Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:5627

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-07-2015
Datum publicatie
03-07-2015
Zaaknummer
03/700108-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank vindt de verdachte schuldig aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling, nadat de verdachte samen met een ander de aangever urenlang in zijn huis heeft vastgehouden, heeft meegenomen in een auto – zelfs in de kofferbak daarvan heeft laten plaatsnemen – en hem gedurende een groot deel van de tijd ook heeft mishandeld. Daarnaast heeft de verdachte ook zijn partner mishandeld en haar woningdeur vernield. De eis van de officier van justitie (twee jaar gevangenisstraf) doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van deze feiten. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700108-15 en 03/261910-14 (gev.ttz)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 juli 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

gedetineerd in [detentie adres].

Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 juni 2015, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er in de zaak met parketnummer 03/700108-15, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: samen met een ander [slachtoffer 1] van zijn vrijheid heeft beroofd;

Feit 2: samen met een ander geprobeerd heeft [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel die [slachtoffer 1] heeft mishandeld.

De verdenking komt er in de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: een slot, een sluitplaat, een kozijn en een deurwachter van de woning van [slachtoffer 2] heeft vernield;

Feit 2: [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

Feit 3: [slachtoffer 2] heeft bedreigd met de dood of zware mishandeling.

3 De beoordeling van het bewijs1

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 03/700108-15:

De officier van justitie acht de feiten 1 en 2 subsidiair wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft daartoe gewezen op het proces-verbaal van aangifte en de bewijsmiddelen die de aangifte ondersteunen, zoals de processen-verbaal van bevindingen, de verklaringen van de getuigen, de processen-verbaal onderzoek mobiele telefoon, het proces-verbaal sporenonderzoek en het deskundigenrapport betreffende DNA-onderzoek. In de brief d.d. 23 maart 2015 waarin de aangever zijn wens uit de aangifte te willen intrekken, schrijft hij niet dat de feiten niet zijn gebeurd, wel dat hij vindt dat de verdachte voldoende is gestraft. De officier van justitie vindt de verklaring van aangever die hij ter terechtzitting heeft afgelegd – te weten dat hij zich nu de hele gebeurtenis niet meer kan herinneren en dat zijn aangifte dus onjuist is – volstrekt ongeloofwaardig. De verklaringen van de verdachte kunnen door de bewijsmiddelen worden weerlegd. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 is volgens de officier van justitie sprake van een meerdaadse samenloop. Ten aanzien van feit 2 primair (poging zware mishandeling) kan het tenlastegelegde prikken in de arm niet bewezen worden verklaard en levert het wel bewezen slaan, schoppen en hardhandig vastpakken van aangever geen poging zwaar lichamelijk letsel op. De verdachte moet dan ook van feit 2 primair worden vrijgesproken. Feit 2 subsidiair (de mishandeling) kan volgens de officier van justitie wel bewezen worden verklaard.

In de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14:

De officier van justitie acht de feiten 1 en 2 subsidiair wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft daartoe gewezen op het proces-verbaal van aangifte en de processen-verbaal van bevindingen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van feit 3 vrijgesproken dient te worden, nu er onvoldoende wettig bewijs in het dossier voorhanden is ten aanzien van dit feit.

3.2

Het standpunt van de verdediging

In de zaak met parketnummer 03/700108-15:

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 en 2. De raadsman van de verdachte heeft gewezen op verschillende aspecten die niet passen bij een wederrechtelijke vrijheidsberoving, bijvoorbeeld het feit dat aangever en de verdachten eerst gezamenlijk in de woning van aangever bier hebben gedronken alvorens aangever zou zijn mishandeld. Ook zouden zij tussen de geweldsdaden door in het café hebben gezeten en zou aangever donderdagochtend sigaretten en drank hebben moeten halen. Zowel in het café als ’s ochtends zou aangever bij het halen van de sigaretten en drank aan de bel hebben kunnen trekken. Er zitten verder verschillende hiaten in de verklaring van aangever. Zo zijn er geen getuigen die kunnen bevestigen dat aangever geblinddoekt en gekneveld in de auto heeft moeten plaatsnemen (dan wel in de kofferbak van de auto) en is de grillroom [plaats] open tot 00:00 uur. Daaruit is af te leiden dat het tijdstip waarop de vrijheidsbeneming volgens de aangever zou hebben plaatsgevonden, niet klopt. Aangever heeft zijn aangifte willen intrekken en vandaag ter zitting verklaard dat hij niet meer weet wat hij bij de politie heeft verklaard. Aangever gebruikte destijds veel pure MDMA. Indien er meer concreet wordt doorgevraagd, verklaart aangever dat hij niet van zijn vrijheid is beroofd of beroofd gehouden. Ook is hij niet door de verdachten mishandeld. Zowel bij de politie als ter terechtzitting heeft aangever verklaard niet te worden bedreigd om de aangifte in te trekken. Aangever heeft gezegd vaker klappen te krijgen en dergelijk letsel te hebben. Wettig en met name overtuigend bewijs ontbreekt ten aanzien van de feiten 1 en 2. De verklaring van aangever is een groot fabel. Subsidiair, sluit de raadsman aan bij het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van feit 2 primair. Er is geen sprake van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.

