Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:8564

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
09-10-2014
Zaaknummer
2928172 CV EXPL 14-3723 en 2940134 CV EXPL 14-3910
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer wil verlof opnemen terwijl planning werkgever dit aantoonbaar niet toelaat en het verlof daarom niet wordt toegestaan.

Nadat werknemer te kennen heeft gegeven zijn verlof toch te willen doorzetten, waarschuwt werk-gever de werknemer voor de gevolgen van zijn handelen en kondigt "ontslag op staande voet" aan indien werknemer niet op het werk verschijnt.

Werknemer gaat desalniettemin met verlof. Daarop volgt "ontslag op staande voet" en werkgever dreigt tevens met vordering gefixeerde schadevergoeding.

Werknemer vordert (in gevoegde procedure) verklaring voor recht dat arbeidsovereenkomst in strijd met de wet is beëindigd en vernietigbaar is en vordert ‘schadevergoeding’, in wezen neerkomend op een claim tot doorbetaling van loon c.a. tot de overeengekomen einddatum van de arbeidsovereen-komst.

Kantonrechter is van oordeel dat werknemer met zijn handelen de werkgever een dringende reden als bedoeld in art. 7:678 lid 2 BW heeft gegeven en dat daarvan tijdig en correct gebruik gemaakt is. Ontslag blijft dus in rechte overeind. Verweer dat werkgever de gehele (e-mail-, sms- en WhatsApp-) correspondentie tussen partijen verzonnen zou hebben, wordt als volstrekt ongeloofwaardig gepas-seerd, mede omdat ontvangst "ontslagbrief" door werkgever genoegzaam wordt aangetoond.

Wel afwijzing gefixeerde schadevergoeding nu door werkgever niet is gesteld en onderbouwd dat sprake is van "opzet of schuld" als bedoeld in art. 7:677 lid 3 BW.

Loonvordering werknemer alleen toegewezen over ten onrechte verrekend bedrag van de eindafreke-ning (loon c.a. over laatste maand), verhoogd met 50% wettelijke verhoging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2014/749
AR-Updates.nl 2014-0851
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Vonnis van de kantonrechter van 8 oktober 2014

in de zaak met zaaknummer: 2928172 CV EXPL 14-3723 van:

1. de vennootschap onder firma

SPORT DOMEIN FITNESS- EN AEROBICCENTRE VOF

2. [eiser sub 2], vennoot van eisende partij sub 1

3. [eiseres sub 3], vennote van eisende partij sub 1

alle drie zaakdoend te (6229 EB) Maastricht aan het Aubeldomein 1

eisende partijen

gemachtigde: mr. A. Kara, advocaat te Maastricht

tegen:

[gedaagde]

wonend te [woonplaats 1], aan de [adres 1]

gedaagde partij

gemachtigde: mr. M.F.J. Gelissen, juridisch adviseur te Beegden (gemeente Maasgouw)

en in de zaak met zaaknummer 2940134 CV EXPL 14-3910

van:

[eiser]

wonend te [woonplaats 1], aan de [adres 1]

eisende partij

gemachtigde: mr. M.F.J. Gelissen, juridisch adviseur te Beegden (gemeente Maasgouw)

tegen:

1. de vennootschap onder firma

SPORT DOMEIN FITNESS- EN AEROBICCENTRE VOF

gevestigd te Maastricht

2. [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde partij sub 1,

wonend te [woonplaats 2] aan de [adres 2]

3. [gedaagde sub 3]

vennote van gedaagde partij sub 1

eveneens wonend te [woonplaats 2] aan de [adres 2]

gedaagde partijen,

gemachtigde: mr. A. Kara, advocaat te Maastricht

Partijen zullen hierna Sportdomein c.s. en [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] worden genoemd.

1. De procedure in de zaak onder zaaknummer 2928172

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de conclusie van repliek met producties

  • -

    de conclusie van dupliek.

2 De procedure in de zaak onder zaaknummer 2940134

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de conclusie van repliek met producties

  • -

    de conclusie van dupliek met producties.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in beide (op de rol gevoegde) zaken, waarin thans in één vonnis uitspraak gedaan wordt.

3 Het geschil in de zaak onder zaaknummer 2928172

3.1.

Sportdomein c.s. vorderen de veroordeling van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] - bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - om aan Sportdomein c.s. een bedrag van € 1.206,19 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 september 2013 althans vanaf 10 oktober 2013, althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, en met de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.2.

Sportdomein c.s. hebben daartoe - voor zover thans van belang - het volgende gesteld:

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] is per 1 maart 2013 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Sportdomein c.s. in de functie van fitness- en groeplesinstructeur;

  • -

    per 1 september 2013 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen verlengd voor de duur van vier maanden, tot 1 januari 2014;

  • -

    op 13 september 2013 heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] verzocht om op donderdag 26 en vrijdag 27 september 2013 vrij te krijgen voor een reis naar Wenen;

  • -

    aangezien de planning van Sportdomein c.s. dit niet toeliet, hebben Sportdomein c.s. dit verlof aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] geweigerd en aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] doen weten dat zijn afwezigheid op het werk op 26 september 2013 opgevat zou worden als werkweigering en dat dit vervolgens ontslag op staande voet tot gevolg zou hebben;

  • -

    desalniettemin koos [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] er voor om op 26 september 2013 - zonder nadere discussie - niet op het werk te verschijnen;

  • -

    Sportdomein c.s hebben [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] daarop via een e-mailbericht van 26 september 2013 op staande voet ontslagen (de overeenkomst onverwijld opgezegd onder gelijktijdige opgave van de dringende reden) en aanspraak gemaakt op de gefixeerde schadevergoeding ex art. 7:680/7:677 lid 3 en 4 BW;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft daarna zonder verder te protesteren de bedrijfseigendommen van Sportdomein c.s. ingeleverd en zijn klanten (Benfit deelnemers) - die hij via Sportdomein c.s. bediende - per e-mail medegedeeld dat hij hen niet meer via Sportdomein c.s. zou bedienen;

  • -

    bij brief van 10 oktober 2013 van de gemachtigde van Sportdomein c.s. is [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] nogmaals gewezen op de aanspraak van Sportdomein c.s. en is [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] gesommeerd om een restantbedrag van € 1.206,19 (na verrrekening van zijn loontegoed met de gefixeerde schadevergoeding die op € 2.116,94 gesteld was) aan Sportdomein c.s. te betalen;

  • -

    hierna heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] contact opgenomen met Sportdomein c.s. en is met hem een betalingsregeling overeengekomen voor het restantbedrag van € 1.206,19 (vanaf november 2013 vier maandelijkse termijnen van € 250,00 met een slottermijn van € 206,19);

  • -

    eind december 2013 nam [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] nogmaals contact op met Sportdomein c.s. en vroeg om uitstel van betaling (voor de termijnbetalingen);

  • -

    op 24 februari 2014 ontvingen Sportdomein c.s. een brief van de rechtsbijstandsverzekeraar van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] waarin [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] de onverwijlde opzegging vernietigde en aanspraak maakte op doorbetaling van zijn loon tot 1 januari 2014;

  • -

    uit die brief blijkt dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] niet (langer) van plan was het restant van de overeengekomen schadevergoeding te betalen;

  • -

    Sportdomein c.s stellen er recht op en belang bij te hebben dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, althans het restant daarvan, veroordeeld wordt.

3.3.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in de zaak onder zaaknummer 2928172

4.1.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] vordert dat - bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - :

  1. voor recht verklaard wordt dat de arbeidsovereenkomst tussen hem en Sportdomein c.s. in strijd met de wet is beëindigd en dat de opzegging het ontslag derhalve vernietigbaar is;

  2. Sportdomein c.s. hoofdelijk veroordeeld worden om aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te voldoen:

- een "volledige schadevergoeding ex art. 7:677 lid 4 BW, bestaande uit":

• het achterstallige loon over de periode 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013 ter hoogte van € 3.172,65;

• het achterstallige loon over de maand september 2013, ter hoogte van € 917,75;

• de achterstallige vakantie-uren en het achterstallig vakantiegeld;

• de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over alle gevorderde loonbedragen;

- de wettelijke rente ex art. 6:119 BW/art. 6:120 BW over alle gevorderde bedragen vanaf het moment van opeisbaarheid, althans het tijdstip van dagvaarden, tot de dag van algehele voldoening en voor wat betreft de bedragen welke nadien opeisbaar worden, vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van die bedragen tot de dag van algehele voldoening;

Sportdomein c.s. hoofdelijk veroordeeld worden tot afgifte van loonspecificaties over de maanden oktober, november en december 2013 en van een correcte jaaropgave over het jaar 2013, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of ieder gedeelte van een dag dat Sportdomein c.s. in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen;

Sportdomein c.s. hoofdelijk veroordeeld worden tot betaling van de incassokosten, de kosten van deze procedure en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over deze proceskosten vanaf de dag waarop dit vonnis wordt gewezen tot aan de dag van algehele voldoening;

althans een zodanige beslissing te nemen als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren.

4.2.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft daartoe - voor zover thans van belang - het volgende gesteld:

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] is per 1 maart 2013 op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Sportdomein c.s. in de functie van fitness- en groeplesinstructeur;

  • -

    per 1 september 2013 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen schriftelijk verlengd voor de duur van vier maanden, tot 1 januari 2014, laatstelijk tegen een loon van minimaal € 467,56 bruto per maand en maximaal € 2.218,66 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en andere emolumenten;

  • -

    Sportdomein c.s. hebben [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op 3 oktober 2013 ‘op staande voet ontslagen’ (= de arbeidsovereenkomst onverwijld opgezegd) zonder dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] een dringende reden in de zin van art. 7:677 en art. 7:678 BW is genoemd;

  • -

    evenmin hebben Sportdomein c.s. van het UWV (WERKbedrijf) toestemming gekregen de arbeidsovereenkomst met [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op te zeggen ingevolge art. 6 BBA;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft ook niet met de beëindiging ingestemd;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] is in het weeekend van 28 en 29 september 2013 op vakantie geweest naar Wenen en na dit weekend is [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op maandag 30 september en dinsdag 1 oktober 2013 gaan werken bij Sportdomein c.s., terwijl hij vervolgens op 2 oktober 2013 vrij was;

  • -

    op donderdag 3 oktober 2013 moest [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bij Sportdomein c.s. op gesprek komen en werd hem mondeling medegedeeld dat hij werd ontslagen;

  • -

    de reden voor deze mededeling was dat hij op vakantie naar Wenen was geweest zonder dat hij voor deze vakantie toestemming had gekregen;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] had tijdens zijn vakantie echter voor vervanging gezorgd en ging er van uit dat deze vakantie verder geen gevolgen voor hem zou hebben;

  • -

    het ontslag is [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] enkel mondeling medegedeeld en is door Sportdomein c.s. nimmer op schrift gesteld;

  • -

    de reden die Sportdomein c.s. aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] hebben medegedeeld voor het ontslag op staande voet levert geen dringende reden als bedoeld in art. 7:678 lid 1 BW op;

  • -

    het ontslag is [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] ook niet onverwijld medegedeeld als bedoeld in art. 7:677 lid 1 BW en [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft nog enkele dagen gewerkt voordat het ontslag hem werd medegedeeld;

  • -

    er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgevonden tijdens het gesprek op 3 oktober 2013;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] beroept zich - gelet op het vorenstaande - op de vernietigbaarheid van de opzegging, zodat de arbeidsovereenkomst heeft voortgeduurd tot 1 januari 2014;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft recht op het achterstallige loon vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;

  • -

    tijdens gesprekken heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] zich bereid verklaard de bedongen arbeid te verrichten en heeft hij kenbaar gemaakt dat hij het niet eens was met zijn ontslag, maar Sportdomein heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] niet meer opgeroepen;

