om een advertentie te laten plaatsen in een krant/tijdschrift, [naam bedrijf 1] genaamd. Deze advertenties zouden in april of mei 2014 worden geplaatst. De aangevers hebben vervolgens een geldbedrag aan verdachte betaald. Verdachte is in maart 2014 aangehouden.
Er is geen bewijs dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als uitgeefster/advertentieverkoopster of medewerkster van [naam bedrijf 1] . De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat verdachte geen banden had met dit bedrijf. Verdachte stelt zelf dat zij voor dit bedrijf werkt. Haar echtgenoot heeft bevestigd dat hij samen met zijn vrouw het bedrijf [naam bedrijf 1] heeft en dat dit bedrijf reclame maakt voor bedrijven en winkels. Dat het bedrijf niet ingeschreven staat bij de Duitse Kamer van Koophandel maakt dit niet anders. Bovendien blijkt uit het dossier dat in opdracht van verdachte twee maal eerder daadwerkelijk een blad met advertenties genaamd [naam bedrijf 1] is verschenen, te weten in december 2012 en in september 2013. Dat verdachte in één geval de drukkosten niet betaalde, maakt dit niet anders.

Gelet op het vorenstaande, kan de rechtbank op basis van dit dossier niet uitsluiten dat verdachte daadwerkelijk van plan was een advertentieblad genaamd [naam bedrijf 1] uit te geven, zodra zij voldoende advertenties had ingezameld.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het ten laste gelegd.

4 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

4.1

De vordering van de benadeelde partij

Met betrekking tot de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1]:

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] heeft een vergoeding van de door haar geleden schade gevorderd ten bedrage van € 238,-.

Met betrekking tot de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2]:

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] heeft een vergoeding van de door haar geleden schade gevorderd ten bedrage van € 150,-.

Met betrekking tot de benadeelde partij [naam benadeelde partij 3]:

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 3] heeft een vergoeding van de door haar geleden schade gevorderd ten bedrage van € 119,-.

Met betrekking tot de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4]:

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] heeft een vergoeding van de door haar geleden schade gevorderd ten bedrage van € 196,35.

Met betrekking tot de benadeelde partij [naam benadeelde partij 5]:

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] heeft een vergoeding van de door haar geleden schade gevorderd ten bedrage van € 196,35.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering, nu de verdachte wordt vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Benadeelde partijen

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 september 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 01 november 2013 tot en met 17 maart 2014 in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venray en/of Bergen (L) en/of Beesel en/of Peel en Maas en/of elders in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen een of meer van de hierna genoemde perso(o)n(en) (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, heeft bewogen tot de

afgifte van een hoeveelheid geld, te weten:

1. [naam benadeelde partij 6] ( [bedrijf van benadeelde partij 6] ) tot de afgifte van EURO 150,-

of daaromtrent (pag. 139 e.v.) en

2. [naam benadeelde partij 7] (restaurant [naam restaurant benadeelde partij 7] ) tot de afgifte van EURO 100,- of

daaromtrent (pag. 203 e.v.) en

3. [naam benadeelde partij 8] ( [naam gasterie benadeelde partij 8] ) tot de afgifte van EURO 119,- of

daaromtrent (pag. 209 e.v.) en

4. [naam benadeelde partij 9] (restaurant [naam restaurant benadeelde partij 9] ) tot de afgifte van EURO 196,36 of

daaromtrent (pag. 215 e.v.) en

5. [naam medew benadeelde partij 1] (restaurant [naam benadeelde partij 1] ) tot de afgifte van EURO 238,- of

daaromtrent (pag. 221 e.v.) en

6. [naam benadeelde partij 10] (B&B, [naam B&B] ) tot de afgifte van

EURO 119,- of daaromtrent (pag. 228 e.v.) en

7. [naam benadeelde partij 11] ( [naam manege] ) tot de afgifte van EURO 196,35

of daaromtrent (pag. 235 e.v.) en

8. [naam benadeelde partij 12] ( [naam benadeelde partij 2] ) tot de afgifte van EURO 200,- of

daaromtrent (pag. 239 e.v.) en

9. [naam benadeelde partij 3] ( [naam benadeelde partij 3] ) tot de afgifte van EURO 119,- of

daaromtrent (pag. 245 e.v.) en

10. [naam benadeelde partij 13] ( [naam camping] ) tot de afgifte van EURO 119,- of

daaromtrent (pag. 253 e.v.) en

11. [naam medewerker benadeelde partij 4] ( [naam benadeelde partij 4] ) tot de afgifte van

EURO 196,35 of daaromtrent (pag. 257 e.v.) en

12. [naam benadeelde partij 14] ( [naam camping 2] ) tot de afgifte van EURO 196,35 of

daaromtrent (pag. 263 e.v.) en

13. [naam benadeelde partij 15] (restaurant [naam restaurant] ) tot de afgifte van EURO 119,- of

daaromtrent (pag. 273 e.v.) en

14. [naam benadeelde partij 16] (café De Troubadour) tot de afgifte van EURO 196,35 of

daaromtrent (pag. 279 e.v.) en

15. [naam benadeelde partij 17] (Camping [naam camping 3] ) tot de afgifte van EURO 196,35 of

daaromtrent (pag. 288 e.v.) en

16. [naam benadeelde partij 18] ( [naam benadeelde partij 5] ) tot de afgifte van EURO 196,35 of

daaromtrent (pag. 315 e.v.) en

17. [naam benadeelde partij 19] (café [naam cafe] ) tot de afgifte van EURO 119,- of

daaromtrent (pag. 322 e.v.)

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als

uitgeefster/advertentieverkoopster/medewerkster van een krant/magazine (genaamd [naam bedrijf 1] ) en/of in die hoedanigheid aan de hiervoor genoemde perso(o)n(en) advertentieruimte in genoemd(e) krant/magazine heeft aangeboden/verkocht, waardoor voornoemde perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659104-14

Proces-verbaal van de openbare zitting van 14 september 2015 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

Raadsman is mr. S.B.M.A. Engelen, advocaat te Venlo.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat zij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.