Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:6986

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-08-2015
Datum publicatie
17-08-2015
Zaaknummer
C/03/208697 / KG ZA 15-375
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De Mutsaersstichting vordert in kort geding, kort samengevat, dat de voorzieningenrechter Bureau Jeugdzorg Limburg gebiedt de tussen partijen gesloten bestuursovereenkomst onverkort en volledig tot tenminste 31 december 2015, of zoveel langer als noodzakelijk dan wel wenselijk is met het oog op het tot stand brengen van een definitieve vormgeving van Veilig Thuis, na te komen.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af in verband met het ontbreken van voldoende spoedeisend belang. De bestuursovereenkomst is naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten gevolge van het besluit van de Gemeenten achterhaald en van Bureau Jeugdzorg Limburg kan niet langer worden verwacht dat zij deze overeenkomst nakomt en de samenwerking met de Mutsaersstichting voortzet. Haar opdrachtgevers, de Gemeenten, geven Bureau Jeugdzorg Limburg daartoe niet de ruimte. De bestuursovereenkomst kan niet los worden gezien van de opdracht die de Gemeenten hebben verstrekt op grond van hun wettelijk taak ingevolge de Wmo 2015 zorg te dragen voor de oprichting van een Veilig Thuis. De Gemeenten bepalen of de Mutsaersstichting daarbinnen partij is. Uit de bestuursovereenkomst vloeit ook voort dat de samenwerking tot een einde komt indien een partij op basis van de definitieve besluitvorming van de Gemeenten omtrent de organisatorische vormgeving van Veilig Thuis na 1 juli 2015 daar geen deel meer van uitmaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/208697 / KG ZA 15-375

Vonnis in kort geding van 17 augustus 2015

in de zaak van

de stichting

MUTSAERSSTICHTING,

gevestigd te Venlo,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.A.F. Willems te ’s-Hertogenbosch,

tegen

de stichting

STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,

gevestigd te Roermond,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. L.A. van Driel te Maastricht.

Partijen zullen hierna Mutsaersstichting en Bureau Jeugdzorg Limburg genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 50

  • -

    de op voorhand overgelegde producties 1 tot en met 52 aan de zijde van Bureau Jeugdzorg Limburg

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Mutsaersstichting

  • -

    de pleitnota van Bureau Jeugdzorg Limburg

  • -

    de eis in reconventie en de daarbij gevoegde producties 53 en 54.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Sinds 1 januari 2015 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van elke Nederlandse gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) de wettelijke taak zorg te dragen voor de organisatie van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK) in hun gemeente. In de praktijk wordt het AMHK aangeduid als ‘Veilig Thuis’.

2.2.

De 14 gemeenten in Noord- en Midden Limburg (hierna te noemen: de Gemeenten) hebben eind 2013 besloten hier samen uitvoering aan te geven. De Gemeenten, met als penvoerder de gemeente Venlo, hebben de Mutsaersstichting en Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht een Veilig Thuis op te zetten en in te richten. De Mutsaersstichting in verband met haar deskundigheid als Steunpunt Huiselijk Geweld en Bureau Jeugdzorg Limburg in verband met haar deskundigheid in haar functie van uitvoerder van het Meldpunt Kindermishandeling.

2.3.

Omdat de vorming van het Veilig Thuis in 2014 stagneerde is in opdracht van de gemeente Venlo door [betrokkene] van de VNG een Quick Scan uitgevoerd en geadviseerd over een plan van aanpak. Op grond van dit advies hebben de Gemeenten een kwartiermaker aangesteld die er voor diende te zorgen dat Veilig Thuis per 1 januari 2015 operationeel zou zijn en die ook na 1 januari 2015 het proces ten behoeve van de definitieve vormgeving van Veilig Thuis begeleid heeft en hierin leidend is geweest. Op grond van het advies is tevens onderhandeld over een overeenkomst tussen de Mutsaersstichting en Bureau Jeugdzorg Limburg. Daarbij is er voor gekozen partijen eenzijdig met de kwartiermaker te laten onderhandelen.

2.4.

Op 17 respectievelijk 19 december 2014 hebben de bestuurders van de Mutsaersstichting en Bureau Jeugdzorg Limburg een bestuursovereenkomst met betrekking tot het samenwerkingsverband Veilig Thuis getekend. Hierin is opgenomen dat, vooruitlopend op toekomstige ontwikkelingen, de aanzet tot de samenwerking in operationele zin wordt gegeven door per 1 januari 2015 vanuit één locatie te gaan werken, onder één naam, gebruikmakende van medewerkers van beide organisaties.

2.4.1.

Ten aanzien van het organisatorisch/operationeel traject zijn partijen onder meer overeengekomen dat, zoals ook door de Gemeenten is besloten, de operationele aansturing van het samenwerkingsverband door de Mutsaersstichting wordt overgedragen aan Bureau Jeugdzorg Limburg. Veilig thuis zal in ieder geval voor de duur van de overeenkomst gebruikmaken van de huisvestingsmogelijkheden van Bureau Jeugdzorg Limburg. De Mutsaersstichting zal het direct uitvoerend personeel, zoals dit in de begroting van de Gemeenten is geborgd, om niet huisvesten bij Bureau Jeugdzorg Limburg met als doel dat zij gezamenlijk onder één inhoudelijke regie te taken van Veilig Thuis uitvoeren.

2.4.2.

Onder de paragraaf “Procedureel” is opgenomen dat in 2015, uiterlijk voor 1 juli 2015, definitieve besluitvorming door de Gemeenten plaatsvindt betreffende de organisatorische vormgeving van Veilig Thuis. De tijdelijk samenwerking wordt aangegaan voor de duur van 12 maanden of zoveel langer als noodzakelijk c.q. wenselijk is met het oog op het tot stand brengen van een definitieve vormgeving. De overeenkomst eindigt per 31 december 2015.

2.4.3.

In de overeenkomst is ook een paragraaf “Stuurgroep” opgenomen, waarin is bepaald dat partijen een stuurgroep instellen als overlegkader tussen de bestuurders van Bureau Jeugdzorg Limburg en de Mutsaersstichting voor de besluitvorming in het kader van de organisatorische vormgeving per 1 juli 2015. In de stuurgroep nemen de bestuurder van Bureau Jeugdzorg Limburg en de bestuurder van de Mutsaersstichting deel en de door de Gemeenten aan te wijzen portefeuillehouders. De stuurgroep bereidt de voorstellen voor betreffende de definitieve organisatorische vormgeving van Veilig Thuis. De voorstellen worden ter besluitvorming voorgelegd aan het regionale portefeuillehouders-overleg.

2.5.

Ook na 1 januari 2015 verloopt de samenwerking met betrekking tot de inrichting van het Veilig Thuis niet naar wens. Belangrijke knelpunten zijn de verschillen van mening over de inzet van personeel van de Mutsaersstichting en de vraag of de taak van het Veilig Thuis zich uitsluitend dient te beperken tot het functioneren als meldpunt met eerste triage, waarna wordt doorverwezen naar de meest geëigende zorgaanbieder dan wel de door de Mutsaersstichting voorgestane integrale aanpak (‘breed Veilig Thuis’) waarbij ook zorg in de vorm van vroeginterventies wordt geboden, gebaseerd op de werkwijze van de Mutsaersstichting, de zogeheten ‘Multifocus-aanpak’. In maart 2015 voeren de bestuurders van Bureau Jeugdzorg Limburg en Mutsaersstichting overleg over deze knelpunten. Dit heeft tot resultaat dat partijen overeenstemming bereiken over een ‘smal’ Veilig Thuis, dat wil zeggen uitsluitend advies- en meldpunt, per 7 april 2015 en de levering van 6,07 (dan wel 6,11) fte personeel door Mutsaersstichting die uitsluitend voor Veilig Thuis werken.

2.6.

Na voormelde datum heeft zich weer een discussie ontwikkeld over de stelling van Bureau Jeugdzorg Limburg dat de Mutsaersstichting de afspraak over de levering van fte’s niet zou nakomen. Bij brief van 28 april 2015 hebben Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venlo aan de Mutsaersstichting het standpunt kenbaar gemaakt dat de Mutsaersstichting naar hun oordeel niet heeft aangetoond dat zij zich heeft gehouden aan de gemaakte afspraak ten aanzien van de levering van fte’s per 7 april 2015 en wordt de Mutsaersstichting verzocht hier per direct uitvoering aan te geven. Bij brief van 7 mei 2015 van de burgemeester van Venlo wordt dit herhaald en wordt medegedeeld dat de Gemeenten onverkort vasthouden aan de afspraak.