  • -

    op 24 februari 2014 heeft DAS als gemachtigde van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] een brief gestuurd aan Sportdomein c.s. waarin Sportdomein c.s. werd medegedeeld dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in strijd met de wet en daarmee vernietigbaar was;

  • -

    aan Sportdomein c.s. werd de mogelijkheid geboden om het gegeven ontslag in te trekken en alsnog over te gaan tot uitbetaling van het volledige loon inclusief de eindafrekening;

  • -

    Sportdomein c.s. zijn niet bereid te erkennen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet op 3 oktober 2013 (26 september 2013) maar op 31 december 2013 is geëindigd en het achterstallige loon is nog steeds niet aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] betaald;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] maakt aanspraak op het achterstallige loon over de maanden oktober t/m december 2013;

  • -

    op basis van het rechtsvermoeden van arbeidsomvang van art.7:610b BW bedraagt het maandloon € 1.057,55, wat over drie maanden een loonbedrag van € 3.172,65 oplevert;

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft ondanks herhaalde verzoeken ook zijn maandloon over de maand september 2013 ad € 917,75 niet uitbetaald gekregen, nu dat bedrag is ingehouden voor "personeelsvereniging" (€ 7,00) en "onbelaste inhouding" (€ 910,75);

  • -

    [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] maakt tevens aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten die hij op € 534,04 stelt, nu - in een poging om voldoening van zijn vordering buiten rechte te verkrijgen - diverse werkzaamheden zijn verricht, waaronder het voeren van correspondentie met Sportdomein c.s.

4.3.

Sportdomein c.s. voeren verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in beide zaken

5.1.

Op 13 september 2013 heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] Sportdomein c.s. per e-mail verzocht om op donderdag 26 en vrijdag 27 september 2013 vrij te krijgen voor een reisje naar Wenen. In een e-mailbericht van 14 september 2013 hebben Sportdomein c.s. aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] geantwoord dat de planning van Sportdomein c.s. dit niet toeliet.

In dit antwoord is [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] ook gemaand om geen dingen zonder overleg met het management te doen en werd hij uitgenodigd voor een gesprek.

Naar aanleiding van dit gesprek - dat op 19 september 2013 plaatsvond - is het door Sportdomein c.s. als productie 3 overgelegde verslag opgemaakt dat door [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] voor akkoord is ondertekend.

In dat verslag is ook de (voorgenomen) reis naar Wenen van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] aan de orde geweest en is onder andere afgesproken: "vrij vragen in overleg met het management".

In reactie daarop zond [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] Sportdomein c.s. een "WhatsApp"-bericht waaruit blijkt dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bleef bij zijn vakantievoornemen (pagina 4 bovenaan conclusie van antwoord Sportdomein c.s.).

Op 25 september 2013 reageerden Sportdomein c.s. daarop eveneens per "WhatsApp"- bericht waarin Sportdomein c.s. onder andere aankondigden: "Mocht je zelfstandig verlof nemen zonder toestemming zal dit vergaande consequenties hebben voor je arbeidsovereenkomst, Ik ga er van uit dat je verstandig genoeg bent en het niet zover laat komen".

Daarop reageerde [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] weer door - onder andere - te berichten: (…) "Maar jullie begrijpen niet als management hoe belangrijk voor mij Wenen is" (…) en "Wenen is HEEEEEL belangrijk voor mij. En ik wil er alles aan doen in het te laten slagen" (…) "Nogmaals ik wil en kan Wenen niet missen, dit HEEL en HEEEEEL belangrijk voor mij. Daarom!! Jullie hebben vervanging voor de hand liggen. Als jullie die niet willen benutten is het niet mijn probleem. Sorry [naam 1] ben boos en teleurgesteld! Ik MOET mee naar Wenen".

In een later "WhatsApp"-bericht liet [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] nog weten: "[naam 1] ik blijf bij mijn keuze. Ik ga naar Wenen. Sorry!! Maandag ben ik om 13.00 uur bij Sportdomein om wat dingen te bespreken. [naam 2]."

Daarop reageerden Sportdomein c.s. (eveneens per "WhatsApp"-bericht): "[naam 2], indien je morgen om 16.00 uur niet verschijnt op je werk, ben je op staande voet ontslagen. In dat geval hoef je maandag niet meer te komen."

Daarop reageerde [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] met: "Ok duidelijk en de mensen van Benfit?"

5.2.

Nadat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op 26 september 2013 inderdaad niet op het werk was verschenen, hebben Sportdomein c.s. [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op 26 september 2013 in een e-mailbericht - onder vermelding dat dit per "gewone" post en per aangetekende post herhaald zou worden - (productie 4 bij conclusie van antwoord Sportdomein) bevestigd dat en waarom [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op staande voet was ontslagen en [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bericht dat hij op grond van art. 7:677 lid 4 BW schadeplichtig was.

5.3.

Weliswaar heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] de ontvangst van het schrijven van 26 september 2013 ontkend, maar uit de door Sportdomein c.s. als productie 11 bij conclusie van dupliek overgelegde ontvangstbevestiging blijkt dat de aangetekende brief van Sportdomein c.s. op 30 september 2013 op het adres van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] is afgeleverd (nadat deze al eerder op 28 september 2013 bij hem was aangeboden).

De kantonrechter gaat derhalve aan deze betwisting voorbij.

5.4.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft eveneens ontkend dat hij alle hiervoor geciteerde e-mailberichten en "WhatsApp"-berichten van Sportdomein c.s. heeft ontvangen respectievelijk aan Sportdomein c.s. heeft verstuurd.

Het komt de kantonrechter echter uiterst onwaarschijnlijk voor dat de inhoud van de door Sportdomein c.s. geciteerde uiterst gedetailleerde en uitvoerige e-mailberichten en "WhatsApp"-berichten compleet door Sportdomein c.s. zou zijn "verzonnen", temeer nu deze berichten ook bevestiging vinden in de door Sportdomein c.s. overgelegde (evenzeer gedetailleerde en uitvoerige) e-mailcorrespondentie tussen Sportdomein c.s. en haar raadsman, die klaarblijkelijk van stonde af aan een sturende en adviserende rol gehad heeft.

Gelet hierop gaat de kantonrechter derhalve aan de "blote" betwisting van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134], die als ongeloofwaardig aangemerkt moet worden, voorbij en acht hij het ook niet nodig in te gaan op het aanbod van Sportdomein c.s. om het beschikbare elektronisch bewaarde materiaal op inhoud en authenticiteit te toetsen.

5.5.

De kantonrechter stelt derhalve vast dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] - nadat zijn verlofaanvraag door Sportdomein c.s. gemotiveerd afgewezen was - zijn verlofplannen onverkort en zonder verdere discussie heeft "doorgezet", óók nadat Sportdomein c.s. hem hadden gewaarschuwd voor de gevolgen daarvan en hem zelfs uitdrukkelijk hadden laten weten dat dit een reden zou zijn voor ontslag op staande voet.

Uit de door Sportdomein c.s. als productie 1 bij conclusie van antwoord overgelegde berichten van collega's van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bleek dat die collega's niet bereid/in staat waren diens lessen op de beide dagen over te nemen. [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] wist dus dat zijn vervanging niet was geregeld en dat Sportdomein c.s. derhalve een gegronde reden hadden verlof voor de bewuste twee dagen te weigeren. Ook valt op dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] op geen enkele wijze verduidelijkt of toelicht welke dringende reden(en) er voor hem was/waren om toch naar Wenen te gaan (anders dan de herhaalde veel te vage mededeling dat Wenen "heel belangrijk" voor hem was), welke nadere motivering naar het oordeel van de kantonrechter alleszins van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] verwacht had mogen worden. In het verlengde hiervan voert [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] ook geen persoonlijke gezichtspunten aan die zijn gedrag begrijpelijk en excusabel maken, terwijl hij ook niet kan bogen op een staat van dienst die zou maken dat Sportdomein c.s. bij hem in het krijt stond of dat hij wel een potje kon breken. Tegenover dit onduidelijk gebleven belang en de eenzijdige stap van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] staat het onmiskenbare belang dat Sportdomein c.s. hadden bij onverkorte voortgang van de bedrijfsvoering die met zijn afwezigheid en het ongeregeld zijn van zijn vervanging voor de bewuste twee dagen in gevaar kwam.

