Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:6126

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-06-2015
Datum publicatie
18-08-2015
Zaaknummer
C-03-206657 - HA RK 15-121
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking ter zitting – proces-verbaal - afwijzing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Datum uitspraak: 9 juni 2015

Zaaknummer / rekestnummer: C/03/206657 / HA RK 15/121

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

hierna: verzoekster,

indienster van een verzoek dat strekt tot wraking van mr. A.M. Koster-van der Linden, hierna: de rechter.

1 Het verloop van de procedure

Tijdens de zitting op 28 mei 2015 in de zaak met nummer C/03/2061777 / FA RK 15/1599 tussen de Raad voor de Kinderbescherming als verzoekende partij en [verzoekster] , thans verzoekster, als wederpartij heeft verzoekster een verzoek tot wraking gedaan van de rechter.

De rechter heeft de wrakingskamer op 28 mei 2015 bericht dat zij niet in het verzoek tot wraking berust, dat zij niet gehoord wenst te worden en dat zij niet schriftelijk zal reageren.

Op 9 juni 2015 heeft de behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Ter zitting is alleen verzoekster verschenen, zij is uitvoerig gehoord op het verzoek.

De rechtbank heeft direct, na het horen van verzoekster en een korte schorsing, in het bijzijn van verzoekster mondeling uitspraak gedaan, zoals hierna vastgelegd.

2 Beoordeling

De wrakingskamer baseert zich bij zijn beslissing op het proces-verbaal van wraking van 28 mei 2015. De wrakingskamer is zich ervan bewust dat de lezing van verzoekster van de gang van zaken op die zitting een andere is dan in het proces-verbaal beschreven. Het verschil zit met name daarin dat verzoekster stelt dat zij eerst een verzoek tot aanhouding van de mondelinge behandeling heeft gedaan en toen dit werd geweigerd tot de conclusie kwam dat de rechter vooringenomen was, waarna zij het wrakingsverzoek heeft gedaan, terwijl volgens het proces-verbaal eerst het wrakingsverzoek en pas daarna het verzoek om uitstel gedaan is.

Bij het antwoord op de vraag welke lezing de juiste is, dient de wrakingskamer zich te baseren op het proces-verbaal, dat volgens haar eigen verklaring in het bijzijn van verzoekster is opgemaakt, en niet op de eerst ter zitting van de wrakingskamer gegeven lezing van de gang van zaken van verzoekster.

Uit het proces-verbaal volgt dat verzoekster eerst geweigerd heeft haar naam te noemen, vervolgens te kennen heeft gegeven dat zij de moeder is van [naam] en toen direct het wrakingsverzoek heeft gedaan omdat zij de stukken te laat had ontvangen en geen advocaat had, en dus pas nadat zij de wraking had verzocht het verzoek om uitstel heeft gedaan. Op het moment dat verzoekster dit uitstelverzoek deed, was de behandeling van de zaak reeds geschorst als gevolg van het wrakingsverzoek, zodat de rechter het uitstelverzoek niet meer in behandeling kon nemen. Het feit dat de rechter het door verzoekster gevraagde uitstel niet heeft verleend, althans dat verzoek niet heeft behandeld, vloeide dus van rechtswege voort uit de gang van zaken ter zitting en vormt geen enkele aanwijzing dat de rechter niet onpartijdig tegenover verzoekster was.

Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

Ten overvloede vermeldt de wrakingskamer nog dat verzoekster nadat de uitspraak haar zoals hierboven geformuleerd was voorgehouden, heeft meegedeeld dat zij thans de wrakingskamer wil wraken. De voorzitter heeft daarop geantwoord dat dit wrakingsverzoek niet in behandeling kan worden genomen omdat het is gedaan nadat reeds uitspraak was gedaan. Verzoekster heeft daarop gezegd dat zij zal doorgaan met wraken omdat justitie erop uit is althans toelaat dat zij of haar kind kapot worden gemaakt.

3 Beslissing

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking van mr. Koster-van der Linden af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen, voorzitter, mr. R.M.M. Kleijkers,

mr. F.L.G. Geisel, leden, in aanwezigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2015.

Tegen de beslissing van de wrakingskamer staat geen rechtsmiddel open.