2.7.

Bij brief van 19 mei 2015 hebben Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venlo aan de Mutsaersstichting medegedeeld dat de eenmalig aan haar toegekende subsidie voor het inrichten van Veilig Thuis, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015, van rechtswege eindigt. Een nieuwe aanvraag dient voor 1 oktober 2015 te zijn ingediend, zo wordt aan de Mutsaersstichting medegedeeld. Daarbij is vermeld dat zij niet tevreden zijn over de wijze waarop de samenwerking is verlopen c.q. verloopt tussen de Mutsaersstichting en Bureau Jeugdzorg Limburg binnen het concept Veilig Thuis. Vooralsnog sluiten zij niet uit dat dit uiteindelijk kan leiden tot een lagere vaststelling van de aan de Mutsaersstichting verleende eenmalige subsidie.

2.8.

De raadsleden van de afzonderlijke gemeenten zijn door de colleges van Burgemeester en Wethouders van die veertien verschillende gemeenten bij brief van 19 mei 2015 in kennis gesteld van het besluit tot het beëindigen van de subsidierelatie met de Mutsaersstichting per 1 juli 2015 en – in een aantal van die brieven – het niet verlengen daarvan, alsmede van het feit dat Bureau Jeugdzorg Limburg wordt verzocht tot 31 december 2015 de verantwoordelijkheid te nemen voor het uitvoeren van al de wettelijke taken van Veilig Thuis. Voor 1 juli 2015 dient besluitvorming plaats te vinden over de definitieve positionering van Veilig Thuis per 1 januari 2016, zo is tevens medegedeeld.

2.9.

In vervolg hierop zijn de raadsleden bij brief van 30 juni 2015 geïnformeerd over het besluit van de Gemeenten om akkoord te gaan met het uitwerken van het scenario “oprichting van een aparte stichting binnen Bureau Jeugdzorg Limburg voor de uitvoering van Veilig Thuis”. Deze stichting dient per januari 2016 de eerdergenoemde wettelijke taken te gaan uitvoeren.

2.10.

De Mutsaersstichting verneemt in de media van bovenvermelde besluitvorming. Daarnaast benadert Bureau Jeugdzorg Limburg in lijn met die berichtgeving de medewerkers van de Mutsaersstichting om bij haar in dienst te treden.

2.11.

Naar aanleiding daarvan heeft de raadsman van de Mutsaersstichting bij brief d.d. 19 juni namens zijn cliënt – kort gezegd – Bureau Jeugdzorg Limburg gesommeerd de bestuursovereenkomst na te blijven komen.

2.12.

Bureau Jeugdzorg Limburg heeft daar bij brief van haar raadsman van 30 juni 2015 op gereageerd. Bureau Jeugdzorg Limburg heeft daarbij bevestigd dat zij de samenwerking met de Mutsaersstichting beëindigt en heeft de bestuursovereenkomst met de Mutsaersstichting per 1 juli 2015 opgezegd. Primair baseert zij de opzegging op het bestaan van zwaarwegende omstandigheden van dien aard dat in redelijkheid niet van haar kan worden gevraagd de samenwerking te laten voortduren. Daartoe stelt zij dat er sprake is van een vertrouwensbreuk tussen partijen en dat de kwaliteit van Veilig Thuis met de samenwerking niet kan worden gewaarborgd. Daarnaast, althans subsidiair, ontbindt zij de bestuursovereenkomst partieel, namelijk behoudens de werking van dat deel van artikel 15 van de bestuursovereenkomst waaruit volgt dat de Mutsaersstichting haar registratiesysteem beschikbaar en inzichtelijk dient te houden voor Veilig thuis en de reeds over en weer verrichte prestaties. Meer subsidiair beroept Bureau Jeugdzorg Limburg zich op overmacht, nu zij de bestuursovereenkomst door de keuzes en handelwijze van haar opdrachtgevers niet langer kan nakomen. Uiterst subsidiair beroept zij zich op onvoorziene omstandigheden.

