Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:3959

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-05-2015
Datum publicatie
11-05-2015
Zaaknummer
03/722052-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval, waarvan een 81-jarige vrouw het slachtoffer is geworden, en een viertal oplichtingen.

De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/722052-13

Datum uitspraak : 8 mei 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de [detentieadres].

Raadsman is mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2015.

De rechtbank heeft op 24 april 2015 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 02 december 2013 te Posterholt, in elk geval in de gemeente Roerdalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 50 EURO, een Rabopas ([rekeningnummer], diverse horloges, een (groen) geldkistje en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan dat:

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar nek is gegrepen en (vervolgens) op de grond is geworpen

en/of

- tegen deze [slachtoffer 1] is gezegd "Dit is een overval." en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] haar armen zijn vastgebonden en/of

- een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de zij van genoemde

[slachtoffer 1] is gezet en/of

- tegen deze [slachtoffer 1] zeggen "Als het niet klopt met de pincode dan kom ik terug en dan

schiet ik je kapot.";

2.

hij op of omstreeks 02 december 2013 te Posterholt, in elk geval in de gemeente Roerdalen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met dat opzet deze [slachtoffer 1] heeft vastgebonden en haar (vervolgens) in de kelder van haar woning heeft achtergelaten en daarbij de kelderdeur heeft afgesloten;

3.

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2013 tot en met 10 oktober 2013 te Valkenburg, in elk geval in de gemeente Valkenburg aan de Geul en/of te Valkenswaard en/of te Vught, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen een of meer van de hierna genoemde perso(o)n(en)(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, te weten:

1. [slachtoffer 2] (namens [bedrijf 1] tot afgifte van EURO 55,00 of

daaromtrent en (pag. 365-380)

2. [slachtoffer 3] (namens [bedrijf 2] tot afgifte van EURO 15,00

of daaromtrent en (pag. 382-387)

3. [slachtoffer 4] tot afgifte van EURO 65,00 of daaromtrent en (pag. 389-396)

4. [slachtoffer 5] tot afgifte van EURO 25,00 of daaromtrent (pag. 398-415)

door het (telkens) aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

zich voorgedaan als collectant/medewerker of eigenaar van de [stichting 1] en/of de [stichting 2], waarbij hij genoemde perso(o)n(en) heeft voorgehouden dat genoemde Stichting(en) zich tot doel hebben/heeft gesteld geld in te zamelen voor goede doelen en dat per ingelegde EURO 15,00, althans enig bedrag aan geld, en na het activeren van een code, als genoemd in een door hem, verdachte, uitgereikte brief, of het ontvangen van een e-mail deze perso(o)n(en) één of meer kaartjes/vouchers voor een pretpark of welness-behandeling zou(den) ontvangen,

waardoor voornoemde perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4. De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om verdachte van de feiten 1 en 2 vrij te spreken, aangezien de lezing van de gebeurtenissen, zoals door verdachte gegeven, niet door bewijsmiddelen weerlegd kan worden, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan.

Ook met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat de handelwijze van verdachte ten aanzien van de aangevers geen oplichting oplevert.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Feiten 1 en 2

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] van 5 december 2013 houdt onder meer in:

Aan mij, verbalisant, werd een compactdisc verstrekt met daarop twee geluidsfragmenten. Het eerste geluidsfragment was voorzien van de volgende naam: 20131202-133656-97092-01-00.wav

Dit betrof een geluidsfragment van de eerste melding bij de alarmcentrale van de politie meldkamer in Venlo die werd gedaan met betrekking tot een incident dat plaatsgevonden had in Posterholt op de [adres 1] Hieronder volgt een woordelijk verslag van de inhoud van deze melding. Hierbij staat de ‘V:’ voor een opmerking, antwoord of vraag van de medewerker van de meldkamer en de ‘A:’ voor een opmerking, antwoord of vraag van de melder.

“V: Alarmcentrale politie.

A: Hele goeie dag, u spreekt hier met [naam] (phonetisch). Ik zou graag een inbraak

willen melden in Posterholt op de [adres 1]

(Opmerking verbalisant; tikkend geluid op achtergrond van typen, vermoedelijk door

de medewerker van de meldkamer)

V: [adres 1]... Eventjes een melding maken. [adres 1] Wat is er precies gebeurd

dan? U komt thuis en ontdekt dat?

A: Sorry meneer, ik versta u niet.

V: Ja, u bent net thuis gekomen en u heeft ontdekt dat er is ingebroken begrijp ik?

A: Dat correct.

V: Ok, even kijken, uw naam was?

A: [naam] (phonetisch)

V: Dat is uw achternaam?

A: [achternaam].

V: Ok, goed ik stuur een auto uw kant op, die komen het even opnemen.

A: Ok.

V: Goed zo, daag.”2

Het stam proces-verbaal [verbalisant 2] van 11 februari 2014 houdt onder meer in:

Melding inbraak [adres 1] door [naam]

Op 2 december 2013 omstreeks 13.36 uur wordt er bij de meldkamer van de politie melding gedaan van een inbraak in de woning aan de [adres 1]. De melder noemt zich [naam].3

Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 april 2015 verklaard –zakelijk weergegeven–:

Onder de naam [naam] heb ik op 2 december 2013 een melding gedaan van een inbraak op het adres [adres 1]. Op diezelfde dag heb ik met betrekking tot deze inbraak een MMA-melding gedaan.4

Het geschrift inhoudende een ‘Meld Misdaad Anoniem’-melding:

Datum melding: 2-12-2013

Criminaliteitsklasse: Inbraak woning

Melding: Onlangs (mogelijk in de nacht van 1 op 2 december) is ingebroken op het adres [adres 1]. Bij de inbraak is een persoon (waarschijnlijk de bewoner van het pand) opgesloten in de kelder. Het is mogelijk dat deze persoon daar nog steeds opgesloten zit.5

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 16 mei 2014 houdt onder meer in:

Door mij [verbalisant 2] werd de printlijst met verkeersgegevens van het gsmnummer van [verdachte] bekeken. Ik [verbalisant 2] zag dat op 2 december 2013 te 16.39.54 uur naar het nummer 0800-700 was gebeld. Dit betreft het nummer van Meld Misdaad Anoniem (MMA).6

Getuige [getuige 1] heeft op 2 december 2013 onder meer verklaard:

