Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:5159

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-06-2015
Datum publicatie
19-06-2015
Zaaknummer
04/050506-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid zeer gevaarlijk professioneel vuurwerk in en rond zijn huis.

Daarnaast is hij veroordeeld voor het verkopen van professioneel vuurwerk aan particulieren en het witwassen van gelden, verdiend met de handel in vuurwerk.

De rechtbank heeft enkel vanwege het grote tijdsverloop geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Aan verdachte is een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 6 maanden en een maximale taakstraf van 240 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/994001-13

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juni 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats],

wonende te [adres].

Raadsman is mr. N. Birrou, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 mei 2015, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat

1.

hij op 29 december 2012 in de gemeente Roermond, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten 220, in elk geval een of meer vlinder(s), 481 (272, 146, 3, 42 en/of 18), in elk geval een of meer shell(s), 3, in elk geval een of meer flowerbed(s) en/of 3, in elk geval een of meer cobra's 6, voorhanden heeft gehad, terwijl dat vuurwerk (telkens) bestemd was voor particulier gebruik;

2.

hij op 29 december 2012 in de gemeente Roermond, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten 11 stuks, namelijk 1 chinese rol, 9, in elk geval een of meer 6" shell(s) en/of 1 100shots flowerbed, aan een ander, te weten aan [medeverdachte 1],

en/of

27 stuks, namelijk 11, in elk geval een of meer 3" shell(s), 10, in elk geval een of meer 4" shell(s) en/of 6, in elk geval een of meer 5" shell(s), aan een ander, te weten aan

[medeverdachte 2],

en/of

10 stuks, namelijk 4, in elk geval een of meer romeinse kaarsen en/of 6, in elk geval een of meer 4" shell(s) aan een ander, te weten aan [medeverdachte 3] ter beschikking heeft gesteld, terwijl dat vuurwerk (telkens) bestemd was voor particulier gebruik;

3.

hij op 29 december 2012 in de gemeente Roermond, al dan niet opzettelijk, vuurwerk, te weten 347 kg en 707 stuks, waaronder 220, in elk geval een of meer vlinder(s), 481 (272, 146, 3, 42 en/of 18), in elk geval een of meer shell(s), 3, in elk geval een of meer flowerbed(s) en/of 3, in elk geval een of meer cobra's 6, buiten een inrichting als bedoeld in:

a. artikel 1.1.4;

b. artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;

c. artikel 2.2.1 waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4, voorhanden heeft gehad;

4.

hij in de periode van 1 juli 2011 tot en met 29 december 2012 in de gemeente Roermond, althans in Nederland, van een voorwerp, geld, te weten 45.207,81 euro, in elk geval een hoeveelheid geld,

de werkelijke aard of herkomst heeft verhuld,

en/of dit geld heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft omgezet (van cash geld naar giraal geld),

terwijl hij wist dat dit geld - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 1 juli 2011 tot en met 29 december 2012 in de gemeente Roermond, althans in Nederland, van geld, te weten 45.207,81 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op deze hoeveelheid geld was of wie deze hoeveelheid geld voorhanden had, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze hoeveelheid geld - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf.

3 De beoordeling van het bewijs1

3.1

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de feiten 1 tot en met 3:

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

Betreffende de feiten 1 en 3:

- de bekennende verklaring van verdachte, inhoudende dat hij illegaal/professioneel vuurwerk in zijn woning aanwezig had dat bestemd was voor particulier gebruik en dat hij dit vuurwerk persoonlijk wilde afsteken met oud en nieuw en deels voor de verkoop aan particulieren aanwezig had. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij dit vuurwerk had opgeslagen zonder vergunning van of melding aan de autoriteiten, derhalve buiten een inrichting als bedoeld in de artikelen 1.1.4 van het Vuurwerkbesluit, de artikelen 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of waarvoor ex artikel 2.2.1 een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4 van het Vuurwerkbesluit2;

- het proces-verbaal van bevindingen betreffende het aantreffen van het in de tenlastelegging genoemde vuurwerk in de woning/schuur van verdachte3;

- de kennisgeving van inbeslagneming, pagina 202 en 203, inhoudende dat door verbalisant [verbalisant 1] onder [verdachte] in beslag werd genomen 37 dozen vuurwerk met een gewicht van 614 kilogram4;

- het proces-verbaal van onderzoek aan onder verdachte inbeslaggenomen vuurwerk, meer specifiek ten aanzien van 347 kg lijst II (knal)vuurwerk en 707 stuks lijst III vuurwerk (lijstindeling conform de Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten)5;

- het explosievenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van betwist vuurwerk met als bijlagen de toelichting oude en nieuwe vuurwerkregels van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Uitleg gebruikte analysetechniek6;

Betreffende feit 2:

- de bekennende verklaring van verdachte;7

- het proces-verbaal van bevindingen, waarin is gerelateerd dat de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een onderzoek hebben ingesteld bij de woning van verdachte, waarbij zij gedurende de tijd waarbinnen dit onderzoek plaatsvond, hebben geconstateerd dat kort na elkaar een drietal personen de woning van verdachte bezocht en naar buiten kwamen met dozen of plastic zakken. In deze dozen respectievelijk zakken bleek na aanhouding van de drie personen telkens illegaal, professioneel vuurwerk te zitten;8,9,10

- de verklaring, afgelegd door [medeverdachte 1];11

- de verklaring, afgelegd door [medeverdachte 2];12

- de verklaring, afgelegd door [medeverdachte 3];13

- het proces-verbaal met bijlagen van het onderzoek aan het onder [medeverdachte 1] inbeslaggenomen vuurwerk;14

- de kennisgeving van inbeslagneming onder verdachte [medeverdachte 1]. In beslag werden genomen 9 stuks Shell 5 inch, 1 vuurwerkpakket en 1 Chinese rol.15 Gezien de foto van de onder [medeverdachte 1] inbeslaggenomen doos met als inhoud 9 stuks shell16 en het hiervoor genoemde proces-verbaal van onderzoek van het inbeslaggenomen vuurwerk leest de rechtbank hierin: 9 stuks shell 6 inch;

- de kennisgeving van inbeslagneming onder verdachte [medeverdachte 2];17

- het proces-verbaal van het onderzoek aan het onder [medeverdachte 2] inbeslaggenomen vuurwerk met fotoreportage en bijlage deskundigenverklaring overgangsregeling Vuurwerkbesluit, Nederlands Forensisch Instituut (NFI) versie 1, 16 november 2010;18

- de kennisgeving van inbeslagneming onder verdachte [medeverdachte 3];19

- het proces-verbaal van het onderzoek aan het onder [medeverdachte 3] inbeslaggenomen vuurwerk met fotoreportage en bijlage deskundigenverklaring overgangsregeling Vuurwerkbesluit, Nederlands Forensisch Instituut (NFI) versie 1, 16 november 201020.

Met betrekking tot feit 4:

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 4 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zijn standpunt betreffende het door de verdachte handelen in illegaal vuurwerk op de verklaringen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Verdachte heeft aan hen vuurwerk geleverd, terwijl hij ook een prijslijst had waarop vermeld stond welk vuurwerk voor welk bedrag bij hem kon worden gekocht. Voorts baseert de officier van justitie zijn standpunt op het feit dat er een zeer grote hoeveelheid netjes uitgestald vuurwerk in de woning van verdachte is aangetroffen, hetgeen duidt op een handelsvoorraad. Ook duiden bepaalde berichten die zijn gevonden in het gecrashte computerbestand van verdachte op handel in illegaal vuurwerk. Dergelijke handel levert een misdrijf op.

De officier van justitie stelt dat verdachte de verdiensten – te weten geld - die dit misdrijf heeft opgeleverd heeft witgewassen, nu verdachte geen redelijke verklaring heeft gegeven voor het voorhanden hebben van een groot geldbedrag en de door hem gedane transacties niet in verhouding staan tot het reguliere inkomen dat hij genereert. Verdachte heeft geen juiste of aannemelijke verklaring gegeven omtrent de herkomst van het geld.

Nu verdachte het geld heeft omgezet van cash naar giraal geld, met omschrijvingen die de werkelijke herkomst ervan verhullen is er sprake van witwassen. Het onder 4 primair tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat uit het louter storten van geldbedragen niet kan worden afgeleid dat de gestorte gelden afkomstig zijn uit enig misdrijf. Het geld dat verdachte heeft gestort, was niet uit misdrijf afkomstig. Hij heeft een bedrag van

€ 9.500,- ontvangen van zijn schoonouders. Daarnaast heeft hij een bedrag van € 2.500,- ontvangen uit aandelen. Verder had hij een bedrag van € 5.200,- op zijn rekening staan uit reguliere inkomsten. Deze bedragen moeten zonder meer worden afgetrokken van het bedrag dat in de tenlastelegging onder 4 primair als zijnde witgewassen is vermeld.

De raadsman stelt zich op het standpunt dat slechts bewezen kan worden verklaard dat verdachte 50 à 60 kilogram vuurwerk heeft verkocht, zijnde de hoeveelheden die hij aan de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft geleverd.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat het mogelijk is dat verdachte vuurwerk heeft verkocht zonder hiermee winst te behalen. De aangetroffen prijslijsten en emailbestanden wijzen weliswaar op verkoop van vuurwerk door verdachte, maar niet op het behalen van winst.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting van 27 mei 2015 verklaard dat hij een grote hoeveelheid illegaal en zeer gevaarlijk vuurwerk in zijn woning aanwezig had. Hij wist dat dit vuurwerk illegaal was. Het vuurwerk bevond zich in de kelder, op de zolder en in de bij de woning behorende schuur. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij handelde in dit vuurwerk, een deel ervan was voor de verkoop bestemd. Hij verkocht vuurwerk aan particulieren.21 De personen aan wie verdachte op 29 december 2012 vuurwerk heeft verkocht, hadden evenmin als verdachte gespecialiseerde kennis betreffende het vuurwerk. Over de bestellijst heeft verdachte bij de politie verklaard dat het vuurwerk op de lijsten door hem aan derden werd verkocht.2223

De rechtbank heeft op grond van het dossier verder het volgende vastgesteld.

Verdachte had op 29 december 2012 een zeer grote hoeveelheid illegaal vuurwerk in zijn woning voorhanden, zoals bewezen is verklaard onder feit 1.

Hij heeft in de periode van 18 juli 2012 tot en met 17 november 2012 gemaild met het email adres van en in de persoon van [betrokkene 1]. Hij heeft geschreven dat hij ongeveer 150 glasfiberbuizen wil bestellen in verschillende maten. Na enige onzekerheid antwoordt [betrokkene 1] dat de buizen per koerier zullen worden bezorgd. Verdachte vraagt of dat betrouwbaar is en vermeldt: “Ik heb dit 3 jaar geleden ook eens gedaan en toen kwamen ze me met DPD bezorgen en gast ging meteen vragen wat ik met die buizen ging doen?”.

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte ook in de jaren vóór 2012 150 mortierbuizen heeft gekocht bij [betrokkene 1].24

In de periode van 13 februari 2012 tot en met 18 november 2012 vond er emailverkeer plaats tussen het emailadres van verdachte en het emailadres van [betrokkene 2]. De emailberichten, afkomstig van het emailadres van verdachte zijn ondertekend met de [naam 1]. [naam 1] doet navraag omtrent het verkrijgen en bestellen van zwaar vuurwerk. Op 8 mei 2012 wordt vanaf het emailadres van verdachte een emailbericht verzonden waarin hij onder andere vermeldt: “voor de shells is het 190 per karton voor dit jaar tov 2 jaar geleden …,

… voor de CB6 hebben we 900 per karton betaald bij afname van 5 kartons (deze nemen we dit jaar niet…) voor de caramella 5 hebben we 350 betaald afgelopen jaar. Ook geeft [naam 1] in deze mail aan dat zijn bestelling voor het lopende jaar nog kan wijzingen omdat hij nog bij zijn 3 grootste klanten moet langsgaan.25

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij degene was die de mails, ondertekend met de naam [naam 1], heeft verzonden.26

Ook uit dit emailverkeer leidt de rechtbank af dat verdachte in elk geval gedurende twee jaren voor aanzienlijke bedragen grote hoeveelheden vuurwerk heeft gekocht en mede gezien die grote hoeveelheden ook in vuurwerk heeft gehandeld.

