Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:11360

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-04-2015
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
03/659339-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij een groot aantal verboden wapens, waaronder meerdere levensbedreigend vuurwapens met (daarbij behorende) munitie, voorhanden gehad. Dit voorhanden hebben brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Tevens veroorzaakt dergelijk handelen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Daarnaast is tevens bewezenverklaard dat verdachte een gestolen shovel heeft verworven en dat hij een hoeveelheid softdrugs aanwezig heeft gehad. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

________________________________________________________________________ _


RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/659339-13

Datum uitspraak : 14 april 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

Raadsman is mr. J.W.H. Peters, advocaat te Amersfoort.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 december 2013 en 31 maart 2015.

De rechtbank heeft op 31 maart 2015 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 04 september 2013 te Heijen, in elk geval in de gemeente Gennep, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad:

a.

- een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen en/of

- een of meer wapen(s) van categorie III onder 1°, te weten 3 patroonmagazijnen en/of

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk Mauser, model 80 SA, kaliber 9mm Parabellum) en/of

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk Colt Derringer, model 4, kaliber .22 Short) en/of

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een revolver (merk Rossie, 272, kaliber .38 Special) en/of

- een of meer wapen(s) van categorie III onder 1°, te weten 2 patroonmagazijnen en/of

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schietpen (merk CZ, kaliber .22) en/of

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schietpen (kaliber .22) en/of

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schietpen (merk Derringer, kaliber .22) en/of

- een of meer wapen(s) van categorie II onder 4°, te weten 2 schietzaklampen (merk Mag-Lite) en/of

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schiettelefoon (kaliber .22) en/of

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een replica zwartkruit percussierevolver (merk A. Uberti & C. Gardone V.T. Italy, model 1860 Army, kaliber .44) en/of

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een kogelgeweer (merk Marlin, model 336, kaliber .30-30 Win);

b.

- munitie van categorie II onder 4°, te weten 175, in elk geval een aantal, patronen en/of

- munitie van categorie III, te weten 901, in elk geval een aantal, patronen en/of

- munitie van categorie III, te weten 2 doosjes Percussie slaghoedjes en/of

- munitie van categorie III, te weten een flacon zwartkruit (merk Vectan);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij op of omstreeks 04 september 2013 te Heijen, in elk geval in de gemeente Gennep, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad:

- een wapen van categorie I onder 7°, te weten een paintballmarker, zijnde een gasdrukwapen (merk Speedmaster), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (machinepistool) en/of dat voor bedreiging en/of afdreiging is geschikt en/of

- een wapen van categorie I onder 1°, te weten een stiletto en/of

- ( een) wapen(s) van categorie I onder 6°, te weten een 2 katapulten en/of

- een wapen van categorie I onder 7°, te weten een luchtdrukwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (pistool) en/of dat voor bedreiging en/of afdreiging is geschikt en/of

- ( een) wapen(s) van categorie I onder 3°, te weten 3 geluiddempers voor vuurwapens en/of

- ( een) wapen(s) van categorie I onder 3°, te weten 5 boksbeugels en/of

- ( een) wapen(s) van categorie I onder 3°, te weten 3 ploertendoders;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 04 september 2013 te Heijen, in elk geval in de gemeente Gennep, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 29 tabletten/pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of N-ethyl MDA (=MDEA) en/of amfetamine, zijnde MDA, MDMA, N-ethyl MDA (=MDEA) en amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij op of omstreeks 04 september 2013 te Heijen, in elk geval in de gemeente Gennep, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 52 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hasjiesj en/of ongeveer 31 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 2 september 2013 in de gemeente Zeewolde tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een loods gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een shovel (merk Knikmops), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die loods heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 4 september 2013 in de gemeente Zeewolde, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een shovel (merk Knikmops) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die shovel wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken van de feiten 3 en 4, omdat verdachte voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de in de woning aangetroffen verdovende middelen aan anderen dan hemzelf toebehoorden en hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van die verdovende middelen in de woning. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken van feit 5 primair.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de feiten 1, 2 en 5 subsidiair wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Ten aanzien van de heling heeft de officier van justitie daartoe aangevoerd dat verdachte, als handelaar in tweedehands caravans en andere voertuigen, een plicht toekomt om te onderzoeken of het handelswaar wel deugt. Door zonder nader onderzoek aan de Knikmops toch akkoord te gaan met een koop c.q. ruil, heeft verdachte een risico genomen waarvan de gevolgen voor zijn rekening komen. Met betrekking tot de op het terrein van verdachte aangetroffen wapens acht de officier van justitie het door de verdediging opgevoerde alternatieve scenario rond [betrokkene 1] volstrekt ongeloofwaardig.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Ter zake de feiten 1 en 2 heeft de raadsman aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat verdachte consequent is blijven ontkennen dat hij op de hoogte zou zijn geweest van de op zijn terrein aangetroffen wapens en dat uit de verklaring van getuige [getuige] blijkt dat [betrokkene 1] tegen haar heeft verteld dat hij degene was die de wapens op het terrein van verdachte begraven heeft.

Ter zake van de feiten 3 en 4 heeft de raadsman zich aangesloten bij hetgeen hieromtrent door de officier van justitie naar voren is gebracht, waarbij de raadsman overigens heeft opgemerkt dat verdachte het bezit van de in de voorkamer aangetroffen hasjiesj bekent.

Met betrekking tot feit 5 is door de raadsman aangevoerd dat verdachte de Knikmops tegen een marktconforme prijs heeft geruild en niet wist en ook niet behoefde te vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 4 september 2013 is een zakje aangetroffen met daarin 29 xtc-tabletten.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van die xtc-tabletten en dat die tabletten mogelijk toebehoren aan zijn dochter of haar ex-vriend. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring. Overigens blijkt op basis van het dossier ook niet dat verdachte zich op enigerlei wijze bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de xtc-tabletten in de woning. Nu enige mate van wetenschap niet kan worden bewezen, zal verdachte van het onder 3 ten laste gelegde worden vrijgesproken. Hetzelfde geldt voor de in een dameslaars op een slaapkamer op de eerste verdieping aangetroffen hennep. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van de onder feit 4 tenlastegelegde 31 gram hennep.

