Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:5688

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
03/866128-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor het slachtoffer ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen en het verlaten van de plaats van het ongeval, terwijl hij wist dat hij schade en letsel had veroorzaakt bij het slachtoffer, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk. Ook wordt hem de rijbevoegdheid ontzegd voor de duur van 1 jaar. Daarnaast wordt aan verdachte een hechtenis voor de duur van 3 weken opgelegd voor het rijden zonder rijbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/866128-14

Datum uitspraak : 6 juli 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

22 juni 2015. De rechtbank heeft op deze zitting de officier van justitie gehoord.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 : de plaats van het ongeval heeft verlaten;

Feit 2 : (primair) een verkeersongeval heeft veroorzaakt, als gevolg waarvan

[slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel (subsidiair)

gevaar op de weg heeft veroorzaakt;

Feit 3 : zonder rijbewijs heeft gereden.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat de feiten 1, 2 primair en 3 bewezen kunnen worden verklaard. Hiertoe heeft zij voor de feiten 1 en 3 verwezen naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, alsmede de bekennende verklaring van verdachte. Voor feit 2 primair heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaring van [slachtoffer], het proces-verbaal Verkeers Ongeval Analyse (hierna: VOA) en de verklaring van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte, terwijl het donker was, te hard heeft gereden en de plaats van het ongeval (een oversteekplaats bij de Molensingel) heeft genaderd zonder vaart te verminderen. Verdachte heeft volgens de officier van justitie roekeloos gereden. [slachtoffer] heeft als gevolg van het ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

3.2

Het oordeel van de rechtbank1

Op 26 november 2013 om 07.30 uur kreeg de politie een melding van een verkeersongeval op de Molensingel te Maastricht.2 De Molensingel is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Maastricht. De maximumsnelheid bedraagt voor bestuurders van bromfietsen 45 kilometer per uur. Ter hoogte van het ongeval maakt de Molensingel een flauwe bocht naar links. Dwars op de rijrichting zijn op het wegdek markeringsstrepen aangebracht ter verduidelijking van de ter plaatse aanwezige oversteekvoorziening. Ter plaatse is straatverlichting aanwezig, bestaande uit oranjekleurige natriumverlichting. De oversteekplaats zelf wordt - blijkens de foto’s in het rapport van de VOA - niet verlicht.3

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij wilde oversteken bij de oversteekvoorziening op de Molensingel te Maastricht ter hoogte van de MTB. Nadat hij naar links en rechts heeft gekeken en zag dat er geen verkeer aan kwam rijden, is [slachtoffer] overgestoken. Op dat moment zag hij dat een scooter4 (blijkens het onderzoek van de VOA een bromfiets)5 met hoge snelheid kwam aanrijden en bewegingen van links naar rechts maakte. [slachtoffer] kwam in het ziekenhuis bij kennis en hoorde toen dat hij door een scooter was aangereden.6 Bij [slachtoffer] werd een communitieve, fragmentaire fractuur van het rechterbovenbeen, net boven de knie, geconstateerd.7

[getuige] was getuige van het ongeval. Hij zag en hoorde dat een scooter over de Molensingel aan kwam rijden. [getuige] hoorde aan het geluid dat de scooter hard reed. Daarna hoorde hij een klap en toen hij in de richting keek waar het geluid vandaan kwam, zag hij een scooter over het wegdek rijden. Ook zag hij een man paniekerig heen en weer lopen. [getuige] heeft een ambulance gebeld en zag daarna dat de man die eerder paniekerig heen en weer liep, was weggelopen van de plek van het ongeval. De scooter was ook verdwenen.8

Op 30 november 2013 heeft de verdachte zich bij de politie gemeld. Hij heeft verklaard dat hij met de scooter van zijn vader omstreeks 07.15 uur over Steyboeckel te Maastricht reed, op weg naar zijn werk. Op dat moment was het donker. Hij is links afgeslagen de Molensingel op en reed op dat moment ongeveer 50 à 55 kilometer per uur. Ter hoogte van de MTB zag verdachte iets bewegen op de weg. Vervolgens kwam hij in aanrijding met - naar later bleek - een man. Verdachte is op een gegeven moment in paniek geraakt en hij is met de scooter weggereden. Hij is niet in het bezit van een geldig rijbewijs.9 Dat verdachte geen rijbewijs had, bleek ook na navraag van het rijbewijsregister.10

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat er op 26 november 2013 een ongeval plaatsvond bij de op de Molensingel aanwezige oversteekvoorziening. Deze oversteekplaats is niet verlicht. Bij dit ongeval is de door verdachte bestuurde scooter in aanrijding gekomen met [slachtoffer] die daar wilde oversteken. Hoewel verdachte bekend moet worden geacht met de situatie ter plekke, omdat hij in de buurt van de plaats van het ongeval werkt en daar dus dagelijks rondom hetzelfde tijdstip rijdt, heeft hij zijn snelheid - ondanks de duisternis en de slecht verlichte oversteekplaats - niet geminderd. In tegendeel. Verdachte reed met een hogere snelheid dan de maximum ter plaatse toegestane snelheid en zonder te remmen of zijn snelheid aan te passen aan de verkeerssituatie ter plekke, richting de oversteekplaats.

Nu verdachte, in het donker, met een te hoge snelheid een slecht verlichte oversteekplaats heeft genaderd, waarbij hij zijn snelheid niet heeft geminderd én niet heeft geremd of met zijn voertuig is uitgeweken, is de rechtbank van oordeel dat door verdachtes schuld een verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag vertoond. Verdachte was - blijkens zijn eigen verklaringen en de gegevens uit het rijbewijsregister - niet in het bezit van een rijbewijs. Aannemelijk is dan ook dat verdachte niet beschikt over de kennis en vaardigheden om een bromfiets te besturen. Bovendien heeft verdachte na het veroorzaken van het ongeval de plaats van het ongeval verlaten.

Ten aanzien van het letsel van [slachtoffer] overweegt de rechtbank nog als volgt. In het ziekenhuis werd bij [slachtoffer] een communitieve, fragmentaire fractuur van het rechterbovenbeen, net boven de knie, geconstateerd. Het door [slachtoffer] opgelopen letsel kan, gelet de huidige jurisprudentie, worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht, gelet op het hiervoor overwogene, het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde dan ook bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1:

op 26 november 2013 in de gemeente Maastricht, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden op de Molensingel, de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer]) letsel en/of schade was toegebracht.

Ten aanzien van feit 2 primair:

op 26 november 2013, in de gemeente Maastricht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, bromfiets, daarmede rijdende over de weg, de Molensingel,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig en onoplettend, - bij duisternis - terwijl, hij verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, met een te hoge snelheid, een op die Molensingel gelegen - middels op de rijbaan aangebrachte witte markeringslijnen aangegeven - oversteekvoorziening te naderen, zonder de snelheid van het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig te verminderen en zonder met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig behoorlijk uit te wijken, op het moment dat een zich op die oversteekvoorziening bevindende voetganger doende was die weg over te steken, waardoor hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig in aanrijding is gekomen met die voetganger, waardoor [slachtoffer], zijnde die voetganger, zwaar lichamelijk letsel, te

weten een communitieve, fragmentaire fractuur van het rechterbovenbeen, net boven de knie werd toegebracht.

Ten aanzien van feit 3:

op 26 november 2013 in de gemeente Maastricht als bestuurder van een motorrijtuig, bromfiets, heeft gereden op de weg, de Molensingel, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

4.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de volgende strafbare feiten:

Ten aanzien van feit 1:

overtreding van artikel 7, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Ten aanzien van feit 2:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Ten aanzien van feit 3:

overtreding van artikel 107, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

5 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

6 De oplegging van straf en maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren voor onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde. Voorts heeft zij gevorderd dat aan verdachte ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde hechtenis voor de duur van 3 weken moet worden opgelegd.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft op 26 november 2013, terwijl hij niet over een geldig rijbewijs beschikte, met een door hem bestuurde scooter een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Op het moment van het ongeval was het donker. Dat heeft verdachte er echter niet van weerhouden met een te hoge snelheid en zonder vaart te minderen in de richting van een oversteekplaats te rijden. Daar heeft verdachte [slachtoffer], een voetganger die wilde oversteken, aangereden. Nadat het ongeval heeft plaatsgevonden, heeft verdachte de plaats van het ongeval verlaten.

De rechtbank heeft voor de straftoemeting gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht met betrekking tot overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De categorie die de rechtbank in het onderhavige geval het meest vindt passen, is de categorie “grove verkeersfout waarbij geen sprake is van alcoholgebruik, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende”. Bij deze categorie hoort een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar. De vraag is of er in dit geval moet worden uitgegaan van de in dit oriëntatiepunt genoemde straf.

Het slachtoffer heeft door de aanrijding een complexe beenfractuur opgelopen. Ter terechtzitting is duidelijk geworden dat het slachtoffer binnenkort, meer dan anderhalf jaar na het ongeluk, opnieuw moet worden geopereerd aan zijn been en dat hij een emotioneel zware periode doormaakt. Verdachte heeft op geen enkel moment zijn excuses aan het slachtoffer aangeboden. Sterker nog: pas na een oproep van de zoon van het slachtoffer op de sociale media, werd bekend waar verdachte werkte. De zoon van het slachtoffer heeft vervolgens de werkgever van verdachte gebeld. Pas hierna meldde verdachte zich bij de politie. De rechtbank acht het voorgaande bijzonder kwalijk. Indien de zoon van het slachtoffer geen actie op sociale media was begonnen, was de identiteit van verdachte waarschijnlijk onbekend gebleven. Voorts kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte na de aanrijding vrijwel direct alle beschadigde onderdelen van de scooter heeft laten vervangen. Bovendien constateerde de politie, toen zij de scooter onderzocht, dat die niet harder kon rijden dan 50 kilometer per uur. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij met de scooter ongeveer 50 à 55 kilometer per uur heeft gereden en ook het slachtoffer verklaarde dat de scooter hard kwam aanrijden. Het lijkt er dan ook op dat de scooter ten tijde van het ongeluk was opgevoerd en dat dit nadien, vóór verdachte zich bij de politie meldde, is teruggedraaid. Kennelijk lag verdachtes prioriteit na de aanrijding niet bij het nemen van verantwoordelijkheid voor zijn gedrag door zich bij de politie of bij het slachtoffer te melden, maar bij het wissen van sporen. Het beeld dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag, wordt versterkt door het feit dat verdachte op de eerdere regiezitting noch bij de inhoudelijke behandeling van de zaak is komen opdagen. Ook in de tussentijd heeft hij op geen enkel moment contact gezocht met het slachtoffer. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.


Voorts houdt de rechtbank er ten nadele van verdachte rekening mee dat hij meerdere malen is veroordeelde wegens het rijden zonder geldig rijbewijs. Verdachte was dus de spreekwoordelijk “gewaarschuwde man”. Desondanks heeft verdachte op 26 november 2013 weer een scooter (bromfiets) bestuurd zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs.

De rechtbank is, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, van oordeel dat de in de oriëntatiepunten genoemde straffen geen recht doen aan de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het is begaan. Zij zal dan ook van de oriëntatiepunten afwijken.

De rechtbank acht het, alles afwegende, passend en geboden dat aan verdachte voor het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 6 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk. Eveneens zal verdachte de rijbevoegdheid wordt ontzegd voor de duur van 1 jaar. Met het opleggen van deze ontzegging wil de rechtbank verdachte ervan weerhouden opnieuw met een motorrijtuig deel te nemen aan het verkeer. Op het moment dat verdachte - ondanks deze ontzegging - toch deelneemt aan het verkeer, begaat hij een misdrijf dat doorgaans wordt bestraft met 2 weken gevangenisstraf.

Het onder 3 bewezenverklaarde betreft een overtreding. De rechtbank moet daarvoor een aparte straf opleggen. Nu verdachte meerdere malen is veroordeeld ter zake van het besturen van een motorrijtuig zonder geldig rijbewijs, zal de rechtbank hechtenis opleggen voor de duur van 3 weken.

Nu verdachte niet ter terechtzitting is verschenen om eventuele persoonlijke omstandigheden toe te lichten die een andere of lagere straf zouden rechtvaardigen en zulke omstandigheden ook niet uit het dossier blijken, kan met die omstandigheden - mochten die al bestaan - geen rekening worden gehouden.

7 Het beslag

Onder verdachte is een scooter en onderdelen van deze scooter in beslag genomen. De scooter en de onderdelen daarvan zijn voorwerpen met behulp van welke de feiten zijn begaan. De rechtbank zal dan ook de verbeurdverklaring van deze voorwerpen gelasten.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 107, 175, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar.

Straffen

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 primair:

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarde heeft overtreden;

  • -

    stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Ten aanzien van feit 3:

- veroordeelt verdachte tot een hechtenis van 3 weken.

Maatregel

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 primair:

- ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar.

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

2013128789 1 1.00 STK diverse goederen

YAMAHA

2277332 AACS6946NL fragment afgebr.wit kunststof

2013128789 2 1.00 STK diverse goederen

YAMAHA

2277335 AACS6947NL fragment afgebr.kunststof

2013128789 3 1.00 STK diverse goederen

YAMAHA

2277358 AACS6948NL fragment wit fgebr.kunststof

2013128789 4 1.00 STK diverse goederen

YAMAHA

2277330 AAFU5193NL gietafdruk breukvlak

5 1.00 STK diverse goederen

YAMAHA

2277350 AAFY2433NL cockpit

6 1.00 STK Scooter [kenteken]

YAMAHA SA14 Kl:onbekend

2276218

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 juli 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 26 november 2013 in de gemeente Maastricht, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden op/aan de Molensingel, de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten,

terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer]) letsel en/of schade was toegebracht;

2.

hij op of omstreeks 26 november 2013, in de gemeente Maastricht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), daarmede rijdende over de weg, de Molensingel, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - bij duisternis - terwijl, hij verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, met een te hoge snelheid, althans met een snelheid die te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, een op die Molensingel gelegen - middels op de rijbaan aangebrachte witte markeringslijnen aangegeven - oversteekvoorziening te naderen, zonder de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te verminderen althans voldoende te verminderen en/of zonder met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig behoorlijk uit te wijken, op het moment dat een zich op die oversteekvoorziening bevindende voetganger doende was die weg over te steken, waardoor hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig in botsing of aanrijding is gekomen met die voetganger, waardoor [slachtoffer] (zijnde die voetganger) zwaar lichamelijk letsel, te weten een communitieve, fragmentaire fractuur van het rechterbovenbeen, net boven de knie of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan,

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 26 november 2013, in de gemeente Maastricht, als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), daarmee rijdende op de weg, Molensingel, - bij duisternis - terwijl, hij verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, met een te hoge snelheid, althans met een snelheid die te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, een op die Molensingel gelegen - middels op de rijbaan aangebrachte witte markeringslijnen aangegeven -

oversteekvoorziening is genaderd, zonder de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te verminderen althans voldoende te verminderen en/of zonder met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig behoorlijk uit te wijken, op het moment dat een zich op die oversteekvoorziening bevindende voetganger doende was die weg over te steken, waardoor hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig in botsing of

aanrijding is gekomen met die voetganger, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

3.

hij op of omstreeks 26 november 2013 in de gemeente Maastricht als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets) heeft gereden op de weg, de Molensingel, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd Pl2412 2013128789-14 d.d. 11 februari 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 17 februari 2014, als weergegeven op pagina 3 van de doornummering.

3 Proces-verbaal Verkeers Ongeval Analyse d.d. 20 januari 2014, als weergegeven op de pagina’s 27, 28, 39 en 40 van de doornummering.

4 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer] d.d. 26 november 2013, als weergegeven op pagina 7 van de doornummering.

5 Proces-verbaal Verkeers Ongeval Analyse d.d. 20 januari 2014, als weergegeven op pagina 31 van de doornummering.

6 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer] d.d. 26 november 2013, als weergegeven op pagina 7 van de doornummering.

7 Geneeskundige verklaring d.d. 6 december 2013, als weergegeven op pagina 12 van de doornummering.

8 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 27 november 2013, als weergegeven op pagina 16 van de doornummering.

9 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 30 november 2013, als weergegeven op pagina’s 14 en 15 van de doornummering.

10 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 17 februari 2014, als weergegeven op pagina 5 van de doornummering.