Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:8288

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-09-2014
Datum publicatie
27-01-2015
Zaaknummer
C/03/192872 / KG ZA 14-344
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2015/37
Module Aanbesteding 2015/29

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/192872 / KG ZA 14-344

Vonnis in kort geding van 25 september 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN BREE BOUWGROEP B.V.,

gevestigd te Someren,

eiseres,

advocaat mr. R. Blom,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROERMOND,

zetelend te Roermond,

gedaagde,

advocaat mr. M.M.G. van Nisselroij,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BETSEMA BOUW B.V.,

gevestigd te Balk,

tussenkomende partij,

advocaat mr. R. Glas,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMERSBEDRIJF LOUIS SCHEEPERS B.V.,

gevestigd te Roermond,

tussenkomende partij,

advocaat mr. A. ter Mors.

Partijen zullen hierna Van Bree, de Gemeente, Betsema en Scheepers genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 juni 2014, met 11 producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van Betsema,

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van Scheepers,

  • -

    de brief van 10 september 2014 met eiswijziging en 2 producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 11 september 2014, waar de voorzieningenrechter bij mondeling vonnis in de incidenten de tussenkomst van Betsema en Scheepers heeft toegestaan, omdat Van Bree en de Gemeente zich daar niet tegen hebben verzet en overigens voldaan is aan het criterium van artikel 217 Rv,

  • -

    de pleitnota van Van Bree,

  • -

    de pleitnota van de Gemeente,

  • -

    de pleitnota van Scheepers.

1.2.

Deze zaak is op dezelfde dag behandeld voorafgaand aan de behandeling van het geding tussen Betsema en de Gemeente met kenmerk 192407 / KG ZA 14-327, met tussenkomst van Scheepers. De vonnissen in deze twee zaken zullen tegelijkertijd worden uitgesproken.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente heeft op 14 maart 2014 de opdracht “Nieuwbouw/verbouw Synergieschool aan de Herkenbosscherweg 22 te Roermond” volgens de nationale openbare aanbestedingsprocedure in de markt gezet. Het werk is verdeeld in twee percelen, te weten perceel 1 voor de bouwkundige werkzaamheden en perceel 2 voor de installatietechnische werkzaamheden.

Gegund wordt aan de economisch meest voordelige inschrijving. Op perceel 1 zijn 142,5 punten te behalen, verdeeld over de categorieën prijs en kwaliteit.

2.2.

Het subgunningscriterium kwaliteit is onderverdeeld in vier aspecten: (1) planning (algemeen tijdsschema), (2) plan van aanpak, (3) verkeerscirculatieplan, en (4) inzet social return.

2.3.

Van Bree, Betsema en Scheepers hebben tijdig en geldig ingeschreven.

2.4.

Bij brief van 22 mei 2014 heeft de Gemeente de inschrijvers geïnformeerd dat gegund zal worden aan Scheepers. Bij die brief is gevoegd het gunningsadvies van de beoordelingscommissie (de scorematrix betreffende alle inschrijvers op perceel 1). Van Bree is derde inschrijver in de eindrangorde en Betsema vierde.

Van Bree heeft verzocht om uitleg op haar scores en om een motivering waarom de opdracht aan Scheepers wordt gegund.

2.5.

De Gemeente heeft bij brief van 17 juni 2014 gereageerd op de vragen van Van Bree en een nadere toelichting gegeven op de scores van Van Bree en op de vraag waarom Scheepers de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Met betrekking tot dit aspect luidt de brief als volgt.

“Aannemersbedrijf Louis Scheepers heeft de meest economische inschrijving gedaan daar deze inschrijving over het algeheel de meeste punten heeft gescoord.
Met name op de onderdelen aanpak van de opdracht”, “Duurzaamheid” en social return hebben zij de maximale score behaald.
Binnen het onderdeel “beperking overlast voor omwonende” hebben zij de maximale score behaald voor “parkeren personeel”, “laad/lossen”, en “informeren omwonende”.
Hier scoren zij maximaal van wege een passende en uitvoerbare oplossing voor het parkeerprobleem voor omwonende en personeel. Tevens bieden zij een passende oplossing voor laad/lossen.
Op het onderdeel verkeerscirculatieplan heeft aannemersbedrijf Louis Scheepers naast een duidelijk plan voor de verkeersafwikkeling hoog gescoord op de onderdelen bouwterrein en bouwlogistiek.”

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Van Bree vordert na wijziging van eis, zakelijk weergegeven, dat de Gemeente de gunningsbeslissing van 22 mei 2014 intrekt en dat zij, (primair) als zij nog tot gunning van de opdracht wenst over te gaan, deze gunt aan geen ander dan Van Bree, en (subsidiair) dat de inschrijving(en) opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommisie, en (meer subsidiair) dat de Gemeente Van Bree alle relevante gegevens verstrekt die nodig zijn om de beoordeling van alle inschrijvingen, althans die van Scheepers, te toetsen, onder verlening van een nieuwe termijn om tegen de gunningsbeslissing in rechte op te komen, althans dat de voorzieningenrechter zodanige maatregel treft die recht doet aan de belangen van Van Bree, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 en onder veroordeling van de Gemeente in de kosten van de procedure.

in de tussenkomsten

3.2.

Betsema vordert, kort weergegeven, de vordering van Van Bree af te wijzen en de Gemeente te verbieden de opdracht aan een ander dan Betsema te gunnen, voor zover zij de opdracht nog in de markt wenst te zetten, met veroordeling van Van Bree in de proceskosten en de nakosten.

3.3.

Scheepers vordert, kort weergegeven, de vorderingen van Van Bree af te wijzen en de Gemeente te verbieden perceel 1 van de opdracht aan een ander dan aan Scheepers te gunnen, met veroordeling van Van Bree in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in hoofdzaak en de tussenkomsten

4.1.

De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak.

4.2.

Van Bree heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling kenbaar gemaakt haar eis te wijzigen en daartoe bij brief van 10 september 2014 de inhoud van die wijziging aan de voorzieningenrechter en de andere partijen medegedeeld. De Gemeente, Betsema en Scheepers hebben bij gelegenheid van de mondelinge behandeling tegen deze eiswijziging bezwaar gemaakt en in dit verband, kort gezegd, gesteld dat zij door de eiswijziging in hun verdediging worden bemoeilijkt. Gelet op de aard, inhoud en strekking van de wijziging en gezien het feit dat deze tijdig, voorafgaand aan de zitting, schriftelijk is aangekondigd, acht de voorzieningenrechter de wijziging niet in strijd met de eisen van een goede procesorde en er zal daarom aan de bezwaren van de Gemeente, Betsema en Scheepers voorbij worden gegaan. Gezien het voorgaande zal op de gewijzigde eis worden beslist.

4.3.

Van Bree stelt dat de gunningsbeslissing van de Gemeente lijdt aan een motiveringsgebrek en dat daardoor in strijd met het transparantiebeginsel wordt gehandeld. Van Bree stelt dat niet kan worden volstaan met enkel het toezenden van het gunningsadvies, en dat in ieder geval de Gemeente de kenmerken en voordelen van de winnende inschrijving had moeten benoemen. Ook met de brief van 17 juni 2014 is onvoldoende motivering van de gunningsbeslissing gegeven.

Van Bree stelt voorts dat de Gemeente haar inschrijving onjuist heeft beoordeeld. Zij heeft immers een innovatieve inschrijving gedaan door de LEAN-methode toe te passen. De beoordelingscommissie had, gelet op de tekst van de aanbestedingsdocumenten, tot het oordeel moeten komen dat de inschrijving van Van Bree veel toegevoegde waarde heeft en dat de maximale scores hadden moeten worden gegeven op verscheidene aspecten van het criterium kwaliteit. Het feit dat er – bijvoorbeeld – maar een vrachtwagen per dag op de bouwplaats komt, omdat met een tussendepot wordt gewerkt, is, zo stelt Van Bree, uniek en zou moeten doorwerken in de waardering van haar verkeerscirculatieplan.

Van Bree stelt dat de beoordelingscommissie niet onafhankelijk is, althans dat sprake is van de schijn van belangenverstrengeling doordat een medewerker van Volantis deel uitmaakt van de commissie en Volantis opdrachtnemer is van een bedrijf dat gelieerd is aan Scheepers. De beoordeling zou derhalve over moeten met een nieuwe commissie.

4.4.

De Gemeente stelt dat zij door het toezenden van het gunningsadvies en de toelichting in de brief van 17 juni 2014 in voldoende mate van transparantie heeft betracht. Meer informatie geven over de inschrijving van Scheepers zou betekenen, zo stelt de Gemeente, dat zij bedrijfsgevoelige informatie zou moeten geven. De Gemeente stelt voorts dat de beoordelingscommissie niet buiten de in de aanbestedingsdocumenten beschreven procedure en standaarden is getreden, hetgeen ook blijkt uit de motivering op de scorekaarten die bij de brief van 17 juni 2014 zijn meegezonden.

De Gemeente werpt hetgeen over de schijn van belangenverstrengeling is gesteld verre van zich. Het is niet aan de orde en bovendien niet onderbouwd.

4.5.

Betsema stelt dat de Gemeente voldoende heeft gemotiveerd waarom Scheepers de opdracht is gegund en dat Van Bree niet van de voorzieningenrechter kan en mag vragen om op de stoel van de beoordelingscommissie te gaan zitten. Betsema schaart zich voorts achter hetgeen de Gemeente en Scheepers naar voren hebben gebracht.

4.6.

Scheepers stelt dat in de dagvaarding geen feitelijke onderbouwing is gegeven voor de bij wijziging van eis gevorderde gunning aan niemand anders dan Van Bree. Scheepers schaart zich achter de Gemeente en Betsema. De beoordeling kan slechts marginaal getoetst worden en van aperte onjuistheden, zo stelt Scheepers, is niet gebleken. Scheepers stelt in dat verband dat de LEAN-methode geenszins nieuw is in de bouwwereld en daarom al niet innovatief, zodat de beoordelingscommissie een juiste beoordeling heeft gegeven. Scheepers stelt dat zij ook heeft ingeschreven op basis van deze methode en in dit verband kennelijk slimmere oplossingen heeft bedacht dan Van Bree, zoals – bijvoorbeeld – het slechts eenmaal per week materiaal aan- en afvoeren van de bouwplaats en het gebruik van een terrein in de buurt als parkeerterrein voor personeel.

Scheepers stelt geen banden te hebben met enig lid van de beoordelingscommissie.

4.7.

Op grond van artikel 2:130 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw 2012) en op grond van het eveneens op deze aanbesteding van toepassing zijnde artikel 2.26.5 van het Aanbestedingsreglement werken 2012 (hierna ARW 2012) is de gemeente gehouden de gunningsbeslissing te motiveren door in ieder geval de kenmerken en voordelen te beschrijven van de uitgekozen inschrijving, die grond vormen voor de gunningsbeslissing.

Met Van Bree is de voorzieningenrechter van oordeel dat door het toezenden van het gunningsadvies in dit geval onvoldoende inzicht wordt gegeven in de redenen waarom Scheepers inschrijving de economisch meest voordelige is. Dat volgens het gunningsadvies Scheepers de meeste punten scoorde en daarom de opdracht behoort te krijgen is immers niet transparant ter zake de kenmerken en voordelen van de inschrijving van Scheepers. Met de Gemeente is de voorzieningenrechter echter van oordeel dat dit gebrek in de gunningsbeslissing gerepareerd kan worden door een nadere toelichting. De Gemeente heeft in de brief van 17 juni 2014 voldoende gemotiveerd waarom aan Scheepers wordt gegund. Onweersproken door Van Bree is daarbij de stelling van de Gemeente dat zij niet meer toelichting kan geven, omdat zij anders bedrijfsgevoelige informatie van Scheepers zou prijsgeven.

4.8.

Met Scheepers, Betsema en de Gemeente is de voorzieningenrechter verder van oordeel dat de ter zitting door Van Bree ingenomen stellingen ter zake de beoordeling van de eigen inschrijving niet kunnen leiden tot het gewenste resultaat. Gesteld is dat de beoordelingscommissie de inschrijving van Van Bree niet op zijn merites heeft beoordeeld, met name omdat de beoordelingscommissie de LEAN-methode niet als innovatief heeft aangemerkt. Onweersproken gebleven is de stelling van de Gemeente dat meerdere inschrijvers de LEAN-methode hebben gehanteerd en dat deze (derhalve) niet als innovatief is aangemerkt. De Gemeente heeft voorts genoegzaam aangetoond dat de beoordelingscommissie haar werk binnen de aangegeven kaders heeft uitgevoerd. Uit de op 17 juni 2014 meegezonden beoordelingsformulieren van Van Bree blijkt immers onder meer hoe de beoordelingscommissie de gekozen (LEAN-)oplossing(en) van Van Bree waardeert. De voorzieningenrechter kan en mag bovendien niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, tenzij er evident een fout is gemaakt die zich voor eenvoudig herstel leent. Van een dergelijke evidente fout van de Gemeente is in casu evenwel niet gebleken.

4.9.

De stelling van Van Bree dat de beoordelingscommissie lijdt onder de schijn van belangenverstrengeling dient als niet onderbouwd en ook overigens voldoende weersproken door de Gemeente en aangevuld door Scheepers, terzijde te worden geschoven.

4.10.

Op grond van bovenstaande overwegingen dient de vordering van Van Bree bij gebreke van een deugdelijke grondslag te worden afgewezen.

4.11.

Voor zover de vordering in de tussenkomst van Betsema ziet op het afwijzen van de vordering van Van Bree, dient deze in het licht van het bovenstaand oordeel in de hoofdzaak te worden toegewezen.

De vordering in de tussenkomst van Betsema om te bepalen dat de Gemeente enkel aan haar mag gunnen, als zij nog wenst over te gaan tot gunning, wordt als in de tussenkomst in het geheel niet onderbouwd, en bovendien door de Gemeente en Scheepers betwist, afgewezen.

4.12.

Voor zover de vordering in de tussenkomst van Scheepers ziet op het afwijzen van de vordering van Van Bree, dient deze in het licht van het bovenstaand oordeel in de hoofdzaak te worden toegewezen.

De voorzieningenrechter zal de overige vorderingen van Scheepers in de tussenkomst afwijzen, gelet op het oordeel in het vonnis de hoofdzaak, bekend onder nummer 192407 / KG ZA 14-327.

De proceskosten

4.13.

Van Bree zal als de in het ongelijk gestelde partij in de hoofdzaak worden veroordeeld in de kosten van de procedure, vermeerderd met de nakosten, zoals omschreven in het dictum. De proceskosten worden aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salarisadvocaat € 816,00

totaal € 1.424,00.

4.14.

Omdat Betsema in de tussenkomst deels in het gelijk en deels in het ongelijk is gesteld, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de kosten moeten worden gecompenseerd in die zin dat elk der partijen – Betsema, de Gemeente en Van Bree – de eigen kosten draagt.

4.15.

Van Bree zal, gelet op de uitkomst van het geding in de hoofdzaak, in de tussenkomst van Scheepers worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze worden tot op heden aan de zijde van Scheepers begroot op het salaris advocaat ad € 816,00, vermeerderd met de nakosten zoals omschreven in het dictum.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de hoofdzaak

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Van Bree in de kosten van het geding, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.424,00, vermeerderd met de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening, het geheel vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat de kostenveroordeling betreft,

in de tussenkomst van Betsema

5.4.

wijst de vordering toe, doch enkel voor zover deze strekt tot afwijzing van de vorderingen van Van Bree,

5.5.

bepaalt dat de kosten van het geding worden gecompenseerd in de zin dat Betsema, de Gemeente en Van Bree de eigen kosten dragen,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de tussenkomst van Scheepers

5.7.

wijst de vordering toe, doch enkel voor zover deze strekt tot afwijzing van de vorderingen van Van Bree,

5.8.

veroordeelt Van Bree in de kosten van het geding, aan de zijde van Scheepers tot op heden begroot op € 816,00, vermeerderd met de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening,

5.9.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H. Brandts en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2014.1

1 type: EvB coll: