Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:8401

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
01-10-2014
Zaaknummer
03/721673-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf opgelegd wegens schuld aan een ongeval met letsel door veel te hard en onder invloed van alcohol in een tunnel te rijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/721673-13

Datum uitspraak : 1 oktober 2014

Verstek

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorte gegevens verdachte],

wonende te [adres verdachte].

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 17 september 2014.

De rechtbank heeft op 17 september 2014 gehoord: de officier van justitie.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij:

op of omstreeks 15 oktober 2013, in de gemeente Roermond,

als verkeersdeelnemer, namelijk als (beginnend) bestuurder van een

motorrijtuig (personenauto),

daarmede rijdende over de weg, Roertunnel, gelegen in de Rijksweg A73, zich zodanig heeft gedragen dat een of meer aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval(len) heeft/hebben plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, met een hogere snelheid dan de maximum ter plaatse toegestane, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid,

meerdere althans een vóór hem, verdachte, op die door hem, verdachte,

gevolgde weg rijdende motorrijtuig(en) van achteren naderend, niet dan wel

niet voldoende de snelheid van het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig

te verminderen

en/of niet voldoende met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig uit

te wijken om een aanrijding of botsing met die/dat vóór hem, verdachte, op die

door hem gevolgde weg rijdende motorrijtuig(en) te voorkomen,

ten gevolge waarvan hij, verdachte met het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig in aanrijding of botsing is gekomen met een motorrijtuig

personenauto, merk Toyota, kenteken [kenteken] en/of met een motorrijtuig

personenauto Volkswagen, kenteken [kenteken]

door welk(e) verkeersongeval(len) een ander, te weten [naam benadeelde partij 2],

zijnde de bestuurder van laatstgenoemd motorrijtuig,

(onder meer) een hoofdwond, een (zware) hersenschudding en/of gekneusde

ribben,

in elk geval zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan,

zulks terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel

8, eerste, tweede of derde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en zulks terwijl

sedert de datum waarop aan hem, verdachte, voor de eerste maal een rijbewijs

was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken,

bij onderzoek bleek het alcoholgehalte van zijn, verdachtes, bloed 1,40

milligram, in ieder geval hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter

bloed, te zijn;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

a)

op of omstreeks 15 oktober 2013, in de gemeente Roermond,

als bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs was

vereist, (personenauto) terwijl sedert de datum waarop aan hem voor de eerste

maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en de

eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden,

dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank,

dat het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek 1,40 milligram, in elk

geval hoger dan 0,2 milligram, per milliliter bloed bleek te zijn;

b)

op of omstreeks 15 oktober 2013 in de gemeente Roermond

als verkeersdeelnemer, namelijk als (beginnend) bestuurder van een

motorrijtuig (personenauto),

daarmede rijdende over de weg, Roertunnel, gelegen in de Rijksweg A73,

bij nadering van een of meer op genoemde weg zich bevindende andere

voertuigen, de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

niet tijdig en niet voldoende heeft verminderd en/of niet behoorlijk is

uitgeweken om een aanrijding of botsing met dat/die andere voertuig(en) te

voorkomen,

ten gevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig in aanrijding of botsing is gekomen met een motorrijtuig

personenauto, merk Toyota, kenteken [kenteken] en/of met een motorrijtuig

personenauto Volkswagen, kenteken [kenteken],

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op de weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    is niet gebleken van het bestaan van omstandigheden die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan; de officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

4. De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit bewezen is. De officier van justitie wijst op het feit dat uit onderzoek volgt dat de verdachte 186,7 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar de maximumsnelheid 100 kilometer per uur bedraagt en dat bij een bloedonderzoek anderhalf uur na het ongeval, een alcoholgehalte van 1,4 milligram per liter bloed werd vastgesteld, zulks terwijl de verdachte ten tijde van het ongeval als beginnend bestuurder moet worden aangemerkt. De officier van justitie wijst er voorts op dat het ongeval in een smalle tunnel heeft plaatsgevonden en dat de gevaarzetting door een hoge snelheid in deze tunnel extra groot is.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

Op 15 oktober 2013 omstreeks 21:05 uur reed de verdachte als bestuurder van een personenauto (BMW) over de A73 komende uit de richting van Herten en gaande in de richting van Roermond. Op de A73 geldt ter plaatse een maximum snelheid van 100 kilometer per uur. In de Roertunnel verliest de verdachte de controle over zijn voertuig, waardoor er een aanrijding ontstaat met de voor hem rijdende betrokkenen, de heer [naam benadeelde partij 1] en mevrouw [naam benadeelde partij 2]. De heer [naam benadeelde partij 1] reed in een Toyota Aygo met kenteken [kenteken] en mevrouw [naam benadeelde partij 2] in een Volkswagen met kenteken [kenteken].2

Ten gevolge van de aanrijding is mevrouw [naam benadeelde partij 2] naar het ziekenhuis te Roermond vervoerd.3

Bij mevrouw [naam benadeelde partij 2] wordt als letsel geconstateerd een zwelling van het achterhoofd, een hoofdwond van ca. 4 cm en twee kneuzingshaarden, in de linker en rechter voorkwabben van de hersenen. De genezingsduur wordt op enkele maanden geschat.

Gelet op de aard van het letsel, alsmede de duur van het herstel is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel.4

De verdachte was ten tijde van het ongeval een beginnend bestuurder.5

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of dit verkeersongeval te wijten is aan de gedragingen van de verdachte en zo ja, hoe deze gedragingen dan gekwalificeerd dienen te worden.

Ter plaatse van het ongeval heeft de verbalisant telefonisch contact opgenomen met de tunneloperator van Rijkswaterstaat. Deze was belast met het uitkijken van de camerabeelden. De tunneloperator deelde de verbalisant mede dat hij zag dat het verkeersongeval had plaatsgevonden en dat hij de beelden had veiliggesteld.6 De drie betrokken voertuigen reden over de rechter rijbaan in de richting van Nijmegen op rijstrook 2. De Volkswagen reed op ongeveer 60 meter voor de Toyota. De bestuurders van de Volkswagen en de Toyota reden beiden met een snelheid van ongeveer 100 km/h. Op enig moment naderde de BMW de Toyota van achteren met een aanzienlijke hogere snelheid dan de Toyota had. De BMW schampte met de rechtervoorzijde de voor hem rijdende Toyota. Omdat de BMW een hogere snelheid had dan de Toyota haalde de BMW de Toyota aan de linkerzijde in. De BMW was, doordat de rechter voorwielophang was vernield door de schamp, onbestuurbaar. Ondanks de afgebroken rechter voorwielophanging en het ingeklemde rechtervoorwiel, dat voor een vertraging zorgde, had de BMW nog steeds een snelheid die aanzienlijk hoger was dan de snelheid van de Volkswagen, die vóór de BMW op rijstrook 2 reed. De BMW botste vervolgens tegen de achterzijde van de Volkswagen.7

In het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse wordt vermeld dat door met daartoe bestemde apparatuur de Electronic Control Unit (ECU) in de BMW uit te lezen, is gebleken dat deze unit een snelheid van 186,7 km/h op het moment van de botsing met de Toyota registreerde. Deze registratie van de snelheid is volgens BMW Group (de fabrikant van het voertuig) nauwkeurig.8 Op grond van deze bevindingen is de rechtbank van oordeel dat moet worden aangenomen dat de snelheid van het door de verdachte bestuurde voertuig op het moment van de botsing met de Toyota circa 185 km/h is geweest.

In de verkeersongevallenanalyse wordt geconcludeerd dat, als de bestuurder van de BMW zich had gehouden aan de maximumsnelheid van 100 km/h, hij het door hem bestuurde voertuig waarschijnlijk onder controle had kunnen houden, zodat de ongevallen niet zouden hebben plaatsgevonden.9

Tegenover ambtenaren van de politie heeft de verdachte verklaard dat hij op 15 oktober 2013 tussen 18.00 uur en 19.00 uur vier glazen whisky heeft gedronken en dat hij onderweg nog een slokje whisky heeft gedronken.10

Na het ongeval – om 22.36 uur – is bloed van verdachte afgenomen ten behoeve van een onderzoek.11 Het NFI heeft gerapporteerd als resultaat van een analyse, na aftrek van de wettelijk voorgeschreven correctie, 1,40 milligram alcohol per milliliter bloed.12

Voornoemde feiten en omstandigheden leiden tot navolgend oordeel van de rechtbank.

Op grond van de verkeersongevalsanalyse en de verklaring van de verdachte beschouwt de rechtbank als vaststaand dat de verdachte niet alleen de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 100 kilometer per uur ruimschoots heeft overschreden en zijn snelheid niet heeft aangepast aan de omstandigheden, maar ook dat de verdachte – als beginnend bestuurder – zijn voertuig heeft bestuurd na het nuttigen van zoveel alcohol, dat uit oogpunt van verkeersveiligheid de wet het besturen van een motorvoertuig verbiedt.

De rechtbank acht de gedragingen van de verdachte zodanig verwijtbaar dat aan de mate van schuld die nodig is voor een bewezenverklaring van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 is voldaan. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit bewezen, met dien verstande dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

op 15 oktober 2013, in de gemeente Roermond, als verkeersdeelnemer, namelijk als beginnend bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),

daarmede rijdende over de weg, Roertunnel, gelegen in de Rijksweg A73, zich zodanig heeft gedragen dat aan zijn schuld te wijten verkeersongevallen hebben plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig met een hogere snelheid dan de maximum ter plaatse toegestane snelheid, meerdere vóór hem rijdende motorrijtuigen van achteren naderend, niet de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig te verminderen

en niet met het door hem bestuurde motorrijtuig uit te wijken om een aanrijding met die vóór hem op die door hem gevolgde weg rijdende motorrijtuigen te voorkomen,

ten gevolge waarvan hij met het door hem bestuurde motorrijtuig in aanrijding is gekomen met een motorrijtuig personenauto, merk Toyota, kenteken [kenteken] en met een motorrijtuig personenauto Volkswagen, kenteken [kenteken]

door welke verkeersongevallen een ander, te weten [naam benadeelde partij 2],

zijnde de bestuurder van laatstgenoemd motorrijtuig, zwaar lichamelijk letsel werd

toegebracht,

zulks terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en zulks terwijl sedert de datum waarop aan hem, verdachte, voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken,

bij onderzoek bleek het alcoholgehalte van zijn bloed 1,40 milligram, te zijn.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op het navolgende strafbare feit:

primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8 derde lid en het feit mede is veroorzaakt doordat een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate is overschreden.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde, nu niet is gebleken van het bestaan van een omstandigheid die zijn strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van de straffen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen acht, gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden op te leggen en aan hem de rijbevoegdheid te ontzeggen voor de duur van 3 jaren, zulks met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingehouden en ingevorderd is geweest.

7.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Door zich aanmerkelijk onvoorzichtig te gedragen, heeft de verdachte een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt waardoor aan [naam benadeelde partij 2] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Het aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag bestond daarin dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, terwijl hij reed met een aanzienlijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan én terwijl hij, als beginnend bestuurder, teveel gedronken had. Het bewezen verklaarde feit is een zeer ernstig strafbaar feit, waarvan de ernst ook tot uitdrukking komt in de straffen die daarop zijn gesteld in de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank heeft voor de straftoemeting aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) met betrekking tot overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De categorie die de rechtbank in het onderhavige geval het beste vindt passen, is de categorie ‘grove verkeersfout’. Die oriëntatiepunten nemen in het geval van een aanmerkelijke verkeersfout, bij een alcoholgehalte hoger dan 570 µg/l en met als gevolg zwaar lichamelijk letsel, als uitgangspunt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van voor de duur van 3 jaren.

.

Naar het oordeel van de rechtbank doet dit oriëntatiepunt onvoldoende recht aan het door de verdachte gepleegde strafbare feit. De rechtbank acht strafverzwarend dat de verdachte veel te snel en onder invloed van alcohol in een smalle tunnel heeft gereden, waar door het ontbreken van uitwijkmogelijkheden niet alleen de kans op een ongeluk groter is, maar ook een verhoogd risico bestaat dat een ongeluk een ernstige afloop heeft. Bovendien acht de rechtbank strafverzwarend dat de verdachte reeds meermalen in België is veroordeeld wegens verkeersovertredingen. De rechtbank zal aan de verdachte daarom een straf opleggen die boven het oriëntatiepunt uitgaat.

In de hiervoor genoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van tien maanden.

Gelet op de ernst van het feit en mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal de rechtbank aan de verdachte de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaren. Op deze termijn komt in mindering de termijn waarin het rijbewijs van de verdachte werd ingevorderd en ingehouden is geweest.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.3 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert, zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

Straffen

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden;

- ontzegt aan de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie jaren;

- verstaat dat ingevolge artikel 179 lid 6 van de Wegenverkeerswet de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip waarop de bijkomende straf van de ontzegging van de rijbevoegdheid ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van de ontzegging geheel in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. F.M. van Maanen Winters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 oktober 2014.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/721673-13

proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de enkelvoudige strafkamer van de rechtbank van 1 oktober 2014 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorte gegevens verdachte],

wonende te [adres verdachte],

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft aan de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan dit proces-verbaal, dat is vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman: mr. F.A. Dronkers, kantoorhoudende te Roermond.

Tolk: mevr. A.J.G. Hiemstra, kantoorhoudende te Maastricht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL233C 2013093682 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 15 oktober 2013, pagina 2 t/m 4.

3 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 15 oktober 2013, pagina 1.

4 Geneeskundige verklaring opgemaakt door neuroloog [naam neuroloog] d.d. 15 september 2014.

5 Proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 15 oktober 2013, pagina 5.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2013, pagina 1.

7 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse, pagina 13 en 14.

8 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse, pagina 12.

9 Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse, pagina 14

10 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 16 oktober 2013, pagina 3.

11 Proces-verbaal bevindingen d.d. 15 oktober 2013 te 22.30 uur.

12 Rapport NFI ter zake van alcohol in het verkeer d.d. 22 oktober 2013.