Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:4966

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
03/702569-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Medeplegen van seksuele uitbuiting van 2 minderjarige meisjes in drie verschillende woningen bewezen. Oplegging van 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702569-14

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 juni 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1],

wonende te [woonplaats 1], [adres 1],

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 26 en 28 mei 2015, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Op 29 mei 2015 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, - na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering - op neer dat verdachte:

Feit 1: opzettelijk aanwezig is geweest bij het plegen van ontuchtige handelingen door minderjarigen;

Feit 2: ontuchtige handelingen gepleegd door minderjarigen met een derde teweeg heeft gebracht of heeft bevorderd;

Feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], terwijl zij de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt.

3 De voorvragen

Beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding

De rechtbank zal, gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad1 en in navolging van het verweer van de raadsman terzake, de dagvaarding nietig verklaren ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit, nu het tenlastegelegde onvoldoende feitelijk is. Immers is het begrip ‘ontuchtige handelingen’ ten onrechte niet nader omschreven in de tekst van de tenlastelegging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1 tenlastegelegde feit.

Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden acht de officier van justitie het onder 3 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft betoogd dat kan worden bewezen dat verdachte en zijn mededaders de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben geworven, vervoerd, overgebracht en opgenomen met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Ook acht zij bewezen dat verdachte en zijn mededaders de slachtoffers ertoe hebben gebracht zich te prostitueren en dat verdachte en zijn mededaders opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de prostitutieverdiensten van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Deze handelingen hebben plaats gehad terwijl beide slachtoffers de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit vrijspraak bepleit, nu verdachte nimmer lijfelijk aanwezig is geweest bij het plegen van ontuchtige handelingen door een minderjarige. Bovendien bestrijkt artikel 248c van het Wetboek van Strafrecht het bijwonen van de vertoning van een kinderpornofilm, alsmede strafwaardig misbruik van kinderen wanneer zij zonder dwang optreden in een erotische show, door klanten strafbaar te stellen. Volgens de raadsman is van beide situaties in casu geen sprake.

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit vrijgesproken moet worden. De wetgever heeft bedoeld artikel 248c van het Wetboek van Strafrecht van toepassing te laten zijn op iemand die opzettelijk aanwezig is geweest bij het plegen van ontuchtige handelingen door een minderjarige, dan wel op iemand die aanwezig is geweest bij het vertonen van afbeeldingen van dergelijke handelingen in een daarvoor bestemde gelegenheid. Uit de toelichting bij dit artikel blijkt dat het artikel slaat op het bijwonen van (en dus lijfelijk aanwezig zijn bij) een vertoning van een kinderpornofilm of een erotische show waarin kinderen optreden. De wetgever heeft bij het opstellen van dit artikel dan ook specifiek de klant voor ogen gehad. Een dergelijke situatie doet zich in dit geval niet voor. Immers was verdachte geen klant, noch is verdachte lijfelijk aanwezig geweest bij het plegen van ontuchtige handelingen door minderjarigen. Artikel 248c van het Wetboek van Strafrecht is dan ook niet van toepassing.

Feit 3 2

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de seksuele uitbuiting van de twee minderjarige meisjes [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. De rechtbank zal hierna eerst ingaan op de redengevende feiten en omstandigheden die tot deze bewezenverklaring hebben geleid. In paragraaf 4.4 zal de rechtbank vervolgens de bewezenverklaring uiteenzetten.

Verklaringen slachtoffers

Verklaringen slachtoffer [slachtoffer 1]

(hierna: [slachtoffer 1]), geboren op [geboortedatum 2]3, heeft verklaard dat in januari 2014 voor het eerst ter sprake kwam dat je seks kon hebben voor geld. [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) zei dat hij meisjes voor hem liet werken. Deze meisjes hadden seks met klanten voor geld in de woning van [medeverdachte 4] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 4]). [verdachte] zei daarnaast dat meisjes die dit werk ook wilden doen, zich bij hem konden melden. [verdachte] vroeg aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) of zij dit werk ook eens wilden proberen.4 [verdachte] zei dat het goed geld verdienen was en dat je beter bij hem kon werken, dan voor € 3,00 ergens anders. Toen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan [verdachte] lieten weten dat zij dit wel eens wilden proberen, stuurde [verdachte] hen een berichtje dat ze daarvoor naar het huis van [medeverdachte 4] moesten komen. [medeverdachte 4] zei dat ze ook een foto van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] moesten hebben.5 De eerste dag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] moesten werken, kwam er na 2,5 uur al een klant die met hen beiden wilde vrijen. Zowel [slachtoffer 1], als [slachtoffer 2] hebben seks gehad met deze klant.6

De dag nadat de eerste klant was geweest heeft [medeverdachte 4] van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] foto’s gemaakt. Later heeft [medeverdachte 4] ook foto’s gemaakt van [slachtoffer 1] op bed en van [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) onder de douche. [medeverdachte 4] zei toen dat [slachtoffer 1] babyolie op haar lichaam moest smeren, omdat dit klanten aan zou trekken.7 Er werden van [slachtoffer 1] advertenties op erotische internetsites (onder andere Speurders.nl) gezet. De prijzen voor de seks waren door [verdachte] en [medeverdachte 4] al bepaald voordat [slachtoffer 1] met het werk begon. Eén uur met haar kostte € 150,00, een half uur kostte meestal tussen de € 100,00 en € 120,00 en een kwartier kostte € 75,00. Pijpen kostte € 50,00 extra. [medeverdachte 4] maakte de advertenties en stuurde e-mails.8 Met [medeverdachte 4] sprak [slachtoffer 1] tevens over de mogelijkheid van anale seks. [medeverdachte 4] zei daarbij dat als dit in de advertentie stond, dit klanten aan zou trekken. [slachtoffer 1] zou dan altijd nog kunnen zeggen dat ze dat toch niet wilde doen. [slachtoffer 1] heeft hier daarom mee ingestemd.9

De klanten bereikten [slachtoffer 1] via de chat of op de mail. Als de klant een keer eerder was geweest, belden ze ook wel eens op voor een nieuwe afspraak. [slachtoffer 1] zat in het huis van [medeverdachte 4] en hoorde daar wanneer ze een klant had. Als er een klant kwam dan ging [slachtoffer 1] zelf naar beneden om de deur te openen. Daarna nam ze de klant mee naar de slaapkamer. De klant betaalde bij binnenkomst het geld aan [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] moest vervolgens het geld op de gang op de grond leggen.10 Het was de afspraak dat [verdachte] dit geld pakte. [verdachte] pakte ook het geld van [slachtoffer 2]. Als de klant weg was kreeg [slachtoffer 1] de helft van het geld van [verdachte]. Het overige geld werd verdeeld tussen [verdachte] en [medeverdachte 4]. [verdachte] heeft tegen [slachtoffer 1] gezegd dat [slachtoffer 1] extra betaling moest vragen als ze wat “extra’s” deed. [verdachte] wilde dan wel de helft van die extra betalingen hebben. [slachtoffer 1] vond dat ze te weinig geld kreeg, omdat een groot deel naar [verdachte] en [medeverdachte 4] ging.11

