Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:7935

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-09-2014
Datum publicatie
03-02-2015
Zaaknummer
C/03/192876 / KG ZA 14-345
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 1.12
Aanbestedingswet 2012 2.27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2015/36

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/192876 / KG ZA 14-345

Vonnis in kort geding van 12 september 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

C.S.C. CEELEN SPORT CONSTRUCTIES BV,

gevestigd te Zeewolde,

eiseres,

advocaat mr. A.L. Appelman,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HEERLEN,

zetelend te Heerlen,

gedaagde,

advocaat mr. J. Haest,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANTEA REALISATIE B.V.,

gevestigd te Oosterhout,

tussenkomende partij,

advocaat mr. R.G.T. Bleeker.

Partijen zullen hierna CSC, de Gemeente en Antea genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 23 juni 2014,

  • -

    de akte houdende 13 producties bij dagvaarding,

  • -

    de brief van 17 juli 2014 van de Gemeente,

  • -

    de brief van 21 augustus 2014 van de Gemeente met vier producties,

  • -

    de brief van 21 augustus 2014 van CSC met vijf aanvullende producties,

  • -

    de incidentele conclusie houdende verzoek tot tussenkomst/voeging,

  • -

    de brief van 22 augustus 2014 van CSC met een aanvullende productie,

  • -

    de mondelinge behandeling op 25 augustus 2014, waar de voorzieningenrechter bij mondeling vonnis in het incident de tussenkomst van Antea heeft toegestaan, omdat CSC zich daar niet tegen heeft verzet en overigens voldaan is aan het criterium van artikel 217 Rv,

  • -

    de pleitnota van CSC,

  • -

    de pleitnota van Gemeente,

  • -

    de pleitnota van Antea.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente heeft op 7 maart 2014 een aankondiging gedaan van een nationale openbare aanbesteding voor de aanleg van drie kunstgrasvelden op de nieuw te realiseren hockeyaccommodatie HC Nova op het sportcomplex Kaldeborn in Heerlen. Een naar aanleiding van vragen en opmerkingen aangepast bestek is gepubliceerd op 31 maart 2014. De Gemeente heeft zich bij het opstellen van het bestek laten bijstaan door KYBYS B.V. een ingenieurs- en adviesbureau dat gespecialiseerd is in inrichtings- en beheerprojecten van openbare ruimte.

2.2.

De Gemeente heeft gekozen voor gunning tegen de laagste prijs. Uiterste inschrijfdatum was 7 april 2014 om 12.00 uur. Zowel CSC als Antea hebben tijdig ingeschreven. Antea heeft bij inschrijving het laagste bod gedaan. CSC is als derde geëindigd.

2.3.

Naast de het Aanbestedingsreglement werken 2012 (hierna: ARW 2012) is het Aanbestedingsbeleid Gemeente Heerlen (hierna: het Beleid) van toepassing verklaard, met uitzondering van artikel 4 van dat beleid. Van toepassing zijn voorts de Standaard RAW 2010 en de UAV 2012.

2.4.

Het bestek kent geen knock-out bepaling inzake bestekconform inschrijven.

2.5.

In het bestek wordt een drietal kunstgras hockeyvelden uitgevraagd: een zandkunstgrasveld, een semi-waterkunstgrasveld en een waterkunstgrasveld. In paragraaf 51.82.02 “Eisen kunstgrasconstructie hockeyveld” worden de volgende eisen gesteld:

01 Het nieuw aangelegde hockeyvelden deint onvoorwaardelijk te worden gekeurd en te voldoen aan de normen van NOC*NSF en KNHB.