Op bevel van de officier van justitie zijn door de [bank] historische bankgegevens verstrekt over de periode 1 juli 2011 tot en met 31 december 2012, zowel van de betaalrekening met nummer [rekeningnummer 1] als van de spaarrekening met nummer [rekeningnummer 2]. Beide rekeningen stonden op naam van verdachte en zijn echtgenote. De bankafschriften tonen een aantal geldstortingen, die niet in verhouding staan tot het inkomen dat verdachte uit arbeid genereert. Dit inkomen zou volgens de verklaring van verdachte ongeveer € 2.100 à € 2.300,- per maand bedragen.27

Het betreft onder meer de volgende contante stortingen middels een stortingsapparaat bij de [bank]:

  1. 24-12-2012: storting € 6.200,-;

  2. 13-12-2012: storting € 2.800,-;

  3. 29-11-2012: storting € 4.402,81;

  4. 13-09-2012: storting € 1.300,-;

  5. 22-05-2012: storting € 2.800,-;

  6. 05-05-2012: storting € 3.235,-;

  7. 29-12-2011: storting € 6.580,-;

  8. 20-12-2011: storting € 3.500,-;

  9. 07-12-2011: storting € 4.000,-;

  10. 21-11-2011: storting € 2.500,-;

  11. 10-11-2011: storting € 4.200,-;

  12. 11-10-2011: storting € 2.000,-;

  13. 04-10-2011: storting € 1.090,-;

  14. 16-09-2011: storting € 600,-.28

Het totaalbedrag van deze stortingen bedraagt € 45.207,81.

Verdachte heeft door middel van deze stortingen contant geld omgezet in giraal geld. Behalve dat deze stortingen niet kunnen worden verklaard uit reguliere inkomsten van verdachte, nu deze tussen € 2.100,- en € 2.300,- per maand bedragen, bevat een aantal stortingen onlogische, verhullende beschrijvingen, zoals:

Ad 1: “december bonus en ziekengeld bonus”. Deze beschrijving is onlogisch, nu reeds op

21 december 2012 door de werkgever van verdachte het salaris van december op zijn rekening is gestort, zijnde een bedrag van € 2.198,11. Het contant op de rekening van verdachte gestorte bedrag van € 6.200,- op 24 december 2012, is niet te relateren aan loon betaald door zijn werkgever.

Ad 2: “storting december eindejaar bonus”. Ook deze omschrijving is onlogisch, gezien de data waarop de uitbetalingen van het salaris van november en december door de werkgever van verdachte op zijn rekening zijn gestort en het bedrag dekt deze salarisbetalingen niet.29

Ad 7: “storting [naam 2] winst aandelen”. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de aandelen die hij bezat in mei 2011 heeft verkocht en deze heeft laten uitbetalen, terwijl de storting onder 7 op 29 december 2011 daarmee niet te rijmen valt.30

Verdachte en zijn raadsman stellen dat verdachte geen geld heeft overgehouden aan de verkoop van vuurwerk. Verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwerk niet met winst verkocht. Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte uit verschillende bronnen geld heeft ontvangen, namelijk € 2.500,- uit aandelen, € 9.500,- van zijn schoonouders, welk bedrag hij van 21 november 2011 tot en met maart 2012 tijdelijk op zijn bankrekening heeft gehad en hij heeft € 1.800,- gewonnen met gokken.

De rechtbank acht deze verklaring omtrent de herkomst van de door de raadsman genoemde bedragen onaannemelijk. Betreffende de eventuele winst uit aandelen acht de rechtbank de stelling van de verdachte niet aannemelijk geworden, omdat onder meer niet valt in te zien, waarom deze dan pas maanden nadat deze winst zou zijn uitgekeerd, op de rekening van verdachte is gestort. Betreffende een eventuele gokwinst heeft verdachte geen specifieke details kunnen geven. Wat het bedrag betreft dat door de schoonouders aan verdachte zou zijn geleend, is dit bedrag niet terug te vinden op de afschriften van de spaar- of betaalrekening van de verdachte in de periode dat het geld aan hem beschikbaar zou zijn gesteld, volgens de verdachte in de periode tussen 21 november 2011 en 20 december 2011. Op een door de raadsman overgelegd schrijven van de schoonouders van verdachte is vermeld dat zij het door hun beschikbaar gestelde bedrag terug willen hebben. Weliswaar is op 28 maart 2012 een bedrag van € 6.400,- van de spaarrekening van verdachte afgehaald en op 6 september 2012 een bedrag van € 3.000,-, maar nu niet aannemelijk is geworden dat dit geld eerder aan hem is verstrekt, kan de rechtbank verdachte ook niet volgen in zijn stelling dat hij zijn schoonouders geleend geld heeft terug gegeven.
De rechtbank acht evenmin aannemelijk geworden dat verdachte in totaal slechts 50 tot 60 kilogram vuurwerk heeft verkocht gedurende de tenlastegelegde periode en dat dit is geweest aan de toevallig afgevangen kopers. Dit strookt ook niet met de enorme hoeveelheid vuurwerk die is aangetroffen bij de verdachte, de prijslijst, het beeld dat naar voren komt uit de emailverkeer en ook niet met de verklaring van de verdachte van 31 december 2012, afgelegd bij de rechter-commissaris, inhoudende dat hij in 2012 50 tot 60 kg vuurwerk heeft verkocht, wat er verder ook van zij van die hoeveelheid.