Op maandag 2 december 2013, tussen 14.30 uur en 14.45 uur, was ik bij mijn broer in de woning. Dat is aan de [adres 2], gemeente Roerdalen. Ergens tussen 14.30 uur en 14.45 uur ben ik toen met mijn broer via de achterdeur naar buiten gelopen. Dan kom je op de oprit. Die oprit ligt links van de woning, gezien vanuit de openbare weg. Vanuit die oprit heb je zicht op de achterzijde en de tuin van [adres 1] Tussen[adres 2] en[adres 1] ligt geen andere woning. Toen ik op de voornoemde oprit stond, kort bij de achterdeur, hoorde ik een vrouwenstem roepen. Ik hoorde dat er ‘help’ werd geroepen. Ik dacht dat het de buurvrouw van nummer [adres 1] was die ‘help’ riep en dacht dat zij misschien gevallen was. Zij is namelijk een oude vrouw. Het leek mij dat het geroep uit de woning [adres 1] kwam, want het geluid kwam uit die richting. Mijn broer en ik zijn toen via de achterzijde van die woning naar binnen gegaan. Ik hoorde dat er nog steeds ‘help’ werd geroepen. Ik ben toen in de woonkamer en de keuken geen zoeken, maar ik zag niemand. Ik hoorde toen een stem roepen: ‘Ik ben in de kelder’, of woorden van gelijke strekking. Ik ging naar de kelderdeur en probeerde die open te maken. Echter de deur ging niet open. Ik zag toen dat het nachtslot, dat aan de buitenzijde van de kelderdeur zit, gesloten was. Je kunt dan de deur vanuit de kelder gezien niet openen. Ik haalde het slot eraf en opende de kelderdeur. Ik zag dat het licht in de kelder brandde. Ik zag [slachtoffer 1] zitten onder aan de trap. [slachtoffer 1] zat met haar rug naar de trap toe. Ze zat met haar benen op de grond, recht voor haar uit. [slachtoffer 1] zat met haar rug en met de achterzijde van haar hoofd tegen de trap aan. Ik verstond dat [slachtoffer 1] zei: ‘Ik ben gevallen’. Echter later realiseerde ik mij dat [slachtoffer 1] eigenlijk had gezegd: ‘Ik ben overvallen’. Ik was op het moment dat ik [slachtoffer 1] aan de keldertrap zag zitten dus nog in de veronderstelling dat [slachtoffer 1] gevallen was. [slachtoffer 1] vroeg of ik een schaar kon halen. Ik begreep niet waarom, maar ik heb toen een schaar uit de keuken gehaald. Ik heb die schaar toen aan mijn broer gegeven, die ook bij [slachtoffer 1] was. Ik ben vervolgens terug naar de woning van mijn broer gegaan om een dokter te bellen. Ik was nog steeds in de veronderstelling dat [slachtoffer 1] gevallen was. Ik ben vervolgens weer terug naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan. Daar hoorde ik pas dat [slachtoffer 1] zei dat ze overvallen was. Ik heb toen meteen 112 gebeld.7

Getuige [getuige 2] heeft op 2 december 2013 onder meer verklaard:

Op maandag 2 december 2013 omstreeks 14:35 uur zei mijn zus tegen mij dat de buurvrouw van nummer 6 aan het schreeuwen was. Ik liep vervolgens samen met mijn zus naar de woning van mijn buurvrouw M. [slachtoffer 1] aan de [adres 1]. Ik zag dat de buurvrouw onder aan de trap, op de grond in de kelder lag. Ze zei: “Ze hebben mij overvallen.” Ik zag dat de handen van mijn buurvrouw, ter hoogte van haar onderrug, vast waren gemaakt met behulp van een witte tyrap. Ik heb de tyrap met een schaar losgeknipt.8

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 2 december 2013 om 16.05 uur onder meer verklaard:

Ik wil aangifte doen van een overval op mijn woning. Ik woon in de vrijstaande woning welke is gelegen aan de [adres 1], gelegen in de gemeente Roerdalen.

Ik ben 81 jaar oud.

Op maandag 2 december 2013, omstreeks 09.45 uur, hoorde ik de voordeurbel gaan. Ik

liep naar voren en opende de voordeur. Ik zag een man staan. Ik hoorde dat de man zei

dat hij de meterstanden van het gas, water en elektra wilde opnemen. De man was alleen.

We gingen eerst naar de meter. Deze bevindt zich nabij de voordeur. Ik zag dat de

man inderdaad de meterstanden van het gas en elektra opschreef. Toen hij klaar was heb ik hem de kelder gewezen. In de kelder bevindt zich de watermeter. Ik bleef boven staan terwijl de man de keldertrap naar beneden liep. Toen de man beneden was zei hij dat hij de watermeter niet kon aflezen. Omdat hij geen zaklamp bij zich had bood ik hem een zaklamp aan. In de kelder is summiere verlichting aanwezig die ik had ontstoken. Vervolgens pakte ik mijn zaklamp welke op de aanrecht van de bijkeuken stond. Met de zaklamp liep ik de keldertrap af. Met de zaklamp in de hand liep ik naar de watermeter en verlichtte deze. De man stond naast mij en noteerde de stand van de watermeter. Ik draaide mij om en liep richting de keldertrap. De man liep achter mij. Plotseling voelde ik dat ik van achteren bij de nek werd gegrepen. Ik hoorde dat de man riep: “Dit is een overval!”; Ik voelde dat de man mij met kracht op de grond wierp. Ik viel recht op mijn aangezicht en op mijn nieuwe linkerknie. Ik voelde direct hevig pijn. Ik voelde dat de man met kracht en zonder mededogen mijn beide armen achter mijn rug bracht. Ook dit deed enorme pijn. Toen beide armen achter mijn rug waren werden mijn polsen door de man gekneveld. Ik werd met bindbandjes oftewel tie wraps. Ik heb geen bindbandjes in huis dus de man moet die hebben meegenomen. Hij trok de bindbandjes strak aan. Ik hoorde de man vragen: “Waar is je goud en je geld?” Ik zei hem dat ik dat niet had. Vervolgens hoorde ik dat de man naar boven liep. Ik hoorde hem op de verdieping boven mij lopen. Ik hoorde de man weer naar beneden komen. Hij vroeg: “Waar is je goud?”. Ik antwoordde hem nogmaals dat ik dat niet had. Ik kon de man niet goed zien omdat ik op mijn buik lag. Ik kon mij niet verplaatsen omdat mijn polsen zo strak gebonden waren. Ik hoorde dat de man voor de tweede maal naar boven liep. Ik hoorde de man weer boven lopen. Even later kwam hij weer naar beneden. Toen de man weer in de kelder was zette hij een zwart/wit gemêleerd doosje en een zwart doosje op de grond. In dat zwart/wit doosje bewaar ik een setje oorbellen. In het zwarte doosje zaten 2 stellen oorbellen. Ook 2 gouden armbanden legde hij naast mij neer. Toen dacht ik: “Oh God oh God!”. Ik wist toen dat hij mijn sieraden had ontdekt die

ik had opgeborgen in de kast van de keuken. Ik zag dat hij ook mijn zwarte lederen beurs en het zwarte mapje met daarin mijn kentekenbewijs, rijbewijs en identiteitskaart, naast mij neerlegde. De man zei helemaal niets. Even later zag ik dat de man de beurs oppakte en 50 euro in coupures van tweemaal 20 euro en eenmaal 10 euro uit mijn beurs haalde. Ik zag dat hij dit geld in de linker zak van zijn jas stopte. Ik zag dat hij vervolgens de juwelen pakte en deze ook in zijn linker jaszak stopte. Ik zag dat de man mijn zwarte lederen beurs pakte en mijn bankpas eruit haalde. Hij vroeg mij: “Wat is de pincode”. Dit zei hij kortaf en op gebiedende wijze. Ik zei dat ik de pincode niet ging afgeven. Ik zei hem dat hij mijn goud al had. Vervolgens hoorde ik de man, opnieuw en op bevelende wijze zeggen: “Wat is je pincode?”. Ik zei dat mijn pincode “[code]” was. Ik hoorde dat de man mij vroeg of dat wel klopte? De man gaf mij de opdracht om de pincode te herhalen. Ik zei: “De pincode is [code]!”. Ik hoorde de man zeggen: “Als dat niet klopt ben ik zo terug”. Om zijn woorden kracht bij te zetten zag ik dat hij zijn rechterhand naar zijn rechter jaszak bracht. Ik zag dat hij zijn hand in deze jaszak stopte en er een voorwerp uithaalde gelijkend op een “revolver”. Ik zag een “zwart rondje”.

- Opmerking verbalisant: Aangeefster doelde op het uiteinde van de loop. –

Meer kon ik niet zien van dat voorwerp omdat hij dit tegen zijn heup aandrukte. Ik dacht: “God oh God! Hij heeft een revolver!” Het was niet zo’n grote. Hij lijkt op uw pistool qua grootte en zo ondanks dat ik de zijne niet helemaal heb gezien. Ik was toen erg bang!

Ik hoorde de man toen zeggen: “Als het niet klopt met de pincode dan kom ik terug en

dan schiet ik je kapot!” Ik schrok daar heel erg van. Ik zei de man dat de pincode klopte. De man zei niets en vertrok. Ik hoorde hem de keldertrap oplopen. Ik hoorde dat hij de kelderdeur afsloot. Ik hoorde hem de voordeur dichtslaan en concludeerde dat hij weg was.

Op maandag 2 december 2013, omstreeks 14.30 uur, hoorde mijn buurvrouw mijn hulpgeroep. Kort daarna werd ik bevrijd door de buren.

Door verbalisant werd tijdens het opnemen van de aangifte enig letsel geconstateerd

aan neus en beide armen.9

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 4 december 2013 onder meer verklaard:

Ik vermis op dit moment:

- 50 Euro in coupures van 2 x 20 euro en 1 x 10 euro;

- 1 Rabopas van het rekeningnummer 14.23.92.944 ten name van[slachtoffer 1]

;

- Zilverkleurig horloge met een langwerpig uurwerk, analoog met een geschatte waarde van

80 euro. Dit horloge zat gisteren om mijn pols en werd verwijderd door de man;

- 1 Zilverkleurig horloge met een rond uurwerk, analoog met een geschatte waarde van 30

euro. Dit horloge lag in de keuken op de kast;

- 1 Goudkleurig horloge van het merk Prisma, voorzien van een langwerpig uurwerk.10

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 15 december 2013 onder meer verklaard:

Afgelopen week heb ik op de bovenverdieping wat opgeruimd en gedaan en toen kwam ik tot de ontdekking dat de overvaller toch meer heeft meegenomen dan ik in eerste instantie dacht. Op mijn slaapkamer heb ik een wastafel. Uit een lade van die wastafel heeft de overvaller 2 korte double kettingen weggenomen. Tevens is er ook een parelketting weg. Tevens mis ik nu uit de lade van het kastje op de overloop twee zilveren kettingen.11

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 18 december 2013 onder meer verklaard:

Ik heb net de kast gecontroleerd waar het kistje zou moeten staan. Het kistje is echter weg. Dat was een klein groen geldkistje.12

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 15 januari 2014 houdt onder meer in:

Op 17 december 2013 vond een doorzoeking plaats in de woning, [adres verdachte].

Bij deze doorzoeking werd een schrijfmap aangetroffen. Zie bijgevoegde foto 1.

Op drie bladzijden van deze schrijfblok stond het scenario omtrent de overval Posterholt gepleegd op 2 december 2013 omschreven, alsmede een mogelijke oplichting te Weert.

Van deze drie bladzijden zijn kopieën gemaakt en als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

Bijlage:

1. foto

2 t/m 4 kopieën a4 bladzijden uit schrijfblok

Verdachte: [verdachte] (man), [geboorteplaats].

Op de bladzijden van het hiervoor vermelde schrijfblok staat de volgende handgeschreven tekst:

aanbellen voorstellen metstandopnamen

Binnen komen mogelijkheid creëren

haar vast te grijpen Bij der mond en kalm op haar inpraten dat ze mee moet werken

en dat ik alleen voor het geld kom en

binnen 5 minuten weer weg ben

op de grond leggen op de buik

handen vast binden en benen

en eventueel mond dicht plaken met

band koort of plakband

juwelen van haar lighaam verwijderen

dan naar boven de rest van haar juwelen

pakken en op bergen

vervolgens haar handtas met geld nemen

bankpasjes naar pincode vragen

en duidelijk maken dat ze de juiste

geeft want anders kom ik terug

en dan zit ze met een grooter probleem

is dat gelukt via de voorkant naar buiten

richting de bank geld pinnen

met pet op en muts van de regenjas

en sjaal bedekken van het gezich

taxi bellen

naar roemond reisen

naar de tweede bank geld pinnen13

Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 april 2015 verklaard –zakelijk weergegeven–:

De tekst, zoals zichtbaar op bladzijde 198 tot en met 201 van het dossier, is door mij geschreven.14

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 4 februari 2014 onder meer verklaard:

Ik weet, dat er een map is gevonden met mijn naam op. Ik heb die map gezien, die

had de overvaller in zijn hand.

Ik verbalisante toonde aangeefster de groene map, welke bij de [verdachte] is

inbeslaggenomen.

Als u mij deze map toont, dan is dat precies dezelfde kleur als de map die de overvaller bij zich had, dezelfde groenkleurige stof.15

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 4 februari 2014 houdt onder meer in:

Door mij [verbalisant 2] werd de cd met daarop onder andere de foto’s afkomstig van de gsm van de [verdachte] bekeken. Hierbij trof ik enkele foto’s aan die volgens het bestand gemaakt waren op 17 november 2013. Ik [verbalisant 2] zag dat de [verdachte] een foto van zichzelf had gemaakt via een

spiegel. Gezien het interieur wat ik op die foto zag, was deze foto gemaakt in de kapsalon die onder zijn kamer, die hij huurde, was gelegen. Ook zag ik, [verbalisant 2], dat op een tafel die naast de [verdachte] stond een presentatiemap lag. Op deze map lagen sleutels. De presentatiemap had dezelfde

kleur en vormgeving als de presentatiemap die de [verdachte] op 2 december 2013 had gevonden. Na die datum had de verdachte deze map zelf in gebruik genomen.

Gezien deze foto had de [verdachte] echter een dergelijk presentatiemap reeds op 17 november 2013 ter beschikking.

Door de medewerker van de digitale expertise was vastgesteld dat ten tijde van het onderzoek aan de gsm van [verdachte], de tijd en datum van de gsm nagenoeg conform stond aan de daadwerkelijke datum en tijd. Indien een foto wordt gemaakt en opgeslagen wordt tevens de vermelding van datum maken opgeslagen en is deze zichtbaar.

Als bijlage worden hierbij gevoegd:

1: fotoblad presentatiemap inbeslaggenomen onder Geuskens,

2: foto’s aangetroffen op de gsm van [verdachte],

3: foto waarop tevens de presentatiemap op zichtbaar is,

4: vergroting van de map te zien op foto bijlage 3.

Verdachte [verdachte] (man),[geboorteplaats].16

Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 april 2015 verklaard –zakelijk weergegeven–:

Ik heb de foto’s gemaakt, zoals zichtbaar op bladzijde 210 en 211 van het dossier.17

[getuige 3] heeft op 4 februari 2014 onder meer verklaard:

U toont mij 3 foto’s. Deze foto’s zijn in mijn kapsalon genomen. Dat kan ik zien aan de inrichting die op de foto’s staat. Op de foto’s zie ik [verdachte] staan die kennelijk van zich zelf een foto heeft gemaakt via de spiegel. (Opmerking verbalisant, ik toonde aan getuige bijlage 2 en 3)

U wijst mij op een foto een map aan die op een toonbank ligt. (Opmerking verbalisant, ik toonde de getuige bijlage 3)

Dat is de map die u mij tijdens het vorige verhoor hebt laten zien. Deze schrijfmap is absoluut niet van mij. Er is ook niet door een van mijn klanten aangegeven dat deze een schrijfmap in mijn zaak had laten liggen. Ik zie dat op die map nog iets ligt. Dat lijkt wel de sleutels die u mij de vorige keer hebt teruggegeven. Deze sleutels waren van [verdachte] om in zijn kamer te komen.18

Overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het door verdachte geschetste alternatieve scenario

Verdachte heeft ter terechtzitting –zakelijk weergegeven– verklaard dat hij onder de naam [naam] op 2 december 2013 bij de politie telefonisch melding heeft gedaan van een woninginbraak op het adres van aangeefster en dat hij later diezelfde dag tevens een MMA-melding heeft gedaan. Als verdachte ermee geconfronteerd wordt dat op het moment van die meldingen mevrouw [slachtoffer 1] nog gekneveld in de kelder lag en zij nog geen aangifte had gedaan en dus alleen de dader wist wat er in die woning was gebeurd, verklaart verdachte dat hij niet degene was die de overval gepleegd had. Hij stelt namelijk dat hij van de overval wist doordat hij na de overval maar voordat mevrouw [slachtoffer 1] gevonden werd een tas met inhoud in een steeg in Posterholt vond. In de tas bevond zich naar zijn zeggen onder andere een deels slecht leesbare, deels in de Engelse taal geschreven brief met daarin het scenario van de onderhavige woningoverval, welke brief hij deels in het Nederlands had vertaald. Uit de inhoud van die brief concludeerde hij dat op het adres van aangeefster een woninginbraak was gepleegd waarbij het slachtoffer in de kelder was opgesloten. Verdachte verklaart dat hij dat originele geschrift heeft weggegooid.

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij op 2 december 2013 omstreeks 10.00 uur in Posterholt was gearriveerd bij de woning van een vrouw van lichte zeden met wie hij een afspraak had. Hoewel deze vrouw van lichte zeden hem mogelijk een alibi zou kunnen verschaffen heeft verdachte desgevraagd verklaard er bewust voor te kiezen haar naam niet te noemen. Naar eigen zeggen, omdat hij haar buiten deze strafzaak wenst te houden. Verder heeft hij verklaard dat hij de eerdergenoemde tas met inhoud had gevonden vlak nadat hij omstreeks 10.30 uur de woning van deze vrouw noodgedwongen had verlaten vanwege de onverwachte thuiskomst van haar echtgenoot. De inhoud van de tas heeft hij weggegooid, met uitzondering van de schoenen en de map die zich daarin bevonden.

De rechtbank overweegt dat uit de hierboven omschreven meldingen van 2 december 2013 door verdachte blijkt dat verdachte op het moment van die meldingen wist op welk adres de woninginbraak was gepleegd en dat het slachtoffer vastgebonden in de kelder lag. In de door verdachte geschreven scenario (zie tekst op pagina 199 tot en met 201 van het dossier), dat naar zijn zeggen een vertaling is van de gevonden brief, staat echter geen adres van aangeefster en staat evenmin vermeld dat het slachtoffer zich in de kelder bevond. Dit terwijl de brief volgens verdachtes verklaring, de bron van zijn wetenschap van de woninginbraak zou zijn.

Voorts stelt de rechtbank vast dat verdachte weigert nadere gegevens te verstrekken omtrent de vrouw van lichte zeden die hij op 2 december 2013 omstreeks 10.00 uur te Posterholt naar eigen zeggen zou hebben bezocht. Indien dit bezoek op waarheid berust, zou het verschaffen van genoemde nadere gegevens, verdachte wellicht een alibi kunnen verschaffen. Verdachte laat dit echter naar eigen zeggen bewust na, enkel en alleen omdat hij haar buiten deze zaak wenst te houden. Toen verdachte hierover meermalen expliciet werd bevraagd en hem door de rechtbank werd voorgehouden dat dit wellicht een ander licht op de zaak zou kunnen werpen heeft verdachte aangegeven hierover geen uitleg te geven. Ter verificatie van het aangevoerde alternatieve scenario moeten er tenminste enige concrete aanknopingspunten worden gegeven. Dat is naar het oordeel van de rechtbank op dit punt niet gebeurd.

De verklaring van verdachte dat het door hem geschreven scenario van de overval een samengevatte vertaling betrof van een door een ander (de dader) geschreven geschrift, acht de rechtbank eveneens onaannemelijk. Als het is gegaan zoals verdachte verklaart, zou het onlogisch zijn om het bewijs daarvan (het origineel) te vernietigen.

Ten slotte acht de rechtbank de verklaring van verdachte over het vinden van onder andere de map met daarin het scenario ongeloofwaardig. De verklaring van verdachte op dit punt wordt ontkracht doordat op het telefoontoestel van verdachte foto’s (selfies) van 17 november 2013 zijn gevonden, waarop duidelijk zichtbaar een map ligt die zeer sterkt lijkt op de map die bij verdachte is gevonden. De rechtbank vindt het ongeloofwaardig dat verdachte de in zijn woning aangetroffen map, die volgens aangeefster precies dezelfde kleur heeft (groen) en van hetzelfde materiaal is gemaakt (van stof) als de map die de overvaller bij zich had en waarin zich ten tijde van het aantreffen in verdachtes woning de brief bevond inhoudende het scenario van de woningoverval, pas in zijn bezit had sinds 2 december 2013 na de beweerdelijke vondst in de steeg. Op foto’s (pagina 210 tot en met 212 van het dossier), die zijn genomen in de kapsalon onder de woning van verdachte op 17 november 2013, is verdachte namelijk zichtbaar met op de achtergrond een map die zeer sterk lijkt op de map die in zijn woning is aangetroffen. Daarnaast heeft de verhuurster van verdachtes woning, die tevens eigenaresse is van de onder de woning gelegen kapsalon, verklaard dat de op de foto’s zichtbare map niet van haar is. Voorts heeft zij verklaard dat de op de foto’s zichtbare sleutels van verdachte zijn.

Gelet op bovenomschreven omstandigheden stelt de rechtbank het door verdachte geschetste alternatieve scenario als onaannemelijk en ongeloofwaardig terzijde.

Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verweer van de raadsman dat verdachte moet worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van zijn daderschap wordt verworpen.

Feit 3

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft op 2 augustus 2013 onder meer verklaard:

Ik doe namens mijzelf en mijn zaak [bedrijf 1] gevestigd aan de [adres 3], aangifte van oplichting.

Dinsdag 30 juli 2013 kwam een man mijn zaak binnen en vertelde dat hij als collectant onderweg was om sponsoren te vinden. Hij was in dienst van de [stichting 1]. Deze stichting heeft zich tot doel gesteld om gelden in te zamelen voor verschillende goede doelen. Als tegenprestatie van de [stichting 1] kon men dan entreekaarten krijgen, voor de Efteling, Walibi of wellness. Per inleg van 15 euro kreeg men dan voor 2 personen een entreekaart. Voor elke 15 euro kreeg men een brief met een persoonlijke code. Via internet kon men deze code activeren en zelf zijn/haar keuze maken. Deze persoon vertelde eveneens dat dit het 2e jaar was dat deze actie liep. Het eerste jaar was zo succesvol geweest dat men had besloten om hier verder mee te gaan. Ik ben op zijn aanbod ingegaan en heb een inleg gedaan van 4 keer 15,00 Euro. Ik kreeg een korting van 5 Euro. Daar ik 4 keer een inleg had gedaan kreeg ik 4 brieven in een envelop. Deze persoon maakte een envelop open om mij te laten zien hoe het een en ander werkte. Naderhand heeft mijn zoon de resterende enveloppen opengemaakt en toen zagen wij dat de brieven in deze enveloppen allemaal dezelfde code hadden. Via internet hebben wij, mijn zoon en ik, getracht [stichting 1] te vinden. Dit lukte niet wel kregen wij de naam [stichting 3], zonder koppelteken. Dit bleek een kinderopvang te zijn.

Als ik had geweten dat deze stichting: [stichting 1] niet bestond was ik deze keer niet met deze persoon in zee gegaan. Ik overhandig u hierbij de 4 brieven en de kwitantie die ik heb ontvangen van de betreffende man.

Korte opmerking verbalisant

Bij dit pv wordt als bijlage bijgevoegd:

4 brieven van [stichting 1]

1. kwitantie nummer 33/07/2013

ontvangen van: [stichting 1]

bedrag van 55, - Euro19

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft op 2 augustus 2013 onder meer verklaard:

Zij deed aangifte namens zichzelf en de benadeelde

Naam : [bedrijf 2]

Adres : [adres 4]

en verklaarde het volgende:

Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik ben de eigenaar van ‘[bedrijf 2], gelegen aan het [adres 4]. Afgelopen dinsdag 30 juli 2013, kwam tussen 14.20 uur en 14.30 uur een man de winkel binnen gelopen. De man vroeg in Nederlandse taal of ik een donatie van 15 euro wilde doen op een van de fondsen die genoemd werden in een bijgevoegd formulier. (formulier is als bijlage bijgevoegd) De man zei dat ik een persoonlijke code ontving die ik vervolgens via de computer moest activeren. Na de activatie zou ik zelf een fonds kunnen kiezen waar ik de donatie van 15 euro aan gaf.

Nadat ik de 15 euro aan de man gegeven had zei de man dat ik een tegoed bon zou ontvangen van 120 euro voor een attractie zoals Wallibie, Efteling of Thermae 2000.

Meteen daarna ging de man achter zijn laptop zitten en ik zag dat hij op zijn laptop bepaalde gegevens invulde. Nadat de man klaar was met het invullen van de gegevens zei hij dat ik een uurtje moest wachten om mijn persoonlijke code kon gebruiken.

Die avond, hoorde ik van mijn dochter dat een bericht op facebook stond welke refereerde aan de man die in de winkel geweest was. Op dat moment kwam ik erachter dat het de zelfde man was die in de winkel geweest was.20

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft op 8 oktober 2013 onder meer verklaard:

Ik doe aangifte van oplichting door een manspersoon die zich opgeeft als medewerker van de [stichting 3]. Op zaterdag 05 oktober 2013, was ik werkzaam in mijn winkel genaamd [bedrijf 3], [adres 5]. Diezelfde dag omstreeks 13.30 uur kwam een manspersoon de winkel binnen die zich voor voorstelde [verdachte] van de [stichting 3], [adres 6]. Deze gaf aan dat hij uit naam van de [stichting 3] een sponsoren zocht. Daarbij liet hij ook een pasje van [stichting 3] zien. Daarop stonden ook de goede doelen die zij sponsoren, oa KiKa, Nierstichting, Kankerstichting etc. Sponsoren kon vanaf een bedrag van 15,-euro. Voor dit bedrag kreeg je dan een 2 kaartje voor een dagje uit. Je kon kiezen uit Welness, pretpark etc. Ik vond wel dat ze heel wat weggaven voor dat bedrag, maar ja het was voor een goede doel, dus ik dacht dan sponsor ik wel een bedrag. Ik heb een bedrag van 65,00 euro gesponsord. [verdachte] schreef een kwitantie uit en ik gaf hem vijfenzestigeuro (65,00) euro. [verdachte] zei dat ik vandaan nog binnen twee uur nadat hij het op hoofdkantoor had doorgegeven een mail zou krijgen met daarop hoeveel vouchers ik zou ontvangen. Via de mail die ik dan zou krijgen van de stichting, kon ik dan aangeven naar welk goed doel mijn sponsor zou gaan. Echter kreeg ik hellemaal geen mail en heb vervolgens telefonische contact opgenomen met [stichting 3]. Deze waren niet bereikbaar, omdat het weekend was.

Vervolgens heb ik [verdachte] op zijn mobiel gebeld, echter kreeg ik alleen zijn voicemail te horen. Vervolgens heb ik op maandag 07 oktober 2013, in de ochtend met de [stichting 3] gebeld. Deze vertelde mij dat er reeds vijftien slachtoffers van oplichting waren, gepleegd door deze [verdachte]. Zij sloegen alleen aan op de omschrijving van de oplichter, echter hadden zij nog geen naam van hem. [verdachte] had als adres op de kwitantie, [adres 6] ingevuld. Ik heb dat adres gecontroleerd, echter op dat adres staat geen [stichting 3] ingeschreven. Ik heb [verdachte] op Facebook opgezocht en de profielfoto op Facebook kwam overeen met de man die bij in de winkel was geweest en mij had opgelicht.

Ik geef u een kopie van de Facebook pagina met de foto van[verdachte]. Ik geef u ook een kopie van de kwitantie.21

Aangeefster [slachtoffer 5] heeft op 19 juli 1978 onder meer verklaard:

Ik doe aangifte van oplichting. Doordat de verdachte een valse naam/valse hoedanigheid aannam, dan wel gebruik maakte van listige kunstgrepen/samenweefsel van verdichtsels, werd ik bewogen tot afgifte van geld/goed. Als ik zou hebben geweten, dat de verdachte een valse naam/valse hoedanigheid had aangenomen, dan wel gebruik maakte van listige kunstgrepen/samenweefsel van verdichtsels, dan zou ik niet tot afgifte zijn overgegaan. De oplichting vond als volgt plaats:

Ik ben eigenaar van [bedrijf 4], [adres 7]. Op donderdag 10 Oktober 2013 omstreeks 13.00 uur kwam er een jongeman mijn zaak binnen. Hij zag er netjes verzorgd uit en hij begon een heel verhaal tegen mij te vertellen. Ik hoorde dat hij vertelde werkzaam te zijn voor de [stichting 2] en dat hij geld aan het inzamelen was voor deze stichting. [stichting 2] zou werken in projecten en per project werden er sponsors gezocht. Dit maal ging het om een project om een kindje van 6 jaar met kanker voor behandeling naar Amerika te krijgen. Ik vroeg de man naar zijn legitimatie en deze liet hij niet echt zien maar hij maakte de map die hij bij zich had voor een deel open. Ik zag dat er een rijbewijs in zat, maar kon helaas zijn naam niet zien. Hij stelde zich aan mij voor als zijnde: [verdachte]. Ik hoorde hem verder vertellen dat als ik geld zou doneren dat ik dan gratis e-tickets zou krijgen voor bijvoorbeeld een pretpark wellness behandeling. Hiervoor zou ik dan via de email een bevestiging krijgen. De bon die daar bij zou zitten zou ik dan moeten uitprinten en deze kon ik dan gebruiken voor het dagje weg. Ik heb hem uiteindelijk 25 euro gegeven. Het kwam er op neer dat 1 E-ticket 15 euro kostte en 2 E-tickets zouden 25 euro zijn.

Ik heb nooit een mail ontvangen van [verdachte] danwel van de [stichting 2]. Dus ik heb ook geen E-tickets ontvangen. Wel heeft [verdachte] een blanco kwitantie uitgeschreven voor de 25 euro die ik hem betaald heb. Ik zal een kopie van deze kwitantie naar u mailen. Ik voel me opgelicht door [verdachte], als ik had geweten dat deze [verdachte] niet werkt voor[stichting 2] en dat hij zich niet aan zijn gemaakte beloften zou houden dan had ik hem geen geld gegeven. De instanties waarmee hij zegt samen/voor te werken worden geschaad door zijn verhalen. Mede daarom wil ik dat hij stopt.22

Verdachte heeft ter terechtzitting van 24 april 2015 verklaard –zakelijk weergegeven–:

Het is juist dat ik collecteerde. Het zal zo zijn geweest dat ik dat ook bij de personen heb gedaan die in de telastelegging zijn genoemd. Het kan zijn dat ik de aangevers [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en[slachtoffer 5] de zaken te mooi heb voorgespiegeld. Ik was niet daadwerkelijk verbonden aan een stichting, maar aan een marketing- en reclamebureau. De term ‘stichting’ gebruikte ik als verkooptactiek. Ik kan niet aantonen dat ik de gelden, die de aangevers hebben ingelegd, heb gedoneerd aan goede doelen. Ik heb steken laten vallen en daar ben ik verantwoordelijk voor.23

Anders dan verdachte en zijn raadsman is de rechtbank van oordeel dat de handelwijze van verdachte, zoals omschreven door de aangevers, oplichting oplevert.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven vermelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en bezien in samenhang met hetgeen hiervoor is overwogen.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Het genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1.

op 2 december 2013 te Posterholt, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 50 euro, een Rabopas ([rekeningnummer], diverse horloges, een groen geldkistje en diverse sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan dat:

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar nek is gegrepen en op de grond is geworpen en

- tegen deze [slachtoffer 1] is gezegd "Dit is een overval." en

- voornoemde [slachtoffer 1] haar armen zijn vastgebonden en

- tegen deze [slachtoffer 1] zeggen "Als het niet klopt met de pincode dan kom ik terug en dan

schiet ik je kapot.";

2.

op 2 december 2013 te Posterholt opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met dat opzet deze [slachtoffer 1] heeft vastgebonden en haar in de kelder van haar woning heeft achtergelaten en daarbij de kelderdeur heeft afgesloten;

3.

in de periode van 30 juli 2013 tot en met 10 oktober 2013 in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen de hierna genoemde personen telkens heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, te weten:

1. [slachtoffer 2] (namens [bedrijf 1] tot afgifte van euro 55,00

2. [slachtoffer 3] (namens [bedrijf 2] tot afgifte van euro 15,00

3. [slachtoffer 4] tot afgifte van euro 65,00

4. [slachtoffer 5] tot afgifte van euro 25,00

door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk:

zich voorgedaan als collectant/medewerker of eigenaar van de [stichting 1] en/of de [stichting 2], waarbij hij genoemde personen heeft voorgehouden dat genoemde Stichtingen zich tot doel hebben gesteld geld in te zamelen voor goede doelen en dat per ingelegd bedrag aan geld, en na het activeren van een code, als genoemd in een door hem, verdachte, uitgereikte brief, of het ontvangen van een e-mail deze personen één of meer kaartjes/vouchers voor een pretpark of welness-behandeling zouden ontvangen,

waardoor voornoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare misdrijven op:

feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

feit 2:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 3:

oplichting, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Door de psycholoog, drs. B.Y. van Toorn, is omtrent de geestvermogens van verdachte op 24 februari 2014 een rapport uitgebracht.

Door S. Went, psychiater, en P. van Vliet, psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, is omtrent de geestvermogens van verdachte op 13 februari 2015 een rapport uitgebracht.

Ter terechtzitting van 24 april 2015 is P. van Vliet voornoemd als deskundige gehoord.

De deskundigen komen niet tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

Verdachte is derhalve strafbaar, omdat ook overigens niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De oplegging van straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd een gevangenisstraf van 6 jaar op te leggen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft -gezien de bepleite vrijspraak- geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een brute woningoverval waarvan een alleenwonende 81-jarige vrouw het slachtoffer is geworden. Hierbij is het slachtoffer door verdachte bij haar nek gegrepen en op de grond geworpen, waarna hij haar handen met tiewraps op haar rug heeft vastgebonden. Ook heeft verdachte het slachtoffer bedreigd door een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en te zeggen dat als de pincode die zij had genoemd niet juist zou zijn, hij terug zou komen om haar kapot te schieten. Na het wegnemen van geld, sieraden, een geldkistje en een bankpas heeft verdachte het slachtoffer achtergelaten in de kelder van haar woning en vervolgens de kelderdeur afgesloten, wetende dat het bejaarde slachtoffer daar op een winterse dag op de grond lag met de handen op de rug vastgebonden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat een dergelijk feit, vanwege het gewelddadige karakter en de ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, gevoelens van angst en onveiligheid kan veroorzaken waar het slachtoffer, nog lang nadat het feit is gepleegd, in hevige mate hinder van kan ervaren en waardoor zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer ernstig kan worden belemmerd. Dat dit ook daadwerkelijk het geval is, blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring d.d. 26 maart 2014, zoals voorgehouden ter terechtzitting. Het slachtoffer heeft enkele uren geboeid op het koude cement in de kelder gelegen, hetgeen haar, mede gezien haar hoge leeftijd en brozere gesteldheid, fataal had kunnen worden. Dat mevrouw deze brute overval heeft overleefd is te danken aan het feit dat uiteindelijk derden haar hebben horen schreeuwen en uit haar benarde positie hebben bevrijd. De impact van het gebeuren is zeer groot; mevrouw [slachtoffer 1] wordt nog dagelijks herinnerd aan het gebeuren door diverse fysieke ongemakken en geplaagd door angsten die haar leven beheersen. Haar oude dag is hierdoor plotseling getekend door angst. De rechtbank rekent dit verdachte sterk aan, hetgeen ook ten nadele van verdachte in de strafmaat is meegenomen. Daarnaast, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum, en mede gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur de enig passende straf is.

In de oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) is een gevangenisstraf van 5 jaar als uitgangspunt genoemd voor een woningoverval waarbij meer dan licht geweld/bedreiging heeft plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat er in beginsel geen aanleiding is om in onderhavig geval dit uitgangspunt naar beneden bij te stellen. De rechtbank is van oordeel dat er meerdere strafverzwarende factoren zijn.

Verdachte heeft de woningoverval geheel gepland. De uitvoering ervan was geraffineerd: verdachte heeft door het aannemen van een valse identiteit toegang tot de woning verkregen en heeft aangeefster naar de kelder gelokt, alwaar hij haar daadwerkelijk heeft overvallen en vastgebonden met door hem meegenomen tiewraps. Het betrof een kwetsbaar slachtoffer en verdachte heeft haar na de woningoverval in de door hem afgesloten en koude kelder hulpeloos achtergelaten.

Op basis van zijn strafblad stelt de rechtbank vast dat verdachte in het verleden al verschillende malen veroordeeld is voor diefstal met geweld. Ook hier wordt ten nadele van verdachte rekening mee gehouden.

Tevens houdt de rechtbank in strafvermeerderende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte zich naast een woningoverval schuldig heeft gemaakt aan een viertal oplichtingen. Met name nu verdachte ook voor deze soortgelijke feiten al eerder is veroordeeld.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank een gevangenisstraf van 6 jaar, zoals gevorderd door de officier van justitie, in beginsel passend. Ten voordele van verdachte spreekt dat verdachte zelf, kennelijk toch uit bezorgdheid om het slachtoffer, na het plegen van de woningoverval, omstreeks 13.35 uur en om 16.39 uur, zelf de politie heeft ingelicht om ervoor te zorgen dat zij zich zou begeven naar de woning van het slachtoffer. Verdachte lijkt daardoor niet volledig gewetenloos. Deze omstandigheid acht de rechtbank echter strafverminderend. Dit alles in aanmerking nemend, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden passend en geboden. Zij zal dan ook deze straf aan verdachte opleggen.

8 De vorderingen van de benadeelde partijen

8.1.1

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij vordert ter zake van de feiten 1 en 2 een schadevergoeding van € 6.852,42 te vermeerderen met de wettelijke rente en daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft volledige toewijzing gevorderd met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.3

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor zover deze ziet op de post ‘Wettelijk eigen risico ziektekostenverzekeraar 2014’, aangezien deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. De vordering dient te worden gematigd ter zake van de post ‘Kleding’, omdat in de onderbouwing geen rekening is gehouden met afschrijvingskosten. De schadevergoeding ter zake de gevorderde immateriële schade ad € 6.000,00 dient te worden gematigd tot € 500,00.

8.1.4

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij,

[slachtoffer 1], door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade ter zake van de post ‘Kleding’ voor volledige toewijzing in aanmerking komt, aangezien de benadeelde ten gevolge van de door verdachte begane feiten gedwongen is de in het onderbouwingsformulier genoemde kledingstukken te vervangen.

Nu de gevorderde schade ter zake van de post ‘Wettelijk eigen risico ziektekostenverzekeraar 2014’ onvoldoende is onderbouwd, zal de rechtbank bepalen dat de vordering voor zover deze ziet op deze schadepost niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade die de benadeelde partij heeft geleden naar redelijkheid en billijkheid dient te worden vastgesteld op een bedrag van

€ 4.000,00. Voor het overige wijst zij de vordering af.

Zoals door de benadeelde partij gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 2 december 2013, tot aan de dag van volledige voldoening.

Nu de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [slachtoffer 1] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu zij het wenselijk acht dat de Staat de schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

8.2

8.2.1

De benadeelde partij[slachtoffer 2]

De benadeelde partij vordert ter zake van feit 3 een schadevergoeding van € 55,00 te vermeerderen met de wettelijke rente en daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft volledige toewijzing gevorderd met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.3

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.2.4

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij,

[slachtoffer 2], door het onder 3 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het bedrag van € 55,00.

Zoals door de benadeelde partij gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 30 juli 2013, tot aan de dag van volledige voldoening.

Nu de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [slachtoffer 2] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu zij het wenselijk acht dat de Staat de schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

9 Het beslag

De rechtbank zal de in beslag genomen bankpas onttrekken aan het verkeer, aangezien deze is verkregen door middel van het onder 1. bewezenverklaarde en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De overige voorwerpen, genoemd op de lijst van in beslag genomen voorwerpen, zal zij verbeurd verklaren, nu deze voorwerpen zijn verkregen door middel van de bewezenverklaarde feiten dan wel zijn gebruikt bij het begaan en/of voorbereiden van de bewezenverklaarde feiten.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24a, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 63, 282, 310, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren en 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres 1], van € 4.492,42 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 2 december 2013 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij ter zake de post ‘Wettelijk eigen risico ziektekostenverzekeraar 2014’ in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    wijst de vordering voor het overige af;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], [adres 1], € 4.492,42 te betalen, bij niet-betaling te vervangen door 54 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 2 december 2013 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij,[slachtoffer 2], [adres 8], van € 55,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 30 juli 2013 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], [adres 8], € 55,00 te betalen, bij niet-betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 30 juli 2013 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

  • -

    verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9;

  • -

    verklaart aan het verkeer onttrokken het voorwerp dat op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd 6.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Iding, voorzitter, mr. H.H. Dethmers en mr. A.K. Kleine, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 mei 2015.

Buiten staat

Mr. H.H. Dethmers, mr. A.K. Kleine en mr. R.C. Smeets zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2013108252 d.d. 11 februari 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 5 december 2013, bladzijde 44 tot en met 45.

3 Het stam proces-verbaal van [verbalisant 2] van 11 februari 2014, bladzijde 4.

4 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2015.

5 Het geschrift inhoudende een ‘Meld Misdaad Anoniem’-melding d.d. 2 december 2013, bladzijde 49.

6 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] d.d. 16 mei 2014, bladzijde 419 en 421.

7 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] d.d. 2 december 2013, bladzijde 40 tot en met 41.

8 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 2 december 2013, bladzijde 42 tot en met 43.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 2 december 2013, bladzijde 17 tot en met 21.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 4 december 2013, bladzijde 26 tot en met 27.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 december 2013, bladzijde 28.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 18 december 2013, bladzijde 30.

13 Proces-verbaal van bevindingen (inclusief bijlagen) van [verbalisant 2] d.d. 15 januari 2014, bladzijde 197 tot en met 200.

14 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2015.

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 4 februari 2014, bladzijde 32 tot en met 33.

16 Proces-verbaal van bevindingen (inclusief bijlagen) van [verbalisant 2] d.d. 4 februari 2014, bladzijde 208 tot en met 212.

17 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2015.

18 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] d.d. 4 februari 2014, bladzijde 158.

19 Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen) van [slachtoffer 2] d.d. 2 augustus 2013, bladzijde 365 tot en met 373.

20 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 2 augustus 2013, bladzijde 382 tot en met 384

21 Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlage) van [slachtoffer 4] d.d. 8 oktober 2013, bladzijde 389 tot en met 392.

22 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 21 oktober 2013, bladzijde 398 tot en met 399.

23 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2015.