02 De sportvloer waarmee wordt ingeschreven dient aantoonbaar minimaal te voldoen aan onderstaande eisen:
de sportvloer dient op de dag van inschrijving te zijn vermeld op de sportvloerlijst ( www.isa-sport.com) conform onderstaande geldende normen:
- Sport: Hockey (outdoor);
- Gebruiksvorm: Wedstrijd en Training
- Type: zandkunstgras / semiwaterkunstgras / waterkunstgras

Algemeen:
- de sportvloer en infill dient UV bestendig te zijn conform de norm DIN 53387, 6000u en ISO 877 en 4892;
- De vezels dienen te bestaan uit 100% polyethyleen (PE), polypropyleen (PP) of copolymeer

Het zandkunstgras hockeyveld dient aan de volgende eisen te voldoen:
- Status sportvloerenlijst op moment van inschrijving “erkend en gecertificeerd”
- 100% gefibrilleerde vezels
- Dtex minimaal 8000
- Vezellengte minimaal 24 mm
- Minimaal aantal steken: 23.000 stuks per m2
- Rijafstand van 3/8”

Het semi-waterkunstgras hockeyveld dienst aan de volgende eisen te voldoen:

- Status sportvloerenlijst op moment van inschrijving “erkend en gecertificeerd” of “In Onderzoek”
- 100% monofilament vezels
- Glasvezel verstrekte backing
- Vezellengte minimaal 18 mm

- Rijafstand van 3/16”
- Vezelgewicht minimaal 1,74 kg/m²
- Gewicht kunstgrasmat incl. backing minimaal 3,0 kg/ m²
- Minimaal aantal filamenten per m2: 700.000

Het waterkunstgras hockeyveld dient aan de volgende eisen te voldoen:
- Status sportvloerenlijst op moment van inschrijving “erkend en gecertificeerd”
- 100% monofilament vezels
- Glasvezel verstrekte backing
- Rijafstand van 3/16”
- Vezelgewicht minimaal 1,65 kg/m³
- Gewicht kunstgrasmat incl. backing minimaal 3,5 kg/ m²
- Minimaal aantal filamenten per m2: 750.000

Kleur:
- Speelveld: groen
- Uitlopen: rood of contrasterende kleur groen ( te bepalen in overleg met de directie)

Belijning:
- Officiële belijning in de kleur wit
- De belijning dient te worden ingetuft.

2.6.

In het bestek worden in post 721340 (pagina 65 van 102 van het Bestek) en 721520 (pagina 66 van 102 van het Bestek) de (technische) eisen beschreven waaraan het semi-waterkunstgrasveld wat betreft het aanbrengen van de sporttechnische laag en de toplaag dient te voldoen.

2.7.

CSC heeft zich op 10 april 2014 bij de Gemeente beklaagd dat zowel Antea, als Krinkels B.V., de als tweede geëindigde inschrijver, niet voldoen aan de door de Gemeente gestelde eis dat de aangeboden kunstgrasvelden, in het bijzonder die met de PU Shockpad in de sporttechnische laag, op de dag van inschrijving staan vermeld op de sportvloerenlijst. De Gemeente heeft niet op deze bezwaren gereageerd.

2.8.

Bij brief van 21 mei 2014 is aan CSC mededeling gedaan dat gegund zal worden aan Antea. CSC is als derde geëindigd op een totaal van vier inschrijvers, met een verschil van ruim € 18.000,00 op de aanbieding van Antea.

2.9.

Op 24 mei 2014 heeft CSC bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing, waarbij is aangegeven dat Antea, noch Krinkels B.V., geldig hebben ingeschreven, omdat – wat Antea betreft – pas na de inschrijfdatum haar sportvloer is ingeschreven op de sportvloerenlijst. CSC heeft enkele malen gerappelleerd, maar geen antwoord gekregen.

2.10.

De Gemeente heeft niet inhoudelijk gereageerd op de bezwaren. Zij heeft enkel verzocht de gestanddoeningstermijn te verlengen en heeft op bij brief van 17 juni 2014 uiteindelijk laten weten – zonder nadere motivering – dat zij de gunning aan Antea handhaaft.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

CSC vordert – kort weergegeven – de Gemeente te verbeiden de aanbesteding voor de aanleg van drie kunstgrasvelden aan een ander te gunnen dan aan CSC op straffe van een dwangsom.

