Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:9515

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-11-2014
Datum publicatie
10-02-2015
Zaaknummer
3442687 CV EXPL 14-10215
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 3442687 CV EXPL 14-10215

Vonnis in kort geding van 6 november 2014

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie],

wonend [adres],

[woonplaats 1],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. I.F.J. Beugelsdijk,

tegen:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonend te [woonplaats 2],

gedaagde partij in conventie,

eisende partji in reconventie,

gemachtigde mr. J.R.J.J. Somers.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Bij exploot van 30 september 2014 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in kort geding gedagvaard en opgeroepen voor de zitting van maandag 3 november te 13:30 uur.

1.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een conclusie van antwoord ingediend, tevens akte van eis in reconventie.

1.3.

Ter zitting is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Beugelsdijk voornoemd.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is in persoon verschenen.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] huurt sinds 1 november 2011 het appartement op de tweede etage in het pand, staande en gelegen aan de [adres] (verder te noemen: het gehuurde), tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van € 550,00 per maand inclusief voorschot servicekosten.

2.2.

Mevrouw [naam huurster] huurt het appartement in het pand gelegen op de eerste etage.

2.3.

Op 13 september 2014 heeft zich een incident voorgedaan tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [naam huurster], naar aanleiding waarvan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is aangehouden door de politie wegens bedreiging, welke zaak evenwel niet tot vervolging heeft geleid. Tevens heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op die dag een ruit van het pand vernield.

2.4.

Op 16 september 2014 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op enig moment vroeg in de middag het slot van de voordeur van het pand vervangen, terwijl [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het gehuurde aanwezig was. Niet lang daarna op dezelfde dag heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wederom een ruit van het pand vernield, en is hij wederom naar aanleiding van een incident door de politie aangehouden wegens bedreiging en vernieling van een ruit, welke zaak evenmin tot vervolging heeft geleid. Sindsdien heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen toegang meer tot het pand en daarmee evenmin tot het gehuurde.

2.5.

[naam huurster] heeft op 16 september 2014 te 15:07 bij de politie aangifte gedaan van bedreiging door [eiser in conventie, verweerder in reconventie], waarvan proces-verbaal is opgemaakt (productie 5 bij exploot).

2.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] toebehorende inboedel buiten het gehuurde opgeslagen.

3 De vorderingen en het geschil

in conventie

3.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert in conventie de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om - kort gezegd - de huurovereenkomst na te komen door het gehuurde voor hem toegankelijk te maken en te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 20.000,00, een en ander onder verwijzing van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen na dagtekening van dit vonnis, alsmede in de nakosten, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente indien die kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn voldaan.

in reconventie

3.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert in reconventie de veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]:

  • -

    tot het ontruimd en verlaten houden van het gehuurde;

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 6.750,00 als onbetaald gelaten huur tot en met augustus 2014;

  • -

    tot betaling van de proceskosten.

3.3.

Partijen hebben in conventie respectievelijk reconventie gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de aard van de reconventionele vordering, die (althans voor wat betreft het ontruimd houden van het gehuurde) als meest verstrekkend dient te worden aangemerkt, zal deze als eerste beoordeeld worden.

in reconventie

4.2.

Het gestelde spoedeisende belang wordt voor wat betreft de vordering tot het ontruimd houden van het gehuurde aannemelijk geacht.

4.3.

Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming (of zoals in casu: tot het ontruimd houden) van woonruimte bij wijze van onmiddellijke voorziening in de zin van art. 254 Rv is vereist dat met een grote mate van zekerheid kan worden aangenomen dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken.

Een in kort geding bevolen ontruiming is een maatregel die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Om die reden moet van geval tot geval en met inachtneming van alle betrokken belangen worden beoordeeld of er voldoende (zwaarwegende) gronden zijn die toepassing van een dergelijke in de praktijk vaak definitieve maatregel rechtvaardigen.

4.4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in het onderhavige geval aannemelijk dat met een grote mate van zekerheid in een eventuele bodemprocedure geoordeeld zal worden dat ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.5.

Van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn verschillende verklaringen in het geding gebracht van personen die stellen in het verleden getuige geweest te zijn van ernstige bedreigingen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dan wel door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ernstig bedreigd te zijn, zoals de verklaring van de zoon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (productie 3) over een voorval op 26 februari 2013 en de verklaring van mevrouw [getuige] over een voorval in april 2014 (productie 14). Hoewel die - door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] overigens niet weersproken - verklaringen op zichzelf geen grondslag kunnen bieden voor een ontbinding van de huurovereenkomst (zo die in een bodemprocedure gevorderd zou worden) omdat het voorvallen betreft die zich reeds langere tijd geleden hebben afgespeeld en de huurovereenkomst op zichzelf niet regarderen, spelen ze wel een rol in de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen van [naam huurster] zoals zij die in haar aangifte bij de politie heeft afgelegd (en ter zitting heeft bevestigd). Laatstgenoemde verklaringen regarderen de huurovereenkomst immers alleszins, nu enerzijds [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op grond van de huurovereenkomst (en de wet) gehouden is zich als goed huurder te gedragen en geen overlast of hinder te veroorzaken aan omwonenden (waaronder [naam huurster]), en anderzijds [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden is om [naam huurster] een rustig huurgenot te verschaffen.

4.6.

Uit voornoemd proces-verbaal van aangifte wordt de volgende passage aangehaald, waarbij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt aangeduid als [eiser in conventie, verweerder in reconventie]:

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft me afgelopen zaterdag ook bedreigd en is daarvoor aangehouden. Ook heeft hij toen een ruit vernield. Ik ben bang dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mij wat aandoet.

Op dinsdag 16 september 2014 omstreeks 12:20 kwam ik terug bij het pand [adres] te [woonplaats 1]. (…). Ik keek op een gegeven moment uit het raam en zag [eiser in conventie, verweerder in reconventie] naar de overkant van de straat lopen. Ik zag dat hij zich vervolgens omdraaide en mijn richting inkeek. Echter zag hij me niet, want ik had me verstopt achter een gordijn. Ik zag vervolgens wel dat hij zich bukte en iets opraapte. Tegenover het pand is een bouwplaats en daar liggen allerlei losse voorwerpen, stenen en dergelijke. Ik wist niet wat hij had opgeraapt. (…). Ongeveer 2 minuten nadat ik gezien had dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] iets van de grond had opgeraapt hoorde ik glasgerinkel vanaf de gang op de onderste etage van het pand. Vervolgens hoorde ik aan de manier van lopen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn kamer op was gegaan. Zijn kamer ligt boven de mijne. (…) Op het moment dat hij aan het stofzuigen was belde ik de politie. (…) Na de eerste keer bellen met de politie had ik mijn huurbaas Dhr. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gebeld. Ik deelde hem mede dat de ruit weer kapot was. Ik zei hem dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dit had gedaan. Net nadat ik het tweede gesprek met de politie had beëindigd belde mijn huurbaas. Hij zei me dat hij beneden bij de woning stond. Ik wilde naar beneden lopen. Ik zag dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op de gang stond met een mes in zijn handen. Ik zag dat het een gekarteld keukenmes was. Dit was een mes met een zwart handvat. Hij bedreigde mij met de woorden “ik maak je van kant”. Tevens noemde hij mij een “stinkhoer”.

Ik kon hierna naar buiten rennen, alwaar ik werd opgevangen door de huurbaas. We gingen in zijn auto zitten om veilig te zijn. We zagen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vervolgens uit zijn ram kijken.

Op het moment dat we in de auto zaten kwam de politie aangereden. Deze hielden [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vervolgens aan.

4.7.

Tegenover deze uitvoerige en gedetailleerde verklaring heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ter zitting slechts verklaard dat hij “hetgeen in het proces-verbaal van de aangifte staat” betwist, zonder ook maar één aspect specifiek te duiden dat in zijn optiek dan onjuist zou zijn.

Hetgeen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ter zitting heeft verklaard omtrent de gang van zaken op de bewuste middag, focust zich op het gegeven dat hij het gehuurde niet meer in kon en de voor hem nadelige gevolgen daarvan, doch sluit de juistheid van het relaas van [naam huurster] geenszins uit. Het vernielen van de ruit, de bedreiging, het daarbij in de hand hebben van het door [naam huurster] beschreven mes, de belediging, het gegeven dat [naam huurster] daarna naar buiten is gelopen en in de auto van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is gaan zitten alsmede de aanhouding door de politie worden immers geen van alle door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] specifiek betwist en op sommige punten zelfs erkend.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in zijn aangifte verklaard door [naam huurster] te zijn gebeld met de mededeling dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de ruit van de voordeur had kapot gemaakt. Voorts zag hij de kapotte ruit en de betreffende steen in de gang. Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verklaard dat [naam huurster] toen bij hem in de auto is komen zitten.

Gelet hierop, en mede bezien in het licht van de onweersproken gebleven verklaringen over eerdere bedreigingen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie], staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter de juistheid van de verklaringen van [naam huurster] zoals opgenomen in meergenoemd proces-verbaal van de aangifte - en daarmee het niet nakomen van de uit de huurovereenkomst op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] rustende verbintenis om zich als goed huurder te gedragen - voldoende vast.

4.8.

Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat de vordering tot het ontruimd en verlaten houden van het gehuurde toewijsbaar is.

4.9.

Ten aanzien van de gevorderde betaling van de huurachterstand heeft te gelden dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] reeds in mei 2014 een bodemprocedure heeft geëntameerd ter zake van de huurachterstand, welke procedure thans nog aanhangig is.

Hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten aanzien van het spoedeisend belang op dit punt heeft aangevoerd (doch op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd), te weten zijn afhankelijkheid van de huurbetalingen voor wat betreft zijn levensonderhoud, is daartoe ontoereikend. Dit onderdeel van de vordering zal derhalve in dit kort geding worden afgewezen.

4.10.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal als de op het belangrijkste onderdeel in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde (1 punt voor de conclusie van eis in reconventie).

in conventie

4.11.

Voor wat betreft de conventie wordt mede verwezen naar de overwegingen in reconventie, nu die beide vorderingen gebaseerd zijn op hetzelfde feitencomplex.

4.12.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het slot van de voordeur van het pand heeft vervangen voorafgaand aan de hierboven beschreven bedreiging jegens [naam huurster]. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende gebleken dat er reeds op dat moment voldoende aanleiding bestond om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de toegang tot het gehuurde te ontzeggen. In die zin was het vervangen van het slot op dat moment onrechtmatig jegens [eiser in conventie, verweerder in reconventie].

De vordering is desalniettemin niet toewijsbaar, nu - zoals overwogen in reconventie - voldoende vast is komen staan dat de gedragingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vrijwel meteen daarna jegens een medebewoonster ([naam huurster]), de vordering tot het ontruimd en verlaten houden van het gehuurde rechtvaardigen.

4.13.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op nihil, nu het antwoord in conventie volledig verweven was met de eis in reconventie.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op nihil,

in reconventie

5.3.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot het ontruimd en verlaten houden van de zelfstandige woonruimte aan de [adres] te [woonplaats 1],

5.4.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op € 200,00,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.