Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:3804

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-05-2015
Datum publicatie
13-05-2015
Zaaknummer
C-03-204248 - KG ZA 15-156
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser is door conversiestoornis beperkt in de uitoefening van zijn beroep van goud- en zilversmid. Beëindiging arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder voorafgaand onderzoek door een arbeidsdeskundige is daarom onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/204248 / KG ZA 15-156

Vonnis in kort geding van 6 mei 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam] HOLDING BV,

gevestigd te Maastricht,

2. [eiser sub 2],

wonend te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. M.R. Meulenberg-ten Hoor,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN NV,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. A. Robustella.

Partijen zullen hierna [eisers] (en waar afzonderlijk nodig en/of de Holding), en Achmea genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 april 2015,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    de brieven van 17 april 2015 van [eisers], met producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 20 april 2015,

  • -

    de pleitnota van [eisers],

  • -

    de pleitnota van Achmea.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser sub 2] ontvangt sinds 30 april 2009 een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 100% op basis van een daartoe bij Interpolis, rechtsvoorganger van Achmea, afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering (InkomensZekerPlan) door de Holding.

2.2.

Het verzekeringsbewijs en de Algemene voorwaarden luiden voor zover relevant:

Het verzekeringsbewijs:

[…]

verzekerde [eiser sub 2]

[…]

beroep Exploitant juweliersbedrijf, tevens goud- en zilversmid

[…]

arbeidsongeschiktheidscriterium Beroepsarbeidsongeschiktheid

uitkering vanaf Wij keren uit vanaf 25% arbeidsongeschiktheid

Uitkering is gelijk aan het arbeidsongeschiktheidspercentage

[…]

dekking Arbeidsongeschiktheid

Het verzekerde inkomen is € 54.409,00

[…]

Deze dekking eindigt op 8 januari 2032

[…]

De Algemene voorwaarden:

Art. 1 Begrippen

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

a. Arbeidsongeschiktheid

van arbeidsongeschiktheid is uitsluitend sprake indien er in relatie tot ziekte of ongeval, objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan, waardoor de verzekerde beperkt is in zijn of haar functioneren. […]
1. beroepsarbeidsongeschiktheid

Zonder iets af te doen aan de bepaling in artikel 1 lid a is arbeidsongeschiktheid aanwezig als de verzekerde voor ten minste op het verzekeringsbewijs vermelde percentage ongeschikt is voor het verrichten van werkzaamheden die verbonden zijn aan het beroep of bedrijf, of die in het beroep of bedrijf in redelijkheid van de verzekerde verlangd kunnen worden. Bij het veststellen van de werkzaamheden houden wij rekening met mogelijke taakaanpassingen, taakverschuivingen, en/of aanpassing van de werkomstandigheden.

[…]

beroep

het op het verzekeringsbewijs genoemde beroep van de verzekerde.

[…]

l. u/uw/verzekeringnemer

(van) de op het verzekeringsbewijs genoemde (rechts)persoon die deze verzekering met ons heeft gesloten.

[…]

n. verzekerde

de op het verzekeringsbewijs genoemde persoon bij wiens arbeidsongeschiktheid […] wij overeenkomstig deze voorwaarden uitkering doen.

[…]

Art. 2 Strekking van deze verzekering

1. het doel van deze verzekering is om uitkering te doen bij arbeidsongeschiktheid van de verzekerde. […].

2. Deze verzekering heeft ook tot doel om de verzekerde te helpen in het voorkomen en het verminderen van (zijn) arbeidsongeschiktheid.

Art. 8 Vaststelling van en recht op uitkering bij arbeidsongeschiktheid

1. Wij stellen de mate van arbeidsongeschiktheid vast aan de hand van rapportages van door ons aan te wijzen deskundigen.

[…]

Art. 15 Einde van de uitkering

1. het recht op uitkering eindigt op de dag dat de verzekerde niet meer arbeidsongeschikt is.

[…]

2.3.

Bij brief van 16 februari 2015 is [eiser sub 2] medegedeeld door Achmea dat de door hem genoten uitkering per direct wordt beëindigd. Deze brief luidt voor zover relevant:

Onlangs ontving ik een advies van onze medische dienst. Dit advies is gebaseerd op de uitkomst van de expertisen die zijn verricht in 2014. […]

Wij zijn van mening dat er geen sprake (meer) is van arbeidsongeschiktheid

Per 16 februari beëindigen wij daarom uw uitkering.

Onderbouwing van ons standpunt

Volgens onze medisch adviseur hebben de verschillende expertisen geen afwijkingen aan het licht gebracht die reden geven om specifieke beperkingen in acht te nemen. Van arbeidsongeschiktheid is volgens de verzekeringsvoorwaarden uitsluitend sprake indien er in relatie tot ziekte of ongeval, objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan, waardoor de verzekerde beperkt is in zijn functioneren. Vanwege het ontbreken van specifieke beperkingen is een voortzetting van uw uitkering niet langer gerechtvaardigd.

[…]

2.4.

In 2014 hebben de volgende deskundigen gerapporteerd over [eiser sub 2] aan Achmea: (1) psychiater Coppens, inclusief neuropsychologisch onderzoek door psychiater/neuropsycholoog Visser en neuropsycholoog Rutte, (2) neuroloog Dellemeijn, en (3) oogarts Bonnemayer.

3 Het geschil

3.1.

[eiser sub 2] vordert, nadat ter zitting de vordering tot het opleggen van een dwangsom is ingetrokken, Achmea te veroordelen, bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot herstel van betaling van de verzekerde arbeidsongeschiktheidsuitkering met onmiddellijke ingang en met veroordeling van Achmea in de kosten van het geding.

3.2.

[eiser sub 2] stelt recht op en spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening te hebben. Hij legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van medisch objectiveerbare stoornissen en dat [eiser sub 2] als gevolg daarvan volledig beroepsarbeidsongeschikt is. De beëindiging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering berust niet op een zorgvuldige medische beoordeling, althans dit is niet inzichtelijk gemaakt door Achmea. Gesteld wordt dat sprake is van een medisch geobjectiveerde conversiestoornis die zich uit in verkrampingen van met name de rechterzijde van het lichaam. Door deze verkrampingen, die moeilijk beheersbaar zijn, in combinatie met de ervaren en door een optometrist ook vastgestelde visuele beperkingen ter zake het zien van contrasten en met de stoornis van het gehoor is [eiser sub 2], zo stelt hij, niet in staat tot het uitoefenen van zijn beroep, namelijk precisiewerk van diamantzetten. [eiser sub 2] stelt dat zonder nader onderzoek door een arbeidsdeskundige Achmea niet had mogen overgaan tot het beëindigen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het onderzoek is volgens [eiser sub 2] aldus onzorgvuldig.

3.3.

Achmea heeft bij conclusie van antwoord en ter zitting verweer gevoerd. Desgevraagd door de voorzieningenrechter heeft de heer J.M. Fokke, medisch adviseur van Achmea (hierna: Fokke), ter zitting verklaard dat er min of meer een medische eindtoestand is bereikt en dat [eiser sub 2] een – medisch geobjectiveerde – conversiestoornis heeft. Als gevolg van deze conversiestoornis heeft [eiser sub 2] verkrampingen aan de rechterzijde van zijn lichaam, met name aan het rechterbeen. [eiser sub 2] wordt door die conversiestoornis, zo heeft Fokke voorts verklaard, gestoord in het werk.

Het gaat volgens Fokke om een psychiatrisch beeld: zintuiglijke prikkels leiden tot spanningen die zich uiten in de spiertrekkingen. Als er geen prikkels/spanningen zijn, zijn er geen trekkingen, bijvoorbeeld als [eiser sub 2] slaapt.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de Holding

4.1.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Holding als verzekeringsnemer belang heeft bij hetgeen wordt gevorderd. Dat de uitkering uit hoofde van de door de Holding afgesloten verzekering toekomt aan de verzekerde, [eiser sub 2], doet daar niet aan af.

Ten aanzien van de spoedeisendheid

4.2.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser sub 2] voldoende aannemelijk gemaakt dat door het wegvallen van zijn uitkering per 16 februari 2015 sprake is van een spoedeisend belang bij gevraagde voorziening.

Ten aanzien van de vraag of Achmea de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 16 februari 2015 heeft mogen beëindigen

4.3.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat gehoord dat ter zitting door Achmea is erkend dat sprake is van een medisch objectiveerbare aandoening – de conversiestoornis – waardoor [eiser sub 2] beperkingen – ook ter zitting door de voorzieningenrechter waargenomen meer of minder ernstige verkrampingen – ervaart in zijn functioneren als bedoeld in artikel 1 aanhef en sub a en sub 1 van de Algemene voorwaarden, zonder dat bij conclusie van antwoord of ter zitting onder verwijzing naar verzekeringsgeneeskundige en/of arbeidsdeskundige rapportages het standpunt van Achmea kon worden onderbouwd, sprake is van in elk geval enige mate van (beroeps)arbeidsongeschiktheid voor het beroep van [eiser sub 2], te weten exploitant juweliersbedrijf, tevens goud- en zilversmid.

4.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat [eiser sub 2] en de Holding ter zitting enkel hebben gesteld dat [eiser sub 2] beroepsarbeidsongeschikt is voor zijn precisiewerk van goud- en zilversmid, maar dat in het midden is gelaten of bijkomende werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het ontwerpen van sieraden, en werkzaamheden die het exploiteren van het juweliersbedrijf (de groothandel) betreffen ook onmogelijk zijn (geworden) door de beperkingen in het functioneren. Hoewel onduidelijk is gebleven hoe de rolverdeling tussen [eiser sub 2] en zijn echtgenote is binnen de groothandel, staat op grond van de behandeling ter zitting wel vast dat [eiser sub 2] zich, als directeur/grootaandeelhouder, nog wel, maar onduidelijk is gebleven in welke mate, met de (financiële) gang van zaken van de onderneming bezighoudt, althans dat hij daarover (mee)beslist. De voorzieningenrechter is derhalve van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat [eiser sub 2] volledig, dat wil zeggen voor een percentage van 100%, beroepsarbeidsongeschikt is, zodat het volledig hervatten van de uitkering voorshands niet aan de orde kan zijn.

4.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het redelijk is dat, in het licht van de opmerkingen ter zitting van Achmea’s medisch adviseur Fokke dat [eiser sub 2] wel enige beperkingen ervaart in zijn werkzaamheden door de verkrampingen, een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25% (waarbij een uitkeringspercentage van 25% behoort op grond van het verzekeringsbewijs c.q. artikel 13 lid 2 aanhef en sub a van de Algemene voorwaarden) gehanteerd zal moeten blijven worden totdat vanwege de bodemrechter een onherroepelijk vonnis is verkregen, dan wel totdat partijen in onderlinge overeenstemming tot een beroepsarbeidsongeschiktheidspercentage zijn gekomen. De voorzieningenrechter overweegt daarbij, gezien het bepaalde in artikel 1 aanhef en sub a en sub 1 van de Algemene voorwaarden, dat uit de opmerking van Fokke niet is af te leiden welke werkzaamheden in redelijkheid nog wel van [eiser sub 2] verlangd kunnen worden en dat uit de door [eiser sub 2] overgelegde andere arbeidskundige rapportages niet eenvoudig de verhouding exploitant/edelsmid in de beroepswerkzaamheden is te herleiden en evenmin eventuele (beroeps)mogelijkheden van [eiser sub 2] binnen het bedrijf.

4.6.

De vordering zal aldus worden toegewezen.

De proceskosten

4.7.

Achmea zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze worden tot op heden aan de zijde van de Holding en [eiser sub 2] tezamen begroot op:

  • -

    exploot van dagvaarding € 77,84

  • -

    griffierecht € 613,00

  • -

    salaris advocaat € 816,00

  • -

    totaal € 1.506,84.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Achmea binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis de uitbetaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van [eiser sub 2] – met in acht neming van hetgeen is overwogen in 4.5 terzake de duur van deze voorlopige voorziening – te hervatten naar een uitkeringspercentage van 25%,

5.2.

veroordeelt Achmea in de kosten van het geding aan de zijde van de Holding en [eiser sub 2] tezamen begroot op € 1.506,84,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: