Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:4973

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-06-2015
Datum publicatie
01-07-2015
Zaaknummer
369804 CV EXPL 10-1062
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In 2010 aanhangig gemaakte huurvordering van Japanse vestiging van een in Maastricht geëxploiteerde onderwijsinstelling ten opzichte van twee op de exploitatie van hotelaccommodatie en fitnesscenter gerichte vennootschappen leidt pas in 2015 tot een eindoordeel na tal van processuele verwikkelingen. Het eindvonnis schetst slechts globaal een beeld van de zaak omdat in de laatste fases door faillissement van de ene huurder, uitblijven van nader / toegespitst verweer van de andere huurder en de inmiddels langs andere wegen gerealiseerde beëindiging van de beide huurcontracten, maar een beperkt aantal inhoudelijke knopen hoefde te worden doorgehakt. Enorme schadeclaims van de huurders wegens veronderstelde ernstige tekortkomingen van verhuurder waren in andere procedure reeds afgewezen, nadat het horen van een zeer groot aantal getuigen niet het aan huurders opgedragen bewijs bijgebracht had. Veroordeling van huurder zal mogelijk uitmonden in gebrek aan verhaalsmogelijkheden, mede gelet op in de procedure aan de dag getreden twijfels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer 369804 CV EXPL 10-1062

Vonnis van de kantonrechter van 10 juni 2015

in de zaak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TEIKYO EUROPE B.V.

statutair gevestigd te Meerssen en kantoorhoudend te Maastricht

eisende partij

gemachtigde: mr. W.M. Visser ’t Hooft, advocaat te Amsterdam

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IT’S FUN 2B FIT B.V.

statutair gevestigd te Maastricht en voorheen kantoorhoudend aan de Brouwersweg 100 te (6216 EG) Maastricht (tevens het kantooradres van Teikyo)

gedaagde partij sub 1

(sedert een vonnis d.d. 22 juni 2010 in staat van faillissement verkerend zonder enige processuele betrokkenheid van de curator)

en

de vennootschap naar vreemd recht CLUB VITAL COMPANY LIMITED

gevestigd te (EN6 5BS) Herfordshire (United Kingdom) aan Maple House exit 007 High Street Potters Bar en voorheen mede kantoorhoudend te (6216 EG) Maastricht aan de Brouwersweg 100 (tevens het kantooradres van Teikyo)

gemachtigde: (thans wederom, na tussentijdse wisselingen:) mr. J.H. Pelle te Den Haag.

Partijen zullen hierna als “Teikyo” respectievelijk “2B Fit” en “Vital” aangeduid worden.

De procedure (het voortgezette verloop daarvan)

Al bij gedeeltelijk eindvonnis van 19 januari 2011 (waarvan hoger beroep ingesteld is door de in de plaats van Vital tredende natuurlijke persoon [naam]) en bij latere tussenvonnissen van 10 augustus 2011, 24 oktober 2012 en 14 augustus 2013 is uitspraak gedaan in deze zaak, naar welke uitspraken verwezen wordt voor een weergave van het aan het thans te wijzen vonnis voorafgaande procesverloop.

In bedoeld vonnis van 19 januari 2011 is de huurovereenkomst c.a. van 21 mei 2007 tussen Teikyo en Vital ontbonden en is Vital tot ontruiming van de destijds tezamen met 2B Fit gebruikte bedrijfsruimte veroordeeld, terwijl de beslissing op de overige onderdelen van de vordering van Teikyo aangehouden is wegens het directe verband met nog te nemen beslissingen in de zaak onder nummer 294591 CV EXPL 08-2136 die gespeeld heeft tussen dezelfde drie partijen.

De tegen 2B Fit aanhangige rechtsvordering is op de voet van art. 29 Rv door de faillietverklaring geschorst en gesteld noch gebleken is dat de verificatie van de bij de curator ingediende vordering betwist is, zodat ook nadien geen hervatting / voortzetting van het geding aan de zijde van 2B Fit plaatsgevonden heeft en zodat de schorsing bestendigd is.