CSC heeft ter zitting in afwijking van de dagvaarding veroordeling van de Gemeente in de werkelijk gemaakte kosten van het geding, de nakosten daaronder begrepen, gevorderd.

3.2.

CSC legt aan de vordering ten grondslag dat de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld en Antea en Krinkels B.V. had moeten uitsluiten van de procedure. CSC stelt recht op en spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening te hebben.

3.3.

De Gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de tussenkomst

3.4.

Antea vordert dat voor zover de Gemeente de opdracht betreffende de realisatie van drie kunstgras hockeyvelden nog wenst uit te voeren, de gemeente wordt gelast dit werk aan Antea te gunnen, onder afwijzing van de vordering van CSC met alle kosten rechtens.

3.5.

CSC voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in de hoofdzaak en in de tussenkomst

De standpunten van partijen

4.1.

CSC stelt dat Antea, en Krinkels B.V., door de Gemeente van de aanbestedingsprocedure had moeten worden uitgesloten op grond van artikel 1:12 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw 2012) juncto artikel 2.27.4 ARW 2012. CSC stelt dat Antea niet met de uitgevraagde semi-water sportvloer met sporttechnische PU-laag stond vermeld in de sportvloerenlijst uiterlijk op de dag van inschrijving, 12.00 uur. CSC onderbouwt deze stelling met schermprints van de betreffende door haar geraadpleegde sportvloerenlijst. CSC stelt dat daaruit blijkt dat een sporttechnische PU laag van het door Antea aangeboden semi-waterkunstgrasveld “Natural Champion Hockey Triple T sandobscured System” pas op 24 mei 2014 bij Antea wordt vermeld.

CSC stelt dat ook Krinkels B.V. geen vermelding kent met een sporttechnische PU-laag.

4.2.

De Gemeente stelt dat aan uitvoeringseisen, zoals verwerkt in de bestekposten 721340 en 721520, pas hoeft te worden voldaan op het moment van uitvoeren van het werk. De Gemeente stelt dat in wezen een certificerings- of geschiktheidseis inzake de toplaag van het semi-waterkunstgrasveld als technische c.q. uitvoeringseis is opgenomen in het bestek, post 721520. In paragraaf 51.82.02 is nader bepaald welke sportvloerenlijst is bedoeld in post 721520. De Gemeente stelt dat de door Antea aangeboden semi-waterkunstgras vloer al sinds 18 augustus 2011 staat vermeld in de sportvloerenlijst en dat aldus wordt voldaan aan de gestelde eis in paragraaf 51.82.02.

De Gemeente stelt dat in bestekpost 721340 niet is uitgevraagd dat de sporttechnische PU-laag op de sportvloerenlijst staat. De Gemeente stelt dat het voor haar – anders dan voor ondernemers in de branche – immers niet mogelijk is als derde dergelijke bedrijfsgebonden technische informatie te raadplegen en aldus de offerte te controleren. De Gemeente betwist dat de gestelde eisen in paragraaf 52.81.02 op meer ziet dan alleen de toplaag.

De Gemeente stelt dat de eisvermeerdering inzake de proceskosten moet worden afgewezen, omdat niet is voldaan aan de procedurele vereisten.

4.3.

Antea stelt dat een sportveld weliswaar bestaat uit een aantal componenten, zoals de ondervloer c.q. technische laag en de toplaag c.q. de daadwerkelijke grasmat, die alle in de sportvloerenlijst opgenomen dienen te zijn in het kader van keuring van de velden door NOC-NSF en KNHB na uitvoering van het werk , maar dat de Gemeente alleen ten aanzien van de uitgevraagde toplaag de eis heeft gesteld dat deze in de sportvloerenlijst staat vermeld. Antea stelt dat zij met al haar vloeren voldoet aan de vermelding op het moment van inschrijven.

Ten aanzien van de spoedeisendheid

4.4.

De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak.

Ten aanzien van de vraag welke vermelding op de sportvloerenlijst is uitgevraagd

4.5.

De voorzieningenrechter stelt vast dat bij de bestekposten die op de toplaag zien bij alle drie de uitgevraagde kunstgrasvelden vermelding van de “Kunstgrasmat” op de sportvloerenlijst wordt geëist en dat alleen in die bestekposten verwezen wordt naar paragraaf 51.82. “Technische bepalingen sportvelden (hockey)”. Terzake de sporttechnische laag ontbreekt iedere verwijzing naar vermelding op de sportvloerenlijst dan wel naar paragraaf 52. 82.

Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat in paragraaf 52.82.02 weliswaar wordt gesproken over vermelding van de “sportvloer” op de sportvloerenlijst, maar dat iedere aanwijzing of verwijzing ontbreekt die ziet op de technische eisen die te maken hebben met de technische laag. De gehele tekst van paragraaf 52.82.02 gaat over de kenmerken en eigenschappen van de zichtbare laag van het kunstgrasveldsysteem: de toplaag ofwel kunstgrasmat.

4.6.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver kunnen begrijpen dat de Gemeente eist dat in ieder geval de aangeboden grasmat op het moment van inschrijven daadwerkelijk erkend en gecertificeerd was naar de normen van NOC-NSF en de KNHB dan wel in onderzoek was. Dat juist de karakteristieken van de sporttechnische laag van het kunstgrasveldsysteem de speeleigenschappen (zoals veerkracht, vochtigheid) van een sportveld bepalen en het meer of minder geschikt maken voor bepaalde sporten, doet niet aan het oordeel af. Er wordt aldus, zo begrijpt de voorzieningenrechter, geen gelegenheid gegeven met alternatieve ongecertificeerde en niet in onderzoek zijnde innovatieve grasmatten in te schrijven, terwijl dat bij de sporttechnische laag niet uitgesloten lijkt.

4.7.

Door CSC is ter zitting onweersproken gebleven dat de door Antea aangeboden kuntgrasmatten op de datum van inschrijving vermeld stonden in de sportvloerenlijst van de certificerende instantie Kiwa Isa Sport B.V..

4.8.

De voorzieningenrechter zal gelet op het bovenstaande de vordering van CSC in de hoofdzaak afwijzen.

4.9.

De voorzieningenrechter zal de vordering van Antea in de tussenkomst afwijzen, omdat geen veroordeling hoeft te worden uitgesproken voor wat tussen partijen, gelet op het oordeel in de hoofdzaak, reeds als recht heeft te gelden.

Ten aanzien van de proceskosten

4.10.

De voorzieningenrechter zal in de hoofdzaak bepalen dat de kosten van partijen worden gecompenseerd in die zin dat elk de eigen kosten van het geding draagt, hoewel CSC in het ongelijk is gesteld. Hij overweegt daartoe dat de Gemeente – onweersproken – op geen enkele vraag of op het bezwaar van CSC schriftelijk of anderszins heeft gereageerd. Ook niet bij de brief van 17 juni 2014 waarbij CSC is medegedeeld dat de gunning aan Antea wordt gehandhaafd. CSC heeft een kort geding procedure moeten aanspannen om de motivering van de afwijzing van haar bezwaar te kunnen vernemen: CSC heeft tot op de zitting in het duister getast over de motivering.

4.11.

CSC zal, gelet op de uitkomst van dit geding, in de tussenkomst worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze worden tot op heden aan de zijde van Antea begroot op het salaris advocaat ad € 816,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de hoofdzaak

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

compenseert de kosten van het geding in die zin dat elk van de partijen zijn eigen kosten daagt,

in de tussenkomst

5.3.

wijst de vordering af,

5.4.

veroordeelt CSC in de kosten van het geding in de tussenkomst, aan de zijde van Antea tot op heden begroot op € 816,00,

5.5.

verklaart dit vonnis in de tussenkomst was betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. A.P.A. Bisscheroux.1

1 type: EvBcoll: