Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:4635

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-06-2015
Datum publicatie
03-06-2015
Zaaknummer
C-03-205973 - KG ZA 15-230
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering opheffing executoriaal beslag toegewezen. Weigering opheffing beslag op appartementsrecht door beslaglegger is uitsluitend gelegen in de omstandigheid dat de executerende hypotheekhouder weigert de beslagkosten uit de executieopbrengst te voldoen. De beslagkosten zijn geen executiekosten die de hypotheekhouder als executant in het kader van de uitoefening van haar recht van parate executie heeft moeten maken om de opbrengst te realiseren. Beslaglegger maakt misbruik van zijn bevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2015-0306
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/205973 / KG ZA 15-230

Vonnis in kort geding van 1 juni 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WOONNEXXT HYPOTHEKEN B.V.,

gevestigd te Hoevelaken,

eiseres,

advocaat mr. G. Hamers,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROBEL VI B.V.,

gevestigd te Maastricht,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

geen advocaat gesteld hebbende,

gedaagden,

Partijen zullen hierna Woonnexxt Hypotheken B.V., Grobel VI B.V. en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota van Grobel VI B.V.

  • -

    het faxbericht van Woonnexxt Hypotheken B.V. van 21 mei 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Door [gedaagde sub 2] is op 21 juni 2002 ten gunste van Woonnexxt Hypotheken B.V. een recht van eerste hypotheek verleend op het appartementsrecht 119, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een woonruimte op de vierde verdieping van het gebouw met verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend als [adres 1], kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] complexnummer [XXXXX], appartementsindex 119, uitmakende het 9/475e onverdeeld aandeel in de gemeenschap, bestaande uit het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een torenflat met 48 flatwoningen en bergingen en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend te Heerlen, [adres 2] (oneven nummers), ten tijde van de ondersplitsing in appartementsrechten, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] nummer [XXXXXX]; uitmakende het 8/17e gedeelte in de gemeenschap bestaande uit twee flatgebouwen, 38 parkeerplaatsen en 52 parkeergarages met ondergrond en toebehoren, plaatselijk bekend als [adres 2], [adres 3], ten tijde van de (hoofd)splitsing in appartementsrechten, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] nummer [XXX 1], [XXX 2],[XXXX 1] en [XXXX 2], alsmede op het appartementsrecht 187, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen in het souterrain van het gebouw met verdere aanhorigheden, plaatselijk ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] nummer [XXXXX], appartementsindex 187, uitmakende het 1/475e onverdeeld aandeel in de hiervoor genoemde gemeenschap (hierna: het appartement), tot zekerheid van betaling van een door Woonnexxt Hypotheken B.V. aan [gedaagde sub 2] verstrekte lening van € 89.040,00.

2.2.

Grobel VI B.V. heeft het appartement op 23 september 2013 in executoriaal beslag genomen ter verzekering van betaling van een bedrag van € 1.446,96, te vermeerderen met de over die datum verschuldigde rente. Dit beslag is op diezelfde dag ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Op 26 september 2013 heeft Grobel VI B.V. het proces-verbaal van inbeslagneming aan Woonnexxt Hypotheken B.V. doen betekenen.

2.3.

Woonnexxt Hypotheken B.V heeft de executie niet overgenomen. Zij heeft het appartement op 24 februari 2015, na daartoe een volmacht van [gedaagde sub 2] te hebben verkregen, door middel van een onderhandse verkoop voor een bedrag van € 50.000,00 kosten koper, verkocht aan een derde. Hierbij is overeengekomen dat de levering van het appartement, vrij van hypotheken en beslagen, uiterlijk op 24 april 2015 zou plaatsvinden.

2.4.

De levering van het appartement heeft (nog) niet plaatsgevonden, omdat Grobel VI B.V. weigert het beslag op te heffen.

3 Het geschil

3.1.

Woonnext Hypotheken B.V. vordert, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair het door Grobel VI B.V. gelegde beslag op het appartement op te heffen en voor zover nodig te bepalen dat, indien Grobel VI B.V. haar medewerking aan doorhaling van het beslag niet onmiddellijk verleent, dit vonnis in de plaats treedt van de door Grobel VI B.V. te verlenen medewerking aan het doorhalen van het beslag, met machtiging aan Woonnexxt Hypotheken B.V. om een afschrift van dit vonnis te doen inschrijven in de openbare registers. Subsidiair vordert Woonnexxt Hypotheken B.V. Grobel VI B.V. te veroordelen het door haar gelegde beslag op het appartement, ingeschreven in het openbare register op 23 september 2013, met onmiddellijke ingang op te heffen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen. Ten slotte vordert Woonnexxt Hypotheken B.V, primair en subsidiair, Grobel VI te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Grobel VI B.V. voert verweer tegen toewijzing van de vordering.

3.3.

[gedaagde sub 2] voert geen verweer tegen toewijzing van de vordering.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter ziet zich in onderhavige zaak allereerst voor de vraag geplaatst of Woonnext Hypotheken B.V. een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Volgens Grobel VI B.V. ontbreekt het voor het treffen van een voorziening in kort geding vereiste spoedeisend belang.

De voorzieningenrechter deelt het standpunt van Grobel VI B.V. niet. Hij is van oordeel dat het spoedeisend belang voortvloeit uit de aard van de vordering. Woonnexxt Hypotheken B.V. heeft het appartement waarop het beslag rust inmiddels onderhands verkocht aan een derde. Woonnexxt Hypotheken B.V. heeft in dit verband onweersproken gesteld dat de levering van het appartement, vrij van beslag, uiterlijk op 24 april 2015 had moeten plaatsvinden, hetgeen overigens ook blijkt uit de als productie7 bij dagvaarding in het geding gebrachte koopovereenkomst. De omstandigheid dat Grobel VI B.V. weigert het beslag op te heffen staat in de weg aan de levering van het appartement aan de kopers. Bij die stand van zaken heeft Woonnexxt Hypotheken B.V. belang bij een spoedige beoordeling van haar vordering en kan niet van haar worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De omstandigheid dat de kopers van het appartement Woonnexxt Hypotheken B.V. op dit moment (nog) niet in gebreke heeft gesteld kan, anders dan Grobel VI B.V. betoogt, niet tot een ander oordeel leiden, aangezien dit niets afdoet aan de op Woonnexxt Hypotheken B.V. rustende verplichting om de uit de koopovereenkomst voortvloeiende verbintenissen jegens de kopers, waaronder de verbintenis om het appartement vrij van beslagen uiterlijk op 24 april 2015 te leveren, na te komen. Hiermee is het spoedeisend belang van Woonnexxt Hypotheken bij een beoordeling van haar vordering in kort geding gegeven. Aldus komt de voorzieningenrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van die vordering.

4.2.

Daarmee komt de voorzieningenrechter toe aan de beantwoording van de vraag of het door Grobel VI B.V. gelegde beslag dient te worden opgeheven. Bij de beoordeling stelt de voorzieningenrechter voorop dat hij bij een vordering tot opheffing van een executoriaal beslag slechts een beperkte taak heeft. De voorzieningenrechter zal slechts in de executie mogen ingrijpen indien de executant zich door de executie schuldig maakt aan misbruik van bevoegdheid. Daarvan kan sprake zijn indien de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot die executie.

De vordering van Woonnexxt Hypotheken B.V. tot opheffing van het door Grobel VI B.V. gelegde beslag op het appartement vloeit voort uit een principiële kwestie die partijen verdeeld houdt. Zij zijn verdeeld over de vraag wie de door Grobel VI B.V. gemaakte kosten van € 488,25 voor het (doen) leggen van executoriaal beslag op het appartement voor haar rekening dient te nemen. Woonnexxt Hypotheken B.V. stelt zich op het standpunt dat Grobel VI B.V., als beslaglegger, deze kosten zelf voor haar rekening dient te nemen, terwijl Grobel VI B.V. betoogt dat deze kosten door Woonnexxt Hypotheken B.V. uit de verkoopopbrengst van het appartement dienen te worden voldaan.

Aldus ziet de voorzieningenrechter zich voor de vraag geplaatst of Grobel VI B.V. misbruik maakt van haar bevoegdheid door opheffing van het executoriaal beslag te weigeren.

In het kader van de beantwoording van die vraag acht de voorzieningenrechter, gelet op het door partijen gevoerde debat over de wijze waarop de executie van het appartement heeft plaatsgevonden, het volgende van belang.

Op grond van artikel 3:268 lid BW is een hypotheekhouder bevoegd het verbonden goed in het openbaar te doen verkopen en het door de hypotheekgever aan hem verschuldigde op de opbrengst te verhalen, indien deze in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. In dit geval is Woonnexxt Hypotheken B.V., na daartoe een volmacht van [gedaagde sub 2] te hebben verkregen, overgegaan tot onderhandse verkoop van het appartement. Woonnexxt Hypotheken B.V. heeft hierbij niet voldaan aan de in artikel 3:268 BW gestelde voorwaarden, zoals het indienen van een verzoek bij de voorzieningenrechter strekkende tot goedkeuring voor een onderhandse verkoop en het aanzeggen van de executie aan de hypotheekgever, de schuldenaar en aan hen van wier recht of beslag uit de registers blijkt en wier recht door de executoriale verkoop zal tenietgaan of vervallen. Dit heeft tot gevolg dat deze onderhandse verkoop niet als executoriale verkoop in de zin van artikel 3:273 BW worden aangemerkt, zodat het door Grobel VI B.V. gelegde beslag niet vervalt door de levering van het appartement aan de koper. Wel heeft Woonnexxt Hypotheken B.V. op deze wijze de met een executoriale verkoop gepaard gaande executiekosten kunnen besparen.

Anders dan Grobel VI B.V. betoogt, staat artikel 3:268 BW niet aan een dergelijke handelwijze van de hypotheekhouder in de weg zodat dit haar weigering om het executoriaal beslag op te heffen niet rechtvaardigt. Woonnexxt Hypotheken B.V. oefent daarmee immers haar recht van parate executie uit, aangezien de verkoop van het appartement heeft plaatsgevonden ten behoeve van Woonnexxt Hypotheken B.V. en zij zich als separatist kan verhalen op de opbrengst daarvan (ECLI:NL:HR:2013:BZ4072).

Grobel VI B.V. betoogt in dit kader weliswaar nog dat een openbare verkoop van het appartement tot een hogere opbrengst had kunnen leiden dan thans het geval is, maar zij heeft deze stelling in het geheel niet onderbouwd, zodat de voorzieningenrechter daaraan voorbij gaat. Bovendien zou Grobel VI B.V. gelet op de hoogte van Woonnexxt Hypotheken B.V. die, zoals zij onweersproken heeft gesteld, per 21 april 2015 € 99.010,91 bedroeg, eerst uitzicht op verhaal van haar vordering hebben indien de verkoopopbrengst dit bedrag zou overschrijden. Nu uit het door Woonnexxt Hypotheken B.V. als productie 7 bij dagvaarding in het geding gebrachte taxatierapport van 17 juni 2014 blijkt dat de executiewaarde van het appartement, vrij van huur en gebruik, is getaxeerd op € 25.000 à € 30.000,00, acht de voorzieningenrechter het zeer onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk dat de verkoopopbrengst bij een openbare verkoop de (hoogte van) vordering van Woonnexxt Hypotheken B.V. zou overschrijden. Daarmee staat genoegzaam vast dat Grobel VI B.V. hoe dan ook geen uitzicht op verhaal van haar vordering had of heeft. Hierin kan dan ook evenmin steun worden gevonden voor de weigering om het beslag op te heffen. Overigens strookt een en ander ook niet met de uitdrukkelijk door Grobel VI B.V. ingenomen stelling dat haar weigering om het door haar gelegde beslag op te heffen uitsluitend is gelegen in het feit dat Woonnexxt Hypotheken B.V. weigert de beslagkosten aan haar te voldoen en niet in een poging van Grobel VI B.V. om haar vordering op [gedaagde sub 2] alsnog (gedeeltelijk) te kunnen verhalen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vraag of Grobel VI B.V. misbruik maakt van haar bevoegdheid door opheffing van het executoriaal beslag te weigeren, enkel en alleen omdat Woonnexxt Hypotheken B.V. weigert de door Grobel VI gemaakte beslagkosten te voldoen, bevestigend dient te worden beantwoord. Hij overweegt daartoe als volgt. Grobel VI B.V. stelt terecht dat in geval van een executoriale verkoop de opbrengst daarvan allereerst executiekosten, waaronder de door de executant gemaakte beslagkosten, dienen te worden voldaan alvorens de verkoopopbrengst wordt verdeeld onder de gerechtigden. Grobel VI B.V. miskent echter dat executiekosten de kosten zijn die de executant heeft moeten maken om de opbrengst van de executie te realiseren.

Nog daargelaten dat in dit geval geen sprake is van een executoriale verkoop, geldt dat Grobel VI B.V. de executie niet heeft voortgezet toen bleek dat Woonnexxt Hypotheken B.V. de executie niet wenste over te nemen. Bij deze stand van zaken valt niet in te zien dat en op grond waarvan de beslagkosten van Grobel VI B.V. door Woonnexxt Hypotheken B.V. als executiekosten uit de verkoopopbrengst van het appartement zouden moeten worden voldaan. Deze beslagkosten zijn immers geen executiekosten die Woonnexxt Hypotheken B.V. als executant zelf in het kader van de uitoefening van haar recht van parate executie heeft moeten maken om de opbrengst te realiseren. Deze kosten behoren dan ook voor rekening en risico van Grobel VI B.V. als beslaglegger te komen. De wet biedt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in ieder geval geen aanknopingspunten om te kunnen of moeten veronderstellen dat bij een executoriale verkoop van een registergoed waarop een of meer beslagen rusten, de executant uit de verkoopopbrengst de met die beslagen gepaard gaande kosten als executiekosten aan de beslagleggers zou dienen te voldoen. Het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 4 oktober 2013, dat door Woonnexxt Hypotheken B.V. als productie 11 bij dagvaarding in het geding is gebracht en waarop Grobel VI B.V. zich beroept, legt onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen. Behoudens dit vonnis zijn door Grobel VI B.V. geen argumenten aangedragen die steun bieden voor de juistheid van haar stelling. Dit brengt met zich dat de weigering van Woonnexxt Hypotheken B.V. om de door Grobel VI B.V. gemaakte beslagkosten uit de executieopbrengst te voldoen geen grond biedt voor handhaving van het beslag.

Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat Grobel VI B.V. geen enkel in redelijkheid te respecteren belang heeft bij haar weigering om het beslag op te heffen, zodat zij daarmee misbruik van haar bevoegdheid maakt. De vordering tot opheffing van het beslag zal daarom worden toegewezen.

Woonnexxt Hypotheken B.V. heeft tevens gevorderd te bepalen dat, indien Grobel VI B.V. haar medewerking aan doorhaling van het beslag niet onmiddellijk verleent, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt van de door Grobel VI B.V. te verlenen medewerking aan het doorhalen van het beslag en Woonnexxt Hypotheken B.V. tevens te machtigen een afschrift van dit vonnis te doen inschrijven in de openbare registers.

De voorzieningenrechter zal deze vorderingen afwijzen. Op grond van artikel 3:17 lid 1 onder e BW kan een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van een registergoed betreft worden ingeschreven. Uit het bepaalde in artikel 513a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat Woonnexxt Hypotheken B.V. door middel van inschrijving van dit vonnis in het openbare register zelfstandig de doorhaling van het krachtens dit vonnis opgeheven beslag kan bewerkstelligen. Die inschrijving kan plaatsvinden door dit vonnis aan te bieden bij de bewaarder van de openbare registers van het Kadaster. Een afzonderlijke machtiging van de voorzieningenrechter is daarvoor niet noodzakelijk.

4.3.

Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter niet toe aan een beoordeling van de subsidiaire vordering.

4.4.

Grobel VI B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om [gedaagde sub 2] in (een deel van) de proceskosten te veroordelen, nu hij uitsluitend op de voet van artikel 538 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in rechte is betrokken.

De kosten aan de zijde van Woonnext Hypotheken B.V. worden begroot op:

- dagvaarding € 84,26

- griffierecht 116,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.016,26

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

heft op het door Grobel VI B.V. op23 september 2013 gelegde executoriaal beslag op het appartementsrecht 119, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een woonruimte op de vierde verdieping van het gebouw met verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend als [adres 1], kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] complexnummer [XXXXX], appartementsindex 119, uitmakende het 9/475e onverdeeld aandeel in de gemeenschap, bestaande uit het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een torenflat met 48 flatwoningen en bergingen en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend te Heerlen, [adres 2] (oneven nummers), ten tijde van de ondersplitsing in appartementsrechten, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] nummer [XXXXXX]; uitmakende het 8/17e gedeelte in de gemeenschap bestaande uit twee flatgebouwen, 38 parkeerplaatsen en 52 parkeergarages met ondergrond en toebehoren, plaatselijk bekend als [adres 2], [adres 3], ten tijde van de (hoofd)splitsing in appartementsrechten, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie [X] nummer [XXX 1], [XXX 2],[XXXX 1] en [XXXX 2],

5.2.

veroordeelt Grobel VI B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Woonnext Hypotheken B.V. tot op heden begroot op € 1.016,26

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Henzen en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2015.1

1 type: NL coll: