Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:7226

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-08-2015
Datum publicatie
24-08-2015
Zaaknummer
03/700063-15, 03/702012-15, 03/700476-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft meerdere winkeldiefstallen gepleegd. Gevangenisstraf van 37 dagen en ten uitvoerlegging maatregel van plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700063-15 en 702012-15 (ter terechtzitting gevoegd) en tul 700476-13

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 augustus 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard,

hierna te noemen: de verdachte.

Raadsman is mr. J.F.C. Eliëns, advocaat kantoorhoudende te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld ter zitting van 10 augustus 2015, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte ieder hun standpunt kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt kort weergegeven hier op neer dat de verdachte:

parketnummer 03/700063-15

een winkeldiefstal heeft gepleegd en na betrapping op heterdaad geweld heeft gepleegd tegen personeel;

parketnummer 03/702012-15 feiten 1, 2 en 3 telkens:

een winkeldiefstal heeft gepleegd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het feit onder parketnummer 03/700063-15 geconcludeerd tot vrijspraak van het geweld, maar tot veroordeling voor de winkeldiefstal. Ten aanzien van de feiten onder parketnummer 03/702012-15 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring. De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen in duur gelijk aan de voorlopige hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank een last geeft tot tenuitvoerlegging geeft ten aanzien van de bij vonnis van 28 april 2014 aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. De officier van justitie heeft aangevoerd dat door het plegen van de strafbare feiten de verdachte de door de wet gestelde voorwaarden niet heeft nageleefd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft inzake het onder parketnummer 03/700063-15 tenlastegelegde feit geconcludeerd tot vrijspraak. Naar zijn oordeel staat niet vast dat de verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de ijscornets heeft gehad. Inzake de onder parketnummer 03/702012-15 tenlastegelegde feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

Parketnummer 03/700063-15:

Op 10 februari 2015 heeft [slachtoffer 1] , geboren te [geboortegegevens] , namens [winkel 1] aangifte gedaan van de diefstal van een doos met ijscornets. Zij heeft gezien dat de verdachte de kassa passeerde zonder deze ijscornets af te rekenen. Zij heeft daarop de verdachte verzocht mee te gaan. Op kantoor vertelde de verdachte dat hij niet van plan was om twee jaar te gaan zitten en wilde hij vervolgens proberen om weg te komen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij de verdachte tegen heeft gehouden toen hij haar probeerde opzij te duwen en dat de verdachte, terug in de winkel gekomen, haar tegen de grond gooide en vervolgens op haar is gaan zitten2.

Op 11 februari 2015 heeft de verdachte verklaard dat hij in eerste instantie het zo wilde regelen met aangeefster dat hij de gestolen goederen zou vergoeden, maar dat de aangeefster daar niet mee wilde instemmen. Dat de verdachte toen nog maar één gedachte had, te weten: daar weg komen. Voorts heeft de verdachte toen verklaard dat hij vervolgens weg wilde komen en dat de aangeefster toen tegen hem duwde, hij ten val kwam en dat hij daarbij de aangeefster heeft meegetrokken in zijn val naar de grond3.

De rechtbank is van oordeel dat door deze verklaringen bewezen is dat de verdachte zich de ijscornets wederrechtelijk heeft toegeëigend. De rechtbank is voor oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte bij die diefstal geweld jegens aangeefster heeft toegepast, met als gevolg dat verdachte van dit deel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Parketnummer 03/702012-15:

Feiten 1, 2 en 3: verdachte bekent deze feiten te hebben gepleegd, zodat wordt volstaan met een korte opsomming van de bewijsmiddelen:

feit 1

proces-verbaal met nummer PL2300-2015136866-1: aangifte door [slachtoffer 2] , geboren te [geboortegegevens] , namens [winkel 2] (pagina’s 65/66);

feit 2

proces-verbaal met nummer PL2300-2015136866-1: aangifte door [slachtoffer 3] , geboren te [geboortegegevens] , namens [winkel 3] (pagina’s 70/71);

feit 3

proces-verbaal met nummer PL2300-2015137070-1: aangifte door [slachtoffer 4] , geboren te [geboortegegevens] , namens [winkel 4] (pagina’s 87 tot en met 90);

feiten 1 en 2

proces-verbaal met nummer PL2300-2015136866-4: verklaring door [slachtoffer 5] (pagina’s 67/68);

feiten 1,2 en 3

proces-verbaal met nummer PL2300-2015136866-10: verklaring door de verdachte (pagina’s 23 tot en met 29).

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

onder parketnummer 03/700063-15

1.

op 10 februari 2015 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een doos ijscornets toebehorende aan [winkel 1] ;

onder parketnummer 702012-15

1.

op 21 juli 2015 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een koffieapparaat toebehorende aan [winkel 2] ;

2.

op 21 juli 2015 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 20 pakken koffie

toebehorende aan [winkel 3] ;

3.

op 20 juli 2015 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 21 pakken koffie toebehorende aan de [winkel 4] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

inzake 03/700063-15:

diefstal

inzake 03/702012-15:

feit 1

diefstal

feit 2

diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 3

diefstal door twee of meer verenigde personen

4.2

De strafbaarheid van de feiten

Er is niet gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de onder 3.4 genoemde feiten uitsluiten.

4.3

De strafbaarheid van de verdachte

Er is niet gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

5 De straf of de maatregel

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen acht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur gelijk aan de tijd die door de verdachte is doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de aan de verdachte op te leggen straf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft in het bijzonder gelet op de justitiële documentatie van de verdachte. Uit deze documentatie blijkt dat de verdachte al veelvuldig werd veroordeeld wegens het plegen van diefstallen. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat desalniettemin nu moet worden volstaan met een gevangenisstraf die in duur gelijk is aan de tijd die door de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis werd doorgebracht, gelet op de hierna ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging te nemen beslissing.

6 De vordering tot tenuitvoerlegging

6.1

Het vonnis

Bij vonnis van 28 april 2014 is aan de verdachte onder andere de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren opgelegd. Bij dat vonnis is tevens bepaald dat de maatregel niet ten uitvoer wordt gelegd, waarbij de proeftijd op een termijn van twee jaren is gesteld. Naast de uit de wet voortvloeiende algemene voorwaarden, zijn in dat vonnis tevens ter bescherming van de veiligheid van personen of goederen bijzondere voorwaarden betreffende het gedrag van de verdachte gesteld. Door een brief gedateerd 6 augustus 2014 is aan de verdachte mededeling gedaan van deze maatregel en van het ingaan van de aan de maatregel verbonden proeftijd.

6.2

De vordering

Door de officier is schriftelijk gevorderd een last te geven tot tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren. Deze vordering is op 16 juni 2015 ter griffie van de rechtbank ingekomen. Daarop is door de rechtbank een beschikking gegeven tot bepaling van de dag waarop de vordering ter terechtzitting wordt behandeld. De vordering is aan de verdachte betekend.

6.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier heeft ter zitting gepersisteerd bij haar vordering. Door de officier van justitie is aangevoerd dat de beveiliging van de maatschappij en in het bijzonder de beëindiging van de recidive van de verdachte rechtvaardigt dat thans een last wordt gegeven tot tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders.

6.4

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft aandacht gevraagd voor het feit dat krachtens een vonnis van 2003 aan de verdachte al eens de soortgelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor verslaafden werd opgelegd. Volgens de raadsman heeft de tenuitvoerlegging van die maatregel geen kenbaar effect op de recidive door de verdachte gehad. De raadsman van de verdachte heeft voorts aangevoerd dat niet vast staat dat de beveiliging van de maatschappij of de beëindiging van de recidive van de verdachte rechtvaardigt dat thans een last wordt gegeven tot tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders. Het aan de rechtbank overgelegde advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel dateert van achttien maanden geleden, terwijl het rapport van mevrouw [deskundige] , verbonden aan het Leger des Heils, afdeling Jeugdbescherming en Reclassering van 22 april 2015 niet specifiek is ten aanzien van de last tot tenuitvoerlegging van deze maatregel. Subsidiair heeft de raadsman namens de verdachte verzocht de last tot tenuitvoerlegging te beperken tot een gedeelte van de maatregel, door een last te geven tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van één jaar.

6.5

Het oordeel van de rechtbank

Gezien het feit dat de verdachte gedurende de proeftijd opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd zijn de voorwaarden overtreden, zodat thans een last tot tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders kan worden gegeven. De rechtbank heeft acht geslagen op het advies van [deskundige] , verbonden aan het Leger des Heils, afdeling Jeugdbescherming en Reclassering, zoals door haar geformuleerd in het rapport van 22 april 2015. [deskundige] adviseert aan de rechtbank om de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op te leggen. Gedurende de tenuitvoerlegging kan volgens dat advies een klinische behandeling van de verdachte op een forensische afdeling voor verslaafden plaats vinden. De verdachte is aan heroïne verslaafd en kennelijk onder invloed van deze verslaving pleegt hij veelvuldig vermogensdelicten. In die situatie is na de veroordeling van 28 april 2014 kennelijk geen verandering gekomen. In aanmerking genomen het feit dat deze maatregel mede ertoe strekt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problemen die deze verslaving met zich brengt, is de rechtbank van oordeel dat thans de last tot tenuitvoerlegging van de maatregel moet worden gegeven. De rechtbank is voorts van oordeel dat na één jaar na aanvang van deze tenuitvoerlegging tussentijds moet worden beoordeeld of er een noodzaak bestaat tot voortzetting van deze tenuitvoerlegging.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissingen berusten op de artikelen 9, 10, 38r, 38s, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

De bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder parketnummer 03/700063-15 tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    verklaart het onder parketnummer 03/702012-15 onder 1., onder 2. en onder 3. tenlastegelegde bewezen, zoals deze hierboven onder 3.4 zijn omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat onder voormelde parketnummers meer of anders is ten laste gelegd;

De strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4.1 zijn omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte daardoor strafbaar;

De straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 37 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht;

De vordering tot tenuitvoerlegging

  • -

    gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 28 april 2014 aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat na één jaar na aanvang van deze tenuitvoerlegging tussentijds de noodzaak van de voortzetting van deze tenuitvoerlegging wordt beoordeeld.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.M. Engels, voorzitter, mr. F.M. van Maanen Winters en mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Voncken, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2015.

Buiten staat

Mr. D.C.I. van Delft is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlasteleggingen

Aan de verdachte zijn ten laste gelegd de navolgende feiten:

onder parketnummer 03/700063-15

1.

dat hij op of omstreeks 10 februari 2015 in de gemeente Maastricht met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een doos ijscornets, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het op de

grond gooien althans duwen van die [slachtoffer 1] en het (vervolgens) op die

[slachtoffer 1] gaan zitten;

onder parketnummer: 702012-15

1.

dat hij op of omstreeks 21 juli 2015, in de gemeente Maastricht, in elk geval in

het arrondissement Limburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een koffieapparaat, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [winkel 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders;

2.

dat hij op of omstreeks 21 juli 2015, in de gemeente Maastricht, in elk geval in

het arrondissement Limburg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (20) pakken

koffie, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de [winkel 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders;

3.

dat hij op of omstreeks 20 juli 2015, in de gemeente Maastricht, in elk geval in

het arrondissement Limburg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(21) pakken koffie, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de [winkel 4] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, 2proces-verbaalnummer PL2300-2015026557-1, gesloten d.d. 10 februari 2015, doorgenummerd van pagina 32 tot en met pagina 33; 3 proces-verbaal nummer PL2300-2015026557-10, gesloten d.d. 11 februari 2015, doorgenummerd pagina 29 tot en met pagina 31.