Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:8832

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-10-2014
Datum publicatie
17-10-2014
Zaaknummer
03/659134-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/659134-14

Datum uitspraak : 14 oktober 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond.

Raadsvrouw is mr. F.A.G.M. Landerloo, advocate te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2014.

De rechtbank heeft op 30 september 2014 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

hij op of omstreeks 26 juli 2012 te Heythuysen, in elk geval in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen o.a. een hoeveelheid geld, een horloge (Rolex), een aantal sieraden en een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

-het richten van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] althans het tonen van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] en/of

-het dreigend tegen die [slachtoffer] zeggen: "Dit zijn echte, geld of ik schiet" en/of "Geld, geld, of we schieten je dood"

en/of

-het gewelddadig vastpakken van die [slachtoffer]

en/of

-het slaan van die [slachtoffer]

en/of

-het met het hoofd van die [slachtoffer] tegen een muur en/of aanrecht slaan

en/of

-het met tape vastmaken van de benen en/of armen van die [slachtoffer]

en/of

-het met tape afplakken van de mond van die [slachtoffer].

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4. De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, gelet op de plaats waar het DNA van verdachte is aangetroffen, te weten op de plaats delict, op twee stukjes van latex handschoenen die vastzaten aan de tape waarmee aangever is gekneveld.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, aangezien uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden geconcludeerd dat verdachte bij de ten laste gelegde woningoverval betrokken is geweest. Ook de omstandigheid dat het DNA van verdachte is aangetroffen op de plaats delict, op twee stukjes van latex handschoenen die vastzaten aan de tape waarmee aangever is gekneveld, maakt dit niet anders.

Het verweer van de raadsvrouw zal hieronder, bij de bespreking van het oordeel van de rechtbank, nog nader worden toegelicht.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Aangever [slachtoffer] heeft op 26 juli 2012 om 23.50 uur verklaard –zakelijk weergegeven–:

Ik ben eigenaar van de woning, gelegen aan Aan de Bergen 23 in Heythuysen.

Vanavond, 26 juli 2012, ben ik omstreeks 22.45 uur thuisgekomen.

Plotseling schrok ik wakker van 3 mannen die naast mij stonden in de keuken. Een van de mannen greep mij bij mijn nek. Ik hoorde dat ze riepen: GELD, GELD, GELD, waar is het geld! Ik zag dat de 3 mannen allemaal een vuurwapen in hun handen hadden en dit op mij richtten. Een van de mannen schreeuwde : HET ZIJN ECHTE WAPENS! Ik ben met de mannen naar mijn slaapkamer beneden ‘gelopen’. Ik werd geduwd en vastgepakt, dus lopen ging moeilijk.

Op de slaapkamer aangekomen heb ik de sleutel van de kluis gepakt en de kluis geopend. Ik werd vervolgens op bed geduwd en een van de mannen pakte zelf het geld uit de kluis. Een van de mannen begon met het vastmaken van mijn benen met tape. Op het moment dat mijn benen vastzaten met tape gingen 2 mannen kasten en lades openen en doorzoeken. Vervolgens werden mijn armen vastgemaakt met tape. Ik heb een paar klappen gehad op mijn gezicht.

Ik heb een aantal wondjes en bulten in mijn gezicht, namelijk op de rechterzijde op mijn wang en een bult op mijn slaap en op de linkerzijde van mijn gezicht een wondje op mijn oor en mijn kaak.

Ze hebben mijn gouden horloge van het merk Rolex van mijn arm afgehaald. Verder hebben ze op de slaapkamer de sieraden van mijn overleden vrouw weggenomen. Dit zijn onder andere de gouden trouwringen, de gouden kettingen, ringen en een horloge. Ze hebben ook mijn mobiele telefoon weggenomen. Ik kan de mannen als volgt omschrijven: 3 mannen met bivakmutsen, ronde gaten op de plaats van de ogen.2

Aangever [slachtoffer] heeft op 28 juli 2012 verklaard –zakelijk weergegeven–:

Ik zag dat de drie mannen ieder een vuurwapen in de handen hadden. Ik hoorde hen zeggen:

“Dit zijn echte, geld of ik schiet.” De drie mannen gingen achter en naast mij staan. Een van hen pakte mij vast aan de kraag achter bij mijn nek en trok mij overeind. Doordat hij mij stevig vast had, kon ik mijn hoofd niet draaien. Ik voelde dat ik werd geslagen in mijn gezicht. Vervolgens werd ik met mijn hoofd tegen de muur en tegen het aanrecht geslagen.

Nadat ik de kluis geopend had, werd ik op bed gegooid en kreeg ik weer enkele klappen in mijn gezicht. Ik werd op mijn rug gegooid en zag en voelde dat een van de mannen mij vasthield en de ander grijze tape om mijn benen wikkelde. Daarna wikkelde een van de mannen tape om mijn armen en liep de slaapkamer uit.

Na ongeveer een halve minuut kwam de dader die mijn armen getapet had terug de slaapkamer in en plakte mijn mond af.

Ik zag dat ze alle drie een vuurwapen in de handen hadden. Ze riepen: “Geld, geld of we schieten je dood.”3

Het proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 30 januari 2013 houdt onder meer in –zakelijk weergegeven–:

Op 27 juli 2012 werd door mij, verbalisant [verbalisant], als forensisch onderzoeker op verzoek van Regio Limburg Noord, een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een overval in een woning.

Onderzoekslocatie

Het onderzoek is verricht in en bij een vrijstaande woning, [adres]

te[plaats].

Door de surveillance-eenheid, welke in eerste aanleg ter plaatse was op de plaats delict, was de broek met grijze ducttape, welke het slachtoffer droeg tijdens het delict, veiliggesteld.

De broek was door de surveillance-eenheid verpakt in een papieren zak en overgebracht

naar het politiebureau te Heythuysen, alwaar hij door mij, verbalisant [verbalisant], op

vrijdag 27 juli in ontvangst werd genomen. De papieren zak met broek werd door mij, verbalisant [verbalisant], voorzien van SIN [AAFK4761NL].4

Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 12 juni 2013 houdt onder meer in –zakelijk weergegeven–:

DNA-onderzoek

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

AAFK4761NL#01: bemonstering van een deel van een latex handschoen onder het plakband op de linkerpijp van de broek;

AAFK4761NL#03 bemonstering van een deel van een latex handschoen onder het plakband ter hoogte van de rechterknie van de broek.

Resultaten, interpretatie en conclusie

AAFK4761NL#01: DNA-mengprofiel van twee personen: [slachtoffer] en

[verdachte].

AAFK4761NL#03: onvolledig DNA-mengprofiel van twee personen: [slachtoffer] en

[verdachte].

DNA-databank

Het afgeleide onvolledige DNA-profiel van de onbekende man A van het celmateriaal in de

bemonstering AAFK4761NL#01 is op 15 mei 2013 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met daarin aanwezige DNA-profielen. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van [verdachte] RAAR7508NL. Dit betekent dat een deel van het celmateriaal in de bemonstering AAFK4761NL#01 afkomstig kan zijn van [verdachte]. De berekende frequentie van het afgeleide onvolledige DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering AAFK4761NL#01 is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit afgeleide onvolledige DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.5

Het rapport van het NFI d.d. 24 september 2014 houdt onder meer in –zakelijk weergegeven–:

Spoor AAFK476NL#01 betreft de bemonstering van een deel van een latex handschoen

onder het plakband op de linker pijp van de broek.

De vermoedelijke binnenzijde van het deel van de latex handschoen (dat wil zeggen de

binnenzijde van het deel van de latex handschoen zoals die onder de tape is aangetroffen) is

in zijn geheel bemonsterd om celmateriaal te verzamelen van de drager van de handschoen.

8. Blijkens het genoemde rapport leverde deze bemonstering een mengprofiel op van twee personen. Zijn er daarnaast nog andere profielen/sporen op het bemonsterde deel van deze latex handschoen aangetroffen?

Nee. Van de bemonstering AAFK4761NL#01 is een DNA-mengprofiel verkregen van twee personen. De DNA-profielen van het slachtoffer [slachtoffer] en [verdachte] matchen met dit DNA-profiel. Het DNA-mengprofiel wordt volledig verklaard door de combinatie van deze twee DNA-profielen.

12. Betreft het hier een onvolledig of volledig mengprofiel?

Alle DNA-kenmerken van het slachtoffer [slachtoffer] en [verdachte] zijn ook zichtbaar in het DNA-mengprofiel. Indien wordt aangenomen dat beide personen donoren zijn, betreft het dus een volledig DNA-mengprofiel

Spoor AAFK4761NL#03 betreft de bemonstering van een deel van een latex handschoen

onder het plakband op de onderzijde van de rechterpijp van de broek.

20. Blijkens het genoemde rapport leverde deze bemonstering een onvolledig mengprofiel op van twee personen. Zijn er daarnaast nog andere profielen/sporen op het bemonsterde deel van deze latex handschoen aangetroffen?

Nee. Van de bemonstering AAFK4761NL#03 is een onvolledig DNA-mengprofiel verkregen van twee personen. Alle DNA-kenmerken van dit DNA-mengprofiel zijn ook aanwezig in de DNA-profielen van het slachtoffer [slachtoffer] en [verdachte]. Indien wordt aangenomen dat beide personen donoren zijn, kunnen alle DNA-kenmerken in het onvolledige DNA-mengprofiel worden verklaard door de DNA-kenmerken van deze twee personen.6

Overwegingen rechtbank ten aanzien van de verweren zijdens de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat uit het feit dat op de stukjes van de latex handschoenen DNA van verdachte is aangetroffen niet kan worden geconcludeerd dat verdachte die latex handschoenen ten tijde van de overval heeft gedragen. Indien het NFI namelijk de binnenkant van de handschoenen heeft bemonsterd, dan zegt het aangetroffen DNA niets over degene die de handschoenen heeft gedragen, omdat het DNA van aangever (die de handschoenen sowieso niet heeft gedragen) zich aan dezelfde zijde bevond. Indien het NFI de buitenzijde van de handschoenen heeft bemonsterd, dan zegt het aangetroffen DNA in het geheel niets over degene die de handschoenen heeft gedragen nu de buitenkant, naar verwachting van het NFI, celmateriaal kan bevatten van andere personen dan de drager van de handschoenen.

Daarnaast is het volgens de raadsvrouw zeer goed mogelijk dat verdachte de bij de overval gebruikte latex handschoenen op een van zijn werkplekken –bij alle bedrijven werd gewerkt met dezelfde soort latex handschoenen– vast heeft gehad of zelfs heeft gedragen en dat deze later door anderen zijn gebruikt bij de woningoverval.

Tevens wijst de raadsvrouw op het feit dat de aangever spreekt over drie overvallers die allemaal dunne handschoenen in de kleur zwart droegen, hetgeen impliceert dat de daders wellicht meerdere handschoenen over elkaar hebben gedragen dan wel tijdens de overval van handschoenen gewisseld hebben. Wegens het ontbreken van steunbewijs zal verdachte derhalve moeten worden vrijgesproken.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet relevant is of de binnen- dan wel de buitenkant van de aangetroffen stukjes van de latex handschoen(en) door het NFI is bemonsterd, aangezien ook in het door de raadsvrouw geschetste scenario, waarbij een ander/anderen dan verdachte bij de woningoverval gebruik heeft/hebben gemaakt van eerdergenoemde handschoen(en), op de bemonsterde stukjes van de handschoen(en) enig spoor van een ander dan verdachte en aangever aangetroffen zou moeten zijn.

Op grond van de omstandigheid dat er op de stukjes van de bij de woningoverval gebruikte latex handschoen(en) enkel en alleen DNA-materiaal van verdachte en aangever is aangetroffen én het gegeven dat deze stukjes van de latex handschoen(en), die vast geplakt zaten onder de tape waarmee aangever was gekneveld, geen verplaatsbare voorwerpen zijn, stelt de rechtbank vast dat het verdachte is geweest die aangever tijdens de tenlastegelegde woningoverval met tape heeft gekneveld.

Dat aangever tijdens zijn aangifte zo’n 15 minuten na de overval heeft verklaard dat de daders dunne zwarte handschoenen droegen doet daaraan niet af gezien de heftige emoties die op dat moment bij aangever speelden; bovendien spreekt aangever hier in zijn latere verklaringen in het geheel niet meer over. De door de raadsvrouw in dat verband gegeven uitleg (meerdere handschoenen over elkaar dan wel wisselen van handschoenen) acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven vermelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en bezien in samenhang met hetgeen hiervoor is overwogen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 26 juli 2012 te Heythuysen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen o.a. een hoeveelheid geld, een horloge (Rolex), een aantal sieraden en een GSM toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

-het richten van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] en

-het dreigend tegen die [slachtoffer] zeggen: "Dit zijn echte, geld of ik schiet" en "Geld, geld, of we schieten je dood" en

-het gewelddadig vastpakken van die [slachtoffer] en

-het slaan van die [slachtoffer] en

-het met het hoofd van die [slachtoffer] tegen een muur en aanrecht slaan en

-het met tape vastmaken van de benen en armen van die [slachtoffer] en

-het met tape afplakken van de mond van die [slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare misdrijf op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden op te leggen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om in geval van een bewezenverklaring te volstaan met een gevangenisstraf van drie jaar, conform de richtlijn van het LOVS.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Samen met twee anderen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een brute woningoverval. Hierbij is het slachtoffer door verdachte en zijn mededaders bedreigd met vuurwapens, gewelddadig vastgepakt, meermalen tegen zijn gezicht geslagen en met zijn hoofd tegen de muur en het keukenaanrecht geslagen. Ook is het slachtoffer met behulp van tape gekneveld en is zijn mond met tape afgeplakt. Als gevolg van de klappen tegen zijn hoofd heeft het slachtoffer aan een oor ernstige, waarschijnlijk blijvende gehoorschade opgelopen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat een dergelijk feit, vanwege het gewelddadige karakter en de ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, gevoelens van angst en onveiligheid kan veroorzaken waar het slachtoffer, nog lang nadat het feit is gepleegd, in hevige mate hinder van kan ervaren en waardoor zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer ernstig kan worden belemmerd. Dat dit ook daadwerkelijk het geval is, blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring d.d. 10 september 2014, zoals voorgehouden ter terechtzitting en de mondelinge toelichting van het slachtoffer daarop.

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum, en mede gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur de enig passende straf is.

Op grond van de oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) is een gevangenisstraf van 5 jaar voor een woningoverval waarbij meer dan licht geweld/bedreiging heeft plaatsgevonden passend. De rechtbank ziet geen aanleiding om in onderhavige zaak van deze straf - ten voordele dan wel ten nadele van verdachte- af te wijken en zal deze straf aan verdachte opleggen.

8 De benadeelde partij

8.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 58.952,02, waarvan € 50.602,02 ter zake materiële schade en € 8.350,00 ter zake immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering - hoofdelijk- geheel dient te worden toegewezen met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op de door haar bepleite vrijspraak.

Subsidiair is de raadsvrouw van mening dat de posten ‘Sieraden’, ‘Bedrijfsmatige schade’ en ‘Immateriële schade’ onvoldoende zijn onderbouwd en dus niet voor toewijzing in aanmerking komen. Met betrekking tot de overige gevorderde schade heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat zij heeft verzocht de schadevergoedingsvordering niet hoofdelijk maar voor een derde deel toe te wijzen met daarbij tevens de mogelijkheid om in termijnen te betalen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij,

[slachtoffer], door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het bedrag van € 50.908,62. Dit bedrag ziet op de schadeposten: ‘Sieraden’ ad € 40.200,00, ‘Kastdeur’ ad € 1.428,00, ‘Telefoonkabels’ ad € 739,48, ‘Gehoorapparaat’ ad € 98,50, ‘Reiskosten’ ad € 92,64 en ‘Immateriële schade’ ad € 8.350,00.

Met betrekking tot de schadepost ‘Bedrijfsmatige schade’ is de rechtbank van oordeel dat een beoordeling van deze gestelde schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, om welke reden zij de vordering, voor zover deze ziet op ‘Bedrijfsmatige schade’ ad € 8.043,40, niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij heeft de mogelijkheid om voor dit deel van de vordering de civiele rechter te adiëren.

Zoals door de benadeelde partij gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 juli 2012.

De rechtbank ziet - anders dan de raadsvrouw - geen reden om de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen. Tevens zal de rechtbank niet meegaan in het verzoek om in termijnen te mogen betalen nu zij daar op dit moment geen aanleiding toe ziet.

Nu de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [slachtoffer] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu zij het wenselijk acht dat de Staat de schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 27, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], Aan de Bergen 23, 6093 NW Heythuysen, van € 50.908,62 en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij ter zake de post Bedrijfsmatige schade ad € 8.043,40 in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], Aan de Bergen 23, 6093 NW Heythuysen, € 50.908,62 te betalen, bij niet-betaling te vervangen door 288 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Kleine, voorzitter, mr. J.H.M. Engels en

mr. S.G.M. Schellekens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 oktober 2014.

Buiten staat

Mrs. S.G.M. Schellekens en R.C. Smeets zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2012072356 d.d. 19 juni 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 26 juli 2012, bladzijde 21, 22, 26 en 27.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 28 juli 2012, bladzijde 33, 34.

4 Proces-verbaal Sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant] d.d. 30 januari 2013, bladzijde 60, 61.

5 Het rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een gewapende overval gepleegd in Heythuysen op 26 juli 2012’ van het NFI d.d. 12 juni 2013, bladen 1, 2.

6 Het rapport ‘Beantwoording van vragen’ van het NFI d.d. 24 september 2014, bladen 1, 2, 3, 4.