Bureau Jeugdzorg Limburg verzoekt c.q. sommeert de Mutsaersstichting voorts onder andere tot teruggave over te gaan van haar eigendommen waar medewerkers van de Mutsaersstichting nog over beschikken.

2.13.

De raadsman van de Mutsaersstichting heeft tevens middels een brief van 19 juni 2015 namens de Mutsaersstichting haar zorgen bij Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venlo geuit over voornoemde ontwikkelingen en bezwaar gemaakt tegen het optreden van de gemeente. Daarbij geeft hij namens de Mutsaersstichting aan dat de brief vooral is bedoeld als uitnodiging om in gesprek te komen.

2.14.

De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Venlo heeft op 6 juli 2015 de brief van 19 juni 2015 behandeld op een hoorzitting. De beslissing op bezwaar is nog niet genomen.

3 Het geschil in conventie

3.1.

De Mutsaersstichting vordert samengevat - Bureau Jeugdzorg Limburg te gebieden de bestuursovereenkomst onverkort en volledig tot tenminste 31 december 2015, of zoveel langer als noodzakelijk dan wel wenselijk is met het oog op het tot stand brengen van een definitieve vormgeving van Veilig Thuis, na te komen, de Mutsaersstichting toegang te verlenen tot het pand van Veilig Thuis en haar in staat te stellen alle werkzaamheden uit te voeren die nodig zijn in het licht van een goede uitvoering van de bestuursovereenkomst, bij de inrichting van Veilig Thuis het advies van [betrokkene] te blijven volgen, alsmede Bureau Jeugdzorg Limburg te verbieden mee te werken aan gedragingen van de gemeente Venlo dan wel Gemeenten die in strijd zijn of (kunnen) komen met (een goede) nakoming en uitvoering van de bestuursovereenkomst, zulks op verbeurte van een dwangsom.

3.2.

De Mutsaersstichting stelt zich genoodzaakt te zien tot het instellen van deze vorderingen omdat, ondanks dat zij heeft aangegeven dat de brieven van 19 juni 2015 dienen te worden beschouwd als ultimum remedium om eindelijk eens inhoudelijk met de Gemeenten en Bureau Jeugdzorg Limburg in gesprek te kunnen gaan, de Gemeenten en Bureau Jeugdzorg Limburg tot op heden enige vorm van overleg weigeren.

3.3.

Ter onderbouwing van het spoedeisend belang stelt Mutsaersstichting dat door toedoen van Bureau Jeugdzorg Limburg bij het Veilig Thuis op dit moment kennis en kunde over huiselijk geweld en ouderenmishandeling ontbreekt. Dit betekent dat geen zorgvuldige afweging van belangen kan worden gemaakt in situaties betreffende een doelgroep met een (extreem) hoog veiligheidsrisico. Bureau Jeugdzorg Limburg heeft immers alleen expertise op het gebied van jeugdzorg. Daar waar de veiligheid van burgers in gevaar komt wordt een onverantwoord risico genomen.

3.4.

Voorts stelt zij ten aanzien van de hierboven weergegeven feiten – zakelijk weergegeven – dat van meet af aan met de Gemeenten en Bureau Jeugdzorg Limburg is afgesproken dat de Multifocus-aanpak van de Mutsaersstichting onderdeel zou uitmaken van Veilig Thuis, maar dat de kwartiermaker deze aanpak niet heeft ondersteund. De kwartiermaker heeft zijn functie als kwartiermaker niet naar behoren vervuld en zijn opstelling en handelwijze heeft geleid tot onnodige spanningen en misverstanden bij Bureau Jeugdzorg Limburg en de Gemeenten ten aanzien van de werkwijze van de Mutsaersstichting, zo stelt de Mutsaersstichting. Uiteindelijk heeft zij in het belang van het welslagen van Veilig Thuis afgezien van een Multifocus-aanpak. Sindsdien (blijven) de Gemeenten en Bureau Jeugdzorg Limburg beweren dat de Mutsaersstichting de 6,11 fte niet zou nakomen, terwijl zij herhaaldelijk heeft aangegeven, heeft aangetoond en kan aantonen dat zij deze afspraken wel degelijk nakomt. De Mutsaersstichting heeft van meet af aan knelpunten gesignaleerd, oplossingen aangedragen en is de dialoog aangegaan, aldus de Mutsaersstichting. Tevens geldt volgens de Mutsaersstichting dat zij noch van de Gemeenten, noch van de kwartiermaker een schrijven heeft ontvangen waarin de bestuursovereenkomst met haar is opgezegd. De Mutsaersstichting is niet bekend met een unaniem besluit van de Gemeenten en is niet bekend met het bestuurlijke besluitvormingsproces van de gemeente Venlo dan wel van de Gemeenten.

3.5.

Bureau Jeugdzorg Limburg heeft niet voldaan aan de in haar brief van 19 juni 2015 verwoorde sommatie en met haar brief van 30 juni 2015 staat buiten kijf dat Bureau Jeugdzorg Limburg de door de Mutsaersstichting in haar brief gestelde tekortkomingen ook niet meer zal herstellen, aldus de Mutsaersstichting. Daarmee staat volgens de Mutsaersstichting vast dat Bureau Jeugdzorg Limburg in verzuim is geraakt.

3.6.

Ten aanzien van die brief van Bureau Jeugdzorg Limburg van 30 juni 2015 stelt de Mutsaersstichting zich op het standpunt dat de opzegging van de bestuursovereenkomst niet mogelijk is, omdat deze is aangegaan voor de (minimale) duur van 12 maanden.

De door Bureau Jeugdzorg Limburg aangevoerde gronden voor ontbinding van de overeenkomst worden door de Mutsaersstichting betwist. Zoals hiervoor ook reeds is weergegeven, betwist zij dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Ook in het geval dat de subsidierelatie niet wordt gecontinueerd door de Gemeenten zal het leveren van personeel geen obstakel vormen voor nakoming van haar zijde; ook in dat geval zal de Mutsaersstichting aan deze verplichting blijven voldoen.

Het beroep op overmacht slaagt volgens de Mutsaersstichting niet. Zij zou niet weten waarom Bureau Jeugdzorg Limburg de bestuursovereenkomst niet zou kunnen nakomen. Bureau Jeugdzorg Limburg verschuilt zich achter de Gemeenten, maar vergeet dat zij een overeenkomst heeft gesloten met de Mutsaersstichting en dat de Gemeenten hier geen partij bij zijn, zo stelt de Mutsaersstichting. Verder is er geen sprake van onvoorziene omstandigheden. Aan de vereisten voor aanvaarding daarvan wordt overigens ook niet spoedig voldaan. Deze zaak vormt geen uitzondering op de strikte hoofdregel, aldus de Mutsaersstichting.

3.7.

Bureau Jeugdzorg Limburg voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat de Mutsaersstichting geen enkel belang heeft bij toewijzing van haar vordering in deze procedure. De beslissing van de Gemeenten over Veilig Thuis per 1 januari 2016 is gevallen en de Mutsaersstichting maakt daarvan geen deel uit. Voor zover nakoming van de bestuursovereenkomst na 1 juli 2015 mogelijk zou zijn, is het zinloos geld en tijd te investeren in het uitbreiden van een samenwerking waarvan de einddatum op korte termijn al vast staat.

3.7.1.

Voorts hecht zij er aan te ontkrachten dat de kwaliteit van Veilig Thuis op dit moment niet zou zijn gewaarborgd.

3.8.

Bureau Jeugdzorg Limburg voert aan dat de bestuursovereenkomst is opgesteld door de kwartiermaker op verzoek van de Gemeenten. Uiteindelijk zijn de Gemeenten op schrift geen partij geworden bij de bestuursovereenkomst. Zij leken daar echter wel vanuit te gaan, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de bedoeling dat een stuurgroep voor ambtelijke besluitvorming zou worden opgericht. De Gemeenten hebben, veelal door tussenkomst van de kwartiermaker, volop deelgenomen aan de samenwerking en zelfs een leidersrol vervuld. Dat was ook volkomen logisch omdat de Gemeenten eindverantwoordelijk waren en uitsluitend beslissingsbevoegd voor de toekomst. De bestuursovereenkomst kan niet, zoals de Mutsaersstichting probeert te betogen, als “losse” overeenkomst tussen twee private partijen worden gezien. De bestuursovereenkomst was onlosmakelijk verbonden met de afzonderlijke opdrachtverstrekking en subsidieverlening van de Gemeenten aan Bureau Jeugdzorg Limburg respectievelijk de Mutsaersstichting.

3.9.

Volgens Bureau Jeugdzorg Limburg was wel degelijk voor alle partijen duidelijk dat 1 juli 2015 een cruciale datum was voor Veilig Thuis en de samenwerking. De Gemeenten zouden voor die datum besluiten hoe zij Veilig Thuis voor het vervolg wilden vorm geven. Voor de periode na 1 juli 2015 zouden alle afspraken nog moeten worden gemaakt. Gezien de wettelijke taken van de Gemeenten konden zowel Bureau Jeugdzorg Limburg als de Mutsaersstichting op het vervolg geen doorslaggevende invloed uitoefenen. De Mutsaersstichting heeft in de communicatie tussen de betrokken partijen meermaals aangegeven dat zij zich bewust was dat haar rol binnen Veilig Thuis maar tot 1 juli 2015 was gegarandeerd. Gezien de uitlatingen die de Mutsaersstichting in dat verband heeft gedaan, was volgens Bureau Jeugdzorg Limburg in confesso dat de samenwerking per 1 juli 2015 eindigde. Gezien de houding van de Mutsaersstichting in de maanden van de samenwerking was er voor Bureau Jeugdzorg Limburg geen reden nog door te willen gaan met de samenwerking. Zij heeft daarom de overeenkomst volledigheidshalve opgezegd. De wet en de jurisprudentie bieden voor een tussentijdse opzegging wel degelijk de benodigde ruimte voor, aldus Bureau Jeugdzorg Limburg.

3.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Bureau Jeugdzorg Limburg vordert samengevat – de Mutsaersstichting te veroordelen tot teruggave van alle zaken als genoemd in haar productie 53 in de kolom “nog niet ingeleverde PSU”, zulks op verbeurte van een dwangsom.

4.2.

Daartoe stelt zij ten behoeve van de samenwerking in Veilig Thuis en voor de duur daarvan verschillende eigendommen in bruikleen te hebben gegeven aan (werknemers van) de Mutsaersstichting. Het betreft met name telefoons, head sets en lap tops. Naar aanleiding van de sommatie tot teruggave bij brief van 30 juni 2015 heeft de Mutsaersstichting geweigerd hiertoe over te gaan. De betreffende zaken zijn snel aan veroudering en waardevermindering onderhevig en Bureau Jeugdzorg Limburg lijdt schade doordat zij vervangende zaken moet aanschaffen. Zij stelt daarom een spoedeisend belang bij haar vordering te hebben.

4.3.

Mutsaersstichting voert verweer. Daar Bureau Jeugdzorg Limburg, zoals in conventie door de Mutsaersstichting is verwoord, de bestuursovereenkomst dient na te komen, dient de vordering in reconventie te worden afgewezen, aldus de Mutsaersstichting. Overigens heeft zij met haar productie 51 aangegeven dat alleen de eigendomen die daarop zijn gehighlight in bezit zijn van de Mutsaersstichting. De overige eigendommen zijn ofwel achtergebleven in het pand van Veilig Thuis ofwel nooit in bezit geweest van de Mutsaersstichting.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Uit de door Bureau Jeugdzorg Limburg als productie 49 overgelegde brieven d.d. 30 juni 2015 van de colleges van Burgemeester en Wethouders aan de raadsleden van de aangesloten 14 gemeenten, blijkt dat de Gemeenten inmiddels hebben besloten na 1 juli 2015 zonder de Mutsaersstichting verder te gaan met Veilig Thuis en dat zij aan Bureau Jeugdzorg Limburg de opdracht hebben verstrekt binnen haar organisatie een stichting Veilig Thuis op zetten en vorm te geven, die per 1 januari 2016 gereed dient te zijn. Daarmee is de bestuursovereenkomst achterhaald. Ongeacht de vraag of de Mutsaersstichting haar verplichtingen uit de bestuursovereenkomst is nagekomen en nog kan nakomen indien haar geen subsidie wordt verstrekt, kan van Bureau Jeugdzorg Limburg niet langer worden verwacht dat zij deze overeenkomst nakomt en de samenwerking met de Mutsaersstichting voortzet in de door de Mutsaersstichting gevorderde zin. Haar opdrachtgevers, de Gemeenten, geven Bureau Jeugdzorg Limburg daartoe niet de ruimte. De bestuursovereenkomst kan niet los worden gezien van de opdracht die de Gemeenten hebben verstrekt op grond van hun wettelijke taak ingevolge de Wmo 2015 zorg te dragen voor de oprichting van een Veilig Thuis. De Gemeenten bepalen of de Mutsaersstichting daarbinnen partij is. Uit voormelde besluitvorming vloeit voort dat dit per 1 juli 2015 niet langer het geval is. Bureau Jeugdzorg Limburg kan en mag dientengevolge niet langer met de Mutsaersstichting vorm geven aan Veilig Thuis.

5.2.

Uit de bestuursovereenkomst vloeit ook voort dat de samenwerking in dat geval tot een einde komt. In de overeenkomst is immers opgenomen dat de aanzet tot de samenwerking in operationele zin wordt gegeven, vooruitlopend op toekomstige ontwikkelingen. Onder de paragraaf “Procedureel” is uitdrukkelijk bepaald dat in 2015, uiterlijk voor 1 juli 2015, definitieve besluitvorming door de Gemeenten plaatsvindt betreffende de organisatorische vormgeving van Veilig Thuis en de tijdelijke samenwerking wordt aangegaan voor de duur van 12 maanden of zoveel langer als noodzakelijk c.q. wenselijk is met het oog op het tot stand brengen van een definitieve vormgeving. Voorts blijkt uit het feit dat is bepaald dat voorstellen met betrekking tot de verdere ontwikkeling van Veilig Thuis c.q. de voorstellen betreffende de definitieve organisatorische vormgeving die in de stuurgroep wordt voorbereid, de goedkeuring behoeven van het portefeuillehouders-overleg, de bepalende rol van (de besluitvorming van ) de Gemeenten. Nu de besluitvorming inhoudt dat de Mutsaersstichting per 1 juli 2015 geen deel uitmaakt van Veilig Thuis, houdt de voorlopige samenwerking daarmee op.

5.3.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de Mutsaersstichting geen voldoende spoedeisend belang bij haar vordering heeft. De vorderingen zullen daarom worden afgewezen.

5.4.

De Mutsaersstichting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bureau Jeugdzorg Limburg worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Nu de vorderingen in conventie zijn afgewezen, vloeit daar uit voort dat de eigendommen van Bureau Jeugdzorg Limburg, voor zover dat nog niet is gebeurd, dienen te worden teruggegeven aan Bureau Jeugdzorg Limburg. De Mutsaersstichting betwist, buiten een aantal op haar productie 51 gemarkeerde zaken, niet dat de goederen zoals vermeld op de lijst “Nog niet ingeleverde PSU” in productie 53 van Bureau Jeugdzorg Limburg nog in haar bezit zijn. Ten aanzien van een aantal zaken stelt de Mutsaersstichting dat die reeds zijn teruggegeven. Zij heeft dit echter niet nader onderbouwd. Bureau Jeugdzorg Limburg heeft ter zitting gesteld dat de betreffende zaken niet zijn geretourneerd. De voorzieningenrechter komt gelet hierop tot het oordeel dat de vordering van Bureau Jeugdzorg Limburg kan worden toegewezen.

6.2.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

6.3.

Mutsaersstichting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bureau Jeugdzorg Limburg worden begroot op:

- salaris advocaat € 816,00 (factor 3,0 × tarief € 816,00)

- overige kosten 0,00

Totaal € 816,00

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt Mutsaersstichting in de proceskosten, aan de zijde van Bureau Jeugdzorg Limburg tot op heden begroot op € 1.429,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4.

veroordeelt de Mutsaersstichting om binnen zeven dagen na het wijzen van dit vonnis tot teruggave over te gaan van alle zaken als genoemd in productie 53 van Bureau Jeugdzorg Limburg in de kolom “Nog niet ingeleverde PSU”,

7.5.

veroordeelt de Mutsaersstichting om aan Bureau Jeugdzorg Limburg een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 6.7 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,

7.6.

veroordeelt Mutsaersstichting in de proceskosten, aan de zijde van Bureau Jeugdzorg Limburg tot op heden begroot op € 816,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.7.

veroordeelt de Mutsaersstichting in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de Mutsaersstichting niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.8.

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2015.1

1 type: EvdScoll: