Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:6848

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-08-2015
Datum publicatie
12-08-2015
Zaaknummer
03/700170-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een woninginbraak, waarna de verdachte, na op heterdaad te zijn betrapt, een politieagent bedreigd heeft met geweld en geweld heeft gebruikt tegen de politieagent door hem tegen de arm en het hoofd te slaan met een bahco. Toekenning schadevergoedingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700170-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 augustus 2015

in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren [geboortegegevens] ,

gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. P.W. Szymkowiak, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2015, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte bij een woninginbraak een telefoon heeft gestolen en geprobeerd heeft andere goederen te stelen uit die woning, waarbij hij na op heterdaad te zijn betrapt geweld heeft gebruikt om te kunnen vluchten en/of in het bezit te kunnen blijven van de gestolen telefoon.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. De verdachte is op 1 april 2015 op heterdaad betrapt tijdens een woninginbraak in Maastricht. De verdachte had goederen klaar gezet in de woning om mee te nemen en een gsm uit de woning op zak.
Bij zijn vlucht werd hij belemmerd door twee politieagenten. De verdachte heeft om zijn vlucht door te kunnen zetten één van de agenten met een bahco geslagen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat het feit bewezen kan worden, maar dat de geweldshandelingen die ten laste zijn gelegd, slechts in beperkte mate bewezen kunnen worden verklaard.

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 1 april 2015 doende was in te breken in een woning, gelegen aan [Adres] te Maastricht . De verdachte heeft om de woning binnen te komen het cilinderslot van de voordeur verbroken. In de woning heeft de verdachte een kluisje van de muur geschroefd. Het kluisje, een laptoptas en twee Plus-draagtassen had de verdachte klaargelegd om mee te nemen. Een gsm had hij bij zich gestopt. Toen de verdachte merkte dat hij betrapt was, is hij uit een raam op de eerste verdieping gesprongen en via de brandgang achter de woning weggerend.2

De bewoner van de woning, [benadeelde partij ] , heeft aangifte gedaan van deze (poging tot) woninginbraak. De gsm die ontvreemd was, een Sony Xperia, behoorde toe aan zijn dochter, [naam van dochter] .3

Dit alles levert wettig en overtuigend bewijs op dat de verdachte een gsm heeft gestolen uit voornoemde woning en dat hij gepoogd heeft ook nog andere goederen uit de woning te stelen.

De verdediging heeft bij de behandeling van de zaak vooral aandacht gevraagd voor het bewijs van het tenlastegelegde geweld jegens [hoofdagent van politie] . De verdediging heeft betwist dat de verdachte geweld heeft gebruikt om weg te kunnen komen en om het bezit van de gsm zeker te stellen. Door de raadsman is bepleit dat slechts het slaan tegen de arm van [hoofdagent van politie] bewezen kan worden. Mocht de rechtbank tevens bewezen achten dat [hoofdagent van politie] aan het hoofd is geraakt, dan geldt dat het opzet van de verdachte hier nimmer op is gericht geweest, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt de hiervoor gevoerde verweren van de verdediging.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte niet alleen gedreigd heeft met geweld maar ook daadwerkelijk geweld heeft gebruikt om te kunnen vluchten en om in het bezit te kunnen blijven van de gestolen gsm. Dit geweld was zowel gericht tegen de arm als tegen het hoofd van [hoofdagent van politie] . Daarvoor is voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig, gelet op de verklaringen van de politieambtenaren [hoofdagent van politie] en [naam politieambtenaar] .

[hoofdagent van politie] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de verdachte een slaande beweging maakte. [hoofdagent van politie] zag aan de beweging van de verdacht dat de verdachte wilde slaan. De verdachte had de bahco ter hoogte van zijn, verdachtes, hoofd en maakte een zijwaartse slag van linksboven naar rechtsonder. [hoofdagent van politie] heeft de slag afgeweerd door zijn armen gekruist boven zijn hoofd te houden en werd vervolgens geraakt op zijn rechteronderarm. De bahco raakte tevens zijn gezicht.4 Uit het dossier kan worden opgemaakt dat [hoofdagent van politie] daarbij letsel aan de rechteronderarm en de rechterwang heeft opgelopen.5

[hoofdagent van politie] was ten tijde van het gebeuren in gezelschap van politieambtenaar [naam politieambtenaar] . Deze laatste heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij gezien heeft dat de verdachte met een Engelse sleutel op hen afkwam. [naam politieambtenaar] heeft gezien dat er door de verdachte een beweging van boven naar beneden werd gemaakt en dat [hoofdagent van politie] met zijn armen een afwerende beweging maakte.6

De wijze van slaan zoals hierover is verklaard door de politieambtenaren [hoofdagent van politie] en [naam politieambtenaar] , bergt het opzet in zich om [hoofdagent van politie] - ook - aan het hoofd te raken. De beweging van de verdachte, vanaf diens hoofd van boven naar beneden, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geduid dan als te zijn gericht op het slaan van [hoofdagent van politie] tegen de arm én tegen het hoofd.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 1 april 2015 in de gemeente Maastricht:

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gsm-telefoon (merk/type Sony Xperia) toebehorende aan [naam van dochter] , welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen de hoofdagent van politie [hoofdagent van politie] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan [Adres] , weg te nemen een kluis, een laptoptas en twee draagtassen met opschrift 'Plus', toebehorende aan [benadeelde partij ] en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die weg te nemen kluis, laptoptas en draagtassen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en verbreking, met voornoemd opzet (het cilinderslot van) de voordeur van die woning heeft geforceerd en vervolgens die woning heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen de hoofdagent van politie [hoofdagent van politie] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden, dat verdachte met een bahco in de richting van het hoofd van die [hoofdagent van politie] heeft gezwaaid en (vervolgens) met die bahco tegen de arm en de kaak van die [hoofdagent van politie] heeft geslagen.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

de voortgezette handeling van

diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang heeft verschaft en het weg te noemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op basis van de door het openbaar ministerie gehanteerde richtlijnen de oplegging aan de verdachte gevorderd van een gevangenisstraf van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht aanzienlijk minder straf op te leggen. Het geweldsaspect is volgens de raadsman in deze zaak overdreven. Daarom zou de rechtbank bij de strafmaat de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als volgt moeten toepassen. De oriëntatiepunten vermelden bij een woninginbraak, waarbij ook sprake is van recidive, een gevangenisstraf van 5 maanden en voor mishandeling met een wapen met letsel tot gevolg een taakstraf van 120 uur, omgerekend 2 maanden gevangenisstraf. De raadsman komt daarom uit op hooguit 7 maanden gevangenisstraf. Mocht de rechtbank overwegen meer straf op te leggen, dan zou gekozen moeten worden voor een voorwaardelijk deel, aldus de raadsman.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak waarbij hij een gsm heeft ontvreemd en andere spullen die hij had klaargezet niet heeft kunnen meenemen omdat hij was betrapt. Dat is op zichzelf reeds een ernstig feit, omdat er niet alleen materiële schade wordt aangericht, maar ook een forse inbreuk wordt gemaakt op de privacy van de bewoners. Feiten als deze zorgen voor onrust in de maatschappij en tasten het gevoel van veiligheid en privacy van de slachtoffers aan op de plaats waar zij zich het meest geborgen moeten kunnen voelen, namelijk in hun eigen woning. De verdachte heeft, zo blijkt duidelijk uit zijn verklaring ter terechtzitting, alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. De ernst van dit feit brengt met zich mee dat niet volstaan kan worden met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming. Dat geldt temeer daar de verdachte na op heterdaad te zijn betrapt door een politieagent, nog gedreigd heeft met geweld en ook daadwerkelijk geweld heeft gebruikt jegens deze agent. De verdachte heeft de agent geslagen tegen de arm én tegen het hoofd.

Daar komt nog bij dat de verdachte in 2012 is veroordeeld ter zake van een diefstal uit een woning. De verdachte heeft inmiddels een strafblad van 15 pagina’s. Taakstraffen en korte gevangenisstraffen hebben er kennelijk niet toe geleid dat de verdachte is opgehouden met het plegen van strafbare feiten.

Voor het onderhavige feit bestaat geen oriëntatiepunt. De rechtbank heeft zich daarom georiënteerd op enerzijds de straf die het LOVS voor een woninginbraak bij recidive adviseert (5 maanden gevangenisstraf) en anderzijds de straf die het LOVS voor een winkel-/woningoverval met licht geweld aanbeveelt (2 resp. 3 jaar gevangenisstraf). Op grond daarvan acht de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden passend. De straf zoals door de raadsman is voorgesteld doet onvoldoende recht aan de ernst van het feit. Het gaat niet om een woninginbraak die los kan worden gekoppeld van het daaropvolgende geweld, maar om een woninginbraak waarbij geweld is toegepast. Die samenhang tussen geweld en inbraak maakt een hogere straf gepast dan voor een ‘losse’ woninginbraak en ‘losse’ mishandeling gezamenlijk geëigend zou zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding een gedeelte van deze straf voorwaardelijk op te leggen, zoals in subsidiaire zin door de raadsman is gevraagd. De verdachte is op de rechtbank niet gemotiveerd overgekomen om begeleiding van de reclassering te aanvaarden en gelet op zijn strafblad ziet de rechtbank niet in hoe een voorwaardelijke straf met een proeftijd de verdachte ervan zou kunnen weerhouden strafbare feiten te plegen. Dit zal bereikt moeten worden door een langdurige vrijheidsbeneming.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [hoofdagent van politie] vordert een schadevergoeding van € 561,- voor geleden immateriële schade (smartengeld). De benadeelde partij [benadeelde partij ] vordert een schadevergoeding van € 1.668,80 voor geleden materiele schade.

De rechtbank zal de vordering van [hoofdagent van politie] toewijzen. De gevorderde schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte.

[hoofdagent van politie] heeft letsel en pijn opgelopen en heeft tevens genoegzaam onderbouwd welke emotionele gevolgen de gebeurtenis voor hem heeft gehad. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank redelijk en billijk. De verdachte is voor deze schade aansprakelijk en zal deze moeten vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals gevorderd. Daarbij zal de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde partij ] gedeeltelijk toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De toewijzing ziet alleen op de posten die betrekking hebben op de braakschade aan de voordeur, nu de verdachte de overige posten heeft betwist en uit het proces-verbaal sporenonderzoek in het dossier niet kan worden opgemaakt dat de verdachte meer schade zou hebben veroorzaakt aan de woning van [benadeelde partij ] .

De rechtbank becijfert het schadebedrag op € 684,07, waarbij zij het aantal gevorderde werkuren zoals vermeld op de factuur d.d. 1 april 2015 heeft gehalveerd. De verdachte is voor deze schade aansprakelijk en zal deze moeten vergoeden. Daarbij zal de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De benadeelde partij [benadeelde partij ] heeft geen vermeerdering van het schadebedrag met de wettelijke rente gevorderd. De rechtbank zal overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad van 9 september 2014 (gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2014:2652) ambtshalve (alsnog) bepalen dat het schadebedrag waarvoor de maatregel wordt opgelegd, zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2015.

8 Het beslag

Bij het onderzoek zijn gereedschap en geld in beslag genomen. De verdachte had deze goederen bij zich. Het gereedschap (de bahco, schroevendraaiers en een zaklamp) zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het feit is begaan en/of voorbereid. Ten aanzien van het geld kan de rechtbank geen relatie met het feit vaststellen. Dit bedrag van € 320,- zal dan ook aan de verdachte moeten worden teruggegeven.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 56, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij(en) en schadevergoedingsmaatregel(en)

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [hoofdagent van politie] [hoofdagent van politie] [hoofdagent van politie] [hoofdagent van politie] [hoofdagent van politie] [hoofdagent van politie] [hoofdagent van politie], domicilie kiezende te [Adres] Maastricht, te betalen € 561,- (zegge: vijfhonderdeenenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [hoofdagent van politie] van € 561,- , bij niet betaling en verhaal te vervangen door 11 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij ] [benadeelde partij ] [benadeelde partij ] [benadeelde partij ] [benadeelde partij ], wonende te [Adres] Maastricht, [Adres] , gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan deze benadeelde partij te betalen € 684,07 (zegge: zeshonderdvierentachtig euro en zeven eurocent);

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij ] van € 684,07 (zegge: zeshonderdvierentachtig euro en zeven eurocent), bij niet betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

1. STK schroevendraaier 584238

2 1.00 STK gereedschap bahco 584261

4 1.00 STK lamp 584348 muntstuk 50 cent voor de lens;

- gelast de teruggave aan de verdachte van het volgende in beslag genomen voorwerp:

3 Geld Nederlands € 320,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.A.G.M. Vluggen, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. R. Robroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 augustus 2015.

Buiten staat

Mr. R. Robroek is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 1 april 2015 in de gemeente Maastricht

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gsm-telefoon (merk/type Sony Experia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij ] en/of [benadeelde partij ] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de hoofdagent van politie [hoofdagent van politie] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan [Adres] weg te nemen een kluis en/of een laptoptas en/of twee draagtassen met opschrift 'Plus', geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij ] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen kluis en/of laptoptas en/of draagtassen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voornoemd opzet (het cylinderslot van) de voordeur van die woning heeft geforceerd en/of (vervolgens) die woning heeft betreden en/of (vervolgens) doende is geweest om het slot van die kluis te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de hoofdagent van politie

[hoofdagent van politie] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

(telkens) welk geweld en/of bedreiging hierin bestond(en), dat hij, verdachte, een ijzeren staaf/bahco (dreigend) boven het hoofd heeft gehouden en/of (vervolgens) met die ijzeren staaf/bahco in de richting van het hoofd van die [hoofdagent van politie] heeft gezwaaid en/of (vervolgens) met die ijzeren staaf/bahco tegen de arm en/of de kaak van die [hoofdagent van politie] heeft geslagen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700170-15

Proces-verbaal van de openbare zitting van 12 augustus 2015 in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren [geboortegegevens]

gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. P.W. Szymkowiak, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig. De verdachte heeft wel/niet schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om de uitspraak bij te wonen.

De rechter spreekt het vonnis uit [.]

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

1 De vindplaatsvermeldingen van de hierna opgenomen bewijsmiddelen, verwijzen naar de paginanummering in het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2015060133 d.d. 15 mei 2015, met als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, doorgenummerd van pagina 1 t/m 211, alsmede naar de processen-verbaal verhoor van getuigen van de rechter-commissaris d.d. 23 april 2015.

2 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 29 juli 2015.

3 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 61 en het proces-verbaal van verhoor aangever, dossierpagina 191.

4 Het proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 23 april 2015, inhoudende de verklaring van [hoofdagent van politie] .

5 Het geschrift geneeskundige verklaring, dossierpagina 204, en het proces-verbaal aangifte, bijlage foto op dossierpagina 200: het letsel bestond uit een schram op de rechterwang ter hoogte van de kaak, een schaafwondje op de rechteronderarm en hematomen op de arm.

6 Het proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 23 april 2015, inhoudende de verklaring van [naam politieambtenaar] .