5.6.

Gelet op de voormelde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] Sportdomein c.s. op 26 september 2013 een dringende reden als bedoeld in art. 7:678 lid 2 BW verschaft heeft om de arbeidsovereenkomst tussen partijen onverwijld op te zeggen, dat de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst correct en terstond gedaan is onder gelijktijdige mededeling van de ongeoorloofde afwezigheid als grond en dat dit ontslag dus in rechte stand houdt.

5.7.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft weliswaar gesteld dat het ontslag hem pas op 3 oktober 2013 (voor het eerst) mondeling aangezegd was en dat dit niet "onverwijld" was, temeer omdat hij op 30 september en 1 oktober 2013 nog bij Sportdomein c.s. zou hebben gewerkt.

Gelet op voormelde - door [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] ontvangen - aangetekende brief van Sportdomein c.s. komt deze door geen enkel concreet feit of stuk ondersteunde bewering de kantonrechter evenzeer onwaarschijnlijk en ongeloofwaardig voor. Het aldus verwoorde verweer wordt bovendien gelogenstraft door het feit dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] (zoals blijkt uit de door Sportdomein c.s. als productie 5 overgelegde e-mailcorrespondentie met de "Benfit"-deelnemers) al op 1 oktober 2013 aan die deelnemers heeft laten weten dat "door vervelende omstandigheden de benfit niet meer (kan) doorgaan bij Sportdomein". Ook hieruit blijkt dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] ruimschoots vóór 3 oktober 2013 op de hoogte was/moet zijn geweest van zijn ontslag.

5.8.

Bij brief van 10 oktober heeft (de raadsman van) Sportdomein c.s. het ontslag op staande voet per 26 september 2013 (nogmaals) aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bevestigd en namens Sportdomein c.s. aanspraak gemaakt op de gefixeerde schadevergoeding van art. 7:680 BW. Daarop heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bij sms-bericht van 29 oktober 2013 gevraagd wanneer hij "de spullen" van Sportdomein c.s. terug kon komen brengen en heeft hij om een betalingsregeling ten aanzien van "de boete" gevraagd. Sportdomein c.s. hebben daarop (na overleg met hun raadsman) bij e-mailbericht van 22 november 2013 aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bericht dat hij het door hem nog verschuldigde bedrag in vijf termijnen mocht betalen.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft ook weer betwist deze sms- en/of e-mailberichten van Sportdomein c.s. te hebben ontvangen. Ook ten aanzien van deze betwisting is de kantonrechter van oordeel dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat de inhoud van alle te dien aanzien door Sportdomein c.s. geciteerde berichten compleet door Sportdomein zou zijn "verzonnen". Ook deze berichten vinden weer bevestiging in de door Sportdomein c.s. bij conclusie van dupliek overgelegde e-mailcorrespondentie tussen Sportdomein c.s. en haar raadsman. Deze wijze van procederen van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] (alles ontkennen en speculeren op de bewijsnood van de wederpartij) verdient op zich al weinig waardering, zeker waar [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] beter moet weten, maar een partij die daarvoor kiest, moet zich er wel bewust van zijn dat elektronische communicatie onuitwisbare sporen achterlaat. Bovendien heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] zich tussen begin oktober 2013 en 24 februari 2014 gedragen als ware hij zich ten volle bewust van de laakbaarheid van zijn handelen en zijn eigen tekortschieten, hoezeer hij dit thans ook tracht te maskeren. In dit geval valt [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] dan ook in het eigen mes.