In de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14:

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit. Aangeefster heeft ter terechtzitting verklaard dat zij niet is mishandeld door de verdachte. Zij heeft de voordeur tegen haar jukbeen aan gekregen. Dit is de reden waarom zij letsel had. Aangeefster heeft een valse aangifte gedaan, omdat zij boos op de verdachte was dat hij haar woning had vernield en wilde hem erbij lappen. De verdediging sluit zich aan bij hetgeen de officier van justitie naar voren heeft gebracht ten aanzien van feit 3 en heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van dit feit.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03/700108-15:

Ten aanzien van feit 1:

Op donderdag 5 maart 2015 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van wederrechtelijke vrijheidsberoving.2

Op woensdag 4 maart 2015 is de verdachte samen met een voor aangever onbekende man (hierna: de medeverdachte) naar het huis van aangever, gelegen aan de [adres] in Maastricht, gekomen. De verdachte is een oude vriend van aangever. Aangever liet hen binnen. Aangever had geen drank in huis en de medeverdachte vroeg aan aangever of hij bier en sigaretten wilde gaan halen bij de friture op de [adres]. Aangever is naar de friture gelopen en heeft daar een pakje Marlboro en een stuk of zes flessen bier van het merk Brand gekocht. De medeverdachte had aangever een biljet van 20 of 50 euro gegeven om de sigaretten en het bier te kopen.3

De getuige [getuige 1] (de friturehoudster van [naam] gelegen aan de [adres] te Maastricht) heeft verklaard dat aangever, die zij kent onder de bijnaam ‘[bijnaam]’, een pakje Marlboro sigaretten en 7 flessen Brand bier bij haar heeft gekocht op woensdag of donderdag. ‘[bijnaam]’ heeft haar man een 20 euro biljet gegeven. [getuige 1] heeft verklaard dat het gezicht van ‘[bijnaam]’ ongeschonden was.4

Op foto’s 20, 22, 23 en 24 in de fotomap in het dossier kunnen een pakje Marlboro, sigarettenpeuken en flesje Brand bier worden waargenomen in de woonkamer van aangever.5

Toen aangever was teruggekomen in zijn woning, zijn de verdachten en aangever in de woonkamer gaan zitten en bier gaan drinken. Op een gegeven moment liep aangever naar zijn open keuken, waar hij plotseling vuistslagen in zijn gezicht kreeg van de verdachten. Hij ondervond daardoor hevige pijn. Aangever was verrast door het gedrag van de verdachten, maar vermoedde dat dit te maken had met het een week daarvoor dragen van een vestje van de motorclub [naam] (welk vestje toebehoort aan de verdachte) voor welk gedrag hij nu werd gestraft.6

Aangever moest van de verdachten op de bank in de woonkamer gaan zitten. De medeverdachte bond met grijze duct tape de armen van aangever ter hoogte van zijn polsen vast. Ook plakte hij de mond van aangever dicht met de tape (door de duct tape om zijn hoofd te wikkelen) en tapete de medeverdachte de benen van aangever -in overleg met de verdachte- direct onder de knieën vast. Wederom kreeg aangever vuistslagen in zijn gezicht. Aangever weet niet meer of de verdachte dan wel de medeverdachte hem sloeg. Aangever heeft verklaard dat de duct tape niet van hem is.7

Nadat de polsen, de benen en het gezicht van aangever waren omwikkeld met tape, heeft één van de twee verdachten een grijs jasje van aangever gepakt en over het hoofd van aangever gedrapeerd. Aangever werd daarna door beide verdachten naar buiten gebracht en op de achterbank in een gereedstaande personenauto gezet. Zij zijn met de auto weggereden. Op een gegeven moment moest aangever uitstappen en in de kofferbak van de auto gaan liggen. Aangever kreeg in de kofferbak iets over zijn hoofd wat volgens hem leek op een gordijn. Aangever dacht dat zij hem gingen liquideren.8

Bij de aanhouding van de verdachte zijn telefoons inbeslaggenomen.9 Er is nader onderzoek naar deze telefoons gedaan. De Samsung telefoon met IMEI-nummer [nummer]10 heeft in de periode waarover de aangever heeft verklaard zendmasten in Maastricht in de buurt van de woning van aangever aangestraald, maar vervolgens ook in Brunssum, Hoensbroek en Spaubeek. De Blackberry met IMEI-nummer [nummer]11 heeft in die periode eveneens zendmasten in de omgeving van het huis van aangever aangestraald alsmede daarna in Beek, Geleen, Spaubeek, Brunssum, Hoensbroek en Nuth.12

Uiteindelijk zijn aangever en de verdachten teruggekeerd naar de [adres] in Maastricht. De verdachte zei tegen aangever dat zij nu gingen drinken en dat ‘het wel goed was’. Aangever dacht dat hij zijn straf voor het dragen van het vestje van de motorclub [naam] had gekregen. Zij zijn het café genaamd [naam] binnengegaan. Aangever heeft daar op het toilet zijn gezicht gewassen. Aangever zag in de spiegel dat hij in zijn gezicht flink gewond was. In het café is aangever in opdracht van de verdachte alleen aan een tafeltje gaan zitten. De verdachten gingen aan de bar zitten. Nadat zij gedronken hadden, kwamen de verdachten naar aangever toe en de verdachten vertelde aangever dat zij weer terug zouden gaan naar de woning van aangever. Aangever vond dat goed, hij ging ervan uit dat de verdachten hem nu wel zijn lesje hadden geleerd.13

De getuige [getuige 2] (de barmedewerkster van het café [naam]) heeft bevestigd dat die avond omstreeks 21:30 uur een man het café is binnengekomen die aan zijn gezicht gewond was. Tussen 23:30-00:00 heeft deze man weer het café verlaten. Zij zag dat de linkerzijde van het gezicht van de man behoorlijk opgezwollen was, hij een lichte bloedneus had en dat hij een verwarde indruk maakte. Ook heeft de getuige verklaard dat twee mannen met een overeenkomstig uiterlijk als de verdachten aan de bar hebben gezeten en dat dezen behoorlijk dronken waren.14

In de woning heeft aangever het bloed dat afkomstig was van zijn verwondingen in het gezicht moeten opruimen. Daarna hebben de verdachten ‘spelletjes’ met hem gespeeld. Aangever moest op een matras in de woonkamer gaan liggen. Ook heeft hij antwoord moeten geven op willekeurige rare vragen. Aangever mocht de vragen niet met het woord ‘ja’ beantwoorden, maar enkel door te knikken. Indien aangever toch per ongeluk het woord ‘ja’ zei, kreeg hij een vuistslag in zijn gezicht of hij werd hardhandig vastgegrepen bij zijn kaak. Daarnaast is er water over hem heen gegooid en is hij hard in zijn zij geschopt met geschoeide voet.

Op de foto’s 18 tot en met 20 in de fotomap in het dossier is te zien dat een matras op de grond in de woonkamer ligt.15

Aangever heeft verklaard dat hij de hele nacht voortdurend door de verdachten is mishandeld en dat hij enorme pijn heeft ondervonden. De medeverdachte heeft ook een mes uit de keuken van aangever gepakt en met het mes in de linker bovenarm van aangever gestoken/ geprikt. Ook dit deed erg veel pijn.16

Op de foto’s op doorgenummerde pagina’s 24 tot en met 26 is het letsel in het gezicht van aangever te zien. Op foto’s 9, 10 en 40 in de fotomap in het dossier kan worden waargenomen dat er messen op een kussen van de bank in woonkamer liggen.17 Op doorgenummerde pagina 27 zijn ‘puntjes’ en een rode en blauwe plek op de arm van aangever waarneembaar.18

Door beide verdachten is herhaaldelijk dreigend gezegd dat zij hem zouden vermoorden als hij naar de politie zou gaan. Daarbij hebben zij een mes op zijn hart en op zijn keel gehouden. Aangever was erg bang dat zij de bedreigingen zouden uitvoeren.19

Op 5 maart 2015 omstreeks 09:00 uur vroegen de verdachten of aangever sigaretten en sterke drank wilde gaan halen. Aangever zag dit als een mogelijkheid om te ontsnappen uit zijn woning. Aangever is direct naar vrienden gelopen op de [adres] te Maastricht en daar is de politie gebeld.

Om 9:12 uur is er om politie-assistentie gevraagd en verbalisanten [naam] en [naam] hebben aangever in paniek op de [adres] aangetroffen. Zij zagen dat aangever flinke zwellingen in zijn gezicht en opgedroogd bloed op zijn neus had.20 De politie heeft vervolgens de verdachten aangehouden in de woning van aangever.21

Tijdens de aanhouding van de verdachten zijn onder andere de leren handschoenen van de verdachten inbeslaggenomen voor nader onderzoek.22

Aangever heeft er vrijwillig mee ingestemd dat er van hem wangslijmvlies werd afgenomen ten behoeve van DNA-onderzoek.23

De leren handschoenen van de verdachte zijn inbeslaggenomen met goednummer [nummer] en voorzien van het SIN-nummer [nummer].24 Tussen de ringvinger en de pink aan de buitenzijde van de rechter handschoen is bij daglicht een vlek waargenomen, die mogelijk bloed bevat. De vlek is bemonsterd met een wattenstaafje (bemonstering #01) en onderzocht door ‘The Maastricht Forensic Institute’ op de aanwezigheid van bloed met de tetrabasetest. De test reageerde positief. Volgens het deskundigenrapport blijkt dat het DNA-mengprofiel afkomstig is van celmateriaal van minimaal twee personen en matcht het DNA-hoofdprofiel met het DNA-profiel van aangever. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan 1 op 1 miljard.25

De leren handschoenen van de medeverdachte zijn inbeslaggenomen onder met goednummer [nummer] en voorzien van het SIN-nummer [nummer].26

Tussen de middelvinger en de ringvinger aan de buitenzijde van de rechter handschoen is met een forensische lichtbron een vlek waargenomen, die mogelijk bloed bevat. De vlek is bemonsterd met een wattenstaafje (bemonstering #01) en onderzocht door ‘The Maastricht Forensic Institute’ op de aanwezigheid van bloed met de tetrabasetest. De test reageerde positief. Volgens het deskundigenrapport is het DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie personen en matcht het DNA-hoofdprofiel met het DNA-profiel van aangever. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan 1 op 1 miljard.27

De rechtbank concludeert dan ook dat de bloedsporen van aangever zijn.

Ook werd tijdens het sporenonderzoek in de woning gebruikt, tegen elkaar geplakt, duct tape aangetroffen. De tape werd bemonsterd met goednummer [nummer] en voorzien van het SIN-nummer [nummer].28

De tape is op drie posities bemonsterd met een wattenstaafje. Bij daglicht is een vlek waargenomen, die mogelijk bloed bevat. De vlek is bemonsterd met een wattenstaafje (bemonstering #01) en onderzocht door ‘The Maastricht Forensic Institute’ op de aanwezigheid van bloed met de tetrabasetest. De test reageerde positief.

Een uitstekend gedeelte (bemonstering #02) en een uiteinde van de tape (bemonstering #03) zijn bemonsterd met een wattenstaafje op de aanwezigheid van huidcellen. De bemonsteringen zijn getest op de aanwezigheid van huidcellen met de tetrabasetest. De test reageerde positief bij beide bemonsteringen. Volgens het deskundigenrapport is bij de bemonsteringen #01, #02 en #03 telkens sprake een enkelvoudig DNA-profiel en matchen de DNA-profielen met het DNA-profiel van aangever. De frequentie van de DNA-profielen zijn kleiner dan 1 op 1 miljard.29

De rechtbank stelt dan ook vast dat de DNA-sporen op de duct tape van aangever zijn.

De verdachten hebben bij de politie verklaard dat zij op 4 maart 2015 bij aangever thuis zijn gaan drinken, vervolgens naar het café [adres] te Maastricht zijn geweest en daarna zijn teruggegaan naar de woning van aangever.30 Uit het onderzoek van de telefoon van de verdachte is echter gebleken dat de verdachte die avond zich ook buiten Maastricht heeft begeven.

Ter opheldering hiervan heeft de verdachte tijdens de terechtzitting verklaard dat hij met de medeverdachte tussendoor elders een biertje is gaan drinken.

Ook hebben de verdachten verklaard dat op het moment dat zij aankwamen bij de woning van aangever, aangever al de verwondingen in zijn gezicht had door een ruzie.31 Verder hebben zij gesteld dat aangever bier al in zijn woning had en dat aangever niet is weggeweest nadat zij in zijn woning waren gearriveerd omstreeks 18:00 uur.32 Deze verklaringen van de verdachten zijn echter niet in overeenstemming met de verklaring van de getuige [getuige 1].

De verdachte heeft verklaard aangever niet te hebben mishandeld. Hij en de medeverdachte hebben hem verzorgd en het kan daarom zijn dat er bloed van aangever op hun schoenen en/of hun handschoenen zitten.33 Ter terechtzitting heeft aangever verklaard dat hij, nadat hij met studenten had gevochten, de verdachte op straat is tegengekomen en dat de verdachte hem inderdaad heeft verzorgd. De rechtbank acht het echter niet aannemelijk dat de verdachten aangever hebben verzorgd met leren handschoenen aan.

Gelet op de gedetailleerde aangifte die op verschillende punten wordt ondersteund door de hier boven opgesomde bewijsmiddelen, acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander aangever van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden. De rechtbank overweegt dat de verdachten blijkens de aangifte een min of meer vergelijkbaar aandeel in het geheel hebben gehad. Daarom zal de rechtbank hen veroordelen voor het medeplegen van feit 1.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

Op 5 maart 2015 heeft [slachtoffer 1] tevens aangifte gedaan van mishandeling.34 Zoals is beschreven onder feit 1 is aangever gedurende de wederrechtelijke vrijheidsberoving verschillende keren door zowel de verdachte als de medeverdachte mishandeld. De rechtbank stelt vast dat de feiten 1 en 2 een voortgezette handeling opleveren in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht.

Volgens artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht dient onder zwaar lichamelijk letsel te worden verstaan “ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden, en afdrijving of de dood van de vrucht van een vrouw.” Hiervan is in deze zaak geen sprake. De rechtbank zal daarom de verdachte vrijspreken van feit 2 primair.

De rechtbank is wel van oordeel dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer 1] door hem meermalen te slaan, te schoppen en hardhandig vast te pakken. Daarom vindt de rechtbank feit 2 subsidiair dan ook wettig en overtuigend bewezen.

In de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14:

Ten aanzien van feit 1:

Op 22 november 2014 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van vernieling. Aangeefster lag om 08:00 uur in haar bed te slapen in haar woning, gelegen aan de [adres] te Maastricht. Op dat moment arriveerde de verdachte (met wie aangeefster een relatie heeft) met een vriend in het trapportaal voor de voordeur van haar woning. De verdachte kwam de woning niet binnen, omdat aangeefster de deur van binnenuit had dichtgemaakt. Om geluidsoverlast in de flat te voorkomen, heeft zij vervolgens de deur geopend. Aangeefster kon uit het gedrag van de verdachte afleiden dat hij cocaïne had gebruikt. De verdachte wilde van aangeefster cocaïne hebben, maar zij had geen cocaïne in huis en is op zijn verzoek alcohol gaan halen. Nadat aangeefster terugkwam met een literfles Bacardi rum, hebben zij dit gezamenlijk genuttigd. Op het moment dat de alcohol op was, wilde de verdachte wederom dat aangeefster cocaïne ging regelen. Aangeefster was het zat en zei tegen de verdachte dat zij de politie ging bellen. De verdachte vertrok uit aangeefsters woning, maar kwam enige tijd later weer terug. Aangeefster had de deur goed dichtgemaakt met het slot en de deurwachter. Omdat de verdachte niet binnen kon komen, begon hij tegen de voordeur te trappen. Hij heeft volgens aangeefster zo hard getrapt dat het slot, de sluitplaat, het kozijn en de deurwachter kapot zijn gegaan.35

Verbalisant [naam] heeft gerelateerd dat hij, nadat hij de verdachte had aangehouden, bij het sluiten van de voordeur merkte dat de deur niet meer sloot en dat het schild in het kozijn was beschadigd.36

Verbalisanten [naam] en [naam] hebben diezelfde dag met aangeefster haar woning betreden om de aangerichte schade te bekijken. De verbalisanten zagen dat de slotplaat van de toegangsdeur van de betreffende woning was verbogen en dat de deurwachter was afgebroken.37

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slot, de sluitplaat, het kozijn en de deurwachter van de woning van aangeefster heeft vernield.

Ten aanzien van feit 2:

Op 22 november 2014 heeft [slachtoffer 2] eveneens aangifte gedaan van mishandeling. Nadat de verdachte de deur had ingetrapt (zie feit 1), zou de verdachte haar met de vuist tegen haar linker jukbeen hebben geslagen. Aangeefster heeft bij de politie verklaard dat dit erg veel pijn deed en zij ten gevolge van deze vuistslag letsel (een zwelling en een bloeduitstorting op het linker jukbeen) heeft opgelopen. Vervolgens zou de verdachte aangeefster bij haar keel hebben gegrepen en haar keel -voor haar gevoel- 15 seconden lang hebben dichtgeknepen. Aangeefster kreeg geen lucht en was bang dat zij zou gaan stikken. Ook heeft aangeefster verklaard dat zij een trap of duw van de verdachte heeft gekregen waardoor zij nu een bloeduitstorting op haar linker onderbeen heeft en haar linker knie pijnlijk is.38

Verbalisant [naam] heeft een foto gemaakt waarop de bloeduitstorting en zwelling in het gezicht van aangeefster zijn te zien. Deze foto is terug te vinden op doorgenummerde pagina 28 in het dossier.39 Tevens heeft voornoemde verbalisant een foto van de bloeduitstorting op het linker onderbeen van aangeefster gemaakt. Deze foto bevindt zich op doorgenummerde pagina 29 in het dossier.40

Tijdens het insluiten van de verdachte in het cellencomplex hoorden verbalisanten [naam] en [naam] dat de verdachte de volgende woorden tegen hen zei: “Hebben jullie een wijf die niet luistert? Jij luistert naar je wijf en ik heb ballen en sla.”41 De rechtbank leest in deze opmerking van de verdachte de erkenning dat hij [slachtoffer 2] heeft geslagen.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte aangeefster heeft mishandeld. De verklaring van aangeefster ter zitting afgelegd, dat zij het letsel heeft opgelopen doordat zij de voordeur hard tegen haar gezicht heeft gekregen en een valse aangifte bij de politie heeft gedaan omdat zij wraak wilde nemen op de verdachte, vindt de rechtbank niet geloofwaardig.

Ten aanzien van feit 3:

Ten slotte heeft [slachtoffer 2] op 22 november 2014 aangifte gedaan van bedreiging. De verdachte zou haar hebben bedreigd door te zeggen “dat zij nog meer slaag zou krijgen, als zij geen cocaïne zou gaan halen.” Ook zou hij met een groot keukenmes in zijn hand voor haar hebben gestaan, waardoor zij zich bedreigd voelde.

De rechtbank acht dit feit niet bewezen en zal de verdachte vrijspreken van dit feit. In het dossier bevindt zich enkel de belastende verklaring van aangeefster afgelegd bij de politie. De verdachte heeft verklaard dat hij het zich niet kan herinneren dat hij het feit heeft begaan. Daarmee bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03/700108-15:

1.

in de periode van 4 maart 2015 tot en met 5 maart 2015 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, met dat opzet die [slachtoffer 1]

- in zijn woning opgezocht en

- met tape gekneveld en de mond met tape dichtgeplakt en

- een jas over het hoofd gedaan en

- geboeid in een auto laten plaatsnemen en

- vervolgens geboeid in de kofferbak van een auto laten plaatsnemen en

- gedwongen meegenomen naar een café en

- terug naar zijn woning gevoerd en vervolgens aldaar in die woning doen verblijven en

- meermalen dreigend gezegd dat zij hem zouden vermoorden als hij naar de politie zou gaan en

- daarbij dreigend een mes op zijn keel en hart gericht gehouden en

- geslagen en geschopt en hardhandig vastgepakt en

- met een mes in een arm geprikt;

2 subsidiair.

in de periode van 04 maart 2015 tot en met 5 maart 2015 in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermalen te slaan en te schoppen en hardhandig vast te pakken.

In de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14:

1.

op 22 november 2014 in de gemeente Maastricht opzettelijk en wederrechtelijk een slot en sluitplaat en kozijn en deurwachter van een woning gelegen aan de [adres] toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft vernield;

2.

op 22 november 2014 te Maastricht [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar te slaan en te schoppen en door haar keel hardhandig dicht te knijpen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de zaak met parketnummer 03/700108-15:

de voorgezette handeling van

(ten aanzien van feit 1) het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

en

(ten aanzien van feit 2) mishandeling.

In de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14:

Ten aanzien van 03/261910-14 feit 1: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van 03/261910-14 feit 2: mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 2 jaren met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot de strafmaat geen standpunt ingenomen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de mishandeling van [slachtoffer 1] in de periode van 4 maart 2015 tot 5 maart 2015 in Maastricht. De verdachten hebben aangever opgezocht en hem in zijn eigen woning mishandeld. Vervolgens hebben zij hem met tape gekneveld en een personenauto doen plaatsnemen. Op een gegeven moment moest aangever in de kofferbak gaan liggen en hebben de verdachten met hem rondgereden, waarbij zij hem op een gegeven moment ook circa een half uur hebben laten liggen. Ook zijn de verdachten met aangever in een café geweest, waarbij aangever op een afstand van hen alleen aan een tafeltje heeft moeten zitten en heeft moeten wachten tot de verdachten klaar waren met drinken. Daarna zijn zij weer naar het huis van aangever gegaan en is aangever gedurende de nacht verder mishandeld. De verdachten hebben nare spelletjes met aangever gespeeld, gedreigd hem te vermoorden als aangever naar de politie zou gaan en een mes op zijn hart en zijn keel gehouden. Gedurende meer dan 12 uur is aangever een willoos werktuig geweest van de verdachten. Aangever heeft verklaard dat hij op verschillende momenten heeft gedacht dat hij zou doodgaan.

Het vorenstaande heeft geleid tot een ingrijpende inbreuk op de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De hele vrijheidsbeneming heeft langere tijd geduurd en is telkens gepaard gegaan met het uitoefenen van lichamelijk geweld en het dreigen daarmee en vond deels plaats in de eigen woning van het slachtoffer; een plaats waar hij zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Dit handelen heeft een buitengewoon beangstigende en bedreigende situatie opgeleverd voor het slachtoffer. De verdachten hebben geen enkel respect getoond voor het welzijn van het slachtoffer. Slachtoffers houden -naar de ervaring leert- nog lang last van de psychische gevolgen van dergelijke feiten. Ook heeft het handelen van de verdachten bijgedragen aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit hen aan.

Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van de woning en de mishandeling van zijn vriendin [slachtoffer 2] op 22 november 2014 in Maastricht.

Door zijn handelen heeft de verdachte geen respect getoond voor andermans bezittingen en ook toen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangeefster. De rechtbank acht het zeer zorgwekkend dat voor de verdachte een geringe aanleiding kennelijk al voldoende reden is voor vergaand fysiek gedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De ernst van de feiten en het belang van normbevestiging rechtvaardigen bovendien de oplegging van een gevangenisstraf van een aanzienlijke duur. De eis van de officier van justitie doet hieraan onvoldoende recht.

In het nadeel van de verdachte houdt de rechtbank tevens rekening met het feit dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 28 mei 2015 blijkt dat de verdachte eerder door de strafrechter voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Kennelijk hebben deze veroordelingen de verdachte er niet van kunnen weerhouden dergelijke geweldsdelicten opnieuw te plegen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden.

7 Het beslag

Er rust beslag op een telefoon van het merk LG en het type B1-59jh (goednummer: [nummer]), een telefoon van het merk Blackberry en type Curve (goednummer: [nummer]) en een telefoon van het merk Samsung (goednummer: [nummer]).

De rechtbank zal de teruggave gelasten van deze goederen aan de beslagene (de verdachte).

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 56, 57, 282, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij in de zaak met parketnummer 03/700108-15 van het onder 2 primair tenlastegelegde feit en in de zaak met parketnummer 03/261910-14 van het onder 3 tenlastegelegde feit;

De bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

De strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

De straf

  • -

    veroordeelt de verdachte in de zaak met parketnummer 03/700108-15 voor de feiten 1 primair en feit 2 subsidiair en in de zaak met parketnummer 03/261910-14 voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 30 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Het beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:

  • -

    1.00 STK GSM LG B1-59jh (goednummer: [nummer]);

  • -

    1.00 STK GSM BLACKBERRY Curve (goednummer: [nummer]);

  • -

    1.00 STK GSM SAMSUNG (goednummer: [nummer]).

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. I.P. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Felderhof, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 juli 2015.

Buiten staat

Mr. F.M. van Maanen Winters en mr. I.P. de Groot zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/700108-15 ten laste gelegd dat:

1.

hij, in of omstreeks de periode van 04 maart 2015 tot en met 05 maart 2015 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), met dat opzet die [slachtoffer 1]

- in zijn woning opgezocht en/of

- met tape gekneveld en/of de mond met tape dichtgeplakt en/of

- een jas, althans een voorwerp over het hoofd gedaan en/of

- geboeid in een auto laten plaatsnemen en/of

- ( vervolgens) geboeid in de kofferbak van een auto laten plaatsnemen en/of

- gedwongen meegenomen naar een café en/of

- terug naar zijn woning gevoerd en/of (vervolgens) aldaar in die woning doen verblijven en/of

- meermalen dreigend gezegd dat hij/zij hem zou(den) vermoorden als hij naar de politie zou gaan en/of

- ( daarbij) dreigend een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op zijn keel en/of hart gericht (gehouden) en/of

- geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of hardhandig vastgepakt en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in een arm gestoken/geprikt;

2.

hij, in of omstreeks de periode van 04 maart 2015 tot en met 05 maart 2015 in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of hardhandig heeft vastgepakt en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in een arm van die [slachtoffer 1] heeft gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, in of omstreeks de periode van 04 maart 2015 tot en met 5 maart 2015 in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of hardhandig vast te pakken;

Aan de verdachte is in de gevoegde zaak met parketnummer 03/261910-14 ten laste gelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 22 november 2014 in de gemeente Maastricht, opzettelijk en wederrechtelijk slot en/of sluitplaat en/of kozijn en/of deurwachter van een woning gelegen aan de [adres], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij, op of omstreeks 22 november 2014 te Maastricht, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar te slaan en/of te schoppen en/of door haar keel hardhandig dicht te knijpen;

3.

hij, op of omstreeks 22 november 2014 te Maastricht, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"als je geen cocaïne gaat halen krijg je nog meer slaag ", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of althans dreigend met een keukenmes voor haar heeft gestaan.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2015041778 van 3 mei 2015 en 2014149668 van 23 november 2014, en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

3 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

4 Het proces-verbaal verhoor getuige van 8 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 100-101.

5 De fotomap van 23 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 170-195.

6 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

7 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

8 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

9 Kennisgeving van inbeslagneming van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina 51 en 53.

10 Kennisgeving van inbeslagneming van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina 51.

11 Het proces-verbaal Onderzoek mobiele telefoon van 6 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 137-138.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 145-147.

13 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

14 Het proces-verbaal verhoor getuige van 7 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 98-99.

15 De fotomap van 23 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 170-195.

16 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

17 De fotomap van 23 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 170-195.

18 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015 met fotobijlagen, doorgenummerde pagina’s 22-27.

19 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

20 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015 met fotobijlagen, doorgenummerde pagina’s 22-27.

21 Het processen-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015 en 9 maart 2015, respectievelijk doorgenummerde pagina’s 28-29 en 30-31.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 30-31.

23 De instemming met afname celmateriaal door opsporingsambtenaar (volgens artikel 2, lid 7 van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, doorgenummerde pagina 197.

24 Kennisgeving van inbeslagneming van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina 226.

25 Het deskundigenrapport betreffende DNA-onderzoek van 1 mei 2015, doorgenummerde pagina’s 244-260.

26 Kennisgeving van inbeslagneming van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina 224.

27 Het deskundigenrapport betreffende DNA-onderzoek van 1 mei 2015, doorgenummerde pagina’s 244-260.

28 Kennisgeving van inbeslagneming van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina 200.

29 Het deskundigenrapport betreffende DNA-onderzoek van 1 mei 2015, doorgenummerde pagina’s 244-260.

30 De processen-verbaal van verhoor verdachte van 7 maart 2015, doorgenummerde pagina 41-44 en 73-76.

31 De processen-verbaal van verhoor verdachte van 7 maart 2015, doorgenummerde pagina 41-44 en 73-76.

32 Het proces-verbaal verhoor verdachte van 7 maart 2015 en 8 maart 2015, respectievelijk doorgenummerde pagina’s 73-76 en 45-46.

33 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 41-44.

34 Het proces-verbaal aangifte van 5 maart 2015, doorgenummerde pagina’s 83-88.

35 Het proces-verbaal aangifte van 22 november 2014, doorgenummerde pagina’s 35-37.

36 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2014, doorgenummerde pagina’s 25-26.

37 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 november 2014, doorgenummerde pagina’s 27-34.

38 Het proces-verbaal aangifte van 22 november 2014, doorgenummerde pagina’s 35-37.

39 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 november 2014, doorgenummerde pagina’s 27-34.

40 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 november 2014, doorgenummerde pagina’s 27-34.

41 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2014, doorgenummerde pagina’s 25-26.