Voorts is de rechtbank, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring van de diefstal van de Knikmops. Verdachte zal derhalve ook van feit 5 primair worden vrijgesproken.

4.3.2

Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank1

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen t.a.v. de in de woning en de in de stal/houthok aangetroffen wapens (feiten 1 en 2):

Verbalisant [verbalisant 1] relateerde over de zoeking in de woning2 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 4 september 2013 was ik belast met een doorzoeking die plaatsvond op het perceel [adres verdachte] . Tijdens de doorzoeking werden de navolgende goederen in beslag genomen:

Op de begane grond in ruimte 01, de kantoorruimte:

- luchtdrukpistool, beslagnummer a.01.01.00.01 (de ‘kennisgeving van inbeslagneming’ vermeldt dat het goed met voormeld beslagnummer een wapen merk/type Webley Tempest betreft3)

- desktop pc, beslagnummer A.01.01.00.02 (de ‘kennisgeving van inbeslagneming’ vermeldt dat het goed met voormeld beslagnummer een Acer Aspire X3400 betreft4)

Op de begane grond in de keuken:

- stiletto

Op de begane grond in de woonkamer:

- laptop merk Samsung, beslagnummer A.01.03.01 (de ‘kennisgeving van inbeslagneming’ vermeldt dat het goed met voormeld beslagnummer een notebook Samsung NP-R509 betreft5)

Op de begane grond in de voorkamer:

- tazer stroomstootwapen

Op de begane grond op het deurkozijn naar de badkamer:

- boksbeugel

Op de eerste verdieping voorzijde in de slaapkamer:

- rugzak met paintballgeweer, beslagnummer A.02.00.03.01 (de ‘kennisgeving van inbeslagneming’ vermeldt dat het goed met voormeld beslagnummer een paintballgeweer merk Speedster – de rechtbank begrijpt: Speedmaster - mg betreft6)

Op de zolder:

- katapult, merk Megaline.

Verbalisant [verbalisant 2] relateerde over de zoeking in de schuren en het buitenterrein7 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 4 september 2013 was ik belast met een zoeking op het perceel [adres verdachte] . In de stal/houthok werd, hangend aan de muur nabij de toegangsdeur, een katapult aangetroffen, welke werd veiliggesteld.”

Verbalisant [verbalisant 3], deskundig medewerker wapens en munitie, heeft van diverse op 4 september 2013 te Heijen in beslag genomen voorwerpen afzonderlijke processen-verbaal opgemaakt. Deze processen-verbaal vermelden – zakelijk weergegeven – onder meer:

- de vorm en afmetingen van de paintballmarker, voorzien van merknaam Speedmaster, komen in grote lijnen overeen met die van een machinepistool in het algemeen en dus is er sprake van een sprekende gelijkenis met een vuurwapen. De paintballmarker heeft een tiental uiterlijke kenmerken van een machinepistool. Gelet op de verschijningsvorm van de paintballmarker is [verbalisant 3] van mening dat het een ernstige bedreiging voor personen kan vormen en in ieder geval zodanig op een echt vuurwapen gelijkt dat dit voor be- of afdreiging geschikt is. [verbalisant 3] komt tot de conclusie dat het voorwerp een wapen is in de zin van art. 2 lid 1 cat. I onder 7, van de Wet wapens en munitie (WWM);8

- het stroomstootwapen is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. II onder 5 WWM;9

- de boksbeugel is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 3 WWM;10

- de stiletto is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 1 WWM;11

- de katapult voorzien van de aanduiding ‘Corba’ is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 6 WWM;12

- de vorm en afmetingen van het luchtdrukwapen voorzien van de tekst ‘Webley Tempest’ komen overeen met die van een pistool in het algemeen en dus is er sprake van een sprekende gelijkenis met een vuurwapen. Het voorwerp heeft een zestal kenmerken die allen terug te vinden zijn in op echte vuist vuurwapens in de vorm van een pistool. Het totaalbeeld van het voorwerp heeft veel weg van een echt pistool en zal slechts door kenners herkend worden als een luchtdrukwapen. Gelet op de verschijningsvorm van het luchtdrukwapen is [verbalisant 3] van mening dat dit zodanig op een echt vuurwapen lijkt dat het voor be- of afdreiging geschikt is en komt hij tot de conclusie dat het een wapen betreft in de zin van art. 2 lid 1 cat. I onder 7 WWM;13

- de katapult is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 6 WWM.14

Verdachte15 verklaarde ter terechtzitting van 13 december 2013 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Alles wat in mijn woning is aangetroffen is van mij. U houdt mij voor dat in mijn woning onder andere een boksbeugel en een stroomstootwapen zijn aangetroffen. Zulke dingen ben ik eens tegengekomen in een van die vele caravans en heb ik in mijn woning gegooid. U houdt mij voor een foto van een katapult. Wat bij mij binnen lag is allemaal van mij. Deze was overigens om te vissen. Als deze in de schuur hing, wat hij van mij.”

Bewijsmiddelen en overwegingen t.a.v. de in de grond aangetroffen wapens (feiten 1 en 2):

Verbalisant [verbalisant 2] relateerde over de zoeking in de schuren en het buitenterrein16 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 4 september 2013 was ik belast met een zoeking op het perceel [adres verdachte] . Uit onderzoek bleek dat er tussen een schuur en een stal/kippenhok een tweetal munitiekisten begraven lagen. In genoemde kistjes werden munitie, vuurwapens en andere goederen verband houdende met wapens, genoemd in de Wet wapens en munitie, aangetroffen. Genoemde goederen zijn vervolgens in beslag genomen. Verder werd ik op de hoogte gebracht dat men achter een andere schuur een grijze kunststof pijp/buis in de grond had aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat de genoemde pijp/buis aan de binnenzijde gevuld was met goederen verband houdende met de Wet wapens en munitie. Genoemde goederen zijn vervolgens in beslag genomen.”