5.9.

Gelet op het vorenstaande zou er in rechte zelfs van kunnen worden uitgegaan dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft berust in het hem op 26 september 2013 gegeven ontslag op staande voet. Het wekt dan ook verbazing dat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] bij brief van DAS Rechtsbijstand van 24 februari 2014

- derhalve bijna vijf maanden na zijn ontslag - alsnog zijn ontslag is gaan aanvechten. Voor die omslag in zijn opstelling noch voor die vertraging in het aanvechten van de opzegging geeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] een redelijke én afdoende verklaring.

5.10.

Sportdomein c.s. vorderen van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] de gefixeerde schadevergoeding ex art. 7:680 BW (in verband met de leden 3 en 4 van art. 7:677 BW) en stellen die op € 2.116,94. Daarop hebben Sportdomein c.s. een bedrag van € 910,75 in mindering gebracht dat zij op grond van de eindafrekening nog aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] verschuldigd waren (loon over de maand september 2013 en vakantiebijslag met name), zodat een bedrag van € 1.206,19 resteert. Sportdomein c.s. hebben echter niet gesteld dat er in casu sprake is van "opzet of schuld" van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] aan de door Sportdomein c.s. gehanteerde dringende reden.

Toch vereist art. 7:677 lid 3 BW dat dit voor de schadeplichtigheid van de ontslagen werknemer essentiële element wordt gesteld en waar nodig onderbouwd en/of bewezen. Door op dit punt iedere stelling en onderbouwing achterwege te laten en aan de onverwijlde opzegging zelf de schadeplichtigheid te willen ontlenen, geven Sportdomein c.s. haar vordering een onvoldoende feitelijke grondslag en zal de gevorderde (resterende) schadevergoeding afgewezen moeten worden. Daargelaten kan dus worden of de verder niet toegelichte berekening van het oorspronkelijke bedrag zich verdraagt met art. 7:680 lid 1 BW en de daaromtrent gangbare jurisprudentie.

5.11.

Nu de (hoofd)vordering van Sportdomein c.s. in de zaak onder zaaknummer 2928172 zal worden afgewezen, worden ook de in die zaak gevorderde wettelijke rente en de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

5.12.

Sportdomein c.s. zullen, als de in de zaak onder zaaknummer 2928172 in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] worden begroot op € 200,00 (2,0 punt × tarief € 100,00) voor salaris gemachtigde.

5.13.

In de zaak onder zaaknummer 2940134 zal - gelet op hetgeen daaromtrent hiervoor is overwogen en beslist - de onder A. gevorderde verklaring van recht van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] worden afgewezen.

5.14.

Ook het in die zaak onder B. door [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] gevorderde loon over de maanden oktober, november en december 2013 zal in het licht van het voorgaande worden afgewezen, nu [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] daarop - gelet op de in deze procedure in stand gelaten onverwijlde opzegging d.d. 26 september 2013 - immers geen aanspraak meer kan maken. Ten onrechte heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] overigens deze op de vernietigbaarheid van de opzegging (ex art. 9 BBA) gegrondveste loonvordering aangemerkt als een vordering tot "volledige schadevergoeding". Een vordering ex art. 7:677 lid 4 BW vereist immers - anders dan een vordering tot doorbetaling van loon c.a. - een solide onderbouwing van de schade die de werknemer als gevolg van de onregelmatig (niet ongeldig) geachte opzegging geleden meent te hebben. De bewuste opzegging is echter nietig (vernietigbaar) noch onregelmatig te achten, zodat deze systematisch/terminologisch foutieve gedachtegang geen verdere consequenties heeft.

5.15.

Nu de door Sportdomein c.s. gevorderde gefixeerde schadevergoeding is afgewezen, hebben Sportdomein c.s. ten onrechte een als (netto)loon aan te merken bedrag van € 910,75 (de eindafrekening) ingehouden, zodat Sportdomein c.s. dit bedrag nog aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] zullen dienen te voldoen, verhoogd met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW en vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over hoofdsom en wettelijke verhoging. Nu gesteld noch gebleken is dat Sportdomein c.s. eerder dan bij de inleidende dagvaarding ten aanzien van concrete bedragen in gebreke zijn gesteld zal deze wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarden (25 maart 2014). Omdat [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] (vrijwel) de gehele maand september 2013 in dienst is geweest bij Sportdomein c.s. is de inhouding van een bedrag van € 7,00 voor "Personeelsvereniging" op die eindafrekening terecht geschied. [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft immers niet weersproken dat hij lid was van de personeelsvereniging van Sportdomein c.s.

De wettelijke verhoging wordt wegens de aanzienlijke vertraging in de betaling en het (in rechte) ontbreken van een te honoreren matigingsgrond op het maximum van € 455,38 netto (50% van het loonbedrag) bepaald, zodat in totaal € 1.366,13 netto toegewezen wordt.

5.16.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft tevens uitbetaling van de achterstallige verlofuren en de achterstallige vakantiebijslag gevorderd. Blijkens de door [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] overgelegde - kennelijk door Sportdomein c.s. aan hem verstrekte - eindafrekening (productie 4 bij dagvaarding) zijn de verlofuren en de vakantiebijslag waarop [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] nog recht had, echter al in die eindafrekening opgenomen. Nu [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] niet heeft gesteld noch anderszins is gebleken dat die eindafrekening onjuist was, moet dit deel van de vordering van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] afgewezen worden.

5.17.

[gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] heeft verder gevorderd Sportdomein c.s. hoofdelijk te veroordelen tot afgifte van loonspecificaties over de maanden oktober, november en december 2013 en een correcte jaaropgave over het jaar 2013.

Nu de loonvordering van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] over de genoemde maanden is afgewezen, leent ook de vordering tot het afgeven van loonspecificaties over die maanden zich niet voor toewijzing.

Met de vordering tot het afgeven van een correcte jaaropgave heeft [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] kennelijk op het oog een jaaropgave waarin (ook) het loon over de hiervoor genoemde maanden is opgenomen. Nu de loonvordering over die maanden echter is afgewezen en - naar aan te nemen valt - [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] over de maanden januari t/m september 2013 reeds een jaaropgave van Sportdomein c.s. heeft ontvangen (die dus - gelet op het vorenstaande - niet [meer] gecorrigeerd hoeft te worden) zal ook deze vordering van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] worden afgewezen.

5.18.

Nu gesteld noch gebleken is dat Sportdomein c.s. ten aanzien van concrete bedragen in gebreke zijn gesteld, kan er evenmin sprake zijn van toewijsbaarheid van enige aanspraak ter zake van beweerde buitengerechtelijke kosten.

5.19.

Nu partijen in de zaak onder zaaknummer 2940134 over en weer (gedeeltelijk) in het ongelijk zijn gesteld, acht de kantonrechter termen aanwezig de kosten van deze procedure aldus te compenseren dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak onder zaaknummer 2928172

6.1.

wijst de vordering van Sportdomein c.s. ten opzichte van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] af;

6.2.

veroordeelt Sportdomein c.s. hoofdelijk - en wel aldus dat betaling door de een, de ander tot de hoogte van die betaling zal kwijten - om de proceskosten te betalen, aan de zijde van [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] tot op heden begroot op € 200,00;

6.3.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak onder zaaknummer 2940134

6.4.

veroordeelt Sportdomein c.s. hoofdelijk - en wel aldus dat betaling door de een, de ander tot de hoogte van die betaling zal kwijten - om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] een bedrag van € 1.366,13 netto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarden (25 maart 2014) tot aan de dag van voldoening;

6.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

compenseert de kosten van deze procedure aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.7.

wijst het door [gedaagde zaaknr. 2928172 en eiser zaaknr. 2940134] meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, en is in het openbaar uitgesproken.

type: PZ/HS