Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:6432

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-07-2015
Datum publicatie
30-07-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 2110 tm 15 _2113
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Betreft verzoeken voorlopige voorziening tegen onder meer een evenementenvergunning voor het Solarweekendfestival 2015. De voorzieningenrechter heeft mondeling uitspraak gedaan en geoordeeld dat voor het treffen van een voorlopige voorziening, gelet op de betrokken belangen, evident moet zijn dat de aangevochten besluiten ernstig onrechtmatig zijn. Nu daarvan niet is gebleken, worden de verzoeken afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB/ROE 15/2110 t/m 15/2113

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

17 juli 2015 in de zaken tussen:

[namen verzoekers]

[namen verzoekers], allen te Roermond, verzoekers,

(gemachtigde: mr. T.D. Rijs),

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Roermond en de Burgemeester van Roermond, verweerders,

(gemachtigde: mr. drs. M.G.G. van Nisselroij)

Als derde-partij heeft aan de gedingen deelgenomen: Solar Festival B.V, te Eindhoven,

(gemachtigde: mr. M.L. Diepenhorst).

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2015 heeft de Burgemeester van Roermond op grond van artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) aan Solar Festival B.V. (hierna: vergunninghouder) een evenementenvergunning verleend ten behoeve van het Solarweekendfestival 2015. Tevens is bij dat besluit door het college van Burgemeester en Wethouders van Roermond (hierna: het college) aan vergunninghouder een gebruiksvergunning op grond van artikel 2 van de Brandveiligheidsverordening 2012 (vergunning brandveilig gebruik) verleend. Bij besluit van 19 mei 2015 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (activiteit: gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan) verleend en bij besluit van 11 juni 2015 een ontheffing van het verbod in artikel 4:18, eerste lid, van de APV voor het kamperen buiten een kampeerterrein (kampeerontheffing) ten behoeve van genoemd festival.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten bezwaar gemaakt. Tevens hebben zij zich tot de voorzieningenrechter van de rechtbank gewend met het verzoek een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2015, waar verzoekers zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde en door mr. J. van den Heuvel. De derde-partij is verschenen, vertegenwoordigd door haar gemachtigde, [namen gemachtigden] .

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter dezelfde dag om 16.00 uur uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering. Die motivering is niet bindend voor een (eventuele) hoofdzaak.

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening, als "onverwijlde spoed", gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Bij vergunningen als hier aan de orde betekent dit dat er een zo zwaarwegend belang moet zijn bij schorsing of aanpassing van de vergunning dat het belang van de vergunninghouder daarvoor moet wijken. De voorzieningenrechter stelt daartoe vast dat in dit geval het belang van de Solar-organisatie zeer groot is, alleen al omdat bij afgelasting van het evenement het voortbestaan van de organisatie zelf op het spel staat. Daar komen nog de belangen van andere betrokken bedrijven en die van de bezoekers van het evenement bij. Daar staat tegenover dat ook het belang van het woon- en leefklimaat van omwonenden aanzienlijk gewicht toekomt. Het is primair aan verweerders om die, deels tegenstrijdige, belangen tegen elkaar af te wegen.

3. Gelet op voormelde belangen zou, om een voorlopige voorziening te treffen, thans ten minste evident moeten zijn dat de aangevochten vergunningen in ernstige mate onrechtmatig zijn. Formele gebreken die in een besluit op bezwaar rechtgezet kunnen worden, zijn daarvoor zeker niet voldoende. Na kennis te hebben genomen van de stukken en partijen ter zitting te hebben gehoord, is de voorzieningenrechter niet tot de conclusie kunnen komen dat van evidente en ernstige onrechtmatigheid als zojuist bedoeld sprake is.

4. Volgens de verzoekers is de onrechtmatigheid in de eerste plaats gelegen in onduldbare geluids- en verkeershinder.

5. Wat betreft de geluidshinder hebben de Burgemeester en het college in de evenementenvergunning normen als voorschrift opgenomen die zijn gebaseerd op de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” van de inspectie milieuhygiëne Limburg (Nota Limburg). Daarbij zijn zij er terecht van uitgegaan dat geen strafcorrectie voor muziekgeluid hoeft te worden toegepast. In jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Rad van State is aanvaard dat bij naleving van die normen in beginsel geen sprake is van zogenoemde onduldbare hinder. Dat neemt overigens niet weg dat er bij geluidsbelasting die tot die norm nadert, wel sprake is van ernstige hinder, ook in woningen. De voorzieningenrechter acht het niet uitgesloten dat er in dit geval reden zou kunnen zijn om van de standaardnormen af te wijken omdat een relevant aantal woningen in de omgeving een minder goede gevelisolatie heeft dan de Nota Limburg als gemiddeld beschouwt. Het antwoord op de vraag of verweerder nader onderzoek op dit punt hadden moeten doen, is echter niet aanstonds duidelijk en die vraag leent zich niet voor beoordeling in een procedure over een verzoek tot voorlopige voorziening. Des te minder is daarvoor reden nu een aantal van de verzoekers het beroep tegen de vergunning voor het evenement in 2014 hebben ingetrokken. In die procedure was het mogelijk geweest om, zo nodig op basis van een advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, die vraag ten volle te beantwoorden. De voorzieningenrechter heeft bij het voorgaande nog doen wegen dat ter zitting door verweerders onweersproken is gesteld dat de oudere woningen die mogelijk minder goed geïsoleerd zijn niet de dichtstbijzijnde woningen zijn.

6. Geconstateerd moet worden dat verweerders bij de vergunningverlening wel enigszins van de Nota Limburg zijn afgeweken wat betreft het muziekgeluid dat na 23 uur op de camping wordt geproduceerd. Die afwijking is door verweerders ter zitting toegelicht. Mede gelet daarop acht de voorzieningenrechter die afwijking niet van dien aard dat daarin reden is gelegen om een voorlopige voorziening te treffen.

7. Wat betreft de geluidsaspecten vindt de rechter bovendien van belang dat verweerders maatregelen hebben getroffen om de naleving van de normen te verzekeren, onder andere door het verrichten van geluidsmetingen door verschillende instanties en het opleggen van een preventieve last onder dwangsom.

8. Wat betreft het aspect verkeer stelt de voorzieningenrechter vast dat er sprake is van een uitgebreid verkeersplan. De rechter ziet geen reden om dat plan onaanvaardbaar of onuitvoerbaar te achten. Een zekere verkeershinder en verminderde bereikbaarheid behoort tot het normaal maatschappelijk risico van iedere burger. Gelet op de door verweerders, onder meer ter zitting, gegeven uitleg stelt de voorzieningenrechter vast dat de veiligheidsrisico’s door verweerders deugdelijk in kaart zijn gebracht en hij kan niet tot de conclusie komen dat verweerders die risico’s niet in redelijkheid aanvaardbaar mogen achten.

9. Hetgeen verzoekers overigens naar voren hebben gebracht heeft, daargelaten of er op bepaalde punten sprake van gebreken in de besluitvorming zou kunnen zijn, niet zoveel gewicht dat dit opweegt tegen de grote belangen die zijn verbonden aan het mogen uitvoeren van de vergunde activiteiten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.A. Timmers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2015.

w.g. F.A. Timmers,

griffier

w.g. Th.M. Schelfhout,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 28 juli 2015

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.