De thans slechts ten aanzien van Club Vital nader te beoordelen zaak heeft, met korte onderbrekingen, geruime tijd op de slaaprol gestaan. Dit was ook weer het geval na 14 augustus 2013, omdat van het in appel door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 18 december 2012 gewezen arrest (dat formeel ook deze zaak, maar in wezen slechts de annexe zaak 294591 CV EXPL 08-2136 betrof) beroep in cassatie ingesteld was door / namens de natuurlijke persoon [bestuurder Vital]. [bestuurder Vital], bestuurder van Vital, had zich in persoon en op zijn beurt de eerder in 2011 door Vital aan [naam] gecedeerde oorspronkelijke rechten van Vital laten cederen teneinde via zijn cassatieadvocaat bedoeld arrest van het Hof bij de Hoge Raad te kunnen bestrijden. Mr. Pelle heeft er zich als gemachtigde van Club Vital niet over uitgelaten of die (dubbele) cessie invloed heeft op de zaak waarover thans beslist wordt en/of op de procespositie van Vital, namens wie hij zegt te blijven optreden.

Bij arrest van 28 maart 2014 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van [bestuurder Vital] met toepassing van art. 81 RO verworpen, zodat de op 18 december 2012 door het Hof reeds bekrachtigde vonnissen in de zaak 294591 CV EXPL 08-2136 volledig in stand gebleven zijn en zodat deze ten volle kracht van gewijsde verkregen hebben.

Partijen hebben desgevraagd op 28 mei 2014 respectievelijk 25 juni 2014 doen weten vonnis te vragen, waarna een datum voor vonnis bepaald is die nader op vandaag gesteld is.

Het resterende geschil en de beoordeling daarvan

Na toespitsing en vermindering van de eis bij akte d.d. 7 december 2011 heeft Teikyo later geen aanleiding gevonden om de eis(en) aan het ruime tijdsverloop aan te passen. Vital op haar beurt (2B Fit heeft - als gezegd - via de curator in het geheel niet meer van zich doen horen) heeft zich laatstelijk bij antwoordakte van 29 februari 2012 weliswaar over de zaak zelve uitgelaten, maar niet over omvang en beloop van de resterende vorderingen van Teikyo. De toen wel gemaakte opmerkingen over het vooralsnog ontbreken van gewijsde, over gelegde en opgeheven beslagen en over ‘restitutierisico’s’ ten aanzien van Teikyo wegens mogelijke beëindiging van haar activiteiten, zijn in dit opzicht in het geheel niet meer of in ieder geval thans aanzienlijk minder relevant. Dit laatste geldt eveneens voor de akte d.d. 28 maart 2012 waarmee Teikyo nog gereageerd heeft op twee producties die Vital aan de antwoordakte van 29 februari 2012 gehecht had.

De onderdelen van de vordering van Teikyo jegens Vital waaromtrent nog niet eerder beslist is, betreffen de betaling van verschuldigde huurbedragen en verder de ten onrechte (mede) door Vital ten laste van Teikyo geïncasseerde (doch later in rechte niet gehandhaafde) dwangsommen en/of voorschotten op harerzijds gepretendeerde (doch uiteindelijk niet in rechte erkende) schadevergoeding alsmede daarmee samenhangende rente en kosten. Teikyo maakt in het licht van de samenhangende uitspraken zoals deze thans rechtskracht hebben, aanspraak op restitutie van onverschuldigd betaalde dwangsommen en voorschotten. Voor wat betreft de huurclaims zijn de einddata van de respectieve huurovereenkomsten van 2B Fit en Vital door de diverse ontwikkelingen komen vast te staan: het gehandhaafde vonnis van 19 januari 2011 met de daarin neergelegde directe ontbinding ten aanzien van Vital en het uit het faillissement van 2B Fit voortvloeiende einde van haar huurrelatie per 1 juli 2010. Daarom kon Teikyo haar vorderingen daarop afstemmen en kon zij de oorspronkelijke onderdelen 6 en 7 van het petitum (zie ook het vonnis 19 januari 2011) laten vervallen.

Omdat de aldus bij akte van 7 december 2011 gewijzigde vorderingen van Teikyo in nadere processtukken van de kant van Vital geen enkele inhoudelijke tegenspraak ontmoet hebben en omdat die vorderingen in die gedaante naar samenstelling en omvang tevens sporen met de tot in cassatie overeind gebleven vonnissen van 12 november 2008, 27 mei 2009, 23 juni 2010, 10 augustus 2011 en 12 oktober 2011 (in onderlinge samenhang) in de zaak 294591 CV EXPL 08-2136, zijn zij thans onverkort voor toewijzing vatbaar. Bijgevolg zal het hieronder volgende dictum een kopie, althans een parafrase zijn van pagina 4 van de akte die Teikyo op 7 december 2011 in deze zaak ingebracht heeft, nog slechts aangevuld met een kostenbeslissing die op het volgende neerkomt: Club Vital zal als volledig in het ongelijk te stellen partij tot betaling van de op een totaalbedrag van € 4 391,78 te begroten kosten van deze slepende kantonprocedure veroordeeld worden, te weten aan explootkosten € 183,78, aan griffierecht € 208,00, alsmede een op € 4 000,00 (viermaal een tarief van € 1 000,00) te bepalen salaris van de gemachtigde van Teikyo.

Wel wijkt de kantonrechter af van de wens van Teikyo om ook nog eens een nader bij staat op te maken schadevergoeding toe te wijzen. Als Teikyo van oordeel was dat haar meer dan de hieronder toegewezen bedragen en/of voor andere dan de daarmee vergoede posten toekomt, had zij dit - gelet op het tijdsverloop - natuurlijk al lang zelf kunnen begroten en preciseren, maar valt bovendien niet in te zien waarom zij dit eventueel later niet alsnog (maar dan dus in een aan te vangen andere procedure) aan de rechter zou voorleggen. In ieder geval ontbreekt een nadere onderbouwing van dit verder niet uitgewerkte onderdeel van de vordering en van de noodzaak om daar thans inhoudelijk op te beslissen. Evenmin zal door de voortgezette schorsing van de procedure tegen 2B Fit een oordeel gegeven kunnen worden over de tegen 2B Fit gerichte vorderingen (uitsluitend tegen haar dan wel als hoofdelijk verantwoordelijke schuldenaar naast Vital).

De beslissing

De kantonrechter komt aldus tot het volgende eindoordeel:

  • -

    Vital wordt veroordeeld om aan Teikyo tegen bewijs van kwijting de navolgende bedragen met daaraan verbonden rentevergoedingen te voldoen:

  • -

    I. Een bedrag van € 356 964,00 met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2008 wegens door haar en 2B Fit gezamenlijk ten onrechte van Teikyo geïncasseerde en derhalve als onverschuldigd te restitueren dwangsommen en schadevergoedingsvoorschotten;

  • -

    II. Een bedrag van € 182 069,92 met de wettelijke handelsrente vanaf 27 april 2009 aan achterstallige huur voor de percelen F1 en F4 over het tijdvak 1 april 2008 (deels 1 september 2008) tot en met 13 januari 2009;

  • -

    III. Een bedrag van 639 937,03 met de wettelijke handelsrente, deels vanaf 27 oktober 2010 (= datum dagvaarding voor de toen reeds opeisbare bedragen) anderdeels vanaf de voor verdere huurtermijnen geldende data van opeisbaarheid) aan achterstallige huur over het tijdvak 27 april 2009 tot en met 19 januari 2011.

- Vital wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Teikyo tot de datum van dit vonnis bepaald op een bedrag van € 4 391,78.

- Het vonnis s wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

- Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen, dan wel leent zich vooralsnog niet voor beoordeling en beslissing.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal en is in het openbaar uitgesproken.

Type: HS