Van de contante stortingen die verdachte deed tussen 16 september 2011 en 24 december 2012 is een legale herkomst niet aannemelijk geworden. Verdachte heeft ook hieromtrent geen “concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken” verklaring gegeven.

Gezien bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat bovengenoemde stortingen enkel gerelateerd kunnen worden aan de handel in illegaal vuurwerk. Het gestorte geld kan dus niet anders dan uit misdrijf afkomstig zijn. Verdachte heeft in dat kader contant geld, middels het stortingsapparaat van de [bank], op zijn bankrekening gestort.

Door bij de contante stortingen veelal onlogische, dubieuze of helemaal geen omschrijvingen te plaatsen heeft verdachte getracht de criminele herkomst van dat geld te verhullen. Hij heeft met betrekking tot de gestorte contante geldbedragen op versluiering gerichte handelingen verricht waarmee het zicht op de illegale herkomst van deze geldbedragen is ontnomen.

De ondoorzichtigheid van de transacties verhult de werkelijke aard en herkomst van het geld, waardoor het niet mogelijk is om met enige zekerheid een (legale) herkomst ervan vast te stellen. De rechtbank concludeert dat de handelingen van verdachte erop gericht zijn geweest om daadwerkelijk het zicht op de herkomst van de getransigeerde gelden te bemoeilijken, terwijl verdachte ook ter terechtzitting geen inzicht heeft gegeven in de herkomst van de betreffende bedragen. Hij heeft illegaal geld, afkomstig uit misdrijf, voorhanden gehad en de herkomst ervan verhuld, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en acht het onder 4 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 29 december 2012 in de gemeente Roermond opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten 220 vlinders, 481 (272, 146, 3, 42 en/of 18) shells, 3 flowerbeds en 3 cobra's 6, voorhanden heeft gehad, terwijl dat vuurwerk telkens bestemd was voor particulier gebruik;

2.

op 29 december 2012 in de gemeente Roermond opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten 11 stuks, namelijk 1 chinese rol, 9 6" shells en 1 100shots flowerbed, aan een ander, te weten aan [medeverdachte 1],

en

27 stuks, namelijk 11 3" shells, 10 4" shells en 6 5" shell(s), aan een ander, te weten aan [medeverdachte 2],

en

10 stuks, namelijk 4 romeinse kaarsen en 6 4" shells aan een ander, te weten aan

[medeverdachte 3]

ter beschikking heeft gesteld, terwijl dat vuurwerk telkens bestemd was voor particulier gebruik;

3.

op 29 december 2012 in de gemeente Roermond opzettelijk vuurwerk, te weten 347 kg en 707 stuks, waaronder 220 vlinders, 481 (272, 146, 3, 42 en 18) shells, 3 flowerbeds en 3 cobra's 6, buiten een inrichting als bedoeld in:

a. artikel 1.1.4;

b. artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;

c. artikel 2.2.1 waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4, voorhanden heeft gehad;

4.

in de periode van 1 juli 2011 tot en met 29 december 2012 in de gemeente Roermond van geld, te weten 45.207,81 euro, de werkelijke aard of herkomst heeft verhuld,

en dit geld heeft omgezet van cash geld naar giraal geld, terwijl hij wist dat dit geld

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

met betrekking tot feit 1:

overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

met betrekking tot feit 2:

overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

met betrekking tot feit 3:

overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

met betrekking tot feit 4:

witwassen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gepleit voor vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde.

Daarnaast heeft hij verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn binnen welke een zaak afgehandeld dient te zijn, en met het feit dat verdachte first offender is. De raadsman is van mening dat een voorwaardelijke taakstraf volstaat. Hij is het eens met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf, zelfs als deze een langere termijn zou bestrijken als door de officier van justitie is gevorderd, omdat recidive niet zal voorkomen.

Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat zijns inziens de op te leggen straf gelijk moet zijn aan de straf die aan de verdachten in de gelijktijdig met de zaak tegen zijn cliënt behandelde strafzaken is opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een zeer grote hoeveelheid, namelijk 347 kilogram en 707 stuks, professioneel vuurwerk, dat hij als particulier wilde afsteken. Dit vuurwerk was opgeslagen in de kelder en op de zolder van de woning van verdachte, alsmede in de schuur behorende bij deze woning. Het betreft een rijtjeswoning. Verdachte bewerkte het vuurwerk in de keuken van de woning, waarbij zijn echtgenote en kinderen aanwezig waren. In de schuur stond naast het vuurwerk een gasfles en vlak bij het vuurwerk bevond zich een in werking zijnd elektrisch bedieningspaneel voor de buitenvijver. Dit alles veroorzaakte steeds een levensgevaarlijke situatie.

De rechtbank acht het voorhanden hebben van vuurwerk zoals bij verdachte is aangetroffen onder de hiervoren geschetste omstandigheden in een woonwijk bijzonder gevaarlijk. Indien deze hoeveelheid van dit soort vuurwerk tot ontbranding komt brengt dat enorme risico's met zich, zowel voor degene die het vuurwerk tot ontbranding brengt als voor de eventuele omstanders en/of omwonenden. Dat verdachte niet alleen zichzelf en zijn gezin, maar ook de omwonenden aan groot gevaar heeft blootgesteld valt hem zwaar aan te rekenen. Verdachte had beter moeten weten, vooral nu hij, zoals uit zijn verklaring is gebleken, ervan op de hoogte was dat het vuurwerk in de categorie professioneel vuurwerk viel en dit slechts onder strenge voorwaarden uitsluitend door deskundigen mag worden afgestoken. Verdachte is er ondanks zijn kennis met betrekking tot de gevaren niet voor terugdeinst gevaarlijk vuurwerk in een woonwijk op te slaan op plekken en onder condities die daartoe volstrekt niet geschikt zijn.

Niet alleen het aanwezig hebben van het gevaarlijke illegale vuurwerk in en bij de woning van verdachte, maar ook het feit dat hij het wilde gebruiken om met oud en nieuw een vuurwerkshow te geven voor de hele buurt en hierdoor alle toeschouwers aan gevaar zou blootstellen, neemt de rechtbank verdachte kwalijk. Hij had kunnen weten wat de gevolgen konden zijn en had anders moeten handelen.

Verder heeft verdachte gehandeld in professioneel vuurwerk. Hij heeft verkocht aan particulieren, terwijl ook zij niet deskundig waren en dit zware vuurwerk daarom niet mochten afsteken. Verdachte heeft uitsluitend met zijn eigen financiële belangen rekening gehouden, hetgeen blijkt uit zijn verklaring, inhoudende dat vuurwerk zijn hobby was en dat hij zijn hobby (deels) moest bekostigen met de verkoop van het vuurwerk.

Ook dit feit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag.

Hij heeft een grote som geld voorhanden gehad die een criminele herkomst had. Witwassen vormt een ernstige bedreiging voor de maatschappij, omdat het onlosmakelijk verbonden is met criminaliteit. Bovendien wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer door witwassen aangetast, hetgeen eveneens een ontwrichtende uitwerking op de maatschappij heeft.

De rechtbank zal met dit alles rekening houden bij de strafoplegging.

Ook zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het feit dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven betreffende het onder 4 tenlastegelegde.

Ten voordele van verdachte zal de rechtbank rekening houden met het grote tijdsverloop sinds de datum van de tenlastelegging. Het heeft lange tijd geduurd voordat de zaak door de rechtbank kon worden behandeld, waardoor verdachte gedurende lange tijd in onzekerheid heeft gezeten. Verder zal de rechtbank ten voordele van verdachte rekening houden met het feit dat hij inzicht heeft getoond in de onjuistheid van zijn handelen en dat hij na

29 december 2012 volgens zijn zeggen niet meer met vuurwerk in aanraking is geweest. Ook zal de rechtbank rekening houden met de persoonlijke situatie van verdachte en met het feit dat hij een vaste baan heeft en de mogelijkheid bestaat dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf deze in de waagschaal zal stellen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 10 maart 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Ten slotte merkt de rechtbank nog op dat de straf die zij aan verdachte zal opleggen afwijkt van de straf aan de verdachten, wiens zaken gelijktijdig met de onderhavige zaak ter terechtzitting zijn behandeld. De rechtbank is van oordeel dat een vergelijking met deze zaken zoals de raadsman heeft betoogd, niet opgaat, nu ten aanzien van verdachte meerdere en zwaardere feiten zijn bewezenverklaard dan bij de overige verdachten het geval is.

Hoewel de ernst van de bewezen verklaarde feiten het rechtvaardigen, zal de rechtbank vanwege het lange tijdsverloop geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf meer opleggen.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, naar de maatstaf van 2 uren per dag. Daarnaast zal zij aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Deze straf is conform de eis van de officier van justitie.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1.2.2, 1.2.4, 5.3.5 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.5 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren

heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag in voorarrest doorgebracht;

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.W. Nobis, voorzitter, mr. J.H. Klifman en

mr. G. Demmink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 juni 2015.

Buiten staat

Mr. G. Demmink en mr. J.H. Klifman zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL233C2012124699 d.d. 6 mei 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 mei 2015.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 103 tot en met 106 van de doornummering, met een fotomap als bijlage, pagina 107 tot en met 182 van de doornummering.

4 Het proces-verbaal van relaas, pagina 17 en het proces-verbaal van inbeslagneming, pagina 202 en 203 van de doornummering.

5 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, pagina 362 tot en met 368 van de doornummering;

6 Het explosievenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van betwist vuurwerk d.d. 9 juli 2012, pagina 369 tot en met 406 van de doornummering en het explosievenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van betwist vuurwerk d.d. 24 oktober 2012 met bijlagen, pagina 407 tot en met 441 van de doornummering.

7 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 mei 2015.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 21 tot en met 23 van de doornummering.

9 De processen-verbaal van aanhouding van de verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], pagina 79, 88 en 89 respectievelijk 95 en 96 van de doornummering, alsmede de kennisgevingen van inbeslagneming onder vernoemde verdachten, pagina 191 tot en met 193, 194 tot en met 196 respectievelijk 197 en 198 respectievelijk van de doornummering.

10 Het proces-verbaal van onderzoek van onder [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] inbeslaggenomen vuurwerk met bijlagen, pagina 222 tot en met 251, pagina 316 tot en met 339 en pagina 279 tot en met 298 van de doornummering.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], pagina 82 tot en met 84 van de doornummering.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 91 en 92 van de doornummering.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], pagina 98 en 99 van de doornummering.

14 Het proces-verbaal van onderzoek aan onder [medeverdachte 1] inbeslaggenomen vuurwerk met bijlagen, pagina 222 tot en met 237 van de doornummering en met als bijlage de deskundigenverklaring overgangsrecht Vuurwerkbesluit van het NFI, pagina 238 tot en met 251 van de doornummering.

15 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina 191 tot en met 193 van de doornummering.

16 Foto inbeslaggenomen vuurwerk, behorend bij het proces-verbaal van onderzoek inbeslaggenomen vuurwerk, pagina 225 van de doornummering.

17 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina 194 tot en met 196 van de doornummering.

18 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk met bijlagen, pagina 316 tot en met 339 van de doornummering.

19 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina 197 en 198 van de doornummering.

20 Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk met bijlagen, pagina 278 tot en met 398 van de doornummering.

21 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 mei 2015.

22 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte op 2 januari 2013, pagina 53.

23 Het proces-verbaal van bevindingen met als bijlage een fotomap, onder meer inhoudende een foto van de prijslijst, pagina 149 van de doornummering.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 538 tot en met 552 van de doornummering.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 553 tot en met 560 van de doornummering.

26 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 27 mei 2015.

27 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 57 van de doornummering.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 3, pagina’s 585, 581, 577, 608, 635, 667, 663, 677, 674, 685, 682, 693, 692 respectievelijk 702.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 3, pagina ‘s 576 en 678.

30 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 58 van de doornummering.