Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:1392

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-02-2015
Datum publicatie
20-02-2015
Zaaknummer
C/03/200791 / KG ZA 14-730
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Raamovereenkomst na aanbestedingsprocedure uit te leggen met CAO-norm.

Eis van schriftelijkheid beëindigen of verlengen overeenkomst.

Scope van de overeenkomst. Intentie van de opdrachtgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/200791 / KG ZA 14-730

Vonnis in kort geding van 19 februari 2015

in de zaak van

de stichting

STICHTING CITAVERDE COLLEGE,

gevestigd te Herten (gemeente Roermond),

eiseres,

advocaat mr. C.L.R. Beernink,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CROON ELEKTROTECHNIEK B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INGENIEURSBUREAU WOLTER & DROS B.V.,

beiden gevestigd te Maastricht-Airport,

gedaagden,

advocaat mr. C.G.B.J. Wijkamp.

Partijen zullen hierna Citaverde en Croon en Wolter&Dros genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 januari 2015,

  • -

    de akte houdenede aanvullende producties van Citaverde,

  • -

    de akte overleggen producties van Croon en Wolter&Dros,

  • -

    de brief van 3 februari 2015 van Citaverde met complete producties 8 en 9,

  • -

    de mondelinge behandeling van 5 februari 2015, met de pleitnota’s van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Citaverde is een scholengemeenschap met een zestal locaties. Citaverde heeft in 2013 een (Europese) aanbesteding uitgeschreven met als doel een overeenkomst aan te gaan met één partij voor het onderhoud van alle gebouwgebonden installaties, waaronder wordt begrepen het onderhoud van W-installaties (werktuigbouwkundige installaties als ketels en koeling) en E-installaties (elektrotechnische installaties als brandmelders, camera’s en inbraakalarmen). Aan de combinatie Croon en Wolter&Dros, beiden onderdeel van het TBI-concern, is het contract gegund op basis van het EMVI-criterium (economisch meest voordelige inschrijving).

2.2.

Citaverde wilde in beginsel een samenwerking voor vier jaren aangaan om een centralisatieslag te maken in het beheer en onderhoud van de verschillende locaties. In de gunningsbrief van 21 november 2013 is de volgende passage opgenomen:

“Looptijd van de overeenkomst:
Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van een jaar beginnende 1 januari 2014 en eindigend op 31 december 2014. Optioneel is een verlenging mogelijk van drie keer een periode van een jaar.”

Op 29 januari 2014 is een Raamovereenkomst gesloten op basis waarvan Croon en Wolter&Dros het preventief onderhoud en de storingsopvolging zullen uitvoeren aan alle gebouwgebonden installaties. In artikel 4 van de Raamovereenkomst heeft Citaverde het volgende vastgelegd:

“4.1. Deze Raamovereenkomst gaat in per 1 januari 2014 voor de duur van 1 (zegge: één) jaren, derhalve van rechtswege eindigend op 31 december 2014, tenzij het in lid 2 bepaalde zich voordoet.

4.2.

CITAVERDE kan de Raamovereenkomst drie maal verlengen voor een maximale duur van telkenmale 12 (zegge: twaalf) maanden. CITAVERDE zal HVL / Wolter & Dros uiterlijk op 1 oktober 2014, 2015 of 2016 schriftelijk op de hoogte stellen van het besluit om de Raamovereenkomst al dan niet te verlengen.”

2.3.

Op verschillende momenten is (strategisch) overleg gevoerd tussen Citaverde en Croon en Wolter&Dros over de uitvoering van de Raamovereenkomst. Citaverde heeft geen brief als bedoeld in artikel 4 van de Raamovereenkomst gezonden.

2.4.

Croon en Wolter&Dros hebben Citaverde bij brief van 26 november 2014 laten weten dat zij hebben besloten geen gebruik te maken van een eventuele verlening van de Raamovereenkomst. De werkzaamheden in het kader van de Raamovereenkomst zijn tot en met 31 december 2014 door hen uitgevoerd, waaronder het inrichten – na 1 oktober 2014 – van de installaties om beheer op afstand operationeel te hebben per 1 januari 2015. Citaverde is niet ingegaan op het aanbod van Croon en Wolter&Dros om een overgangsregeling te treffen voor de eerste maanden na het (volgens Croon en Wolter&Dros) ingetreden einde van de overeenkomst op 1 januari 2015. Citaverde heeft de noodzakelijke werkzaamheden aan installaties sindsdien laten uitvoeren door een derde.

3 Het geschil

3.1.

Citaverde vordert dat de voorzieningenrechter

a. gedaagden ieder voor zich en hoofdelijk veroordeelt tot nakoming van de Raamovereenkomst tot in ieder geval 31 december 2015, op straffe van een dwangsom,

b. gedaagden ieder voor zich en hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente,

c. gedaagden ieder voor zich en hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten, vermeerderd met rente.

3.2.

Citaverde legt aan de vordering ten grondslag de stelling dat de bevoegdheid tot verlenging dan wel beëindiging van de Raamovereenkomst uitsluitend aan haar is gegeven en dat zij deze bevoegdheid voor de einddatum heeft gebruikt, onder andere door reeds medio 2014 de intentie uit te spreken de Raamovereenkomst te willen verlengen. Dit is voor Croon en Wolter&Dros steeds duidelijk geweest en zij hebben hiermee ingestemd, onder andere door werkzaamheden (zoals het aanpassen van de installaties voor beheer op afstand door Croon en Wolter&Dros) te verrichten ten behoeve van hun beheer van de installaties tot ver in 2015. Onder deze omstandigheden is de verlengingsbrief geen totstandkomingsvereiste voor de verlenging. De overeenkomst moet geacht worden met wederzijds goedvinden, althans door het daartoe strekkende (en door Croon en Wolter&Dros aanvaarde althans bij hen bekende) besluit van Citaverde, te zijn verlengd.

3.3.

Croon en Wolter&Dros voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Alvorens een voorlopige voorziening wordt gegeven, dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan.

(1) De eisende partij heeft bij de gevorderde voorziening een belang dat zodanig spoedeisend is dat van haar niet kan worden gevergd het oordeel over een nagenoeg gelijkluidende vordering in een bodemprocedure af te wachten.

(2) Het is zodanig aannemelijk dat de eisende partij in een bodemprocedure gelijk zal krijgen dat daarop bij wege van voorlopige voorziening kan, en gelet op het recht en het spoedeisend belang van de eisende partij moet, worden vooruitgelopen.

(3) Het belang van de eisende partij bij de voorziening weegt zwaarder dan dat van de gedaagde partij bij het achterwege blijven ervan, waarbij het restitutierisico (het risico dat hetgeen ter voldoening aan de voorlopige voorziening is verricht niet ongedaan kan worden gemaakt wanneer de bodemrechter anders beslist) meeweegt.

4.2.

De vraag die ter beoordeling voorligt, is of Croon en Wolter&Dros na 1 januari 2015 gehouden kunnen worden aan de Raamovereenkomst terwijl Citaverde hun niet, zoals vereist volgens art. 4.2. van de Raamovereenkomst, voor 1 oktober 2014 schriftelijk van haar besluit de overeenkomst met 12 maanden te verlengen op de hoogte heeft gesteld.

4.3.

De Raamovereenkomst is het resultaat van een Europese aanbesteding, die naar zijn aard aan strikte regels is gebonden om eerlijke concurrentie tussen de inschrijvers zo veel mogelijk te waarborgen. De aanbestedingsrechtelijke beginselen, waaronder de uitleg van aanbestedingsdocumenten veeleer naar de letter dan naar de bedoeling van partijen, werken door bij de uitleg van de overeenkomst die uit de aanbestedingsprocedure is voortgevloeid. Als uitgangspunt geldt dan ook bij de uitleg van de Raamovereenkomst de zogenoemde CAO-norm, waarbij de bewoordingen (gelezen in de context van de gehele overeenkomst) in beginsel van doorslaggevende betekenis zijn.

4.4.

Op grond van hetgeen inzake de duur van de overeenkomst is opgenomen in zowel de gunningsbeslissing als de Raamovereenkomst zelf (zie 2.2) staat vast dat deze is aangegaan voor de duur van een jaar en eindigt op 31 december 2014. Omdat voorts vast staat dat Citaverde niet een schriftelijke mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Raamovereenkomst, waarbij Croon en Wolter&Dros op de hoogte worden gesteld van haar besluit de Raamovereenkomst al dan niet te verlengen voor het jaar 2015, is de Raamovereenkomst inderdaad geëindigd op 31 december 2014. Croon en Wolter&Dros kunnen Citaverde alleen dan niet aan het einde van de overeenkomst door het ontbreken van de schriftelijke mededeling van het verlengingsbesluit houden, wanneer dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Bij het antwoord op de vraag of zulke omstandigheden zich hebben voorgedaan, is van belang hoe partijen zich over en weer voorafgaand aan de overeengekomen einddatum hebben uitgelaten en gedragen, en welke verwachting de n aan de uitlatingen en gedragingen van de ander mocht ontlenen.

4.4.1.

Citaverde heeft in dit verband gesteld dat reeds op 7 juli 2014 door en vanwege haar College van Bestuur tijdens het strategisch overleg tussen partijen de intentie van haar zijde is uitgesproken om in 2015 de samenwerking voort te zetten. Citaverde stelt – onder verwijzing naar het verslag dat daarvan door Croon en Wolter&Dros is opgesteld – dat tijdens het voortgangsgesprek op 19 september 2014 deze intentieverklaring is herhaald, ondanks dat Citaverde wel kritiek had op bijvoorbeeld de late en onvoldoende gespecificeerde facturatie door Croon en Wolter&Dros. Croon en Wolter&Dros waren volgens Citaverde bovendien van die intentie op de hoogte én deelden deze, hetgeen ook volgt uit het feit dat zij alle handelingen uitvoerden die noodzakelijk waren om per 1 januari 2015 het beheer van de installaties op afstand (door hen) mogelijk te maken.

4.4.2.

Croon en Wolter&Dros stellen hier tegenover dat tussen partijen alles bepaald niet op rolletjes liep, mede doordat Citaverde ook derden gedurende 2014 werkzaamheden aan de installaties liet uitvoeren en er een diepgaand verschil van inzicht bestond over de vraag welke werkzaamheden in scope waren, dat wil zeggen onder de overeengekomen prijs vielen (dan wel apart mochten worden gefactureerd). Hierdoor is het vertrouwen van Croon en Wolter&Dros in de toekomstige samenwerking met Citaverde geschaad en kan van haar niet gevergd worden deze voort te zetten. Croon en Wolter&Dros stellen voorts dat zij mede naar aanleiding van de verschillende overleggen steeds de werkzaamheden hebben uitgevoerd die gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst van hen werden verwacht, waaronder het inrichten van de voorziening voor het beheer op afstand, wat overigens zonder veel kosten en moeite door een andere installateur zou kunnen worden overgenomen. Croon en Wolter&Dros stellen dat zij daarmee, of anderszins, niet te kennen hebben gegeven in te stemmen met verlenging van de overeenkomst.

4.5.

Op grond van het dossier (waarin zich de gespreksverslagen van de overleggen bevinden) en hetgeen door partijen ter zitting naar voren is gebracht, staat vast dat de samenwerking tussen partijen op verschillende punten niet optimaal verliep. De vraag is dan of enerzijds voor Croon en Wolter&Dros duidelijk was dat Citaverde niettemin in 2015 met hen verder wilde, waarvoor de uitlatingen en gedragingen van Citaverde van belang zijn (zie 4.5.2.), en anderzijds Croon en Wolter&Dros zich zelf zodanig hebben gedragen en uitgelaten dat Citraverde haar standpunt dat de overeenkomst is geëindigd niet meer behoefde te verwachten (zie 4.5.1.).

4.5.1.

Met Croon en Wolter&Dros is de voorzieningenrechter van oordeel dat uit de voldoening aan verplichtingen (het uitvoeren van werkzaamheden) gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst door Croon en Wolter&Dros, ook waar deze voorbereiding inhielden van pas ver in 2015 te verlenen diensten (bijvoorbeeld het bestuur op afstand) niet kan worden afgeleid dat Croon en Wolter&Dros ook hunnerzijds aanstuurden op verlenging van de overeenkomst of met die intentie van Citaverde instemden. Andere gedragingen en verklaringen van Croon en Wolter&Dros waaruit dit zou kunnen worden afgeleid, heeft Citaverde niet voldoende specifiek genoemd.

4.5.2.

Ook van een voor Croon en Wolter&Dros onmiskenbare intentie van Citaverde tot verlenging is onvoldoende gebleken. Haar bestuurslid [naam bestuurslid] heeft eerst achteraf (productie 16) verklaard dat zij die intentie in het overleg van 9 juli 2014 heeft uitgesproken. In het verslag van het gesprek van 19 september 2014 door Croon en Wolter&Dros is weliswaar een • opgenomen waarin de intentie van partijen wordt beschreven, maar uit het verslag van diezelfde bijeenkomst van de hand van Citaverde’s projectleiders blijkt die intentie in het geheel niet. Daaruit blijkt eerder van een gebrek aan vertrouwen tussen partijen.

4.6.

Al met al is niet aannemelijk dat de bodemrechter - anders dan na eventuele bewijslevering, waartoe dit kort geding zich niet leent - tot het oordeel zal komen dat Croon en Wolter&Dros na januari 2015 gehouden zijn hun verplichtingen uit de Raamovereenkomst na te komen. Aan het hierboven onder 4.1 als (2) genoemde criterium voor het geven van een voorlopige voorziening is dus niet voldaan.

4.7.

Ook aan het hierboven onder 4.1 als (1) genoemde criterium is niet voldaan, althans heeft Citaverde daartoe onvoldoende gesteld. Gebleken is dat de voorheen door Croon en Wolter&Dros uitgevoerde werkzaamheden thans door een derde worden verricht, zonder (door Citaverde voldoende concreet aangeduide) problemen. Van het aanbod van een overgangsregeling, die de noodsituatie waarin Citaverde stelt thans te verkeren had kunnen voorkomen, heeft zij geen gebruik gemaakt (zie 2.4).

4.8.

Een afweging van de betrokken belangen van partijen, volgens het hierboven onder 4.1 als (3) genoemde criterium, leidt niet tot een ander oordeel. Het belang van Citaverde bij continuering van de opdracht door Croon en Wolter&Dros is niet van doorslaggevend gewicht, omdat het op haar weg als aanbesteder had gelegen om op duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze over haar intenties te communiceren. Het (overigens nauwelijks onderbouwde) belang dat een nieuwe aanbesteding veel tijd en geld kost, legt onvoldoende gewicht in de schaal tegenover het belang van Croon en Wolter&Dros om op de overeengekomen einddatum af te zijn van verplichtingen uit een overeenkomst die - zo lang niet duidelijk is wat in scope is en welke betalingen zij tegemoet kan zien - geen rendement oplevert.

4.9.

Citaverde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, als opgenomen in het dictum.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Citaverde in de kosten van het geding aan de zijde van Croon en Wolter&Dros tot op heden begroot op € 1.429,00 (€ 816,00 salaris advocaat +
€ 613,00 griffierecht),

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de kostenveroordeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvBcoll: