Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:10794

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-12-2015
Datum publicatie
24-12-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 43
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

“Intrekking van de erkenning als jobcoachorganisatie.

Uit het onderzoek van verweerder is naar voren gekomen dat (het personeel van) eiseres structureel meer uren heeft geschreven en gedeclareerd dan waarvoor jobcoachactiviteiten zijn verleend.

Ook is sprake van onrealistische urenaantallen (werkdagen van 16 uur en meer). Dit is niet eerder opgevallen bij verweerder omdat de urenlijsten per klant verwerkt werden. Pas door de opgegeven uren voor de diverse klanten per jobcoach per periode in samenhang te beschouwen, zoals in het onderzoek is gebeurd, is dit aan het licht gekomen. Tevens is gebleken dat eiseres geen sluitende en inzichtelijke administratie heeft gevoerd; zo ontbrak een afwezigheidsregistratie. Eiseres heeft ook zelf erkend dat de verantwoording en de afrekening van de jobcoachuren geen prioriteit had en dat de administratie te wensen over liet. De geconstateerde tekortkomingen strekken zich uit over meerdere jobcoaches, over een langere tijd en over meerdere klantendossiers, zodat niet gesproken kan worden van eenmalige, sporadische vergissingen zoals eiseres heeft aangevoerd. Eiseres heeft dus niet voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Protocol Jobcoach. Verweerder was dan ook bevoegd om tot intrekking over te gaan. De rechtbank zijn onvoldoende omstandigheden gebleken waarom verweerder in redelijkheid niet van die bevoegdheid gebruik had kunnen maken.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB/ROE 15/43

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2015 in de zaak tussen

[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. M.J. Gommans),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de erkenning van [eiseres] als jobcoachorganisatie met ingang van 9 juli 2014 ingetrokken.

Bij besluit van 28 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2015. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [betrokkene] en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneneinde verweerder een aanvullend rapport te laten overleggen. De rechtbank heeft dit rapport op 15 juli 2015 ontvangen. Eiseres heeft op 10 augustus 2015 haar visie op dit rapport gegeven. Verweerder heeft bij brief van 1 september 2015 een reactie op de visie van eiseres gegeven die vervolgens aan eiseres is doorgezonden.

Nadat partijen toestemming hebben verleend om zonder nadere zitting uitspraak te doen, heeft de rechtbank bij brief van 9 november 2015 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Verweerder heeft bij besluit van 24 juni 2009 [vroegere naam eiseres], destijds een eenmanszaak en vanaf 29 oktober 2009 [eiseres], erkend als jobcoachorganisatie als bedoeld in de Regeling Erkenningscriteria voor Jobcoachorganisaties van 13 december 2005 (Erkenningscriteria 2005). [naam bestuurder] is enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres]. Verweerder heeft, na herbeoordeling op grond van het Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning 2012 (Erkenningskader 2012), bij besluit van 12 november 2013 eiseres opnieuw per 26 november 2013 erkenning verleend als jobcoachorganisatie.

2. Verweerder heeft in 2012 in het kader van een controle naar onder meer de rechtmatigheid van de ingediende declaraties ten aanzien van de jobcoachvoorziening een onderzoek verricht naar de urenverantwoording van eiseres ten aanzien van 50 personen met een uitkering op grond van de Wet Werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) met een jobcoachvoorziening en jobcoachbegeleiding in de periode augustus 2008 tot mei 2012. De bevindingen zijn vermeld in het onderzoeksrapport van 24 oktober 2013 waarvan de conclusie is dat bij 36 Wajonggerechtigden sprake is van onregelmatigheden in de urenverantwoording. Verweerder heeft bij brief van 15 mei 2014 aan eiseres het voornemen geuit de erkenning als jobcoachorganisatie in te trekken en heeft daarbij eiseres in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Eiseres heeft op 17 juni 2014 haar zienswijze ingediend.

3. Verweerder heeft bij het primaire besluit de erkenning per direct, 9 juli 2014, ingetrokken omdat sprake is van ernstige tekortkomingen in de naleving van de verplichtingen op grond van het protocol Jobcoach (Protocol). Er is geconstateerd dat de gedeclareerde jobcoachuren niet overeen komen met hetgeen de Wajonggerechtigden en de werkgevers/inleners hebben verklaard. Verder is geconstateerd dat er uren zijn gedeclareerd op dagen die niet bestaan (31 september, 30 februari) en dat het aannemelijk is dat er uren zijn gedeclareerd op dagen dat de Wajonggerechtigde en/of de jobcoach ziek was. Er is geen deugdelijke uren-, verlof- en ziekteregistratie bijgehouden. Voorts is geconstateerd dat jobcoaches regelmatig voor meer dan 8 uur aan jobcoaching per dag hebben gedeclareerd met uitschieters van 18 en 19 uur en zelfs 34 uur per dag per jobcoach en de administratie, voor zover aanwezig, waarin inzage is verleend niet sluitend is. Verweerder is op basis van de onderzoeksbevindingen van mening dat eiseres te veel jobcoach uren heeft gedeclareerd, namelijk € 360.616,86 (op een totaal aangevraagd bedrag van € 1.161.703,99), met als gevolg dat verweerder te veel aan eiseres heeft betaald en daardoor is benadeeld. Verweerder heeft dit als een ernstige tekortkoming aangemerkt. Vanwege de ernst en het structurele karakter is een directe intrekking van de erkenning een passende en evenredige sanctie. Een minder vergaande maatregel zoals een waarschuwing of een tijdelijke intrekking, heeft verweerder gelet op de ernst van de onregelmatigheden en het structurele karakter niet opportuun geacht. Verweerder ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van het ‘Beleidskader intrekking erkenning als Jobcoachorganisatie’ (Beleidskader intrekking). In de zienswijze van eiseres van 17 juni 2014 heeft verweerder geen aanleiding gezien om de conclusie dat er door eiseres meer jobcoach-uren zijn gedeclareerd dan daadwerkelijk zijn verricht, voor onjuist te houden. Uit de administratie in samenhang met de verschillende verklaringen volgt volgens verweerder niet dat de gedeclareerde uren zijn verricht. Verweerder is bij de beoordeling niet alleen uitgegaan van hetgeen door werkgevers en jobcoachgerechtigden is verklaard.

4. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van de erkenning en verweerder heeft het bezwaar bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de intrekking van de erkenning op juiste gronden is geschied en dat de intrekking, gezien het structurele karakter en de schaal van de onregelmatigheden, een gepaste maatregel is.

5. Eiseres heeft in beroep samengevat aangevoerd dat het onderzoek niet deugdelijk is geweest en dat het bestuursorgaan niet zorgvuldig heeft gehandeld door na twee jaar, nadat eiseres vanaf medio 2012 wel een deugdelijke tijdsregistratie heeft opgezet, de erkenning ineens in te trekken.

6. In geding is de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten de erkenning van eiseres als jobcoachorganisatie in te trekken. De rechtbank overweegt naar aanleiding van de beroepsgronden als volgt.

7. Op grond van artikel 2.22, eerste lid, van de Wet Wajong kan het Uwv aan de jonggehandicapte, die arbeid in dienstbetrekking verricht of die arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten doch niet werkzaam is of zal zijn als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening, of die scholing of opleiding in het kader van de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces volgt of gaat volgen of arbeid op een proefplaats verricht of gaat verrichten op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, het volgen van de scholing of opleiding of het verrichten van arbeid op die proefplaats.

8. Op grond van artikel 2.22 het tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet Wajong wordt onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid verstaan: noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan de jonggehandicapte opgedragen taken, indien die ondersteuning een compensatie vormt voor zijn beperkingen.

9. Op grond van artikel 18, eerste lid, van het Re-integratiebesluit kan de persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, onderdeel d, van de Wet Wajong, bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten van persoonlijke ondersteuning.

10. Op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van het Re-integratiebesluit wordt de persoonlijke ondersteuning gegeven door een persoon die verbonden is aan een door het Uwv erkende rechtspersoon die tot doel heeft diensten te verlenen die kunnen worden aangemerkt als persoonlijke ondersteuning.

11. Op grond van artikel 18, derde lid van het Re-integratiebesluit kan de persoonlijke ondersteuning in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de in artikel 2:22, eerste lid, van de Wet Wajong bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt.

12. Voor de erkenning van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van het Re-integratiebesluit hanteert het Uwv een beleid, dat is neergelegd in de Regeling erkenningscriteria voor jobcoachorganisaties 2005 (Erkenningsregeling 2005) en nadien, vanaf 15 oktober 2012, het besluit Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning 2012 (Besluit Erkenningskader 2012).

13. Op grond van criterium 6 van de Erkenningsregeling 2005 en erkenningseis 10 van het Besluit Erkenningskader 2012 dient de jobcoachorganisatie te beschikken over een interne beschrijving van de afspraken rondom de te leveren diensten en dient die organisatie het Protocol Jobcoach te volgen voor de (vervolg-)aanvragen, de verantwoording en afrekening van de jobcoachuren. Hiertoe houdt de jobcoachorganisatie onder andere een urenverantwoording (datum/tijd/uren) bij die indien nodig aan het Uwv overgelegd wordt.

14. Verder dient de administratie van het bedrijf voortdurend te voldoen aan de Europees Sociaal Fonds (ESF)-vereisten en maakt het bedrijf dit desgevraagd inzichtelijk (Erkenningseis 5 van het Besluit Erkenningskader 2012).

15. Op 3 januari 2006 heeft het Uwv de Beleidsregels Protocol Jobcoach (Protocol 2006) vastgesteld, welke op 20 januari 2006 zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Het Protocol 2006 is tussentijds herzien per 1 januari 2007, 1 oktober 2008 en 1 juli 2011.

Vanaf 15 december 2012 zijn de Beleidsregels UWV Protocol Jobcoach 2012 in werking getreden (Stcrt. 2012, nr. 25692) en is het Protocol Jobcoach 2006 per dezelfde datum ingetrokken. In het Protocol zijn onder meer bepalingen opgenomen over het vaststellen van de begeleidingsintensiteit, de wijze van bevoorschotten en de manier waarop jobcoachorganisaties zich moeten verantwoorden over de uitgevoerde jobcoaching.

16. Voor de periode tot 1 oktober 2008 was de verantwoordings- en bekostigingssystematiek bij verweerder als volgt. Verweerder stelde het urenbudget vooraf vast en verleende op basis daarvan een voorschot. Verrekening van dat voorschot met de daadwerkelijk aan coaching bestede uren vond normaal gesproken niet plaats, tenzij de Wajonger langdurig (meer dan vier weken) niet had gewerkt of als de arbeidsovereenkomst voortijdig werd beëindigd. Vanwege forse kostenstijgingen heeft verweerder besloten per

1 oktober 2008 dit systeem aan te passen. Op grond van het daartoe vastgestelde Protocol 2008 betaalde verweerder aan de jobcoachorganisaties een voorschot van 50% van het aantal vastgestelde jobcoachuren per half jaar. Na afloop van dit halfjaar ontving verweerder een verantwoordingsrapportage en een eindfactuur voor de werkelijk gerealiseerde jobcoachuren. Verweerder betaalde de werkelijk gerealiseerde uren uit tot maximaal het aantal toegestane uren met aftrek van het verstrekte voorschot van 50%. Indien het verstrekte voorschot hoger is dan het te betalen eindbedrag, diende de jobcoachorganisatie het verschil terug te betalen.

17. Sinds oktober 2009 maakte verweerder gebruik van subsidies van het ESF. Verweerder betaalde daarmee een deel van de kosten voor jobcoaches. Vereist was vanuit het ESF onder meer dat een inzichtelijke en controleerbare administratie wordt bijgehouden door de begunstigde; tevens wordt een bewaarplicht opgelegd.

18. In het Protocol Jobcoach 2011, dat geldt vanaf 1 juli 2011, is de procedure over de betalingen, zoals omschreven in het Protocol van 2008, inhoudelijk ongewijzigd gebleven en zijn de regels nader verduidelijkt. Voor de urenverantwoording is het zogenoemde ‘ESF-model’ als standaard ingevoerd. Mede voor de verantwoording voor het ESF voegt de jobcoachorganisatie bij de factuur een door de jobcoach of administrateur ondertekende urenspecificatie, waarin naast de naam en het BSN-nummer van de klant een overzicht van de geleverde jobcoachdiensten (data, ingezette tijd) gegeven wordt.

19. Met het Protocol jobcoach 2012 is voor bedrijven met een Erkenning 2012 het gebruik van het jobcoachportaal (urenverantwoordingssysteem) verplicht en een andere wijze van financiering van toepassing (hoofdstuk B2 Protocol 2012). Een bedrijf kan uitsluitend de uren factureren die daadwerkelijk zijn verricht en afdoende in het jobcoachportaal zijn verantwoord en geregistreerd. Jobcoachorganisaties die een erkenning hadden op grond van de Regeling 2005 en die opnieuw zijn erkend op grond van het Erkenningskader2012 hebben te maken met twee wijzen van factureren. Voor alle nieuwe vervolgaanvragen die op of na de datum van erkenning worden ontvangen geldt de nieuwe wijze van factureren. Voor de overige aanvragen geldt de systematiek van de voorschotten.

20. Verder hanteert verweerder bij het beoordelen van de intrekking van de erkenning van Jobcoachorganisaties het Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie (Stcrt 27 mei 2013 nr 13672, inwerkinggetreden per 1 juni 2013, verder te noemen het Beleidskader).

21. In het Beleidskader, hoofdstuk 4 ‘Niet langer voldoen aan de eisen Erkenningskader 2012’, is bepaald dat indien Uwv op enig moment vaststelt dat een op basis van het Erkenningskader 2012 erkend bedrijf niet langer aan de eisen van dat erkenningskader voldoet, de Jobcoachorganisatie in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een hersteltermijn van zes maanden weer te voldoen aan de erkenningseisen. Het bedrijf stelt een plan van aanpak op en dient dit in bij het Uwv. Gedurende deze zes maanden mag de jobcoachorganisatie haar werkzaamheden in beginsel voortzetten. Uitzondering daarop is de situatie dat sprake is van zodanig ernstige tekortkomingen van het bedrijf dat deze ertoe nopen dat de erkenning wordt ingetrokken. Als voorbeeld van een - ernstige - tekortkoming wordt in het beleidskader genoemd dat de Jobcoachorganisatie meer uren heeft gedeclareerd dan waarop recht bestaat. In geval van een ernstige tekortkoming moeten volgens het beleidskader ook lopende trajecten onmiddellijk worden stopgezet.

22. De rechtbank stelt vast dat uit het onderzoek van verweerder naar voren is gekomen dat (het personeel van) eiseres structureel meer uren heeft geschreven en gedeclareerd dan waarvoor jobcoachactiviteiten zijn verleend. Verweerder heeft dit in het bestreden besluit met een aantal voorbeelden toereikend geïllustreerd. Ook is sprake van onrealistische urenaantallen (werkdagen van 16 uur en meer). Dit is niet eerder opgevallen bij verweerder omdat de urenlijsten per klant verwerkt werden. Pas door de opgegeven uren voor de diverse klanten per jobcoach per periode in samenhang te beschouwen, zoals in het onderzoek is gebeurd, is dit aan het licht gekomen. Verweerder geeft bij de jobcoaches [werknemer 1], [werknemer 2], [werknemer 3] en [werknemer 4] voorbeelden van onrealistische urenaantallen en andere bevindingen en weerlegt hetgeen daarover als verklaring door eiseres is aangevoerd. Tevens is gebleken dat eiseres geen sluitende en inzichtelijke administratie heeft gevoerd; zo ontbrak een afwezigheidsregistratie. Eiseres heeft ook zelf erkend dat de verantwoording en de afrekening van de jobcoachuren geen prioriteit had en dat de administratie te wensen over liet. De geconstateerde tekortkomingen strekken zich uit over meerdere jobcoaches, over een langere tijd en over meerdere klantendossiers, zodat niet gesproken kan worden van eenmalige, sporadische vergissingen zoals eiseres heeft aangevoerd. Eiseres heeft dus niet voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Protocol. Verweerder was dan ook bevoegd om tot intrekking over te gaan.

23. Verweerder kan eiseres niet volgen in haar stelling dat het onderzoek ondeugdelijk zou zijn. Verweerder heeft zijn conclusie dat eiseres te veel heeft gedeclareerd gebaseerd op interviews met werknemers en werkgevers, een analyse van de urenlijsten en administratie en verklaringen van de jobcoaches.

24. Volgens het vervangend schaderapport, gedateerd 19 november 2014, heeft verweerder de hoogte van het ten onrechte gedeclareerde bedrag bijgesteld naar

€ 237.145,64,-. Verweerder heeft volgens dit rapport bij 25 Wajonggerechtigden onregelmatigheden geconstateerd. Bij 12 personen is wegens het ontbreken van een of beide verklaringen van de Wajonger en/of de werkgever geen schadeberekening opgemaakt en bij 3 personen is het verschil tussen de gedeclareerde uren dermate klein dat er geen schade wordt berekend.

25. Volgens eiseres zorgt het vervangende rapport er per definitie al voor dat de motivering van verweerder niet deugt. De rechtbank kan eiseres daarin niet volgen.

Het feit dat in het vervangend schaderapport een lager bedrag aan ten onrechte gedeclareerde jobcoachuren is vastgesteld, betekent niet dat de motivering van verweerder om tot intrekking over te gaan ondeugdelijk is. Het feit dat de aanpassingen niet in het bestreden besluit zijn verwerkt betekent niet dat de intrekking van de erkenning geen stand kan houden. Het schadebedrag en het aantal overtredingen is bovendien nog zodanig substantieel dat gesproken kan worden van ernstige tekortkomingen.

26. Eiseres heeft aangevoerd dat de arbeidsdeskundige regelmatig in de praktijk heeft aangegeven dat de reistijd van en naar het bedrijf, ingeval de klant werkzaam was bij een wat verder weggelegen bedrijf, gedeclareerd kon worden. Verweerder heeft daarover opgemerkt dat aan de regelingen (bijlage beleidsregels Protocol Jobcoach 2011 of in de bijlage bij de Regeling erkenningscriteria voor jobcoachorganisaties 2005) niet kan worden ontleend dat reizen of overhead als jobcoachactiviteit kan worden gedeclareerd. Reizen naar een jobcoachgerechtigde is geen activiteit maar een middel daartoe. Het jobcoachtarief is een all-in-tarief exclusief BTW waarin reiskosten zijn verdisconteerd (Beleidsregels UWV Protocol 2012, Hoofdstuk A.7.). Verweerder heeft in de reactie van 1 september 2015 naar voren gebracht dat naar aanleiding van de gevoerde gesprekken tussen de betreffende jobcoach-organisaties, waaronder [werknemer 1], met vertegenwoordigers van UWV werkbedrijf is besloten de uren die besteed zijn aan indirecte werkzaamheden (administratie en reistijd) niet meer in het benadelingsbedrag mee te nemen, ofschoon deze uren wel ten onrechte zijn gedeclareerd. Verweerder heeft daarbij aangegeven daarmee niet te erkennen dat indirecte uren voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Uit pragmatisch oogpunt heeft verweerder de schade beperkt door afgebakende, evidente zaken en is daarom bereid dit deel van de schade niet te vorderen. De rechtbank is van oordeel dat dit in onderhavige zaak niet tot een ander oordeel leidt.

27. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de ESF facturering geheel los staat van de daadwerkelijke facturering. Deze grond van eiseres slaagt niet. Jobcoaching wordt met steun van ESF ingezet en geëvalueerd. Omdat de kosten mede vanuit het ESF worden gefinancierd, stelt het ESF eisen aan de manier waarop de jobcoach zijn werkzaamheden moet verantwoorden. Dat betekent dat gedeclareerd moet worden volgens deze voorwaarden. Het gaat er om dat een onderbouwing geleverd moet kunnen worden voor de urenverantwoording. De ESF-eisen staan expliciet vermeld in het Protocol van 2012, maar gelden in de uitvoeringspraktijk al vanaf 2005.

28. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat verweerder niet kon overgaan tot intrekking nadat kort voordien nog een erkenning is afgegeven. Verweerder heeft daarover naar het oordeel van de rechtbank terecht aangegeven dat aan het verlenen van de erkenning in november 2013 niet een gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend dat de onderzoeksbevindingen van 24 oktober 2013 positief of neutraal waren omdat de onderzoeksbevindingen van 24 oktober 2013 op het moment van het verlenen van de erkenning niet met eiseres waren gedeeld. Verweerder heeft verder aangegeven dat het begrijpelijk is dat dit achteraf vragen oproept. Het onderzoeksrapport bevat een verzameling onderzoeksgegevens, maar geen weging of beoordeling van de geconstateerde feiten. Het is niet aan de inspecteurs om daarover te beslissen maar aan de gemandateerden van het Expertisecentrum Re-integratie van UWV Werkbedrijf (contractmanager en de directeur van UWV Werkbedrijf) en dit was ten tijde van de lopende aanvraag verlenging erkenning nog niet gebeurd. De rechtbank acht deze toelichting afdoende. Deze grond van eiseres slaagt niet.

29. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de halfjaarlijkse rapportages zijn gecontroleerd door de afdeling Inkoop Re-integratie (IR) en er toen nooit aanleiding is geweest om niet over te gaan tot uitbetaling. Voor eiseres was het dan ook aannemelijk te veronderstellen dat er conform protocol werd gewerkt. Verweerder heeft in het bestreden besluit toegelicht dat de halfjaarlijkse rapportages de individuele werknemers betroffen. Bij het onderzoek zijn de gedeclareerde uren per jobcoach van diverse werknemers gecumuleerd en toen bleek dat er veel uren op een dag werden gedeclareerd. Naar het oordeel van de rechtbank kon eiseres aan het eerdere betalen door verweerder van de facturen geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen.

30. Zoals volgt uit hetgeen de rechtbank onder 22 heeft overwogen had verweerder de bevoegdheid om de erkenning in te trekken. De vraag is vervolgens of verweerder van die bevoegdheid met gebruikmaking van voormeld Beleidskader en na afweging van alle belangen in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken op de wijze als hij gedaan heeft.

Met name is dan de vraag of de intrekking met onmiddellijk ingang in rechte stand kan houden. Op grond van een redelijke uitleg van het Beleidskader begrijpt de rechtbank de hiervoor aangehaalde uitzonderingen aldus dat niet reeds een onjuiste declaratie van beperkte omvang per se tot onmiddellijke beëindiging van de activiteiten, inclusief de lopende trajecten, behoeft te leiden. Verweerder heeft ten aanzien van de belangenafweging aangegeven dat de belangen van de betrokken werknemers dat ze begeleiding krijgen waarop ze recht hebben, het belang van een rechtmatige besteding van publieke gelden, het voorkomen van precedentwerking, het publieke belang dat een jobcoachorganisatie aan de minimum kwaliteitseisen van de Regeling voldoet en dat de wijze waarop deze verantwoording aflegt betrouwbaar is, voor verweerder zwaarder wegen dan het belang van eiseres bij behoud van de erkenning. De rechtbank zijn onvoldoende omstandigheden gebleken waarom verweerder in redelijkheid niet van die bevoegdheid gebruik had kunnen maken. Gezien de omvang van de te veel gedeclareerde uren, waarbij de rechtbank het feit betrekt dat veelvuldig door drie jobcoaches extreem veel uren (meer dan 10 uur per dag) op één dag zijn gedeclareerd (jobcoach [werknemer 2] 178 dagen, jobcoach [werknemer 4] 75 dagen en jobcoach [werknemer 1] 44 dagen), de declaraties op niet bestaande dagen en op dagen dat de betreffende jobcoach met vakantie was, maakt dat verweerder van de bevoegdheid gebruik kon maken om meteen in te trekken.

31. Het beroep is ongegrond.

32. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers (voorzitter), en mr. T.M. Schelfhout en mr. C.M. Nollen, leden, in aanwezigheid van mr. R.G. Cremers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2015.

w.g. R.G. Cremers,

griffier

w.g. E.J. Govaers,

voorzitter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 21 december 2015

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.