Verbalisant [verbalisant 4]17, werkzaam als coördinator bij het Regionaal Bureau Wapens en Munitie, tevens gecertificeerd “Taakaccenthouder Vuurwapens” relateerde – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Aan mij werd ter beoordeling een aantal vuurwapens en een grote hoeveelheid munitie voorgelegd, welke op 4 september 2013 in beslag zijn genomen tijdens een doorzoeking. Deze vuurwapens en munitie waren verpakt in twee munitiekisten en een pvc-pijp, welke waren begraven op het terrein van het doorzochte perceel.

In kist 1 werden de volgende goederen aangetroffen:

  • -

    een geluiddemper. Dit betreft een geluiddemper als bedoeld in art. 2 lid 1 onder f Regeling Wapens en Munitie (RWM). Dit is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 3 WWM;

  • -

    vier boksbeugels. Dit zijn wapens in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 3 WWM;

  • -

    drie patroonmagazijnen. Patroonmagazijnen zijn een essentieel onderdeel van een vuurwapen. Ze zijn van wezenlijke aard zoals bedoeld in art. 3 lid 1 WWM. Derhalve zijn deze magazijnen vuurwapens in de zin van art. 1 onder 3 jo. art. 2 lid 1, cat. III onder 1 WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit vier patronen. Deze patronen zijn munitie in de zin van art. 1 onder 4, gelet op art. 2 lid 2, categorie III van de WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit 8 verschillende soorten, verdeeld over 15 doosjes patronen, waarvan (in totaal) 175 patronen munitie betreffen in de zin van art. 2 lid 2, cat. II onder 4 van de WWM en waarvan de (in totaal) 369 patronen munitie betreffen in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM:

In kist 2 werden de volgende goederen aangetroffen:

  • -

    munitie, bestaande uit 12 patronen. Dit betreft munitie in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    een pistool, merk Mauser, model 80 SA, kaliber 9mm Parabellum. Dit pistool is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3, jo. art. 2 lid 1 cat. III onder 1 WWM;

  • -

    een pistool, merk Colt Derringer, model 4, kaliber .22 Short. Dit pistool is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3, jo. art. 2 lid 1 cat. III onder 1 WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit 5 patronen. Dit betreft munitie in de zin van art. 1 onder 4e jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    een revolver van het merk Rossi, 272, kaliber .38 Special. Deze revolver is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 jo. art. 2 lid 1, cat. III onder 1 WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit 46 patronen. Dit betreft munitie in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit 47 patronen. Dit betreft munitie in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    twee patroonmagazijnen. Patroonmagazijnen zijn een essentieel onderdeel van een vuurwapen. Ze zijn van wezenlijke aard zoals bedoeld in art. 3 lid 1 WWM. Derhalve zijn deze magazijnen vuurwapens in de zin van art. 1 onder 3 jo. art. 2 lid 1, cat. III onder 1 WWM;

  • -

    een schietpen van het merk CZ, kaliber .22. Dit is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 WWM. Het vuurwapen lijkt uiterlijk op een balpen, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Derhalve betreft het een vuurwapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. II onder 4 WWM;

  • -

    een schietpen, kaliber .22 voorzien van de inscriptie ‘ [naam zoon 2] .’ Dit is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 WWM. Het vuurwapen lijkt uiterlijk op een balpen, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Derhalve betreft het een vuurwapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. II onder 4 WWM;

  • -

    een schietpen van het merk Derringer, kaliber .22. Dit is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 WWM. Het vuurwapen lijkt uiterlijk op een balpen, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Derhalve betreft het een vuurwapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. II onder 4 WWM. De schietpen was tevens voorzien van een geluiddemper als bedoeld in art. 2 lid 1 onder f RWM. Dit voorwerp is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 3 WWM;

  • -

    twee schietzaklampen van het merk Mag-Lite. Dit zijn vuurwapens in de zin van art. 1 onder 3 WWM. De vuurwapens lijken uiterlijk op een kleine zaklamp, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Derhalve betreft het een vuurwapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. II onder 4 WWM;

  • -

    een schiettelefoon/gsm, kaliber .22. Dit is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 WWM. Het vuurwapen lijkt uiterlijk op een gsm, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Derhalve betreft het een vuurwapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. II onder 4 WWM;

- een geluiddemper als bedoeld in art. 2 lid 1 onder f RWM. Dit is een wapen in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 3 WWM;

- munitie, bestaande uit 8 doosjes met (in totaal) 348 patronen. Dit is munitie in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM.

In de pvc-pijp werden de volgende goederen aangetroffen:

  • -

    munitie, bestaande uit twee doosjes Percussie slaghoedjes. Dit is munitie in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    een replica zwartkruit Percussierevolver van het merk A. Uberti & C. Gardone V.T. Italy, model 1860 Army, kaliber .44. Deze revolver is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 jo. art. 2 lid 1, cat. III onder 1 WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit 50 patronen. Dit is munitie in de zin van art. 1 onder 4e jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    munitie, bestaande uit 20 patronen. Dit is munitie in de zin van art. 1 onder 4e jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM;

  • -

    drie ploertendoders. Dit zijn wapens in de zin van art. 2 lid 1, cat. I onder 3 WWM;

  • -

    een flacon zwartkruit van het merk Vectan met een gewicht van 500 gram, zijnde munitie in de zin van art. 1 onder 4 jo. art. 2 lid 2, cat. III WWM. Het bezit van kruit wordt geregeld in de Wet Explosieven voor Civiel gebruik (Wecg). Op grond van de Wecg is het verboden om zonder erkenning los zwartkruit voorhanden te hebben. De vrijstelling ex art. 18 RWM is niet van toepassing;

  • -

    een kogelgeweer van het merk Marlin, model 336, kaliber .30-30 Win. Dit geweer is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder 3 jo. art. 2 lid 1, cat. III onder 1 WWM.

Verbalisant [verbalisant 5]18 heeft een gegevensanalyse uitgevoerd in de back-up van de inbeslaggenomen Samsung NP-R509 notebook. Daaruit bleek dat door de gebruiker verschillende zoektermen ingevoerd zijn die betrekking hebben op vuurwapens. In dat verband verwijst [verbalisant 5] naar bijlage 1. Die bij het betreffend proces-verbaal gevoegde bijlage 1 vermeldt onder meer dat de volgende zoektermen zijn ingevoerd: wapens mauser 9 mm, wapens colt 22 caliber, wapens rossi 38 special en derringer 41 rf.

Verbalisant [verbalisant 5]19 heeft ook een gegevensanalyse uitgevoerd in de back-up van de inbeslaggenoemen desktop, Acer Aspire X3400. Uit die analyse bleek dat de gebruiker verschillende internetpagina’s, waaronder marktplaats, had bezocht waarbij het woord ‘pistool’ in de URL voorkomt. In dat verband verwijs [verbalisant 5] naar bijlage 2. Die bijlage 2 vermeldt dat onder meer een internetpagina, marktplaats.nl, is bezocht met in de URL de term “revolver pistool zwart kruid percussie randvuur penvuur”. Uit de analyse bleek voorts dat er verschillende afbeeldingen van plastic buizen zijn aangetroffen.

Verdachte20 verklaarde op 4 september 2013 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik en mijn familie zijn eigenaar van de boerderij met schuren aan de [adres verdachte] . Ik woon daar met mijn vriendin, mijn zonen [naam zoon 1] en [naam zoon 2] en mijn dochter [naam dochter] .”

Verdachte21 verklaarde ter terechtzitting van 31 maart 2015 als volgt:

“De ruimte die op pagina 45 en 46 van het dossier wordt aangeduid met ’01’ (kantoorruimte/werkkamer) betreft het kantoor. In die ruimte komt geen bezoek en ook [betrokkene 1] kwam daar niet.”

De rechtbank overweegt als volgt.

Op 4 september 2013 worden bij de doorzoeking van de woning van verdachte en het omliggende terrein diverse wapens en munitie aangetroffen. Waar verdachte bij de eerste vordering tot uitlevering van alle wapens en munitie nog mededeelt dat hij niets heeft, bekent hij later, wanneer hij wordt geconfronteerd met enkele in de woning aangetroffen wapens, evenwel het bezit daarvan. Ten aanzien van de buiten de woning in de grond begraven pvc-pijp en wapenkisten, heeft verdachte ontkend dat hij op de hoogte was van (de inhoud van die) pvc-pijp en wapenkisten.

Eerst ter terechtzitting van 13 december 2013, verdachte zit dan al 93 dagen22 in voorarrest op verdenking van overtreding van de WWM, verklaart verdachte dat [betrokkene 1] , “een hele goede vriend” van verdachte, vlak voor de vakantie van verdachte had gevraagd of hij “iets” bij verdachte kon wegzetten. Op diezelfde terechtzitting heeft de vriendin van verdachte als getuige verklaard dat [betrokkene 1] een aantal weken voor zijn overlijden aan haar had verteld dat de begraven spullen van [betrokkene 1] waren, maar dat zij [betrokkene 1] moest beloven dat zij niets door zou vertellen. [betrokkene 1] zou het zelf aan verdachte hebben willen vertellen, maar vóór het gepland bezoek aan verdachte was [betrokkene 1] al overleden. Op die zitting heeft de verdediging een overlijdensadvertentie overgelegd waaruit blijkt dat een man, genaamd [betrokkene 1] , op 20 oktober 2013 is overleden23. Ter terechtzitting van 31 maart 2015 heeft verdachte verklaard dat hij niet meer weet wanneer zijn vriendin hem vertelde dat [betrokkene 1] de wapens had begraven maar dat het in ieder geval was na het overlijden van [betrokkene 1] en dat verdachte toen nog in voorlopige hechtenis zat24.

Namens en door verdachte is zowel bij de rechter-commissaris als in raadkamer in het kader van de voorlopige hechtenis aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat het bedrijf van verdachte – kostwinner van een gezin met 4 kinderen – , in zwaar weer verkeerde en het bedrijf in zou storten bij het voortduren van de detentie. In lichamelijk opzicht trok het verblijf in een kleine cel op verdachte, die lijdt aan suikerziekte en astma en bovendien veel last heeft van trombose, een zware wissel25. Bovendien heeft de vriendin, na de aanhouding van verdachte, naar eigen zeggen een zenuwinzinking gehad26.

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en bovengenoemde overwegingen en feiten en omstandigheden van oordeel dat het door de verdediging geschetste alternatief scenario niet aannemelijk is geworden.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking het gegeven dat één van de wapens de inscriptie ‘ [naam zoon 2] ’ heeft terwijl de zoon van verdachte [naam zoon 2] genaamd is. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat zowel op de computer in de woonkamer als op de computer in de kantoorruimte – waar [betrokkene 1] niet kwam – zoektermen zijn ingevoerd waarvan de onderwerpen precies passen bij de vondst van de verborgen wapens. Tot slot zijn op de computer in de kantoorruimte afbeeldingen aangetroffen van plastic buizen terwijl wapens en munitie op het terrein van verdachte nota bene in een pvc-pijp aangetroffen zijn. Een en ander kan naar het oordeel van de rechtbank niet op louter toeval berusten. Dat de partner van verdachte, terwijl haar duidelijk was geworden dat verdachte onterecht vast zat, niet (onmiddellijk) aan verdachte en/of de politie heeft verteld wat zij van [betrokkene 1] gehoord zou hebben, acht de rechtbank niet voorstelbaar; te meer wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de partner een zenuwinzinking had en het bedrijf (en daarmee het gezin van partner en verdachte) en de gezondheid van partner te lijden hadden onder diens detentie, nog afgezien van het gegeven dat het niet voorstelbaar is dat zelfs na het overlijden van [betrokkene 1] door of namens verdachte deze cruciale informatie niet onverwijld maar pas op de terechtzitting van 13 december 2013 kenbaar is gemaakt. Daarbij merkt de rechtbank op dat de raadsman weliswaar heeft gesteld dat hij naar aanleiding van het verhaal rondom [betrokkene 1] al voor die terechtzitting contact met de politie heeft opgenomen, doch dat deze stelling op geen enkele wijze nader is onderbouwd. De raadsman heeft in dat verband slechts (en ook nog eens op fonetische wijze) een naam genoemd van een verbalisant waar hij mee gesproken zou hebben.

Het voorgaande, in onderlinge samenhang en verband beschouwd, maakt dat de rechtbank het scenario als ongeloofwaardig en onaannemelijk terzijde schuift.

De genoemde feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – leiden de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de in zijn tuin begraven wapens en munitie en dat hij deze dus voorhanden heeft gehad. De rechtbank komt derhalve tot een bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.

Bewijsmiddelen en overwegingen t.a.v. feit 4

Verbalisant [verbalisant 1] relateerde over de zoeking in de woning27 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 4 september 2013 was ik belast met een doorzoeking van de woning op het perceel [adres verdachte] . Tijdens de doorzoeking werd op de begane grond in de voorkamer een zakje met vermoedelijk hasj in beslag genomen, beslagnummer A.01.04.00.01

Verbalisant [verbalisant 6]28 relateerde – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 24 september 2013 werden aan mij een zakje met op hasj gelijkende stof/substantie, netto 52 gram (beslagnummer A.01.04.00.01), ter hand gesteld met het verzoek deze te testen of deze vallen onder de Opiumwet. Tijdens en na het testen van een klein stukje van een van de brok hasj zag ik dat er een positieve kleurreactie optrad, zodat kan worden aangenomen dat het geteste materiaal (beslagnummer A.01.04.00.01) hasj, afgeleide van cannabis betreft, een stof voorkomende op Lijst II van de Opiumwet.

Verdachte29 verklaarde ter terechtzitting van 13 december 2013 als volgt:

“De aangetroffen hasj en hennep is van mij.”

Bewijsmiddelen en overwegingen t.a.v. feit 5 subsidiair

Verbalisant [verbalisant 2] relateerde over de zoeking in de schuren30 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 4 september 2013 was ik belast met een zoeking op het perceel [adres verdachte] . In het open gedeelte van schuur C werd een loader aangetroffen. Bij nader onderzoek bleek dat de identiteitskenmerken zoals het merk en type plaatje, alsmede het chassisnummer van deze loader niet meer te achterhalen waren.”

Op 2 september 2013 deed [aangever] aangifte van diefstal31 en verklaarde hij – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik ben namens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gerechtigd tot het doen van aangifte. De bedrijven zijn werkzaam voor [betrokkene 2] te Zeewolde. [slachtoffer 1] heeft een loods op het terrein [betrokkene 2] en hierin staan onder andere shovels, trekkers en grasmaaiers. De beheerder van het terrein heeft op zondag 1 september 2013 om 23:00 uur nog een laatste ronde gemaakt. Hij heeft toen niets bijzonders vernomen. Op 2 september 2013, omstreeks 07.00 uur kwam ik bij de loods aan op het [betrokkene 2] . Ik zag dat er een kleine shovel met schuifbak was verdwenen. Dit betrof een zogenaamde gele Knikmops, type 90 met registratienummer 0416.”

Verbalisant [verbalisant 7]32 deed onderzoek naar de bij verdachte in beslag genomen Knikmops en relateerde – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 10 september 2013 heb ik een onderzoek ingesteld aan een 4-wielige graafmachine van het merk/type Knikmops 90, geen VIN, geen kenteken, geel van kleur en bouwjaar 2000.

Op de plaats waar het VIN zou moeten staan waren slijpsporen en/of schuursporen zichtbaar. Op de plaats waar het controlenummer behoort te zijn aangebracht, werd het navolgende nummer aangetroffen: [nummer x] . Dit nummer was regelmatig en middels een inslag aangebracht. Het nummer kwam qua lay-out overeen met de wijze zoals het fabrieksmatig werd aangebracht. Het typeplaatje was geheel verwijderd. Na verder onderzoek is de juiste identiteit van de onderzochte graafmachine met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: [nummer y] . Van de onderzochte graafmachine is een aangifte met betrekking tot diefstal gedaan.”

Verbalisant [verbalisant 7]33heeft naar aanleiding van een aantal aanvullende vragen van de officier van justitie onder meer het navolgende gerelateerd:

“Ik heb de graafmachine rondom onderzocht op nummers en typische kenmerken (beschadigingen en roestvorming). Op de graafmachine was door mij het navolgende nummer aangetroffen: [nummer x] . Door middel van de internet zoekmachine “Google” heb ik gezocht naar de fabrikant van de onderzochte graafmachine. “Google” gaf meerder pagina’s waaronder een pagina met een afbeelding van een graafmachine van het merk “Knikmops” en het type “90”. Door het openen van deze pagina werd ik verder geleid naar de internet verkoop site genaamd “Marktplaats”. Op “Marktplaats” werd via een advertentie een graafmachine van het merk “Knikmops” van het type “90” te koop aangeboden. Bij het bekijken van de afbeeldingen in de advertentie zag ik dat deze graafmachine dezelfde typische kenmerken (beschadigingen en roestvorming) aanwezig waren als op de graafmachine die ik voor mijn onderzoek had gefotografeerd. De in de advertentie afgebeelde graafmachine was voorzien van het VIN: [nummer y] . Vervolgens heb ik telefonisch contact opgenomen met de verkopende instantie van de graafmachine, te weten “ [slachtoffer 2] ” te Hattem. Een van medewerkers deelde verbalisant mede dat de graafmachine afgebeeld in de advertentie op “Marktplaats” was ontvreemd.”

Verdachte34verklaarde ter terechtzitting van 13 december 2013 als volgt:

Ik zit in de caravanexport en verkoop er 200 tot 300 per jaar. Ik handel hierin met Roemenen, Tsjechen, Polen en dergelijke.

Verdachte35 verklaarde ter terechtzitting van 31 maart 2015 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik blijf bij mijn eerdere verklaring dat ik die shovel de dag voor de doorzoeking heb ingeruild tegen in totaal drie caravans. Er zaten sleuteltjes bij, maar geen papieren. Dat het VIN was weggeslepen, heb ik niet gezien. Ik heb daar gewoon niet naar gekeken.”

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij de doorzoeking van het perceel van verdachte op 4 september 2013 is onder meer een graafmachine aangetroffen van het merk/type Knikmops 90, waarvan het VIN was weggeslepen. Nader onderzoek wijst uit dat de Knikmops enkele dagen tevoren was gestolen van een golfresort in Zeewolde. Verdachte heeft verklaard dat hij de Knikmops daags voor de doorzoeking, dus op 3 september 2013, heeft verworven door deze te ruilen tegen drie caravans. Verdachte heeft geen papieren bij die ruil ontvangen en niet naar het VIN gekeken. Verdachte heeft aldus geen enkel onderzoek verricht naar de herkomst van de shovel. De rechtbank is van oordeel dat van verdachte, temeer gelet op zijn hoedanigheid als handelaar in tweedehands caravans, enig onderzoek kan worden gevergd naar de herkomst van de shovel. Verdachte heeft echter geen enkel onderzoek verricht en is daarmee tekortgeschoten is in de vanuit die hoedanigheid op hem rustende onderzoeksplicht. Dat geldt temeer, daar de wederpartij bij deze ruilovereenkomst kennelijk een aantal niet nader aangeduide, onbekende particulieren betrof. Verdachte heeft door zich aldus op te stellen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de Knikmops van diefstal afkomstig was. De rechtbank acht aldus de opzetheling van de Knikmops wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht ten laste van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 4 september 2013 te Heijen voorhanden heeft gehad:

a.

- een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen en/of

- wapens van categorie III onder 1°, te weten 3 patroonmagazijnen en

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk Mauser, model 80 SA, kaliber 9mm Parabellum) en

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk Colt Derringer, model 4, kaliber .22 Short) en

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een revolver (merk Rossi, 272, kaliber .38 Special) en

- wapens van categorie III onder 1°, te weten 2 patroonmagazijnen en

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schietpen (merk CZ, kaliber .22) en

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schietpen (kaliber .22) en

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schietpen (merk Derringer, kaliber .22) en

- wapens van categorie II onder 4°, te weten 2 schietzaklampen (merk Mag-Lite) en

- een wapen van categorie II onder 4°, te weten een schiettelefoon (kaliber .22) en

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een replica zwartkruit percussierevolver (merk A. Uberti & C. Gardone V.T. Italy, model 1860 Army, kaliber .44) en

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een kogelgeweer (merk Marlin, model 336, kaliber .30-30 Win);

b.

- munitie van categorie II onder 4°, te weten 175 patronen en

- munitie van categorie III, te weten 901 patronen en

- munitie van categorie III, te weten 2 doosjes Percussie slaghoedjes en

- munitie van categorie III, te weten een flacon zwartkruit (merk Vectan);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij op 4 september 2013 te Heijen voorhanden heeft gehad:

- een wapen van categorie I onder 7°, te weten een paintballmarker, zijnde een gasdrukwapen (merk Speedmaster), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (machinepistool) en dat voor bedreiging of afdreiging is geschikt en

- een wapen van categorie I onder 1°, te weten een stiletto en

- wapens van categorie I onder 6°, te weten een 2 katapulten en

- een wapen van categorie I onder 7°, te weten een luchtdrukwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (pistool) en dat voor bedreiging of afdreiging is geschikt en

- wapens van categorie I onder 3°, te weten 3 geluiddempers voor vuurwapens en

- wapens van categorie I onder 3°, te weten 5 boksbeugels en

- wapens van categorie I onder 3°, te weten 3 ploertendoders;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op 4 september 2013 te Heijen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 52 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

5. subsidiair

hij in de periode van 1 september 2013 tot en met 4 september 2013 in Nederland, een shovel (merk Knikmops) heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die shovel wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

t.a.v. feit 1 onder a:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot meer dan één wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot meer dan één vuurwapen van categorie III

t.a.v. feit 1 onder b:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III

t.a.v. feit 2:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

t.a.v. feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet

t.a.v. feit 5, subsidiair:

opzetheling

De misdrijven onder 1a en 1b zijn strafbaar gesteld bij artikel 26 juncto artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

Het misdrijf onder 2 is strafbaar gesteld bij artikel 13 juncto artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

Het misdrijf onder 4 is strafbaar gesteld bij de artikelen 3 juncto artikel 11 van de Opiumwet.

Het misdrijf onder 5 is strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf en/of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten omtrent de op te leggen straf.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij een groot aantal verboden wapens, waaronder meerdere levensbedreigend vuurwapens met (daarbij behorende) munitie, voorhanden gehad. Dit voorhanden hebben brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Tevens veroorzaakt dergelijk handelen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Daarnaast is tevens bewezenverklaard dat verdachte een gestolen shovel heeft verworven en dat hij een hoeveelheid softdrugs aanwezig heeft gehad.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten, komt naar het oordeel van de rechtbank als strafmodaliteit slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in aanmerking.

Bij de bepaling van de duur van die straf, heeft de rechtbank bijzonder acht geslagen op het soort en de hoeveelheid van de onder verdachte aangetroffen wapens en munitie en is uitgegaan van de straffen die doorgaans voor het voorhanden hebben van dergelijke wapens en munitie worden opgelegd.

Ten bezware van verdachte heeft de rechtbank voorts meegewogen dat verdachte op geen enkele wijze openheid van zaken heeft willen geven omtrent het op zijn perceel begraven wapenarsenaal. Verdachte heeft de verantwoordelijkheid hiervoor slechts willen afschuiven op een overledene, die niet meer in de gelegenheid is zich tegen deze aantijgingen te verweren. Ook ten aanzien van de van diefstal afkomstige shovel heeft verdachte zijn verantwoordelijkheid niet willen nemen.

De rechtbank heeft voorts ten nadele van verdachte rekening gehouden met het gegeven dat hij blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld, waaronder tevens voor feiten verband houdend met de Wet wapens en munitie.

Tot slot is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de behandeling van de zaak niet dermate lang heeft geduurd dat hiermee bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden dient te worden. In dat verband merkt de rechtbank op dat van schending van de redelijke termijn geen sprake is.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht passend.

8 De benadeelde partij

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[naam verzekeringsmaatschappij] heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder feit 5 ten laste gelegde feiten geleden materiële schade. Deze vordering is op een totaalbedrag van € 5.085,58 gesteld. De benadeelde partij wil deze schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vergoed krijgen.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu [naam verzekeringsmaatschappij] niet rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het strafbare feit.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht benadeelde niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de verzekeringsmaatschappij niet rechtstreeks door het strafbare feit is benadeeld.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Ingevolge artikel 51f Wetboek van Strafvordering kan alleen degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich voegen als benadeelde partij en een vordering tot schadevergoeding indienen. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De verzekeringsmaatschappij [naam verzekeringsmaatschappij] heeft in het onderhavige geval geen rechtstreekse schade geleden nu artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht onder andere mede strekt ter bescherming van de belangen van de rechthebbende op het geheelde goed, doch niet ter bescherming van de verzekeraar die schade uitkeert aan die rechthebbende. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank derhalve van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

9 Het beslag

9.1

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de volgende in beslag genomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:

voorwerp goednummer KVI op pagina

- boksbeugel PL2351-2013076168-399459 144

- stroomstootwapen PL2351-2013076168-399461 145

- stilettomes PL2351-2013076168-399462 145

- paintballgeweer PL2351-2013076168-399464 146

- katapult PL2351-2013076168-399468 146

- pistool Webley Tempest PL2351-2013076168-399436 147

- katapult PL2300-2013076168-406704 148

- 29 pillen PL2351-2013076168-399433 149

- 52 gram hasj PL2351-2013076168-399438 150

- 31 gram weed PL2351-2013076168-399440 150

- vuurwapen geluidsdemper PL2300-2013076168-400415 156

- 4 stuks boksbeugel PL2300-2013076168-400411 157

- 3 stuks vuurwapenmagazijnen PL2300-2013076168-400395 158

- 4 stuks patronen .22 lr PL2300-2013076168-400379 158

- 15 doosjes patronen PL2300-2013076168-400377 159

- 12 stuks patronen Geco 9mm PL2300-2013076168-400644 160

- 1 pistool Mauser 80. Sa PL2300-2013076168-400641 160

- 1 pistool Colt .22 short PL2300-2013076168-400631 161

- 5 stuks patronen S&B .38 PL2300-2013076168-400627 162

- 1 vuurwapen Rossi .38 special PL2300-2013076168-400625 162

- sok met munitie PL2300-2013076168-400623 163

- 1 sok gevuld met 47 patronen PL2300-2013076168-400617 163

- 1 sok gevuld met 21 patronen PL2300-2013076168-400606 165

- 1 patroonmagazijn gevuld PL2300-2013076168-400603 165

- 1 patroonmagazijn chroomkl. PL2300-2013076168-400600 166

- 1 schietpen cz .22 PL2300-2013076168-400596 166

- 1 schietpen [naam zoon 2] PL2300-2013076168-400591 167

- 1 schietpen Derringer .22 PL2300-2013076168-400588 168

- 2 stuks Mag Lite schietpen PL2300-2013076168-400587 168

- 1 stuk schiettelefoon gsm PL2300-2013076168-400584 169

- 1 stuk geluiddemper PL2300-2013076168-400577 170

- 8 doosjes patronen PL2300-2013076168-400575 170

- 2 doosjes slaghoed Remington PL2300-2013076168-400668 173

- 49 stuks loden kogel PL2300-2013076168-400667 173

- 1 stuk Revolver Gardone .44 PL2300-2013076168-400663 174

- 50 stuks patronen 30 carb PL2300-2013076168-400661 174

- 20 stuks patronen 30-30 win. PL2300-2013076168-400657 175

- 3 stuks ploertendoders PL2300-2013076168-400669 176

- 1 flacon kruit Vectan PL2300-2013076168-400671 176

- 1 geweer Marlin Mod 336 PL2300-2013076168-400673 177

Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot die voorwerpen de feiten zijn begaan, terwijl die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

9.2

Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn:

voorwerp goednummer KVI op pagina

- geld (waarde EUR 9000,00) PL2351-2013076168-399445 136

- 1 mes in foedraal PL2351-2013076168-399457 143

- 1 mes in camouflagefoedraal PL2351-2013076168-399458 144

- 1 stuks munitiekist PL2351-2013076168-400560 156

- 1 stuks handschoen wit PL2351-2013076168-400616 164

- 3 stuks sok, 2 zwart 1 wit PL2351-2013076168-400613 164

- 1 stuk Oilbag PL2351-2013076168-400580 169

- 1 stuks munitiekist PL2351-2013076168-400572 171

- 1 buis pvc PL2351-2013076168-400672 177

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan verdachte.

Tevens is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat inbeslaggenomen is:

voorwerp goednummer KVI op pagina

- Knikmops Loader PL2352-2013080597-399323 123

Nu met betrekking tot dit voorwerp niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dient dit voorwerp te worden teruggegeven aan de rechthebbende, zijnde [slachtoffer 2] .

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36c, 57, 91 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3 en onder 5 primair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 28 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam verzekeringsmaatschappij] in haar vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

voorwerp goednummer KVI op pagina

- boksbeugel PL2351-2013076168-399459 144

- stroomstootwapen PL2351-2013076168-399461 145

- stilettomes PL2351-2013076168-399462 145

- paintballgeweer PL2351-2013076168-399464 146

- katapult PL2351-2013076168-399468 146

- pistool Webley Tempest PL2351-2013076168-399436 147

- katapult PL2300-2013076168-406704 148

- 29 pillen PL2351-2013076168-399433 149

- 52 gram hasj PL2351-2013076168-399438 150

- 31 gram weed PL2351-2013076168-399440 150

- vuurwapen geluidsdemper PL2300-2013076168-400415 156

- 4 stuks boksbeugel PL2300-2013076168-400411 157

- 3 stuks vuurwapenmagazijnen PL2300-2013076168-400395 158

- 4 stuks patronen .22 lr PL2300-2013076168-400379 158

- 15 doosjes patronen PL2300-2013076168-400377 159

- 12 stuks patronen Geco 9mm PL2300-2013076168-400644 160

- 1 pistool Mauser 80. Sa PL2300-2013076168-400641 160

- 1 pistool Colt .22 short PL2300-2013076168-400631 161

- 5 stuks patronen S&B .38 PL2300-2013076168-400627 162

- 1 vuurwapen Rossi .38 special PL2300-2013076168-400625 162

- sok met munitie PL2300-2013076168-400623 163

- 1 sok gevuld met 47 patronen PL2300-2013076168-400617 163

- 1 sok gevuld met 21 patronen PL2300-2013076168-400606 165

- 1 patroonmagazijn gevuld PL2300-2013076168-400603 165

- 1 patroonmagazijn chroomkl. PL2300-2013076168-400600 166

- 1 schietpen cz .22 PL2300-2013076168-400596 166

- 1 schietpen [naam zoon 2] PL2300-2013076168-400591 167

- 1 schietpen Derringer .22 PL2300-2013076168-400588 168

- 2 stuks Mag Lite schietpen PL2300-2013076168-400587 168

- 1 stuk schiettelefoon gsm PL2300-2013076168-400584 169

- 1 stuk geluiddemper PL2300-2013076168-400577 170

- 8 doosjes patronen PL2300-2013076168-400575 170

- 2 doosjes slaghoed Remington PL2300-2013076168-400668 173

- 49 stuks loden kogel PL2300-2013076168-400667 173

- 1 stuk Revolver Gardone .44 PL2300-2013076168-400663 174

- 50 stuks patronen 30 carb PL2300-2013076168-400661 174

- 20 stuks patronen 30-30 win. PL2300-2013076168-400657 175

- 3 stuks ploertendoders PL2300-2013076168-400669 176

- 1 flacon kruit Vectan PL2300-2013076168-400671 176

- 1 geweer Marlin Mod 336 PL2300-2013076168-400673 177

- gelast de teruggave van de volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, aan verdachte:

voorwerp goednummer KVI op pagina

- geld (EUR 9000,00) PL2351-2013076168-399445 136

- 1 mes in foedraal PL2351-2013076168-399457 143

- 1 mes in camouflagefoedraal PL2351-2013076168-399458 144

- 1 stuks munitiekist PL2351-2013076168-400560 156

- 1 stuks handschoen wit PL2351-2013076168-400616 164

- 3 stuks sok, 2 zwart 1 wit PL2351-2013076168-400613 164

- 1 stuk Oilbag PL2351-2013076168-400580 169

- 1 stuks munitiekist PL2351-2013076168-400572 171

- 1 buis pvc PL2351-2013076168-400672 177

- gelast de teruggave van het volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, aan [slachtoffer 2] :

voorwerp goednummer KVI op pagina

- Knikmops Loader PL2352-2013080597-399323 123

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. P.M.S. Dijks en mr. W.A.M. de Loo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Susijn, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 april 2015.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen, verwijzen – tenzij anders is aangegeven – naar de doorlopende paginanummering in de ‘print van scan 28.10.2013 van origineel’ van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord, district Venlo, recherche-eenheid Venlo opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2300 / 2013076168 d.d. 14 oktober 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] d.d. 5 september 2013, p. 44-45.

3 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 september 2013, p. 147.

4 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 september 2013, p. 139.

5 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 september 2013, p. 138.

6 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 september 2013, p. 146.

7 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 5 september 2013, p. 35-36.

8 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 18 september 2013, p. 77-78.

9 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 september 2013, p. 81-82.

10 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 september 2013, p. 84.

11 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 september 2013, p. 86.

12 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 september 2013, p. 88-89.

13 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 september 2013, p. 91-92.

14 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 september 2013, p. 94-95.

15 Proces-verbaal van de terechtzitting van 13 december 2013.

16 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 5 september 2013, p. 35-36.

17 Proces-verbaal omschrijving wapens en munitie verbalisant [verbalisant 4] d.d. 2 oktober 2013, p. 102-122.

18 Proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 11 november 2013 (proces-verbaalnummer 13-1345-001-pv-01), met bijlagen. Dit proces-verbaal maakt deel uit van het – separaat bij het onder 1 genoemde proces-verbaal gevoegde – in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord, district Venlo, recherche-eenheid Venlo opgemaakte proces-verbaal met het opschrift “betreft nazending dossier [verdachte] ” en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering (zonder paginanummering).

19 Proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 23 oktober 2013 (proces-verbaalnummer 13-1345-002-pv-01), met bijlagen. Dit proces-verbaal maakt deel uit van het – separaat bij het onder 1 genoemde proces-verbaal gevoegde – in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord, district Venlo, recherche-eenheid Venlo opgemaakte proces-verbaal met het opschrift “betreft nazending dossier [verdachte] ” en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering (zonder paginanummering).

20 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 4 september 2013, p. 22-24.

21 Proces-verbaal van de terechtzitting van 31 maart 2015.

22 Verdachte is op 4 september 2013 in verzekering gesteld (p. 17), op 6 september 2014 geschorst door de rechter-commissaris (beschikking rechter-commissaris d.d. 6 september 2013) en op 13 september 2013 weer aangehouden (p. 14) naar aanleiding van de opheffing van de schorsing (beschikking raadkamer d.d. 12 september 2013).

23 Proces-verbaal van de terechtzitting van 13 december 2013.

24 Proces-verbaal van de terechtzitting van 31 maart 2015.

25 Het proces-verbaal d.d. 6 september 2013 van de rechter-commissaris, het proces-verbaal van de raadkamer van 26 september 2013 en het proces-verbaal van de raadkamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 oktober 2013.

26 Proces-verbaal van de terechtzitting van 13 december 2013.

27 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] d.d. 5 september 2013, p. 44-45.

28 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 6] d.d. 24 september 2013, p. 69-70.

29 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 13 december 2013.

30 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 5 september 2013, p. 35-36.

31 Proces-verbaal aangifte [aangever] d.d. 3 september 2013, p. 127-129.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2013, p. 125-126.

33 Separaat bijgevoegd aanvullend proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 7] d.d. 13 januari 2014, met nummer PL236E-2013080597-6.

34 Proces-verbaal van de terechtzitting van 13 december 2013.

35 Proces-verbaal van de terechtzitting van 31 maart 2015.