Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:8562

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
09-02-2015
Zaaknummer
C/03/195901 / KG ZA 14-501
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/195901 / KG ZA 14-501

Vonnis in kort geding van 8 oktober 2014

in de zaak van

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht

VIGORFLUSS INTERNATIONAL S.P.R.L.,
gevestigd te (5001)Belgrade – Namen (België),

en

2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACQUA+ 2.0 B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eiseressen,
advocaat mr. L.L.A.M. Thissen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IN2WATER B.V.,
gevestigd te Maastricht,
gedaagde,
advocaat mr. A.L.M. van Uden.

Partijen zullen hierna respectievelijk Vigorfluss, Acqua+ 2.0 en In2Water worden genoemd.

1 Het verloop van de procedure



1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- de dagvaarding met 22 producties
- de akte depot ter griffie van Vigorfluss enAcqua+ 2.0 houdende de producties 23 en 24
- de akte van Vigorfluss enAcqua+ 2.0 houdende productie 25

- de akte overlegging producties van Vigorfluss en Acqua+ 2.0 houdende de producties 26 en 27
- de akte van In2Water houdende de producties 1 tot en met 7
- de mondelinge behandeling op 22 september 2014
- de pleitnota van Vigorfluss enAcqua+ 2.0
- de pleitnota van In2Water

-de ter mondelinge behandeling door In2Water overgelegde originele verklaring van [naam]

, met bijlage.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden

2 De feiten


2.1. Vigorfluss drijft een onderneming, die zich toelegt op de productie en distributie van zogenoemde perlators. In perlators is een techniek verwerkt waarmee in kranen, zoals keukenkranen en douchekranen, water bespaard kan worden. Imexho SA, een Belgische vennootschap met als directeur [naam directeur Imexho, vertegenwoordiger Vigorfluss] (hierna: “[naam directeur Imexho, vertegenwoordiger Vigorfluss]”), is vertegenwoordiger van Vigorfluss en bevoegd om namens Vigorfluss (distributie- en/of (weder)verkoop)-overeenkomsten aan te gaan.

2.2.

[naam directeur Imexho, vertegenwoordiger Vigorfluss] heeft in augustus 2012 de heren [naam bestuurder In2Water] (hierna: “[naam bestuurder In2Water]”) en [naam bestuurder Acqua+] (hierna: “[naam bestuurder Acqua+]”) benaderd om de perlators voor Vigorfluss onder de naam Acqua+ te gaan verkopen. Op 29 augustus 2012 hebben [naam directeur Imexho, vertegenwoordiger Vigorfluss], [naam bestuurder Acqua+] en [naam bestuurder In2Water] daartoe een Letter of Intent ondertekend.

2.3.

Naar aanleiding van een voorval wenste [naam bestuurder Acqua+] op enig moment niet meer met [naam bestuurder In2Water] samen te werken. In plaats daarvan is afgesproken dat [naam bestuurder In2Water] op persoonlijke titel Acqua+ producten zou gaan verkopen in Duitsland. Daartoe is op 8 oktober 2013 een driepartijenovereenkomst tussen [naam directeur Imexho, vertegenwoordiger Vigorfluss], [naam bestuurder Acqua+] en [naam bestuurder In2Water] gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat [naam bestuurder In2Water] het exclusieve recht krijgt om Acqua+ producten te verkopen in Duitsland en [naam bestuurder Acqua+] het exclusieve recht krijgt om Acqua+ producten te verkopen in de Benelux.

2.4.

Op 29 oktober 2013 heeft [naam bestuurder Acqua+] de vennootschappen Acqua+ 1.0 B.V. en Acqua+ 2.0 B.V. opgericht. [naam bestuurder Acqua+] is enig bestuurder en aandeelhouder van deze vennootschappen. Bij overeenkomst van 22 augustus 2013 heeft Vigorfluss, via Imexho, het exclusieve verkooprecht ter zake de Acqua+ producten gegeven aan Acqua+ 2.0 voor Europa met uitzondering van Italië en Duitsland.

2.5.

Op 27 december 2013 is In2Water opgericht. Sedert 19 augustus 2014 is [naam bestuurder In2Water] alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van In2Water.

2.6.

