Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:6001

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-07-2015
Datum publicatie
17-07-2015
Zaaknummer
03/700225-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Megazaak Kerilia: veroordeling voor meermalen valsheid in geschrifte; vrijspraak van medeplichtigheid aan opmaken valse akte en deelneming aan een criminele organisatie; voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700225-12

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres 9].

Raadsvrouw is mr. S.M. Kurvers, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is (inhoudelijk) behandeld op de terechtzittingen van 8 en 11 mei 2012, 22 juni 2012, 3 en 12 december 2013, 4 en 18 november 2014, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 23, 24 en

25 juni 2015 en 3 juli 2015. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: samen met (een) ander(en) valsheid in geschrifte heeft gepleegd;

Feit 2: medeplichtig is aan het verstrekken van valse informatie in een authentieke akte;

Feit 3: samen met (een) ander(en) valsheid in geschrifte heeft gepleegd;

Feit 4: medeplichtig is aan het verstrekken van valse informatie in een authentieke akte;

Feit 5: samen met (een) ander(en) valsheid in geschrifte heeft gepleegd;

Feit 6: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een op schrift gesteld requisitoir overgelegd. Kort gezegd stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat voldoende bewijs voorhanden is om te kunnen komen tot een bewezenverklaring ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een pleitnota overgelegd. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

Feiten 1 en 2

Onder feit 1 wordt verdachte verweten dat hij een taxatierapport betreffende het pand aan het [adres 5] te [plaats 3] valselijk heeft opgemaakt door daarin niet op te nemen dat het pand bestemd was voor de verhuur en door enkel waarden vrij van verhuur te vermelden. Onder feit 2 wordt hem vervolgens verweten dat hij door dit valse taxatierapport op te maken ook medeplichtig is geweest aan het opmaken van een valse authentieke akte (te weten een hypotheekakte).

Feiten en omstandigheden

Als taxateur heeft verdachte twee keer een taxatierapport voor het perceel [adres 5] opgemaakt. Voor dit perceel is daarna een hypothecaire geldlening aangevraagd door medeverdachte [medeverdachte 5]. Aangezien enkel het tweede rapport is gebruikt bij deze aanvraag, behoeft het eerste rapport hier geen bespreking meer.

In het tweede taxatierapport, gedateerd 11 juli 2007, heeft verdachte de betreffende woning getaxeerd op € 125.000,- vrij van huur. Verder staat vermeld dat de woning in afbouw is en dat de geschatte afbouwkosten € 35.000,- bedragen. Tevens is vermeld dat de woning voor eigen gebruik is en zijn alleen waarden vermeld die vrij van huur zijn.

Op 24 oktober 2007 heeft [medeverdachte 5] de woning aan het [adres 5] te [plaats 3] gekocht voor € 120.000,-. Door de SNS-Bank is aan haar een hypothecaire geldlening verstrekt van € 100.000,-. Namens deze bank is op 12 april 2010 aangifte gedaan van valsheid in geschrifte tegen onder andere verdachte, omdat die in het taxatierapport valselijk zou hebben vermeld dat het pand voor eigen gebruik zou zijn en enkel waarden vrij van huur heeft vermeld, terwijl het pand werd verhuurd.

Zowel [medeverdachte 5] als haar vader hebben verklaard dat het ten tijde van de aankoop van de woning de bedoeling was dat [medeverdachte 5] in het pand zou gaan wonen met haar toenmalige vriend.

Beoordeling

Om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van valsheid in geschrifte moet de rechtbank kunnen vaststellen dat verdachte ten tijde van het opmaken van het taxatierapport wist dat het pand verhuurd zou gaan worden.

Uit de verklaringen van zowel [medeverdachte 5] als haar vader, dat [medeverdachte 5] in het betreffende pand zou gaan samenwonen met haar toenmalige vriend, kan de rechtbank dat niet opmaken. Het feit dat

uit het dossier blijkt dat het pand pas in 2009 is verhuurd draagt evenmin bij aan een bewezenverklaring.

De verklaring die verdachte in maart 2010 – bijna drie jaar na het opstellen van het taxatierapport – heeft afgelegd, inhoudende dat hij denkt dat de woning als belegging is aangekocht, kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet tot een bewezenverklaring leiden. Uit die verklaring blijkt immers niet dat verdachte er in 2007 wetenschap van had

dat de woning niet voor eigen gebruik door [medeverdachte 5] was bedoeld. Het is enkel een redenering die verdachte drie jaar na dato en zoveel taxaties later opzet. Daarmee is de inhoud van die verklaring met teveel twijfels omgeven.

Alles afwegende is er derhalve onvoldoende bewijs dat verdachte ten tijde van het opstellen van het taxatierapport wist dat de woning niet voor eigen gebruik bedoeld was en verhuurd zou worden. Daarmee kan niet worden gesteld dat verdachte valsheid in geschrifte heeft gepleegd en zal de rechtbank hem van het onder 1 tenlastegelegde feit vrijspreken.

Nu er in dit geval geen sprake is van een door verdachte valselijk opgemaakt taxatierapport, kan de rechtbank evenmin vaststellen dat hij medeplichtig is geweest aan het opmaken van de betreffende valse authentieke akte. Zij zal hem dan ook vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Feiten 3 en 4

Onder feit 3 wordt verdachte verweten dat hij een taxatierapport betreffende het pand aan het [adres 7] te [plaats 3] valselijk heeft opgemaakt door niet daarin op te nemen dat het pand bestemd was voor de verhuur, door enkel waarden vrij van verhuur te vermelden en door in strijd met de waarheid op te nemen dat de woning gereed is voor bewoning.

Onder feit 4 wordt hem vervolgens verweten dat hij medeplichtig is geweest aan het opmaken van een valse authentieke akte (te weten een hypotheekakte).

Feiten en omstandigheden

Verdachte heeft op 28 maart 2007 te Grevenbicht een taxatierapport opgesteld ten behoeve van het aanvragen van een hypothecaire geldlening voor de woning aan het [adres 7] te [plaats 3]. In dat rapport wordt onder andere vermeld dat deze woning voorzien is van een geheel betegelde badkamer met ligbad, douche en toilet en een keuken voorzien van alle comfort.2 Tevens zijn alle in het rapport genoemde waardes vrij van huur.

Door de verkopers van de woning, [getuige 6]3 en [getuige 7]4, is verklaard dat de woning

in juni 2007 aan medeverdachte [medeverdachte 6] is verkocht in ruwbouwstaat. Er zat geen keuken

in en geen andere afwerkingsproducten. Je kon er ook niet douchen.

Uit het dossier komt verder naar voren dat de woning aan het [adres 7] pas in 2009 is afgebouwd. Zo is er een factuur van een keuken d.d. 18 februari 20095 en van hardstenen trapelementen d.d. 27 maart 20096.

Beoordeling

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte door in het taxatierapport van 28 maart 2007 te vermelden dat de woning voorzien was van een geheel betegelde badkamer met ligbad, douche en toilet en een keuken voorzien van alle comfort, terwijl hij wist dat het rapport bedoeld was om als echt en onvervalst te worden gebruikt. Uit de verklaring van de verkopers van de woning blijkt immers dat de woning in juni 2007 in ruwbouwstaat is opgeleverd. Daarbij komt dat blijkens stukken in het dossier de woning pas in 2009 is afgebouwd. Dit onderdeel van het onder feit 3 ten laste gelegde acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook valsheid in geschrifte heeft gepleegd door in het taxatierapport niet te vermelden dat de woning bestemd was voor verhuur/gebruik door derden, maar juist enkel waarden vrij van huur te vermelden.

Om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging moet de rechtbank kunnen vaststellen dat verdachte ten tijde van het opmaken van het taxatierapport wist dat het pand verhuurd zou gaan worden. Daarvoor is echter geen bewijs. Uit het dossier blijkt dat de koper ([medeverdachte 6]) vanaf de koop bijna een jaar ingeschreven heeft gestaan op het onderhavige adres, hetgeen juist duidt op de bedoeling van eigen bewoning. Uit het dossier blijkt dat de woning op een gegeven moment is verhuurd, maar pas in 2009. Met andere woorden: nergens uit blijkt dat de woning ten tijde van de taxatie was verhuurd of dat dat de bedoeling was. De verklaring die verdachte in maart 2010 – bijna drie jaar na het opstellen van het taxatierapport – heeft afgelegd, inhoudende dat hij denkt dat de woning als belegging is aangekocht, maakt dat niet anders. Uit die verklaring blijkt immers niet dat verdachte er wetenschap van had dat de woning niet voor eigen gebruik door [medeverdachte 6] was bedoeld. Het is enkel een redenering die verdachte drie jaar na dato en zoveel taxaties later opzet.

De rechtbank zal verdachte dan ook partieel vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging.

De medeplichtigheid die verdachte onder feit 4 wordt verweten is aldus verfeitelijkt dat verdachte behulpzaam is geweest bij het (laten) opstellen van een hypotheekakte door in

het voor die akte benodigde taxatierapport niet te vermelden dat de woning bestemd was voor verhuur/gebruik door derden, maar juist enkel waarden vrij van huur te vermelden.

Zoals hierboven reeds vermeld acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte deze handelingen heeft verricht. Nu hem in deze tenlastelegging geen andere feitelijke handelingen worden verweten – en dus ook niet hetgeen de rechtbank hierboven wel bewezen heeft geacht - kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de verfeitelijking komen. Daarmee vervalt de mogelijkheid voor de rechtbank om vast te

stellen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het opmaken van een valse authentieke akte. Zij zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder feit 4 tenlastegelegde feit.

Feit 5

Onder 5 wordt verdachte verweten dat hij een taxatierapport betreffende het pand aan de [adres 3] (maar feitelijk [adres 2]) te [plaats 1] valselijk heeft opgemaakt door daarin aan te geven dat het pand niet bewoond werd door derden en onbewoond zou worden opgeleverd, door aan te geven dat hij het perceel op 20 december 2007 heeft opgenomen en getaxeerd en door de indruk te wekken dat het perceel niet verhuurd was of zou worden en bestemd was voor eigen bewoning.

Feiten en omstandigheden

Verdachte heeft op 20 december 2007 een taxatierapport opgesteld betreffende een appartement aan de [adres 3] in opdracht van [medeverdachte 1]. Daarin vermeldt hij als datum opname en inspectie 20 december 2007.7 Tevens worden waarden vrij van huur vermeld en is opgenomen dat het object nog wordt opgeleverd en niet door derden wordt bewoond.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet in de woning is geweest voor de taxatie omdat hij het gebouw kende van eerdere opnames.8

Beoordeling

Ook hier is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende uit het dossier naar voren komt dat verdachte de wetenschap had dat de woning aan de [adres 2] zou worden verhuurd of zelfs al verhuurd was op het moment dat hij de taxatie opmaakte. De rechtbank kan derhalve niet vaststellen dat verdachte betreffende de eigen bewoning willens en wetens onjuiste informatie in het taxatierapport heeft vermeld. Zij zal verdachte dan ook van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

Dat verdachte niet in het appartement is gaan kijken, maar in het rapport wel heeft vermeld dat hij dat op 20 december 2007 heeft gedaan, is echter evident onjuist en levert derhalve valsheid in geschrifte op. Dat onderdeel van de tenlastelegging acht de rechtbank daarom wel wettig en overtuigend bewezen.

Feit 6

Volgens de officier van justitie is [verdachte] lid van een criminele organisatie die zich zou bezighouden met de beroepsmatige teelt van hennep, het binnen Nederland brengen van hennep en het bewerken en verkopen van hennep. Daarnaast zou de organisatie zich bezighouden met witwassen en het plegen van valsheid in geschrifte.

Om te kunnen spreken van lidmaatschap van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht zijn een aantal aspecten van belang. Het moet gaan om een:

  • -

    gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband;

  • -

    gericht op het plegen van misdrijven;

  • -

    waaraan [verdachte] willens en wetens een bijdrage levert.

Uit het oogpunt van efficiency zal de rechtbank de aspecten één en twee in het midden laten en direct ingaan op het derde aspect. Immers, indien er sprake zou zijn van een criminele organisatie, welke bijdrage heeft verdachte daar dan aan geleverd? Bij de beantwoording van die vraag moet de rechtbank in achtnemen dat niet iedere bijdrage aan een criminele organisatie maakt dat iemand daarvan lid is. Die bijdrage moet een zekere duur en intensiteit hebben.

In het dossier kan de rechtbank echter geen bewijs vinden voor enige bijdrage van [verdachte] die van voldoende duur en intensiteit is. Wat de rechtbank vast kan stellen is dat [verdachte] in de tenlastegelegde periode twee keer valsheid in geschrifte heeft gepleegd, door taxatierapporten valselijk op te stellen ter verkrijging van een hypothecaire geldlening door [medeverdachte 1] (de dochter van [medeverdachte 2]) en [medeverdachte 6]. Maar dat is naar het oordeel van de rechtbank niet een bijdrage van dien aard dat men daardoor al geacht kan worden lid van de criminele organisatie te zijn. Kortom, [verdachte] dient van dit feit te worden vrijgesproken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

3.

op 28 maart 2007 te Grevenbicht, in de gemeente Sittard-Geleen, als (beëdigd) makelaar/taxateur een taxatierapport (betreffende de taxatie van perceel [adres 7] te [plaats 3] ten behoeve van de verkrijging van een hypothecaire geldlening), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte in strijd met de waarheid in dat taxatierapport vermeld

dat de woning [adres 7] te [plaats 3] onder andere voorzien was van een geheel betegelde badkamer met ligbad, douche en toilet en een keuken voorzien van alle comfort en dat geschrift voorzien van een handtekening van hem, verdachte, in zijn hoedanigheid van (beëdigd) makelaar/taxateur, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

op 20 december 2007 in de gemeente Sittard-Geleen, als (beëdigd) makelaar/taxateur, een taxatierapport (betreffende de taxatie van het perceel aangeduid in het taxatierapport als zijnde [adres 3] te [plaats 1] (doch zijnde feitelijk

[adres 2] te [plaats 1]) ten behoeve van de verkrijging van een hypothecaire geldlening), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk aangegeven dat hij, verdachte, het perceel op 20 december 2007 had opgenomen en geïnspecteerd en dat geschrift voorzien van een handtekening van hem, verdachte, in zijn hoedanigheid van (beëdigd) makelaar/taxateur, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 3: valsheid in geschrift.

feit 5: valsheid in geschrift.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij het bepalen van de straf rekening te houden met de gedateerdheid van de feiten, de lange duur van het strafproces (er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn), de soepelere manier van taxeren in die tijd, het feit dat verdachte een goede reputatie had die hij inmiddels naar aanleiding van de onderhavige strafzaak kwijt is, hij een first-offender is, er geen sprake is van financieel gewin, het nog steeds lopende faillissement van het bedrijf van verdachte en zijn gezondheidstoestand. Zij vindt de strafeis gelet op genoemde omstandigheden veel te fors en is van mening dat er geen enkele aanleiding is om een proeftijd van drie jaar op te leggen. De raadsvrouw stelt voor om aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een (flinke) taakstraf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft twee keer valsheid in geschrifte gepleegd door in twee verschillende taxatierapporten onjuiste mededelingen te doen. Één keer betreffende de inrichting/afbouw van een woning en een keer betreffende zijn aanwezigheid bij de opname. De omvang van deze valse informatie lijkt op het eerste gezicht beperkt. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat het om kwalijke feiten gaat. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat verdachte ten tijde van de gepleegde feiten beëdigd taxateur was op wiens woord en rapporten men blindelings moet kunnen vertrouwen – hetgeen ook werd gedaan. Zowel door banken en notarissen, als door privé kopers en verkopers. Verdachte heeft dit vertrouwen geschonden en schendt daarmee ook het vertrouwen in de commerciële markt. Daar komt

bij dat verdachte kennelijk met groot gemak verkeerde informatie verstrekte.

Gelet op dit alles acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Echter, de rechtbank moet ook rekening houden het feit dat verdachte de strafbare feiten in 2007 heeft gepleegd, inmiddels dus al acht jaar geleden. Daarnaast is er sprake van een forse overtreding van de redelijke termijn.

De rechtbank houdt ook rekening met de gezondheidstoestand van verdachte en het

feit dat zijn makelaar/taxateur-kantoor inmiddels failliet is verklaard, waardoor het gevaar

op herhaling nagenoeg nihil is. In het opleggen van een proeftijd van drie jaar, zoals door

de officier van justitie is geëist, ziet de rechtbank dan ook geen meerwaarde.

Alles overwegende vindt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar een passende straf.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1, 2, 4 en 6 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder

4 is omschreven;

- verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de onder 3 en 5 bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels

en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 juli 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 11 juli 2007 te Grevenbicht, in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, als (beëdigd) makelaar/taxateur, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een taxatierapport (betreffende de taxatie van perceel [adres 5] te [plaats 3] ten behoeve van de verkrijging van een hypothecaire geldlening), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken en/of heeft laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk - immers in strijd met de waarheid - :

- nagelaten om in dat taxatierapport te vermelden dat perceel [adres 5]

[adres 5] te [plaats 3] bestemd was voor verhuur en/of gebruik door (een) derde(n) en/of

- in dat taxatierapport enkel waarden vrij van huur vermeld en/of laten

vermelden, waardoor de indruk werd gewekt dat genoemd perceel bestemd was

voor eigen bewoning en/of

- dat geschrift voorzien van een handtekening van hem, verdachte, in zijn

hoedanigheid als (beëdigd) makelaar/taxateur,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

2.

[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, in of omstreeks de periode van 11 juli 2007 tot en met 24 oktober 2007 in de gemeente Stein en/of in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, met elkaar, althans één van hen, in een authentieke akte, te weten een hypotheekakte, opgemaakt door notaris [naam notaris], valselijk heeft/hebben doen opnemen dat [medeverdachte 5] het registergoed [adres 5] te [plaats 3], niet zonder toestemming van de bank zou verhuren of verpachten of op andere wijze aan derden in gebruik zou geven, van de waarheid van welk(e) feit(en) die akte moest doen blijken, terwijl [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer van haar/zijn/hun mededader(s) wist(en) dat zij het bedoelde registergoed (zonder toestemming van de bank) wilde(n) bestemmen voor verhuur en/althans voor gebruik door (een) derde(n), zulks met het oogmerk om die akte of een afschrift daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 11 juli 2007 tot en met 24 oktober 2007 in de gemeente Sittard-Geleen en/of de gemeente Stein en/of (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door als (beëdigd) makelaar/taxateur een vals/vervalst taxatierapport met betrekking tot de taxatie van perceel [adres 5] te [plaats 3] op te maken en/of te laten opmaken, bestaande die valsheid hierin dat in dat taxatierapport ten onrechte niet was

vermeld dat de woning [adres 5] te [plaats 3] was verhuurd, althans bestemd was voor verhuur en/of gebruik door (een) derde(n) en/of dat in dat taxatierapport enkel waarden vrij van huur werden vermeld, waardoor -in strijd met de waarheid- de indruk werd gewekt dat genoemd perceel bestemd was voor eigen bewoning;

3.

hij op of omstreeks 28 maart 2007 te Grevenbicht, in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, als (beëdigd) makelaar/taxateur, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een taxatierapport (betreffende de taxatie van perceel [adres 7] te [plaats 3] ten behoeve van de verkrijging van een hypothecaire geldlening), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken en/of heeft laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk:

- nagelaten om in dat taxatierapport te vermelden dat perceel [adres 7]

[adres 7] te [plaats 3] bestemd was voor verhuur en/of gebruik door (een) derde(n) en/of

- in dat taxatierapport enkel waarden vrij van huur vermeld, waardoor -in

strijd met de waarheid- de indruk werd gewekt dat genoemd perceel bestemd

was voor eigen bewoning en/of

- in strijd met de waarheid in dat taxatierapport vermeld en/of laten

vermelden dat de woning [adres 7] te [plaats 3] onder andere

voorzien was van een geheel betegelde badkamer met ligbad, douche en toilet

en/of een keuken voorzien van alle comfort en/althans dat de woning

praktisch gereed was voor bewoning en/of

- dat geschrift voorzien van een handtekening van hem, verdachte, in zijn

hoedanigheid van (beëdigd) makelaar/taxateur,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

4.

[medeverdachte 6] en/of een of meer anderen, in of omstreeks de periode van 28 maart 2007 tot en met 25 oktober 2007 in de gemeente Stein en/of in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, met elkaar, althans één van hen, in een authentieke akte, te weten een hypotheekakte, opgemaakt door notaris [naam notaris], valselijk heeft/hebben doen opnemen dat het registergoed [adres 7] te [plaats 3] diende voor zelfbewoning door de geldnemer, zijnde [medeverdachte 6], van de waarheid van welk(e) feit(en) die akte moest doen blijken, zulks met het oogmerk om die akte of een afschrift daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 maart 2007 tot en met 25 oktober 2007 in de gemeente Sittard-Geleen en/of de gemeente Stein en/of (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door als makelaar/taxateur een

vals/vervalst taxatierapport met betrekking tot de taxatie van perceel [adres 7] te [plaats 3] op te maken en/of te laten opmaken, bestaande die valsheid (onder andere) hierin dat in dat taxatierapport ten onrechte niet was vermeld dat de woning [adres 7] te [plaats 3] bestemd was voor verhuur en/of gebruik door (een) derde(n) en/of dat in dat

taxatierapport enkel waarden vrij van huur werden vermeld, waardoor -in strijd met de waarheid- de indruk werd gewekt dat genoemd perceel bestemd was voor eigen bewoning;

5.

hij op of omstreeks 20 december 2007 te Grevenbicht, in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, als (beëdigd) makelaar/taxateur, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een taxatierapport (betreffende de taxatie van het perceel aangeduid in het taxatierapport als zijnde [adres 3] te [plaats 1] (doch zijnde feitelijk

[adres 2] te [plaats 1])) ten behoeve van de verkrijging van een hypothecaire geldlening), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken en/of heeft laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk:

- aangegeven dat het getaxeerde perceel niet (gedeeltelijk) werd bewoond door

derden en/of dat het getaxeerde perceel onbewoond zou worden opgeleverd en/of

- aangegeven dat hij, verdachte, het perceel op 20 december 2007 had

opgenomen en geïnspecteerd en/of

- in dat taxatierapport enkel waarden vrij van huur vermeld en/of in antwoord

op de vraag "wordt het object volledig bewoond door de eigenaar"

heeft/hebben ingevuld "wordt nog opgeleverd", waardoor -in strijd met de

waarheid- de indruk werd gewekt dat genoemd perceel niet verhuurd was of

zou worden en/of bestemd was voor eigen bewoning, en/of

- dat geschrift voorzien van een handtekening van hem, verdachte, in zijn

hoedanigheid van (beëdigd) makelaar/taxateur,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

6.

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2007 tot en met 19 januari 2010, in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een (duurzaam) samenwerkingsverband van meerdere personen, te weten hij, verdachte, en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 1]

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of de (rechts)persoon [medeverdachte 12] en/of één of meer ander(e) (rechts)perso(o)n(en) en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het witwassen (van (grote) geldbedragen en/of (on)roerende goederen

verkregen door de hennepteelt en verkoop van en handel in hennep en/of door

één of meer (ander(e)) misdrijf/misdrijven) en/of

- het plegen van valsheid in geschrift en/of valse opgave in authentieke akte

en/of oplichting en/of

- het (meermalen) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk

telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of

afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van één of meer grote

hoeveelhe(i)d(en) hennep en/of van één of meer hoeveelhe(i)d(en) van meer

dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep, en/of

het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van één of meer

grote hoeveelhe(i)d(en) hennep en/of van één of meer hoeveelhe(i)d(en) van

meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

1 Voor zover de in dit vonnis vermelde feiten en omstandigheden door de rechtbank redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde, wordt hierna in de voetnoten, verwezen naar de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechtbank deze feiten en omstandigheden ontleent. Tenzij anders vermeld, maken deze bewijsmiddelen deel uit van het procesdossier van de politie Limburg Zuid, Divisie Regionale Recherche, Onderzoek Kerilia, met dossiernummer 245130804, dat geheel is doorgenummerd.

2 Het geschrift, inhoudende een taxatierapport van [verdachte] makelaar & taxateur d.d. 28 maart 2007, pagina 6690 en 6695.

3 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6], pagina 6709.

4 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 7], pagina 6715-6716.

5 Bijlage 5 bij het proces-verbaal van bevindingen bouwkosten woningen [adres 8] [plaats 3], pagina 6451.

6 Bijlage 6 bij het proces-verbaal van bevindingen bouwkosten woningen [adres 8] [plaats 3], pagina 6459.

7 Het geschrift, inhoudende een taxatierapport van [verdachte] makelaar & taxateur d.d. 20 december 2007, pagina 7020.

8 Het proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], pagina 7283.