[slachtoffer 1] heeft eenmaal een triootje gedaan met [medeverdachte 1]. Dit gebeurde in de woonkamer van een klant. [medeverdachte 4] had [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] met de auto bij die klant afgezet. Na afloop heeft de klant haar en [medeverdachte 1] weer teruggebracht naar de woning van [medeverdachte 4].12 Voor dit trio betaalde de klant € 300,00. [medeverdachte 4] had dit geld aan [verdachte] gegeven. [verdachte] heeft vervolgens het geld verdeeld. [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] kregen voor het triootje ieder € 75,00.13 Ook heeft [slachtoffer 1] anale seks gehad met [medeverdachte 5] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 5]). [medeverdachte 4] had dit met deze klant afgesproken. Ook had [medeverdachte 4] hiervoor een prijsafspraak van € 250,00 gemaakt.14 Een of twee keer heeft [slachtoffer 1] een man gepijpt met condoom. Daarvoor kreeg zij

€ 50,00 extra. Dit geld ging naar [verdachte], [slachtoffer 1] ontving hier niets van. Daar kreeg ze dan ook een enorme ruzie met [verdachte] over.15

Toen [medeverdachte 4] paranoia werd en met [verdachte] ook nog ruzie kreeg over geld heeft [verdachte] besloten dat ze op een andere plek gingen werken. Dit was het huis van [medeverdachte 3].16 Bij [medeverdachte 3] moesten er nieuwe afspraken gemaakt worden over de prijzen. [slachtoffer 1] ontving toen echter ook de helft van wat de klant betaalde. De andere helft was voor [verdachte] en [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] kreeg echter bijna nooit iets, omdat [verdachte] het in zijn eigen zak stak.17

[medeverdachte 3] heeft nieuwe foto’s van [slachtoffer 1] gemaakt en deze op internet gezet. Op één van deze foto’s droeg [slachtoffer 1] een beha met studs. Op de andere foto zat ze op een witte stoel.18 Ook heeft [medeverdachte 3] [slachtoffer 1] laten zien hoe ze met een sponsje moest werken, wanneer ze ongesteld was.19

[verdachte] was altijd aanwezig als [slachtoffer 1] een klant had. Hij liet zich echter niet zien aan de klanten. In de woning van [medeverdachte 4] ging hij dan in de woonkamer zitten. In de woning van [medeverdachte 3] ging hij op het balkon staan.20 [slachtoffer 1] is gestopt met de prostitutiewerkzaamheden voor carnaval 2014.21 Een feit van algemene bekendheid is, dat carnaval in 2014 op zondag 2 maart begon.

Verklaringen slachtoffer [slachtoffer 2]

(hierna: [slachtoffer 2]), geboren op [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 2]22, heeft verklaard dat zij werkzaam is geweest in de prostitutie. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij hiervoor gebruik konden maken van een kamer in het huis van [medeverdachte 4]. [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) en [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) werkten hier ook. In het huis van [medeverdachte 4] regelden [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) en [medeverdachte 4] de klanten: zij regelden de advertenties en zorgden ervoor dat het contact met klanten tot stand kwam. Op internet was al aangeven hoeveel het kostte.23

[slachtoffer 2] heeft ongeveer een maand in het huis van [medeverdachte 4] gewerkt. Op een gegeven moment kregen [medeverdachte 4] en [verdachte] ruzie. [verdachte] heeft toen geregeld dat ze een kamer konden gebruiken in het huis van [medeverdachte 3]. [medeverdachte 1], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werkten daar op dezelfde manier als in het huis van [medeverdachte 4]. [slachtoffer 2] heeft iets langer dan een maand in het huis van [medeverdachte 3] gewerkt. Uiteindelijk zijn ze ook daar weggegaan, omdat [verdachte] een kamer in het huis van [getuige 1] in Heerlen had gevonden. In die woning werkten [medeverdachte 1] en [slachtoffer 2] op dezelfde manier als eerder. [slachtoffer 1] was hier niet meer bij.24

In het huis van [medeverdachte 4] nam [slachtoffer 2] soms de telefoon op. Meestal wilde [slachtoffer 1] de telefoon opnemen. Ook nam [medeverdachte 1] de telefoon wel eens op. Bij het huis aan de [adres 2] nam [medeverdachte 3] altijd op. In het volgende huis namen [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] om de beurt op. Van [medeverdachte 4] moesten de meisjes altijd de telefoon opnemen. [verdachte] heeft ook een paar keer de telefoon opgenomen, maar dan kwamen de klanten niet. Als er een klant belde, vroeg de klant waar hij heen moest komen. Er werd dan gezegd dat de klant naar de straat moest komen en dat het huisnummer werd gegeven als de klant daarna terug zou bellen. Als klanten naar de prijzen vroegen, zeiden ze dat ze dat zouden bespreken als ze bij het huis zouden zijn. Dit in verband met de politie. Bij [medeverdachte 4] maakten [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] de deur open. [slachtoffer 2] heeft dit maar één keer gedaan, omdat ze dit eng vond.25

Als er een klant kwam die wilde kiezen, stonden ze op een rijtje. Toen er in het huis van [medeverdachte 3] werd gewerkt, kon [medeverdachte 3] ook gekozen worden. [medeverdachte 3] deed het werk zelf ook.26

Van het geld dat [slachtoffer 2] van de klant ontving, gaf ze de helft aan [medeverdachte 4] of [verdachte]. [medeverdachte 4] en [verdachte] verdeelden het geld onderling. De andere helft hield [slachtoffer 2] zelf.27 Toen [slachtoffer 2] in het huis van [medeverdachte 3] werkte gaf zij het geld aan [verdachte]. [verdachte] verdeelde het geld met [medeverdachte 3].28

[medeverdachte 4] zei altijd dat de meisjes een korset en hakken aan moesten doen, omdat dit er beter uitzag. [slachtoffer 2] had geen korset. Zij droeg een topje, waarbij een stuk van haar buik te zien was, en een kort broekje. [slachtoffer 1] droeg een rood korset. Toen ze in het huis van [medeverdachte 3] werkten, zei [medeverdachte 3] dat ze normale kleren aan moesten doen, in plaats van een korset.29 [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] hebben [slachtoffer 2] uitgelegd hoe ze kon werken als ze ongesteld was. Je kon dan een sponsje gebruiken. [medeverdachte 3] heeft [slachtoffer 2] toen een spons gegeven. [slachtoffer 2] heeft de spons toen in haar vagina gestopt. Vervolgens heeft ze seks gehad met een klant.30 De condooms werden door [verdachte] en [medeverdachte 3] geregeld.31

[slachtoffer 2] heeft een trio met [medeverdachte 1] gedaan. Dit trio speelde zich af in het huis van [medeverdachte 4]. Deze klant hebben [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] samen afgetrokken.32

Verklaringen verdachte en medeverdachten

Verklaring verdachte

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zijn bijnaam [verdachte] is. Hij was altijd in de buurt als de meisjes hun klanten ontvingen. Van de opbrengsten van de werkzaamheden van de meisjes ontvingen [medeverdachte 4] en verdachte de helft. [medeverdachte 4] en verdachte verdeelden dat geld dan weer onderling, zodat zij ieder 25% overhielden. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij ervoor zorgde dat er condooms aanwezig waren. Tevens heeft verdachte verklaard dat hij de werktelefoon bij zich had, als hij niet op de werkadressen was. Verdachte heeft een keer deze telefoon opgenomen toen er een klant belde.

Verdachte heeft aan medeverdachte [medeverdachte 3] gevraagd of ze haar woning konden gebruiken voor de prostitutiewerkzaamheden, omdat verdachte een ander adres nodig had. Toen er niet meer bij [medeverdachte 3] kon worden gewerkt, wist een vriend van verdachte nog iemand met een beschikbare kamer. Aan hem konden ze vragen of de prostitutiewerkzaamheden daar verder konden gaan.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet wilde dat de prostitutiewerkzaamheden in zijn eigen huis zouden plaatsvinden. Hij vond het idee van een vreemde man in zijn bed niet prettig.33

Verklaring medeverdachte [medeverdachte 1]

Medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) heeft verklaard dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) de kamers regelde waarin gewerkt kon worden.34 Toen er gewerkt werd in het huis van [medeverdachte 4] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 4]), maakte [medeverdachte 4] de afspraken met de klanten. De klanten namen via e-mail of telefoon contact met hem op. [medeverdachte 4] en [verdachte] waren van mening dat het echter beter was als een vrouw de telefoon opnam. Toen [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2]) in het huis van [medeverdachte 4] kwam werken, namen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 2] de telefoon op. Ze moesten dan hun naam zeggen, vragen voor wie de klant belde en wat de klant wilde.35

Als er klanten langskwamen, moest [medeverdachte 1] ze beneden ontvangen.36 Soms bracht [medeverdachte 4] de meisjes naar het huis van een klant. [medeverdachte 4] zorgde dan met zijn auto voor het vervoer.37

Voor advertenties werden er foto’s gemaakt van [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1]. Eén foto werd gemaakt terwijl [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] onder de douche in het huis van [medeverdachte 4] stonden, daarnaast werd er een foto gemaakt van [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] terwijl zij op bed lagen.38

Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat zij een trio met [slachtoffer 2] en een klant heeft gehad in de woning van [medeverdachte 4]. Op dat moment was zowel [verdachte] als [medeverdachte 4] in de woning aanwezig. [verdachte] heeft achteraf het geld verdeeld tussen [slachtoffer 2], [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en zichzelf. De afspraak met de klant was door [medeverdachte 4] gemaakt. Ook heeft [medeverdachte 1] een triootje gehad met [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) in het huis van [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3]).39

[medeverdachte 1] heeft tevens verklaard dat [slachtoffer 2] klanten moest pijpen voor pilletjes. Dit moest ze doen van [verdachte] en de broer van [verdachte]. Dit gebeurde op een feestje. [slachtoffer 2] werkte ook wel vaker voor cocaïne in plaats van voor geld. [medeverdachte 1] kreeg meestal van [verdachte] drugs.40

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 3]

Medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) heeft verklaard dat [verdachte] haar heeft gevraagd of zij haar huis, aan de [adres 2], ter beschikking wilde stellen voor meisjes. [verdachte] had een locatie nodig. [verdachte] vertelde aan [medeverdachte 3] dat hij meisjes had en vroeg aan haar of zij nog mannen kende die langs wilden komen. Deze meisjes zouden in de woning van [medeverdachte 3] klanten ontvangen om seks te hebben tegen betaling. [medeverdachte 3] heeft toen haar huis aan [verdachte] verhuurd. Zij wilde hier maximaal € 200,00 voor hebben.41

De afspraken met klanten werden ofwel in de slaapkamer gemaakt met het desbetreffende meisje, ofwel aan de telefoon. In de eerste weken nam [medeverdachte 3] de telefoon op als er een klant belde. Uiteindelijk heeft een van de andere meisjes dat van haar overgenomen. [verdachte] nam ook wel eens de telefoon op. [medeverdachte 3] had met [verdachte] afgesproken dat zij de advertenties zou regelen. [medeverdachte 3] heeft advertenties gemaakt voor zowel [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], als voor [medeverdachte 1]. Ze plaatste deze advertenties op Seksjobs.nl. Er stonden toen al advertenties op Speurders.nl. [medeverdachte 3] heeft de advertenties op Speurders.nl wel aangepast.

[medeverdachte 3] moest de e-mail en de advertenties in de gaten houden. Op enig moment heeft [medeverdachte 3] het telefoonnummer: [telefoonnummer] bij de advertenties gezet. [verdachte] had tegen [medeverdachte 3] gezegd dat ze eerst moest mailen, maar daar ging teveel tijd in zitten. Met haar telefoon, type Samsung S3, heeft [medeverdachte 3] foto’s gemaakt van de meisjes. [medeverdachte 1], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wilden deze foto’s zien. [medeverdachte 3] heeft deze foto’s vervolgens naar hun telefoons gestuurd.42

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat ze zelf een spons gebruikte als ze ongesteld was. [slachtoffer 1] gaf aan [medeverdachte 3] aan dat ze dit wilde leren. [medeverdachte 3] heeft dit vervolgens aan [slachtoffer 1] uitgelegd. [slachtoffer 2] wilde het ook leren van [medeverdachte 3]. [slachtoffer 2] kreeg toen het sponsje er niet meer uit, waardoor [verdachte] haar heeft moeten helpen.43

[medeverdachte 3] heeft daarnaast verklaard dat de meisjes drugs kregen van [verdachte]. [slachtoffer 1] gebruikte geen drugs. [slachtoffer 2] gebruikte wel eens een pilletje.44

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 5]

Medeverdachte [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]) heeft verklaard dat hij contact heeft gelegd met [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) via de internetsite Speurders.nl. Dit contact liep via e-mail. [medeverdachte 5] kreeg toen een telefoonnummer. Hij zou [slachtoffer 1] moeten bellen wanneer hij in Heerlen was. Hij is toen naar een huis in Heerlen gegaan dat vlakbij het treinstation lag. Daar moest [medeverdachte 5] de telefoon over laten gaan. [slachtoffer 1] kwam naar beneden. Toen ze samen naar binnen gingen, kwam er uit de woonkamer een blanke jongen gelopen. Deze jongen gaf [medeverdachte 5] een hand. [medeverdachte 5] rekende toen rond de € 200,00 af met [slachtoffer 1] voor gewone en anale seks. De afspraak zou één uur duren.45

Bij het e-mailverkeer tussen [medeverdachte 5] en [slachtoffer 1] kreeg [medeverdachte 5] de indruk dat er ook een andere persoon betrokken was. De e-mails gingen over van de ik-vorm in de wij-vorm. Daarnaast was het e-mailadres niet van [slachtoffer 1] zelf, maar bevatte dit een jongensnaam, [medeverdachte 4] of [medeverdachte 4].46

Getuigenverklaringen

Verklaringen getuige [getuige 2]

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij vanaf haar inschrijving op 8 januari 2014 woonachtig was in haar woning aan de [adres 3]. Boven haar, op [adres 4], woonde [medeverdachte 4]. Toen [getuige 2] net op de [adres 3] woonde, zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zes keer in de woning van [getuige 2] geweest.47

Verklaringen getuige [getuige 1]

Getuige [getuige 1], woonachtig aan de [adres 5], heeft verklaard dat hij in een persoonlijk gesprek door [verdachte] was gevraagd of [verdachte] zijn slaapkamer mocht gebruiken. De slaapkamer werd in ongeveer een week klaar gemaakt voor de prostitutie. [verdachte] zei dat de verhuisdozen uit de slaapkamer weg moesten, omdat dit niet mooi zou staan. Ook kwam [verdachte] kijken welke lampen, kussens en dekbedden er nodig waren. Vanaf 11 maart 2014 zijn de meisjes vanuit de woning van [getuige 1] gaan werken. [verdachte] regelde de contacten en de spullen die de meisjes nodig hadden om te werken vanuit de woning. Op 27 maart 2014 werd [getuige 1] door [verdachte] gebeld dat er iets was gebeurd met de politie en dat ze moesten stoppen. [getuige 1] moest van [verdachte] alle dingen, zoals dekbedden, kussens, flessen olie en condooms, weggooien.48

Advertenties en IP-adressen

Op 20 februari 2014 werd er vanaf het IP-adres [IP-adres 1] een advertentie (met nummer [advertentienummer 1]) aangemaakt. In deze advertentie biedt “[werknaam 3]” haar seksuele diensten tegen betaling aan.49 Na onderzoek bleek het IP-adres [IP-adres 1] gekoppeld te zijn aan [medeverdachte 3], [adres 2].50 Bij de politie heeft [slachtoffer 1] verklaard dat haar werknaam ‘[werknaam 3]’ was.51

Op 19 maart 2014 werd door gebruiker [werknaam 1] een account aangemaakt. Op 20 maart 2014 werden zowel een advertentie (met nummer [advertentienummer 2]), als drie foto’s geplaatst vanaf het

IP-adres [IP-adres 2]. Bij de foto-upload stond als tekst: “Foto’s werk [slachtoffer 2]”. In de advertentie stond de volgende tekst: “Geile meid net 18 spaart voor haar rijbewijs. Naam: [werknaam 1]. Plaats: heerlen. Provincie: Limburg (NL). hoi ik ben [werknaam 1]. Ik ben net 18 jaar woon samen met mijn vriendin [werknaam 2] in heerlen wij delen een etage en nog veel meer !! !!!!! zin in een seks date neem contact met ons op geile kusjes xxx”.52Na onderzoek bleek het IP-adres [IP-adres 2] gekoppeld te zijn aan [getuige 1], [adres 5].53

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat haar werknaam ‘[werknaam 2]’ was. Tevens heeft zij verklaard dat de werknaam van [slachtoffer 2] ‘[werknaam 1]’ was.54 Bij de politie is [slachtoffer 1] geconfronteerd met voornoemde advertentie (nummer [advertentienummer 2]). [slachtoffer 1] heeft daarbij het bovenste meisje op de foto herkend als [slachtoffer 2]. Het andere meisje heeft zij als [medeverdachte 1] herkend.55

Woning medeverdachte [medeverdachte 4].

Blijkens de ID-staat SKDB van [medeverdachte 4] woont hij sinds 20 maart 2012 op het adres [adres 4].56

Sms-verkeer

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte, was verdachte in het bezit van een mobiele telefoon (type Samsung). Deze mobiele telefoon is inbeslaggenomen.57 Van deze mobiele telefoon werd een extractierapport opgemaakt. Uit dit rapport blijkt dat vanaf deze mobiele telefoon op 7 maart 2014 (onder andere) de volgende sms-berichten zijn verzonden: “Zij is er mee gestopt heb wel andere dames voor jou. Laat me maar weten. Braziliaanse echt lekker en een Russische meid heb ik nu hier allebei 18. [adres 2] in heerlen als je daar bnt krijg je huisnr door. Ja wt wil je half uur of uurtje. 1 uur 150 euro half uur 100 euro vluggertje 60 eur. Tegenover de kerk bij [naam]. Sms me als je daar bnt.”58

Conclusie van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen vast dat er vanuit drie verschillende woningen meisjes (waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) zijn aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden, te weten: de woning van [medeverdachte 4] aan de [adres 4], de woning van [medeverdachte 3] aan [adres 2] en de woning van [getuige 1] aan de [adres 5].

Uit de verklaring van [slachtoffer 1] dat zij in januari met [verdachte] heeft gesproken over prostitutiewerkzaamheden, de verklaring van [slachtoffer 2] dat zij ongeveer een maand in het huis van [medeverdachte 4] heeft gewerkt en de verklaring van getuige [getuige 2] dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vanaf 8 januari 2014 een aantal keren in haar woning zijn geweest, leidt de rechtbank af dat de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn gestart na 8 januari 2014 vanuit de woning van [medeverdachte 4]. Verder stelt de rechtbank, gelet op de datum van het aanmaken van een van de advertenties vanaf het IP-adres van [medeverdachte 3], vast dat de prostitutiewerkzaamheden vanaf 20 februari 2014 zijn voortgezet vanuit het huis van [medeverdachte 3]. Ten slotte leidt de rechtbank uit de verklaring van getuige [getuige 1] af dat de werkzaamheden op de [adres 5] hebben plaatsgevonden in de periode van 11 maart 2014 tot en met 27 maart 2014.

Uit het bovenstaande volgt dat [slachtoffer 2] in de periode van 8 januari 2014 tot en met 27 maart 2014, nu zij op [geboortedatum 3] is geboren, 14 respectievelijk 15 jaar oud was. [slachtoffer 1] was in deze periode 15 jaar oud, gelet op haar geboortedatum [geboortedatum 2].

De rechtbank zal de tenlastegelegde periode bij verdachte [verdachte] dan ook beperken van 8

januari 2014 tot en met 27 maart 2014.

Feit 3, sub 2 en 5

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde handelingen, te weten het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen, dient bij verdachte sprake te zijn van het oogmerk van uitbuiting. Oogmerk veronderstelt tenminste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg. Het oogmerk van uitbuiting is in dit geval gelegen in het verkrijgen van financieel gewin.

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte met de slachtoffers heeft gesproken over de mogelijkheid om in de prostitutie te werken. Daarnaast heeft verdachte ruimtes geregeld waar de prostitutiewerkzaamheden konden plaatsvinden. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] hadden vooraf de prijzen van de te verlenen diensten al vastgesteld. Verdachte en zijn medeverdachten zorgden ervoor dat er afspraken met klanten werden gemaakt. Zowel medeverdachte [medeverdachte 4], als medeverdachte [medeverdachte 3] hebben advertenties en foto’s van de meisjes gemaakt en deze op (meerdere) erotische internetsites geplaatst. Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft de slachtoffers (onder andere) aanwijzingen gegeven over de kleding die zij moesten dragen en heeft een van de slachtoffers een keer met zijn auto naar een klant vervoerd. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft aanwijzingen gegeven over hoe de slachtoffers toch konden werken, wanneer ze ongesteld waren. Verdachte zorgde tevens voor de condooms en gaf aan één van slachtoffers drugs. Daarnaast was het de afspraak dat de slachtoffers een deel van hun verdiensten moesten afstaan aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] gericht was op het prostitueren van de minderjarige slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en hen aldus ertoe te brengen dat zij zich beschikbaar zouden stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling, zodat verdachte (als medepleger) beide slachtoffers kon uitbuiten door hun inkomsten (deels) te incasseren.

De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het huisvesten, nu het dossier hiervoor geen bewijs bevat.

Feit 3, sub 8

De rechtbank stelt vast dat op basis van de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] blijkt dat zij hun verdiensten (deels) moesten afstaan aan verdachte. Verdachte verdeelde de opbrengsten vervolgens weer met medeverdachte [medeverdachte 4], dan wel met medeverdachte [medeverdachte 3].

De stelling van de verdediging dat verdachte moet worden vrijgesproken van een aantal handelingen zoals in de tenlastelegging weergegeven in de liggende gedachtestreepjes, verwerpt de rechtbank geheel. Uit de opgesomde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] nauw en bewust hebben samengewerkt en ieder wezenlijke bijdragen hebben geleverd aan de beoogde uitbuiting van de twee minderjarigen. Dit betekent dat de feitelijke handelingen die door de medeverdachten zijn verricht ook bewezenverklaard worden voor verdachte als medepleger.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank het onder 3 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen op de wijze als hierna in 4.4 is uiteengezet.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

Ten aanzien van feit 3:

in de periode van 8 januari 2014 tot en met 27 maart 2014 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen,

A) anderen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2],

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt en

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, en

B) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die anderen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt,

immers hebben verdachte en/of zijn medeverdachten

- advertenties gezet op sites dan wel laten plaatsen waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (samen met medeverdachte [medeverdachte 1]) als prostituee werden aangeboden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in contact gebracht met klanten, nadat door verdachte en/of zijn medeverdachten een prijsafspraak met deze/die klant(en) werd(en) gemaakt en

- ruimtes geregeld alwaar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich konden prostitueren en

- meerdere foto's gemaakt van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (die gebruikt werden) voor het aanmaken van een seksadvertentie en die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (sexy) lingerie/kleding laten aandoen en

- een (aanzienlijk) gedeelte van de verdiensten van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben ingenomen en

- die [slachtoffer 1] naar een klant gebracht voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden en

- die [slachtoffer 2] drugs hebben aangeboden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanwijzingen hebben gegeven hoe zij seksuele diensten moesten verrichten bij de klanten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De straf en/of de maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van vier jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft voorgesteld aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Daarnaast zou een voorwaardelijke gevangenisstraf kunnen worden opgelegd, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft samen met anderen een 14-jarig meisje en een 15-jarig meisje laten werken als prostituee. Deze jonge meisjes behoorden tot zijn vriendenkring. Beide meisjes hadden problemen. Zij beschouwden verdachte als een goede vriend bij wie ze hun verhaal konden doen. Verdachte haalde de meisjes over om seks te hebben voor geld. Zij stemden hierin toe, maar door hun jonge leeftijd kunnen deze meisjes niet worden beschouwd als mondige vrouwen die in vrijheid kiezen voor prostitutiewerk. De meisjes droegen het geld wat zij verdienden aan verdachte af. Hij verdeelde het geld en behield een groot deel van het geld zelf. Verdachte regelde de woningen van waaruit de meisjes hun prostitutiewerk konden doen, zorgde dat er advertenties werden geplaatst door medeverdachten en verschafte tevens de condooms. Aan één van meisjes verschafte hij drugs.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitbuiting van minderjarigen. Dat is een ernstig strafbaar feit, waarvoor in beginsel een strafmaximum geldt van 12 jaren. Omdat de slachtoffers van verdachte meisjes zijn jonger dan 18 jaar, geldt als strafmaximum 15 jaar. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid en de vriendschap van de meisjes. In hun slachtofferverklaringen beschrijven de meisjes de gevolgen die het misbruik voor hen heeft gehad. Zij worden voortdurend door anderen herinnerd aan wat er is gebeurd en dit belemmert hen nog iedere dag in hun dagelijkse leven en hun ontwikkeling.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank gelet op de straffen die in andere strafzaken voor uitbuiting worden opgelegd. Voor uitbuiting van één slachtoffer gedurende enkele maanden zonder gebruik van fysiek geweld gaat de rechtbank uit van 12 maanden gevangenisstraf. In dit geval zijn er twee slachtoffers uitgebuit gedurende iets minder dan drie maanden. Verdachte had daarbij een initiërende en organiserende rol. De combinatie van deze elementen betekent voor de rechtbank dat oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden het uitgangspunt is.

De rechtbank vindt echter dat niet kan worden volstaan met een gevangenisstraf van 24 maanden. Verdachte is eerder veroordeeld tot een aanzienlijke gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel. In het kader van die voorwaardelijke veroordeling is verdachte tot medio december 2012 begeleid door de reclassering en heeft hij een training in communicatieve vaardigheden gevolgd. Binnen die training is ook de relatie van verdachte met vrouwen aan bod gekomen. Desondanks heeft verdachte na ruim een jaar dit feit gepleegd. Omdat verdachte bovendien op geen enkel moment heeft laten zien dat hij het kwalijke van zijn handelen inziet, heeft verdachte een flinke stok achter de deur nodig om te voorkomen dat hij nogmaals de fout in gaat. De rechtbank zal daarom naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden ook een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opleggen. De rechtbank hanteert voor zedendelicten een proeftijd van drie jaren.

8 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

8.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een vergoeding van € 4.600,00 voor geleden materiële schade, bestaande uit gederfde inkomsten.

De gederfde inkomsten worden door de benadeelde partij, onder verwijzing naar diverse jurisprudentie, begroot op € 100,00 per dag dat zij gedwongen in de prostitutie heeft gewerkt. Uitgaande van 6 dagen per week in de periode van 1 februari 2014 tot en met 26 maart 2014 zijn dit 46 dagen.

Daarnaast vordert de benadeelde partij een vergoeding van € 10.000,00 voor geleden immateriële schade, subsidiair € 7.500,00. Voor het primair gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding wordt door de benadeelde partij aansluiting gezocht bij het bedrag dat door het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt uitgekeerd aan slachtoffers van mensenhandel, waarbij ernstig psychisch letsel zonder beoordeling van medische informatie wordt verondersteld (letselcategorie 4). Voor het subsidiair gevorderde bedrag wordt verwezen naar uitspraken van de voormalige rechtbank Haarlem d.d. 21 juli 2011 waarbij aan slachtoffers van loverboys schadevergoedingen werden toegekend variërend van

€ 2.000,00 tot € 17.500,00.

De benadeelde partij stelt zich op het standpunt dat verdachte en zijn mededaders ieder in meer of mindere mate financieel voordeel hebben behaald door de uitbuiting van de benadeelde. Verdachte en zijn mededaders hebben, door het organiseren van haar uitbuiting, ook ieder aan haar psychische nood en de daardoor veroorzaakte immateriële schade bijgedragen. Om deze reden zijn verdachte en zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot zowel de materiële als de immateriële schade.

8.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij geheel en hoofdelijk toewijsbaar, met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

8.1.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering tot vergoeding van materiële schade. Volgens de raadsman dient die vordering naar civiele maatstaven te worden beoordeeld. De benadeelde partij heeft bij de politie verklaard dat zij ook een deel van haar inkomsten aan [slachtoffer 1] heeft moeten afstaan. Nu laatstgenoemde niet als verdachte wordt aangemerkt, is het niet mogelijk om haar hoofdelijk aansprakelijk te stellen. Het civiele recht kent wel de mogelijkheid om [slachtoffer 1] in vrijwaring op te roepen. Nu het strafrecht deze mogelijkheid niet kent, levert de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op, aldus de raadsman.

Subsidiair heeft de raadsman zich ten aanzien van de vordering tot vergoeding van materiële schade op het standpunt gesteld dat deze dient te worden gematigd tot € 300,00. De benadeelde partij heeft immers bij de politie verklaard dat zij totaal € 600,00 van klanten in ontvangst heeft genomen, waarvan zij de helft van verdachte als inkomsten heeft ontvangen. Het te matigen bedrag dient volgens de raadsman alsdan nog te worden verminderd met de kosten die de benadeelde partij naar redelijkheid en billijkheid heeft moeten maken. De raadsman doelt daarbij op onder andere kosten van huur van de locatie en kosten van beveiliging.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van immateriële schade heeft de raadsman bepleit dat deze dient te worden afgewezen. Volgens de raadsman is er geen causaal verband tussen het schadetoebrengende feit en de ernstige psychische schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering eveneens niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de behandeling hiervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Meer subsidiair heeft de raadsman een aanzienlijke matiging van dit deel van de vordering bepleit.

8.1.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank begrijpt de vordering tot vergoeding van de materiële en immateriële schade aldus dat deze is gebaseerd op een onrechtmatige daad die verdachte en zijn mededaders jegens [slachtoffer 2] hebben gepleegd. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

Bij het vaststellen van de te vergoeden materiële schade moet als beginsel voorop worden gesteld dat de benadeelde partij zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin zij zou verkeren wanneer de ten opzichte van haar gepleegde mensenhandel c.q. het door haar als minderjarige werken in de prostitutie niet had plaatsgevonden. In het onderhavige geval betekent dit dat de minderjarige [slachtoffer 2] niet in de prostitutie zou hebben gewerkt en dat zij dus geen inkomsten zou hebben genoten. Prostitutie door minderjarigen is immers bij wet verboden. Gesteld noch gebleken is dat [slachtoffer 2] in de bewezen verklaarde periode uit reguliere werkzaamheden geld zou hebben verdiend. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van materiële schade dan ook afwijzen. Gelet hierop, komt de rechtbank dan ook niet toe aan een bespreking van de door de raadsman gevoerde verweren. De rechtbank komt hiermee tot een andere conclusie dan onder meer het gerechtshof ‘s-Gravenhage in zijn arrest van 10 februari 2015 (ECLI:NL:GHDH:2015:642) met betrekking tot een vergelijkbare vordering in een zaak van prostitutie door een minderjarige die een deel van haar inkomsten moest afstaan.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van nadeel dat niet in vermogensschade bestaat overweegt de rechtbank dat de Nederlandse wet een restrictief stelsel kent ten aanzien van het toekennen van een dergelijke vergoeding. Artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek geeft daartoe een limitatieve opsomming. Het recht op vergoeding van immateriële schade bestaat slechts voor zover de wet hierop een aanspraak geeft. Uit het eerste lid onder b van voormeld artikel volgt dat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding, indien de benadeelde (onder meer) in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat een ernstige inbreuk is gemaakt op de integriteit en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], waardoor zij in haar persoon is aangetast. Zij is immers door verdachte en zijn mededaders bewogen om haar lichaam te verkopen, mede ter financieel gewin van verdachte en zijn mededaders. Hiervoor is niet nodig dat ook psychische schade is vastgesteld. Aldus staat genoegzaam vast dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht. De verdachte zal voorts ter zake van dit feit een straf worden opgelegd. De rechtbank stelt met inachtneming van alle omstandigheden van dit geval de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden immateriële schade naar billijkheid vast op € 5.000,00. Tevens zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf 27 maart 2014 tot aan de dag van volledige voldoening.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde partij hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot de immateriële schade van € 5.000,00.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2014 tot de dag van de algehele voldoening.

De rechtbank zal tevens bepalen dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

8.2

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een vergoeding van € 3.000,00 voor door haar geleden materiële schade, bestaande uit gederfde inkomsten. Subsidiair wordt door haar ter zake een bedrag van € 2.800,00 gevorderd. Ter onderbouwing hiervan stelt de benadeelde partij dat zij in de woning van de verdachte [medeverdachte 4] 15 klanten heeft ontvangen, die gemiddeld € 100,00 betaalden. Van dit bedrag, totaal € 1.500,00, ontving zij de helft, zodat zij nog € 750,00 van verdachte en zijn mededaders tegoed heeft. In de woning van de verdachte [medeverdachte 3] heeft de benadeelde partij 45 klanten ontvangen, die gemiddeld ook € 100,00 betaalden. Van dit bedrag, totaal € 4.500,00, ontving zij eveneens de helft, zodat zij daarvan nog € 2.250,00 tegoed heeft van verdachte en zijn mededaders.

Subsidiair stelt de benadeelde partij zich op het standpunt dat zij de gehele maand februari 2014 heeft gewerkt, en wel zeven dagen per week. De gederfde inkomsten worden door de benadeelde partij, onder verwijzing naar diverse jurisprudentie, begroot op € 100,00 per dag dat zij in de prostitutie heeft gewerkt. Nu de maand februari 2014 28 dagen telde maakt dit totaal € 2.800,00.

Daarnaast vordert de benadeelde partij een vergoeding van € 5.000,00 voor door haar geleden immateriële schade. Hiervoor wordt door de benadeelde partij verwezen naar de richtlijnen voor uitkering door het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan slachtoffers van mensenhandel, waarbij ernstig psychisch letsel zonder beoordeling van medische informatie wordt verondersteld (letselcategorie 4). Deze richtlijnen adviseren uitkering van een bedrag van € 10.000,00.

De benadeelde partij stelt zich op het standpunt dat verdachte samenwerkte met zijn mededaders. Aldus heeft verdachte ook samen met zijn mededaders een onrechtmatige daad jegens de benadeelde partij gepleegd. Om deze reden zijn verdachte en zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot zowel de materiële als de immateriële schade.

8.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij geheel en hoofdelijk toewijsbaar, met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

8.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering tot vergoeding van materiële schade. De behandeling van deze vordering levert volgens de raadsman een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Subsidiair heeft de raadsman zich ten aanzien van de vordering tot vergoeding van materiële schade op het standpunt gesteld dat deze dient te worden gematigd, nu het aantal van 60 klanten niet correspondeert met de eigen verklaringen dienaangaande van de benadeelde partij, en evenmin met de periode die zij zou hebben gewerkt. Het te matigen bedrag dient volgens de raadsman alsdan nog te worden verminderd met de kosten die de benadeelde partij naar redelijkheid en billijkheid heeft moeten maken.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van immateriële schade heeft de raadsman bepleit dat deze dient te worden afgewezen. Volgens de raadsman is er geen causaal verband tussen het schadetoebrengende feit en de ernstige psychische schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden. Subsidiair heeft de raadsman een aanzienlijke matiging van dit deel van de vordering bepleit.

8.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat bij het vaststellen van de te vergoeden materiële schade als beginsel voorop moet worden gesteld dat de benadeelde partij zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin zij zou verkeren wanneer de ten opzichte van haar gepleegde mensenhandel c.q. het door haar als minderjarige werken in de prostitutie niet had plaatsgevonden. In het onderhavige geval betekent dit dat de minderjarige [slachtoffer 1] niet in de prostitutie zou hebben gewerkt en dat zij dus geen inkomsten zou hebben genoten. Prostitutie door minderjarigen is immers bij wet verboden. Gesteld noch gebleken is dat [slachtoffer 1] in de bewezen verklaarde periode uit reguliere werkzaamheden geld zou hebben verdiend. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van materiële schade dan ook afwijzen. Gelet hierop, komt de rechtbank dan ook niet toe aan een bespreking van de door de raadsman gevoerde verweren. De rechtbank komt hiermee tot een andere conclusie dan onder meer het gerechtshof ‘s-Gravenhage in zijn arrest van 10 februari 2015 (ECLI:NL:GHDH:2015:642) met betrekking tot een vergelijkbare vordering in een zaak van prostitutie door een minderjarige die een deel van haar inkomsten moest afstaan.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van nadeel dat niet in vermogensschade bestaat overweegt de rechtbank dat de Nederlandse wet een restrictief stelsel kent ten aanzien van het toekennen van een dergelijke vergoeding. Artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek geeft daartoe een limitatieve opsomming. Het recht op vergoeding van immateriële schade bestaat slechts voor zover de wet hierop een aanspraak geeft. Uit het eerste lid onder b van voormeld artikel volgt dat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding, indien de benadeelde (onder meer) in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat een ernstige inbreuk is gemaakt op de integriteit en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], waardoor zij in haar persoon is aangetast. Zij is immers door verdachte en zijn mededaders bewogen om haar lichaam te verkopen ter financieel gewin van verdachte en zijn mededaders. Hiervoor is niet nodig dat ook psychische schade is vastgesteld. Aldus staat genoegzaam vast dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht. De verdachte zal voorts ter zake van dit feit een straf worden opgelegd. De rechtbank stelt met inachtneming van alle omstandigheden van dit geval de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden immateriële schade naar billijkheid vast op € 5.000,00. Tevens zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf 27 maart 2014 tot aan de dag van volledige voldoening.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde partij hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot de immateriële schade van € 5.000,00.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2014 tot de dag van de algehele voldoening.

De rechtbank zal tevens bepalen dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

9 Het beslag

De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, mobiele telefoon (type Black Berry) aan de verdachte, na verwijdering van de op de mobiele telefoon aangetroffen afbeeldingen van meisjes, te weten:

[bestandsnaam 1]

[bestandsnaam 2]

[bestandsnaam 3]

[bestandsnaam 4]

[bestandsnaam 5]

[bestandsnaam 6]

[bestandsnaam 7]

[bestandsnaam 8]

[bestandsnaam 9]

[bestandsnaam 10]

[bestandsnaam 11]

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Partiële nietigheid

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde partieel nietig;

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partijen

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], p/a Postbus 3108, 2601 DC Delft, van € 4.600,00, bestaande uit materiële schade, af;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 5.000,00, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
    [slachtoffer 2], € 5.000,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres 6], van € 3.000,00, bestaande uit materiële schade, af;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van € 5.000,00, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
    [slachtoffer 1], € 5.000,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende in beslag genomen voorwerp:

1.00

STK GSM Kl. Zwart

BLACKBERRY BOLD

[nummer].

na verwijdering van de op deze mobiele telefoon aangetroffen afbeeldingen van meisjes, te weten:

[bestandsnaam 1]

[bestandsnaam 2]

[bestandsnaam 3]

[bestandsnaam 4]

[bestandsnaam 5]

[bestandsnaam 6]

[bestandsnaam 7]

[bestandsnaam 8]

[bestandsnaam 9]

[bestandsnaam 10]

[bestandsnaam 11]

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter, mr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. A.M. Schutte, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. Driessen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 juni 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks 1 januari 2014 tot en met 17 juni 2014 in de gemeente Heerlen, althans in Limburg, in elk geval in Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig is geweest bij het plegen van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van een lichaam en/of vaginale en/of anale penetratie en/of betasten van een penis, door een persoon, te weten [slachtoffer 1] ( geboren op [geboortedatum 2]) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]), waarvan de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

2.

hij, meermalen althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 17 juni 2014 in de gemeente Heerlen, althans Limburg, in elk geval n Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk heeft teweeggebracht en/of heeft bevorderd het plegen van ontucht door [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], (een) minderjarige(n) wiens minderjarigheid hij, verdachte, kent of redelijkerwijs moet vermoeden, met een derde;

3.

hij, meermalen althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 17 juni 2014 in de gemeente Heerlen, althans in Limburg, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], (telkens)

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de leeftijd van zestien jaren, in elk geval de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt en/of

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen,

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de leeftijd van zestien jaren, in elk geval de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt

en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die/een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], met en/of voor een derde tegen betaling (sub 8°), terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de leeftijd van zestien jaren, in elk geval de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- een of meerdere advertenties gezet op een of meerdere sites dan wel laten plaatsen waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (samen met verdachte [medeverdachte 1]) als prostituee werden aangeboden en/of

-die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in contact gebracht met klanten en/of geld van die

klanten in ontvangst genomen, nadat door verdachte(n) een prijsafspraak met deze/die klant(en) werd (en) gemaakt en/of

-klanten ontvangen en/of geleid naar de ruimte waar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich hebben geprostitueerd en/of

- samen met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] seksuele handelingen heeft verricht bij en/of met een klant en/of

- een of meer ruimte(s) geregeld alwaar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich konden prostitueren en/of

- een of meerdere (blote) foto's gemaakt van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (die gebruikt werden) voor het aanmaken van een seksadvertentie en/ofdie [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (sexy) lingerie/kleding laten aandoen dan wel uitdoen

en/of

- een (aanzienlijk) gedeelte van de verdiensten van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben ingenomen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] naar klanten gebracht voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] drugs en/of alcohol hebben aangeboden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aanwijzingen hebben gegeven hoe zij seksuele diensten moesten verrichten bij de klanten.

1 Arrest van 21 februari 1989, NJ 1989/668.

2 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2451514003 d.d. 28 juli 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank heeft de getuigenverhoren bij de rechter-commissaris (indien niet genummerd) zelf doorgenummerd.

3 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, vaststelling rechter-commissaris van de identiteit van de getuige, pagina 1 (geen onderdeel van de doornummering).

4 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 1 (geen onderdeel van de doornummering).

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1364 van de doornummering.

6 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 2 (geen onderdeel van de doornummering) en proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina’s 1366 en 1367 van de doornummering.

7 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina’s 2 en 4 (geen onderdeel van de doornummering).

8 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1361 van de doornummering en proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina’s 2 en 4 (geen onderdeel van de doornummering).

9 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1362 van de doornummering.

10 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina’s 2 en 6 (geen onderdeel van de doornummering).

11 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1364 van de doornummering en proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 2 (geen onderdeel van de doornummering).

12 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 3 (geen onderdeel van de doornummering).

13 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1368 van de doornummering.

14 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1362 van de doornummering.

15 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1362 van de doornummering.

16 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 2 (geen onderdeel van de doornummering).

17 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1363 van de doornummering en proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina’s 2 en 4 (geen onderdeel van de doornummering).

18 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 10 juli 2014, als weergegeven op pagina 1366 van de doornummering

19 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 3 (geen onderdeel van de doornummering).

20 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 5 (geen onderdeel van de doornummering).

21 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015 pagina 2 (geen onderdeel van de doornummering).

22 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, vaststelling rechter-commissaris van de identiteit van de getuige, pagina 1 (geen onderdeel van de doornummering).

23 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 1 (geen onderdeel van de doornummering).

24 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015 pagina’s 1 en 2 (geen onderdeel van de doornummering).

25 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juli 2014, als weergegeven op pagina 806 van de doornummering.

26 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 4 (geen onderdeel van de doornummering).

27 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 1 (geen onderdeel van de doornummering).

28 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 4 (geen onderdeel van de doornummering).

29 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juli 2014, als weergegeven op pagina 807 van de doornummering.

30 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 5 (geen onderdeel van de doornummering) en proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juli 2014, als weergegeven op pagina 808 van de doornummering.

31 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 4 (geen onderdeel van de doornummering).

32 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 12 februari 2015, pagina 2 (geen onderdeel van de doornummering) en proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juli 2014, als weergegeven op pagina 808 van de doornummering.

33 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 26 mei 2015.

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2014, als weergegeven op pagina 281.

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2014, als weergegeven op pagina 277 en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 juni 2014, als weergegeven op pagina 289 en 290.

36 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2014, als weergegeven op pagina 277.

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 juni 2014, als weergegeven op pagina 289.

38 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 5 februari 2015, pagina 7 (geen onderdeel van de doornummering).

39 Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 5 februari 2015, pagina 4 en pagina 6 (geen onderdeel van de doornummering).

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 juni 2014, als weergegeven op pagina 273 van de doornummering en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 juni 2014, als weergegeven op pagina 290 van de doornummering.

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 juni 2014, als weergegeven op pagina’s 528 tot en met 531 van de doornummering en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 juni 2014, als weergegeven op pagina’s 533 en 534 van de doornummering.

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 juni 2014, als weergegeven op pagina’s 532 tot en met 539 van de doornummering en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2014, als weergegeven op pagina’s 547 tot en met 560 van de doornummering.

43 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 juni 2014, als weergegeven op pagina 535 van de doornummering.

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2014, als weergegeven op pagina 551 van de doornummering.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2014, als weergegeven op pagina 627 van de doornummering.

46 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 18 juni 2014, als weergegeven op pagina 630 van de doornummering.

47 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 juli 2014, als weergegeven op pagina 912 van de doornummering.

48 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 juli 2014, als weergegeven op pagina 974 van de doornummering.

49 Proces-verbaal van bevindingen ontvangen histo gegevens d.d. 7 mei 2014, als weergegeven op pagina 1916 van de doornummering.

50 Proces-verbaal van Bevindingen IP adressen d.d. 22 mei 2014, als weergegeven op pagina’s 1886 en 1887 van de doornummering.

51 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 juli 2014, als weergegeven op pagina 1337 van de doornummering.

52 Proces-verbaal van bevindingen ontvangen histo gegevens d.d. 7 mei 2014 met bijlage, als weergegeven op pagina’s 1916 en 1917 van de doornummering.

53 Proces-verbaal van Bevindingen IP adressen d.d. 22 mei 2014, als weergegeven op pagina’s 1886 en 1887 van de doornummering.

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2014, als weergeven op pagina 280 van de doornummering.

55 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 juli 2014 met bijlagen, als weergegeven op pagina’s 1330 tot en met 1356 van de doornummering.

56 ID-staat SKDB van [medeverdachte 4] d.d. 22 april 2015, 12:03, pagina 1 van 3 (geen onderdeel van de doornummering).

57 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 17 juni 214 als weergegeven op pagina 97 van de doornummering.

58 Rapport Onderzoek sms verkeer in beslag genomen mobiele telefoon merk Samsung, type FT-E-1080w d.d. 2 juli 2014, als weergegeven op pagina’s 117 en 118 van de doornummering.