Uit de Nederlandstalige informatie op de website van In2Water blijkt onder meer dat In2Water perlators te koop aanbiedt. Deze perlators zijn niet afkomstig van Vigorfluss. In2Water maakt op haar website gebruik van teksten, die grotendeels identiek zijn aan teksten in een PowerPointpresentatie waarvan Acqua+ 2.0 gebruik maakt.

2.7.

In2Water dicht bepaalde eigenschappen toe aan haar perlators, namelijk dat:
a. zij anti-bacteriologisch zijn en geen kalk vasthouden,
b. zij voor gebruik in kranen 60% water besparen,
c. zij voor gebruik in douches 50% water besparen,
d. de onder b en c genoemde claims bewezen zijn door een zogenaamd “food proved certification”,
e. zij tot een besparing van 30% aan energiekosten leiden,
f. zij dezelfde water“beleving” geven als in het geval er geen perlator wordt gebruikt,

g. zij een constante waterdruk geven.


3. Het geschil


3.1. Vigorfluss en Acqua+ 2.0 vorderen, kort gezegd:
I. In2Water te bevelen om zich binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te onthouden van misleidende mededelingen waarbij de suggestie wordt gewekt dat:
a. de perlators anti-bacteriologisch zijn en geen kalk vasthouden,
b. de perlators voor gebruik in kranen 60% water besparen,
c. de perlators voor gebruik in douches 50% water besparen,
d. de onder b en c genoemde claims bewezen zijn door een zogenaamd “food proved certification”,
e. de perlators tot een besparing van 30% aan energiekosten leiden,
f. de perlators dezelfde water“beleving” geven als in het geval er geen perlator wordt gebruikt,
g. de perlators een constante waterdruk geven.
II. In2Water te bevelen gedurende één jaar op de startpagina van haar website een door Acqua+ 2.0 in het petitum van haar dagvaarding opgenomen tekst te plaatsen in een rood kader en met een letterteken dat minstens gelijk is aan het normaal op de website gebruikte letterteken,
III. In2Water te bevelen om zich binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere inbreuk op het auteursrecht van Acqua+ 2.0,
IV. Naar de voorzieningenrechter begrijpt uit de context van de formulering van deze vordering in het petitum, het gevorderde onder I tot en met III op te leggen op straffe van verbeurte van een dwangsom,
V. In2Water voor wat betreft het gevorderde onder I en II te veroordelen in de kosten van de procedure ex artikel 237 Rv en In2Water voor wat betreft het gevorderde onder III te veroordelen in de kosten van de procedure ex artikel 1019h Rv.



3.2. Ter onderbouwing van de vorderingen voeren Vigorfluss en Acqua+ 2.0 aan dat In2Water inbreuk maakt op het auteursrecht van Acqua+ 2.0 door zonder haar toestemming auteursrechtelijk beschermd werk, te weten bijna haar volledige PowerPointpresentatie, openbaar te maken via de website van In2Water.
Daarnaast stellen Vigorfluss en Acqua+ 2.0 dat In2Water jegens hen onrechtmatig handelt doordat zij misleidende mededelingen doet op haar website. Voormelde productclaims van In2Water zijn immers nergens op gebaseerd. In2Water heeft de eigenschappen van de perlators van Vigorfluss gekopieerd en toegedicht aan haar eigen perlators. De eigenschappen van Acqua+ producten zijn, in tegenstelling tot die van de perlators van In2Water, onderbouwd met wetenschappelijke studies en testonderzoeken. Aangezien de perlators van In2Water anders zijn samengesteld dan de Acqua+ producten, kunnen de perlators van In2Water niet dezelfde eigenschappen hebben als Acqua+ producten.

3.3.

Vigorfluss en Acqua+ 2.0 stellen schade te lijden door de misleidende reclame die In2Water maakt. Een aantal grote klanten heeft hun orders “on hold” gezet. Zij stellen spoedeisend belang te hebben bij hun vorderingen, omdat de inbreuk op het auteursrecht en de misleidende reclame voortduurt.

3.4.

In2Water voert verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling


4.1. Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering. Anders dan In2Water van mening is, is de zaak geschikt om in kort geding te worden beslist, zodat van een weigering van de gevraagde voorziening op de in artikel 256 Rv genoemde grond geen sprake kan zijn.

Inbreuk op het auteursrecht

4.2.

Voorop staat dat gesteld noch gebleken is dat aan Vigorfluss auteursrecht toekomt ter zake de onderhavige PowerPointpresentatie, zodat de betreffende vordering, voor zover die door haar is ingesteld, zal worden afgewezen.

4.3.

In2Water betwist dat de PowerPointpresentatie kan worden aangemerkt als een werk dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Er is volgens haar geen sprake van een origineel werk dat creatieve kenmerken bevat en bovendien is de presentatie
geen schepping van [naam bestuurder Acqua+] alleen, omdat ook In2Water in de personen [naam bestuurder In2Water] en [naam] aan de totstandkoming van de PowerPointpresentatie hebben meegewerkt.

4.3.1.

Acqua+ 2.0 en In2Water twisten daarmee in de eerste plaats over de vraag of de PowerPointpresentatie voorwerp is van bescherming in de zin van artikel 10 Auteurswet 1912 (Aw). De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Mede gelet op hetgeen Acqua+ 2.0 ter mondelinge behandeling heeft aangevoerd over de specifieke woordkeuze en gekozen zinsopbouw van de presentatie alsmede de daarin verwerkte keuzes, zoals het noemen van uitspraken van de voorzitter van Nestlé en de activiteiten van Koning Willem-Alexander op het gebied van watermanagement, geldt dat de PowerPointpresentatie een origineel en onderscheidend karakter heeft, in die zin dat er sprake is van een creatieve prestatie die in het werk tot uiting komt. Daarmee is de PowerPointpresentatie een auteursrechtelijke werk in de zin van artikel 10 lid 1 aanhef onder 1 van de Auteurswet 1912 (Aw).

4.3.2.

Volgens In2Water is er voorts geen sprake van inbreuk op het auteursrecht van Acqua+ 2.0 omdat de teksten van de website en de PowerPointpresentatie gezamenlijk door [naam bestuurder In2Water], [naam] en [naam bestuurder Acqua+] zijn opgezet aan de hand van reeds bestaande internetinformatie van Vigorfluss. Ter onderbouwing legt In2Water een verklaring van [naam] over. Acqua+ 2.0 heeft gemotiveerd weersproken dat het een gemeenschappelijk werk betreft. Zij stelt dat [naam bestuurder Acqua+] als maker de rechthebbende was op het auteursrecht, dat rust op de PowerPointpresentatie, en dat [naam bestuurder Acqua+] inmiddels al zijn auteursrechten bij akte van 25 mei 2014 aan haar heeft overgedragen.

4.3.3.

Uit de aanduiding “auteur [naam bestuurder Acqua+]” op de door Acqua+ 2.0 overgelegde schermprint van de laptop van [naam bestuurder Acqua+] volgt, mede gelet op de betwisting door In2Water, nog niet het vermoeden dat uitsluitend [naam bestuurder Acqua+] als maker van de PowerPointpresentatie heeft te gelden. Voor nader onderzoek in dit verband is in dit kort geding geen plaats. Indien er

veronderstellenderwijs van uit wordt gegaan dat, zoals In2Water stelt, de teksten van de PowerPointpresentatie gezamenlijk door [naam bestuurder In2Water], [naam] en [naam bestuurder Acqua+] zijn opgezet, is er

sprake van een gemeenschappelijk werk, waarvan niet is gesteld of gebleken dat de bijdragen van elk afzonderlijk persoon scheidbaar zijn. Alsdan komt het exploitatie-auteursrecht op het geheel toe aan de auteurs gezamenlijk, waarbij de exploitatie ervan ingevolge artikel 26 Auteurswet alsmede artikel 3:166 e.v. BW in beginsel de instemming van alle betrokken auteurs behoeft. Nu In2Water in haar verweer niet heeft gesteld dat zij vooraf toestemming heeft gevraagd aan en gekregen van ([naam bestuurder Acqua+] respectievelijk) Acqua+ 2.0 voor het gebruik van de teksten van de PowerPointpresentatie op haar website noch daarvan anderszins is gebleken, maakt In2Water ook in dat geval inbreuk op het auteursrecht van Acqua+ 2.0. Gezien het voorgaande zal het gevorderde onder III, voor zover het betreft de PowerPointpresentatie, worden toegewezen. Voor de beoordeling van de onderhavige vordering kan daarmee verder in het midden blijven of het auteursrecht, zoals Acqua+ 2.0 stelt, alleen aan Acqua+ 2.0 toekomt. De termijn waarbinnen In2Water aan de veroordeling moet voldoen, zal worden bepaald op 14 dagen na betekening van het vonnis. Daarbij is, vanwege de samenhang tussen de vorderingen, aansluiting gezocht bij de hierna op te leggen termijn ter zake de vordering onder I. De gevorderde dwangsom zal worden verminderd en gemaximeerd zoals in het dictum is bepaald.

Misleidende mededelingen

4.4.

Aqua+ 2.0 heeft voldoende gesteld en aannemelijk gemaakt dat de mededelingen van In2Water op haar website misleidend zijn. Volgens Acqua+ 2.0 dicht In2Water aan haar perlators immers dezelfde eigenschappen toe als de perlators van Aqua+ 2.0 hebben, terwijl de juistheid of volledigheid van de betreffende mededelingen van In2Water niet blijkt.

4.4.1.

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:195 lid 1 BW had het op de weg van In2Water gelegen om de juistheid en volledigheid van de feiten die in de mededelingen op haar website omtrent de eigenschappen van haar perlators worden gedaan (zie hiervoor onder rechtsoverweging 2.7.) aannemelijk te maken. In2Water heeft ter zake echter nog geen begin van bewijs geleverd, doch zich enkel beperkt tot de blote stellingen ter mondelinge behandeling dat haar perlators anders en beter zijn dan de Acqua+ perlators en voorts dat zij hele andere producteigenschappen claimt. Ter zake dit laatste: dat zij op haar website daadwerkelijk andere producteigenschappen claimt dan die van Acqua+ producten, heeft In2Water evenmin onderbouwd en dus niet aannemelijk gemaakt. Nu In2Water bovendien niet heeft betwist dat zij de productclaims van de Acqua+ perlators heeft overgenomen op haar website en evenmin heeft betwist dat die productclaims niet op haar perlators van toepassing zijn, heeft zij de juistheid en volledigheid van de feiten die in de mededelingen op haar website zijn vermeld niet aannemelijk gemaakt, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Dientengevolge zijn haar mededelingen misleidend en daardoor jegens Vigorfluss en Acqua+ 2.0 onrechtmatig.

4.4.2.

Aangezien Acqua+ 2.0 dreigende schade voldoende aannemelijk heeft gemaakt, zijn het onder I. van het petitum gevorderde verbod alsmede de onder II. gevorderde rectificatie op de website van In2Water toewijsbaar, met dien verstande dat – vanwege de samenhang van de vorderingen – wat betreft de vordering onder I. voor de termijn waarbinnen In2Water na betekening van dit vonnis aan het bevel zal moeten hebben voldaan, aansluiting wordt gezocht bij de vordering onder II. Aldus wordt de termijn bepaald op 14 dagen. Anders dan gevorderd, zal In2Water de rectificatie gedurende een periode van drie maanden op haar website dienen te plaatsen, aangezien de

voorzieningenrechter dat een redelijke termijn acht. Verder is in dit kader in aanmerking genomen dat In2Water de door Aqua+ 2.0 in het petitum vermelde tekst ter rectificatie en de

wijze waarop die rectificatie volgens Acqua+ 2.0 op de website moet staan volledig onbesproken heeft gelaten, laat staan dat zij daartegen (subsidiair) verweer heeft gevoerd. De gevorderde dwangsom zal worden verminderd en gemaximeerd zoals in het dictum is bepaald.

De proceskosten


4.5. In2Water dient als de jegens Vigorfluss als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij en jegens Acqua+ 2.0 als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.

4.5.1.

Acqua+ 2.0 vordert ten aanzien van de vordering onder III van het petitum veroordeling van In2Water in de proceskosten op basis van artikel 1019h Rv en stelt daartoe aan de hand van de als productie 27 overgelegde kostenstaat dat haar advocaatkosten

€ 9.083,31, vermeerderd met 6% kantoorkosten en 21% btw, in totaal € 11.650,25 bedragen, welke kosten voor de helft zien op het gevorderde onder III ter zake de handhaving van auteursrechten. Acqua+ 2.0 vordert derhalve de helft van het totaalbedrag, zijnde, anders dan Acqua+ 2.0 stelt, € 5.825,12. In2Water voert verweer tegen de omvang van deze kosten en stelt daartoe dat deze niet redelijk en evenredig zijn.

4.5.2.

Het betreft op dit punt een eenvoudige zaak. Op grond van de indicatietarieven in IE-zaken behoort de procedure daarmee tot de categorie waarvoor een advocaatkostenveroordeling van € 6.000,-- (exclusief griffierecht, verschotten en btw) het uitgangspunt is. Nu het door Acqua+ 2.0 aan advocaatkosten op dit punt gevorderde bedrag niet hoger is dan dit forfaitaire tarief wordt het redelijk en evenredig geacht en derhalve toegewezen.

4.5.3.

De door Vigorfluss en Acqua+ 2.0 gevorderde proceskostenveroordeling voor het gevorderde sub I en II wordt als volgt toegewezen:

- kosten exploot € 77,52

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat naar evenredigheid € 408,00 (0,5 x € 816,00)

totaal € 1.093,52



5.De beslissing


De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt In2Water om zich binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te onthouden van het doen van misleidende mededelingen waarbij de suggestie wordt gewekt dat:
a. de perlators anti-bacteriologisch zijn en geen kalk vasthouden,
b. de perlators voor gebruik in kranen 60% water besparen,
c. de perlators voor gebruik in douches 50% water besparen,
d. de onder b en c genoemde claims bewezen zouden zijn door een zogenaamd “food proved certification”,
e. gebruik van de perlators leidt tot een besparing van 30% aan energiekosten,


f. de perlators dezelfde waterbeleving geven als in het geval er geen perlator wordt gebruikt,
g. de perlators een constante waterdruk geven,

5.2.

beveelt In2Water om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis gedurende drie maanden op de startpagina van de website van In2Water de volgende tekst te plaatsen in een rood kader en met een letterteken dat minstens gelijk is aan het normaal op de website gebruikte letterteken:

“Op last van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, delen wij u hierbij mede dat In2Water B.V. ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat:
a. de producten van In2Water BV anti-bacteriologisch zijn en geen kalk vasthouden;
b. de producten van In2Water BV voor gebruik in kranten 60% water besparen;
c. de producten van In2Water BV voor gebruik in douches 50% water besparen;
d. de onder b en c genoemde claims bewezen zouden zijn door een zogenaamd “food proved

certification”;
e. gebruik van de producten van In2Water leidt tot een besparing van 30% aan energiekosten;

f. de producten van In2Water dezelfde waterbeleving geven als in het geval de producten niet worden gebruikt;
g. de producten van In2Water een constante waterdruk geven.

In2Water BV kan deze productclaims echter niet onderbouwen. Volgens de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, heeft In2Water B.V. aldus misleidende mededelingen openbaar gemaakt en heeft In2Water B.V. onrechtmatig gehandeld jegens haar concurrenten.

Ondertekend door de directie van In2Water BV.”,

5.3.

beveelt In2Water om zich binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere inbreuk op het auteursrecht van Acqua+ 2.0 met betrekking tot de teksten van de PowerPointpresentatie,

5.4.

bepaalt dat In2Water voor iedere keer dat In2Water geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met (één of meer onderdelen van) de onder 5.1., 5.2. en 5.3. uitgesproken bevelen een dwangsom verbeurt van € 5.000,00, in dier voege dat deze dwangsom evenzoveel keer verschuldigd zal zijn als (onderdelen van) de genoemde bevelen worden overtreden of niet worden nagekomen, alsmede een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat de betreffende overtreding respectievelijk niet-nakoming voortduurt, daarbij ieder gedeelte van een dag als een hele gerekend, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 150.000,00,

5.5.

veroordeelt In2Water tot betaling van de kosten van de procedure, aan de zijde van Acqua+ 2.0 begroot op € 5.825,12,

5.6.

veroordeelt In2Water tot betaling van de kosten van de procedure, aan de zijde van Vigorfluss en Acqua+ 2.0 begroot op € 1.093,52,


5.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. P.H. Brandts en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

EvdP