Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:7640

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-08-2015
Datum publicatie
08-09-2015
Zaaknummer
03/866196-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994: taakstraf 160 uur en 1 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 351
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2015/226
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866196-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

Raadsman is mr. H.E.P. van Geelkerken, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 augustus 2015, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Primair: als bestuurder van een personenauto door zijn schuld een ongeval heeft veroorzaakt, waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, of zodanig letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair: als bestuurder van een personenauto gevaar op een weg heeft veroorzaakt en/of het verkeer op een weg heeft gehinderd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat het primair tenlastegelegde bewezen is. De officier van justitie heeft hiertoe verwezen naar het proces-verbaal ‘VerkeersOngevalAnalyse’, de medische gegevens en de verklaring van de verdachte, afgelegd tegenover ambtenaren van de politie waaruit blijkt dat de verdachte wist dat hij te snel reed. Het letsel dat
[slachtoffer] als gevolg van het ongeval heeft opgelopen kan volgens de officier van justitie worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is eveneens van oordeel dat het primair tenlastegelegde bewezen is.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De verdachte heeft tegenover ambtenaren van de politie verklaard dat hij op 5 november 2014 als bestuurder van een personenauto over de Pegasuslaan te Heerlen reed.2 Toen hij een bocht uitkwam zag hij een fietser in dezelfde richting als dat hij reed, rijden op het fietspad. De verdachte zag dat de fietser op dat moment de fietsersbrug nog niet gepasseerd was. Ter plaatse is een oversteekplaats voor fietsers, waar fietsers de weg moeten oversteken, met twee rijbanen.3 De verdachte zag dat de fietser over zijn linkerschouder keek. Hij heeft geen oogcontact gehad met de fietser. Toen de verdachte zag dat de fietser achterom keek, heeft hij naar links gestuurd en is hij begonnen met het inhalen van de fietser. De verdachte heeft daarbij iets extra gas gegeven. De fietser reed nog enkele meters door en stuurde toen naar links. Toen de fietser naar links afsloeg, heeft de verdachte naar links gestuurd en hard geremd. Hij heeft de fietser met de voorzijde van zijn personenauto geraakt.4 De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bekend is met de verkeerssituatie ter plaatse. Hij rijdt regelmatig over de Pegasuslaan. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij wist dat hij met een te hoge snelheid over de Pegasuslaan reed.5

Uit het proces-verbaal ‘VerkeersOngevalAnalyse’ blijkt dat de verdachte reed over de Pegasuslaan, komende uit de richting van de Orionsingel en dat de ter plaatse geldende maximumsnelheid voor motorrijtuigen 50 km/u bedraagt. Voor de plaats van het ongeval is in het wegverloop van de Pegasuslaan een bocht naar links gelegen. De Pegasuslaan heeft een dalend verloop. Door deze bocht naar links en het links gelegen talud, wordt het zicht op het wegverloop en de zich op de weg bevindende weggebruikers belemmerd.

Voor de aansluiting van de brug op de Pegasuslaan eindigt de rechterfietsstrook en moet het fietsverkeer, rijdende over de Pegasuslaan in de richting van de Kerkraderweg, de rijbaan van de Pegasuslaan naar links oversteken, teneinde over het aan de andere zijde van de rijbanen gelegen fietspad verder te rijden. Direct voor deze oversteek is hiertoe een bord volgens model J24 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 geplaatst, voorzien van een onderbord met de afbeelding van een pijl naar links en de afbeelding van een fiets, alsmede de tekst: ‘fietsers overstreken’. Op de rijbaan is hiertoe, vanaf de rechterfietsstrook naar het links gelegen fietspad een door markeringen aangegeven kanalisatiestrook aangebracht.

Volgens in het proces-verbaal ‘VerkeersOngevalAnalyse’ weergegeven proeven en berekeningen kon worden nagegaan dat de verdachte met een snelheid tenminste gelegen tussen 79 en 81 km/u deze kanalisatiestrook naderde. Volgens dezezelfde proeven en berekeningen had het ongeval niet behoeven plaats te vinden in het geval de verdachte de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 km/u niet had overschreden.6

Ten gevolge van het ongeval liep [slachtoffer] onder meer de volgende letsels op: ernstig letsel van de zenuwplexus die van de halswervelkolom naar de arm gaat, met als gevolg een verlamming van zijn linkerarm, een avulsiefractuur, doornuitsteeksels wervels

Thoracale 2-4, een ventrale restpneumothorax links, een longcontusie links, een fractuur rib 2,6,7 links, een sleutelbeenfractuur links, een schouderkomfractuur links, een bovenarmfractuur links, een scheur graad III van de milt, een scheur in de linker nier en trombose in de linker arm.7

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat op 5 november 2014 een ongeval heeft plaatsgevonden bij de op de Pegasuslaan aanwezige oversteekplaats voor fietsers. Deze oversteekplaats is gelegen na een bocht met talud, waardoor er weinig zicht is op het wegverloop. Bij dit ongeval is de door de verdachte bestuurde personenauto in aanrijding gekomen met de fietser [slachtoffer] die bij de oversteekplaats wilde oversteken.

De verdachte heeft ook ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat hij met een te hoge snelheid over de Pegasuslaan reed. De rechtbank stelt op basis van het proces-verbaal ‘VerkeersOngevalAnalyse’ vast dat de verdachte daar met een snelheid van ten minste 79 km/u heeft gereden. Gezien de ter plaatse geldende maximumsnelheid voor motorrijtuigen van 50 km/u, het wegverloop en de ter plaatste gelegen kanalisatiestrook voor overstekende fietsers is naar het oordeel van de rechtbank dit een excessieve overschrijding van de maximumsnelheid.

Nu de verdachte met een veel te hoge snelheid de oversteekplaats voor fietsers heeft genaderd, er door het wegverloop en het talud weinig zicht was op deze oversteekplaats, de verdachte bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse - en derhalve met het feit dat fietsers bij deze oversteekplaats de weg over moeten steken - en de verdachte zijn snelheid heeft verhoogd bij het inhalen van de door hem waargenomen fietser, is de rechtbank van oordeel dat de aanrijding van de verdachte met de fietser door zeer onvoorzichtig verkeersgedrag van de verdachte is veroorzaakt. Het verkeersongeval is dientengevolge aan de schuld van de verdachte te wijten.

In het kader van haar bewezenverklaring van schuld verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 24 juni 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC7914), waarin een ongeveer gelijke casus centraal staat. In deze zaak had het gerechtshof onder meer vastgesteld dat de verdachte in de schemering als bestuurder van een personenauto over een weg heeft gereden met een snelheid die 11 à 19 km/u hoger was dan de toegestane maximumsnelheid van 80 km/u, dat hij niet heeft afgeremd toen hij de oversteekplaats voor fietsers naderde, dat hij de fietsers heeft opgemerkt toen ze midden op de weg fietsten en dat hij in staat zou zijn geweest het ongeval te voorkomen als hij zich aan de maximale snelheid had gehouden. De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat het oordeel van het hof dat de verdachte zodanig onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden dat hem schuld in de zin van art. 6 WVW 1994 treft, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

Met betrekking tot het letsel van [slachtoffer] overweegt de rechtbank nog als volgt. Het slachtoffer heeft als gevolg van de aanrijding (onder andere) een blijvende verlamming van zijn linkerarm opgelopen. Dit opgelopen letsel kan, in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad, worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank het primair tenlastegelegde bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

op 5 november 2014 in de gemeente Heerlen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Pegasuslaan (komende uit de richting van de Orionsingel) en naderend een in die weg gelegen oversteekplaats voor fietsers, alwaar, gezien zijn, verdachtes, rijrichting voor die oversteekplaats voor fietsers, aan de rechterzijde van die weg in de berm een bord J24 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst, voorzien van het onderbord met de afbeeldingen van een pijl naar links en de afbeelding van een fiets, alsmede de tekst: fietsers oversteken, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig,

met een snelheid van minimaal 79 km per uur over die Pegasuslaan te rijden en bij het naderen van een voor hem, verdachte, in dezelfde richting als hij over die weg rijdende fietser, welke fietser voornoemde oversteekplaats voor fietsers dicht was genaderd, niet dan wel niet voldoende te anticiperen op de weg- en verkeerssituatie en voornoemde oversteekplaats voor fietsers op te rijden op het moment dat die fietser doende was - via de oversteekplaats voor fietsers - de rijbaan van die Pegasuslaan, gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts naar links over te steken,

ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die fietser, door welk verkeersongeval bij [slachtoffer] , zijnde die fietser, zwaar lichamelijk letsel (ernstig letsel van de zenuwplexus, die van de halswervelkolom naar de arm gaat met als gevolg een verlamming van de linkerarm en een avulsiefractuur doornuitsteeksels wervels Thoracale 2-4 en ventrale restpneumothorax links, longcontusie links en fractuur rib 2,6,7 links en sleutelbeenfractuur links en schouderkomfractuur links en bovenarmfractuur links en graad III scheur in de milt en scheur in de linker nier en trombose in de linker arm) is ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor aan een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Daarnaast heeft hij gevorderd voor de duur van 9 maanden een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen aan de verdachte op te leggen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht aan de verdachte een taakstraf op te leggen. Voor wat betreft een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen refereert de raadsman zich aan de het oordeel van de rechtbank.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft op 5 november 2014 met een door hem bestuurde personenauto een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. De verdachte heeft de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 50 km/u op een plaats waar zijn zicht werd beperkt door het verloop van de weg en een kanalisatiestrook is aangebracht voor de oversteek van fietsers, in ernstige mate overschreden . Uit het proces-verbaal ‘VerkeersOngevalAnalyse’ is bovendien naar voren gekomen dat indien de verdachte zich de maximumsnelheid van 50 km/u niet had overschreden, de aanrijding niet zou hebben plaatsgevonden. Voor het slachtoffer heeft de aanrijding zeer ernstige consequenties. Het slachtoffer heeft als gevolg van de aanrijding (onder andere) een blijvende verlamming van zijn linkerarm.

Daar staat tegenover dat de verdachte, zoals dat ter terechtzitting aan de rechtbank is gebleken, de ernst van zijn verkeersgedrag en de gevolgen daarvan terdege beseft, dat hij in ernstige mate betreurt dat het verkeersongeval heeft plaats gevonden, dat hij voor het ongeval verantwoordelijkheid neemt en berouw heeft over zijn schuld. Dat is onder meer tot uitdrukking gekomen in het feit dat de verdachte na het ongeval meermalen contact met het slachtoffer heeft proberen op te nemen en voorts gebleken uit de spijtbetuiging die de verdachte ter zitting heeft geuit en die op de rechtbank de indruk maakten oprecht gemeend te zijn.

De rechtbank heeft voor de straftoemeting gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) met betrekking tot overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De categorie die de rechtbank in het onderhavige geval het meest vindt passen, is de categorie ‘grove verkeersfout, waarbij geen sprake is van alcoholgebruik, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende’. Bij deze categorie is een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar de straforiëntatie.

De rechtbank ziet geen aanleiding om daar in de onderhavige strafzaak van af te wijken. Voor een andere strafmodaliteit, zoals bepleit door de officier van justitie, ziet de rechtbank gelet op de persoon van de verdachte en de overige omstandigheden in dit geval geen aanleiding.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het primair tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat primair meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert, zoals dat hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte daardoor strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde deze taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;

Bijkomende straf

- ontzegt aan de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. J.A.A.C. Claessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. Driessen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2015.

Buiten staat

Mr. J.A.A.C. Claessen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 05 november 2014 in de gemeente Heerlen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Pegasuslaan (komende uit de richting van de Orionsingel) en naderend een in die weg gelegen oversteekplaats voor fietsers, alwaar, gezien zijn, verdachtes, rijrichting voor die oversteekplaats voor fietsers, aan de rechterzijde van die weg in de berm een bord J24 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst, voorzien van het onderbord met de afbeeldingen van een pijl naar links en de afbeelding van een fiets, alsmede de tekst: fietsers oversteken, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

met een snelheid van minimaal 79 km per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid, over die Pegasuslaan te rijden en bij het naderen van een voor hem, verdachte, in dezelfde richting als hij over die weg rijdende fietser, welke fietser voornoemde oversteekplaats voor fietsers dicht was genaderd, niet danwel niet voldoende te anticiperen op de weg- en/of verkeerssituatie en voornoemde oversteekplaats voor fietsers op te rijden op het moment dat die fietser doende was - via de oversteekplaats voor fietsers - de rijbaan van die Pegasuslaan, gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts naar links over te steken, tengevolge waarvan een botsing of aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die fietser althans diens fiets,

door welk verkeersongeval [slachtoffer] , zijnde die fietser, zwaar lichamelijk letsel (ernstig letsel van de zenuwplexus, die van de halswervelkolom naar de arm gaat met als gevolg een verlamming van de linkerarm en/of een avulsiefractuur doornuitsteeksels wervels Thoracale 2-4 en/of ventrale restpneumothorax links, longcontusie links waarvoor thoraxdrain, en/of fractuur rib 2,6,7 links en/of sleutelbeenfractuur links en/of schouderkomfractuur links en/of bovenarmfractuur links en/of scheur milt graad III en/of scheur linker nier en/of trombose linker arm) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 05 november 2014 in de gemeente Heerlen, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Pegasuslaan (komende uit de richting van de Orionsingel) en naderend een in die weg gelegen oversteekplaats voor fietsers, alwaar, gezien zijn, verdachtes, rijrichting voor die oversteekplaats voor fietsers, aan de rechterzijde van die weg in de berm een bord J24 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst, voorzien van het onderbord met de afbeeldingen van een pijl naar links en de afbeelding van een fiets, alsmede de tekst: fietsers oversteken,

toen aldaar met een snelheid van minimaal 79 km per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid, over die Pegasuslaan heeft gereden en bij het naderen van een voor hem, verdachte, in dezelfde richting als hij, verdachte, over die weg rijdende fietser, welke fietser voornoemde oversteekplaats voor fietsers dicht was genaderd, niet danwel niet voldoende heeft geanticipeerd op de weg- en/of

verkeerssituatie en voornoemde oversteekplaats voor fietsers is opgereden op het moment dat die fietser doende was - via de oversteekplaats voor fietsers - de rijbaan van die Pegasuslaan, gezien zijn, verdachtes, rijrichting van rechts naar links over te steken, tengevolge waarvan een botsing of aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die fietser althans diens fiets,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2432 2014138014-1 d.d. 24 maart 2015 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 6 november 2014, als weergegeven op pagina 34 van de doornummering.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 5 november 2014, als weergegeven op pagina 31 van de doornummering.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 6 november 2014, als weergegeven op pagina 35 van de doornummering.

5 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 augustus 2015.

6 Proces-verbaal ‘VerkeersOngevalAnalyse’ d.d. 17 februari 2015, geen onderdeel uitmakende van de doornummering.

7 Het geschrift, inhoudende een medische verklaring d.d. 19 maart 2015, als weergegeven op pagina 21 van de doornummering.