Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:4331

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
27-05-2015
Zaaknummer
C-03-205690 - HA RK 15-98
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet tegen faillissement ontvankelijk. Het faillissement van een aandeelhouder tevens vereffenaar van een BV heeft niet tot gevolg dat de curator in diens faillissement van rechtswege in diens plaats treedt. De faillissementsaanvraag door de curator van die BV geldt daarom niet als een eigen aanvraag.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/930
JOR 2016/69
INS-Updates.nl 2015-0126
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rekestnummer: C/03/205690 / HA RK 15-98

Beschikking van 26 mei 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] B.V. IN VEREFFENING,

gevestigd te [vestigingsplaats A],

verzoekster,

advocaat mr. M.A. Vles,

tegen

mr. P.W.M. BROEKMANS in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [B] en [A] B.V. in vereffening,

kantoorhoudende te Roermond,

belanghebbende,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna worden aangehaald als [A] en Broekmans.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzetschrift, bij deze rechtbank binnengekomen op 1 mei 2015,

  • -

    de door [A] ingezonden producties

  • -

    de door de curator ingezonden productie,

  • -

    de mondelinge behandeling op 11 mei 2015

  • -

    de door [A] overgelegde pleitnota.

2 De feiten

2.1.

[B] (hierna de failliet) is aandeelhouder en vereffenaar van [A].

2.2.

Op 13 januari 2015 heeft de rechtbank het faillissement van de failliet uitgesproken met benoeming van Broekmans tot curator.

2.3.

Op 23 april 2015 heeft Broekmans in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de failliet, het faillissement van [A] aangevraagd.

2.4.

Bij vonnis van 23 april 2015 heeft de rechtbank overeenkomstig het verzoek en zonder mondelinge behandeling, het faillissement van [A] uitgesproken met benoeming van Broekmans tot curator.

3 De beoordeling

3.1.

Het verzet strekt er toe dat de rechtbank voormeld vonnis en de daarbij uitgesproken faillietverklaring van [A] zal vernietigen.

3.2.

De rechtbank stelt voorop dat het rechtsmiddel van verzet tegen een faillissementsvonnis op grond van artikel 8 lid 2 Fw alleen open staat voor de schuldenaar die niet is gehoord. In het geval van een eigen aanvraag staat geen verzet open.

3.3.

Broekmans stelt zich op het standpunt dat [A] in het verzet niet-ontvankelijk is omdat de door hem ingediende faillissementsaanvraag heeft te gelden als een eigen aanvraag. Hij heeft desgevraagd verklaard zich daartoe bevoegd te achten omdat de aandelen die de failliet in [A] houdt in de faillissementsboedel van de failliet vallen. Om die reden is de failliet volgens Broekmans niet beschikkingsbevoegd ten aanzien van die aandelen en ligt de zeggenschap over de schuldenaar bij hem als curator van de failliet. Omdat de lasten van de failliet vermoedelijk de baten zullen overtreffen en de vereffenaar, in de persoon van de failliet, gelet op het bepaalde in artikel 2:23a lid 4 van het BW in dat geval gehouden is haar faillissement aan te vragen is Broekmans als curator van de failliet/vereffenaar daartoe overgegaan.

3.4.

Met [A] is de rechtbank van oordeel dat het enkele verlies door de failliet van de beschikkingsbevoegdheid over zijn eigen vermogen, waaronder dus de aandelen in [A] en het daaraan verbonden stemrecht, niet tot gevolg heeft dat de failliet niet meer als vereffenaar kan en mag fungeren en dat de curator van rechtswege in diens plaats treedt als vereffenaar. De failliet is immers alleen beschikkingsonbevoegd met betrekking tot zijn eigen vermogen en niet ten aanzien van het vermogen van [A]. Nu Broekmans ter zitting heeft verklaard dat geen aandeelhoudersvergadering heeft plaatsgevonden waarbij is besloten de failliet als vereffenaar van [A] te ontslaan en Broekmans als zijn curator tot vereffenaar te benoemen, kan dus niet vastgesteld worden dat Broekmans bevoegd was om de faillissementsaanvraag namens [A] in te dienen. Van een eigen aanvraag is daarom geen sprake. Aangezien [A] niet op de faillissementsaanvraag is gehoord, een mondelinge behandeling van de aanvraag heeft immers niet plaatsgevonden, is [A] ontvankelijk is in haar verzet.

3.5.

Vervolgens is aan de orde de vraag of de faillietverklaring stand kan houden. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Uit het voorgaande volgt immers dat Broekmans geen vereffenaar was van [A] en dus ook niet in die hoedanigheid haar faillissement kon aanvragen. Verder biedt de aanvraag geen grond voor het oordeel dat Broekmans (in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de failliet) schuldeiser is van [A] en dat [A] heeft opgehouden te betalen.

Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het verzet tegen het faillissement gegrond verklaard dient te worden.

3.6.

Ten aanzien van de faillissementskosten en het salaris van de curator is de rechtbank van oordeel dat deze ten laste van Broekmans in zijn hoedanigheid van curator dienen te komen nu deze door hem zijn veroorzaakt. Door Broekmans is geen opgave gedaan van de door hem, als curator in het faillissement van [A], gemaakte kosten. Gelet hierop zal de rechtbank deze kosten begroten op nihil.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

vernietigt het vonnis van 23 april 2015 en de daarbij uitgesproken faillietverklaring van [A] voornoemd,

4.2.

bepaalt dat het salaris, de verschotten en de publicatiekosten van dit faillissement ten laste komen van Broekmans,

4.3.

stelt het totaalbedrag van deze kosten vast op NIHIL.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piƫtte en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2015.1

1 typ: CB