Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:4247

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-05-2015
Datum publicatie
21-05-2015
Zaaknummer
C/03/15/195 F
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank verklaart advocatenkantoor failliet, ondanks verweer omtrent bevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2015-0295
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Toezicht / insolventies


Faillissementsnummer: C/03/15/195 F

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

[verzoekster], wonende te [woonplaats],

verzoekster, hierna te noemen: schuldeiser,

advocaat mr. R.C.C.M. Nadaud, kantoorhoudende te Vaals,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD MOSAM FISCAAL ADVOCATEN & MEDIATORS B.V.,

handelende onder de namen

AD MOSAM FISCALE PROCESTECHNIEK,

TRAJEKT JURISTEN FISCALISTEN MEDIATORS,

TRAJEKT BEWINDVOERING CURATELE BUDGETBEHEER en

TRAJEKT ZORGGROEP,

statutaire zetel: Gemeente Maastricht,

bezoekadres: Kalderstraat 37, 3770 Riemst, België,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 56518560,

verweerster, hierna te noemen: schuldenaar.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Op 4 maart 2015 is bij de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift binnengekomen van schuldeiser waarin wordt verzocht schuldenaar in staat van faillissement te verklaren.

1.2.

Namens schuldeiser is mr. Nadaud voormeld en mevrouw [naam dochter], dochter van schuldeiser, gehoord in raadkamer van 19 mei 2015.

1.3.

Schuldenaar is op 19 mei 2015, bij monde van mr. M.J.A.M. Tonnaer, gemachtigde, door de rechtbank gehoord.

1.4.

De uitspraak is bij vervroeging bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de navolgende tussen partijen vaststaande feiten.

2.2.

Schuldeiser - de rechtbank leest de kennelijk niet geheel juiste vermelding van de voornamen van verzoekster in het verzoekschrift als een verschrijving en corrigeert ze bij dezen - heeft een te Maastricht gelegen kantoorruimte verhuurd aan schuldenaar, welke huurovereenkomst inmiddels is beëindigd en uit hoofde waarvan schuldeiser nog een aanzienlijk bedrag aan huurpenningen heeft te vorderen. Het onherroepelijk vonnis waarbij schuldenaar ten gunste van schuldeiser werd veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van een bedrag van ruim EUR 50.000,- dateert van 22 april 2014. Op enig moment nadien heeft schuldenaar het gehuurde daadwerkelijk ontruimd. Aan de veroordeling tot betaling van voormeld bedrag is (evenwel) niet voldaan.

2.3.

Schuldenaar, met statutaire zetel te Maastricht, heeft in het gehuurde een advocatenpraktijk geëxploiteerd. De (enige) aldaar werkzame advocaat, tevens enig aandeelhouder en bestuurder van schuldenaar, heeft zich op 1 januari 2014 van het advocatentableau laten schrappen. Op enig moment nadien is de vestiging van het kantoor te Maastricht opgeheven. Sedertdien ontplooit schuldenaar geen economische activiteiten meer. De vennootschap is - aldus schuldenaar - ‘niemand dienend’. Zij is alleen nog in leven omdat zij - mede op verzoek van de Orde van Advocaten - nog vereffend moet worden. Die vereffening geschiedt vanuit de woonplaats van de bestuurder van schuldenaar, welke is gelegen te Riemst, België. De economische activiteiten van de advocatenpraktijk van schuldenaar hebben echter uitsluitend plaatsgevonden in Nederland.

2.4.

Schuldenaar heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het bepaalde in art. 3 lid 1 Insolventieverordening (hierna: IVO) de rechtbank Limburg onbevoegd is om van het verzoek kennis te nemen nu - kortweg - haar centrum van voornaamste belangen ten tijde van het indienen van het onderhavig verzoek was gelegen in België, meer in het bijzonder te Riemst. Schuldeiser heeft zulks bestreden en heeft betoogd dat wat de bevoegdheid betreft aangeknoopt dient te worden bij de in Maastricht en aldus in Nederland gelegen statutaire zetel.

2.5.

Ingevolge het bepaalde in art. 3 lid 1 IVO zijn de rechters van de lidstaat waar het centrum van voornaamste belangen is gelegen, bevoegd de insolventieprocedure te openen. Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet bewezen is, de plaats van de statutaire zetel vermoed het centrum van voornaamste belangen te zijn. Dat vermoeden kan worden weerlegd, indien aan de hand van objectieve, voor derden verifieerbare factoren, wordt aangetoond dat het werkelijke centrum van belangen zich in een andere lidstaat bevindt. Het centrum van de voornaamste belangen dient overeen te komen met de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die daardoor als zodanig voor derden herkenbaar is.

2.6.

Nu schuldenaar, zoals door haar zelf naar voren is gebracht, sedert geruime tijd in het geheel geen economische activiteiten meer ontplooit, noch in Nederland, noch in België dan wel elders binnen een EU-lidstaat of daarbuiten, oordeelt de rechtbank dat er geen sprake meer is van een daadwerkelijk functionerend centrum van haar voornaamste belangen. Mitsdien kan als zodanig alleen haar statutaire zetel gelden. Met deze opvatting is de rechtszekerheid in het economisch verkeer, waaraan schuldenaar immers niet meer deelneemt, het beste gediend. Nu de statutaire zetel van schuldenaar is gelegen in Maastricht acht de rechtbank Limburg zich bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De enkele omstandigheid dat de vereffeningsactiviteiten in België plaatsvinden, kan daaraan niet afdoen.

2.7.

Schuldenaar heeft zich vervolgens, waar het de pluraliteit van schuldeisers betreft, nog op het standpunt gesteld dat het verstekvonnis d.d. 28 mei 2014 niet aan haar is betekend, maar dat wil naar het oordeel van de rechtbank niet zeggen dat de betreffende vordering van [naam] ten bedrage van ruim EUR 1.500,- niet als steunvordering in aanmerking kan worden genomen. Argumenten waarom het betreffende vonnis onjuist zou zijn, zijn door schuldenaar immers niet genoemd.

2.8.

Op grond van het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat schuldenaar verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. Het faillissement zal dan ook worden uitgesproken.

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD MOSAM FISCAAL ADVOCATEN & MEDIATORS B.V.,

handelende onder de namen

AD MOSAM FISCALE PROCESTECHNIEK,

TRAJEKT JURISTEN FISCALISTEN MEDIATORS,

TRAJEKT BEWINDVOERING CURATELE BUDGETBEHEER en

TRAJEKT ZORGGROEP,

statutaire zetel: Gemeente Maastricht,

bezoekadres: Kalderstraat 37, 3770 Riemst, België,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 56518560,

in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.E.M.W. Nuijts, lid van deze rechtbank;

- stelt aan tot curator mr. J.J. Dingemans, advocaat, kantoorhoudende te

’s-Hertogenbosch, correspondentieadres: Postbus, 396, 5201AJ ’s-Hertogenbosch;

- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen;

- verstaat dat Nederland de lidstaat in de zin van artikel 4 IVO is waar de insolventieprocedure is geopend.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van P.E.G. Bertrand, griffier, op 21 mei 2015 te 14:00 uur.