Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:7757

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
07-07-2014
Datum publicatie
09-09-2014
Zaaknummer
03/192682 / HA RK 14-120
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking; niet verwijzen naar de meervoudige kamer; procesbeslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

____________________________________________________________________________________

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

Datum uitspraak: 7 juli 2014

De meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingsverzoeken

In de zaak van

Vereniging Stop Awacs Overlast

gevestigd te Brunssum (hierna: verzoekster),

indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van:

mr. A.W.P. Letschert, rechter in deze rechtbank.

Procesverloop

1.

Ter zitting van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 12 mei 2014, inzake de beroepszaak van verzoekster met zaaknummer [zaaknummer] (verder: de zaak of de beroepszaak), heeft verzoekster aan het eind van de mondelinge behandeling de behandelend rechter, mr. Letschert (verder: de rechter), verzocht de zaak te verwijzen naar een meervoudige kamer en verklaard dat mocht de rechter toch enkelvoudig uitspraak willen doen het verzoek moet worden gezien als een voorwaardelijk wrakingsverzoek. Bij brief van 5 juni 2014 heeft de rechter het verzoek om de zaak te verwijzen naar de meervoudige kamer afgewezen. Bij brief van 10 juni 2014 heeft verzoekster de rechtbank meegedeeld haar mondeling wrakingsverzoek van 12 mei 2014 te handhaven en te persisteren bij haar verzoek om behandeling door een meervoudige kamer.

2.

De rechter heeft de wrakingskamer laten weten dat hij niet in het wrakingsverzoek berust en dat hij de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer niet zal bijwonen. De rechter heeft een schriftelijke reactie op het verzoek ter kennis van de wrakingskamer gebracht. Afschrift daarvan is aan verzoekster gestuurd.

3.

De wrakingskamer heeft het verzoek op 25 juni 2014 ter openbare zitting behandeld. Bij deze behandeling is verzoekster verschenen bij haar voorzitter [voorzitter], haar penningmeester [pennningmeester] en [bestuurslid], bestuurslid.

De gronden van het wrakingsverzoek

4.

Verzoekster heeft in haar brief van 10 juni 2014 betoogd dat enkelvoudige kamerbehandeling door niet ingevoerde rechters geen recht doet aan de zware zaak die alle inwoners van Onderbanken en Brunssum al tientallen jaren ernstig treft in hun gezondheid en welzijn, en dat de weigering om deze zaak meervoudig te behandelen duidt op ernstige vooringenomenheid. Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoekster deze wrakingsgrond nader toegelicht en aangeven geen vertrouwen te hebben in deze rechtsgang, dat uit de behandeling door de rechter bleek dat hij geen belangstelling had voor het grote belang en de ingewikkeldheid van de zaak, blijkend uit het feit dat hij geen inhoudelijke vragen stelde, en dat de rechter de indruk gaf onvoldoende naar de zaak te hebben gekeken en zijn oordeel al klaar te hebben. Zij wijst erop dat de rechter kennelijk kort voor de zitting is ingevallen voor een andere rechter wiens naam vooraf per brief aan haar bekend was gemaakt en deze vlak voor aanvang van de zitting werd gewijzigd.

Het standpunt van de rechter

5.

De rechter stelt zich op het standpunt dat, voor zover het hier gaat over iets anders dan een processuele beslissing, er geen sprake is van flagrante schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen. Verder is er volgens de rechter geen aanleiding voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid. De rechter wijst er voorts op dat ná de bij het wrakingsverzoek gevoegde brief van 17 februari 2014 (in welke brief door de griffier aan verzoekster is meegedeeld dat de zaak zich op grond van interne richtlijnen leent voor behandeling door een enkelvoudige kamer, toevoeging wrakingskamer), nog een comparitie heeft plaatsgevonden op 23 april 2014 (ten overstaan van een andere rechter, toevoeging wrakingskamer). Toen is door verzoekster aangegeven dat de zitting op 12 mei 2014 enkelvoudig kon worden afgedaan. Dat vervolgens op deze grond alsnog tot wraking wordt overgegaan, nadat de zaak inhoudelijk volledig was behandeld en eerst aan het eind van de aan eiseres gegeven tweede termijn, heeft de rechter verbaasd.

De beoordeling van het verzoek

6.

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een wrakingsgrond moet dan ook gelegen zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de betreffende rechter.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid spelen twee aspecten een rol: subjectieve en objectieve.

Bij de subjectieve aspecten van onpartijdigheid gaat het om de vraag of sprake is van een gebleken persoonlijke overtuiging en/of zodanig gedrag van een rechter, dat door een verzoeker de conclusie moet worden getrokken dat deze rechter partijdig is. Uitgangspunt daarbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter ten opzichte van een procespartij of een standpunt in een zaak vooringenomen is, en dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Bij de objectieve aspecten van onpartijdigheid gaat het om de feiten of omstandigheden die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de schijn van partijdigheid van belang is.

7.

De wrakingskamer stelt vast dat het verzoek tot wraking is gericht tegen de beslissing van de rechter om de beroepszaak niet te verwijzen naar de meervoudige kamer. Die beslissing moet worden aangemerkt als een procesbeslissing, die in beginsel geen feit of omstandigheid oplevert waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Dat kan anders zijn indien een aangevochten beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert (subjectieve partijdigheid), althans dat de bij een partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (objectieve partijdigheid).

In de beslissing om de beroepszaak niet te verwijzen naar de meervoudige kamer ziet de wrakingskamer geen aanwijzing voor vooringenomenheid van de rechter, laat staan een zwaarwegende aanwijzing. Juist het feit dat de rechter bedenktijd heeft genomen alvorens op het verzoek te beslissen wijst erop dat hij die procesbeslissing wel overwogen heeft genomen, zodat daaruit bezwaarlijk kan worden afgeleid dat hij vooringenomenheid koestert.

8.

Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar verzoek gewezen op het belang en de impact van de beroepszaak en daarbij ook nog verwezen naar een uitspraak van een andere rechter in een andere zaak en naar verwikkelingen in de aan de orde zijnde beroepszaak van verzoekster en een andere –parallelle- zaak, en betoogd dat daarin aanwijzingen kunnen worden gevonden voor vooringenomenheid van de rechter. De wrakingskamer kan verzoekster daarin niet volgen. Zonder het belang en de impact van de zaak van verzoekster te bagatelliseren, is de beslissing van deze rechter om deze zaak niet naar een meervoudige kamer te verwijzen niet zo onbegrijpelijk dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring te geven is dan dat deze door vooringenomenheid is ingegeven.

Het is immers aan de behandelend rechter om de regie te voeren en te beslissen over de aard en inhoud van de aan de orde zijnde processtappen. Het past verzoekster in dat kader niet bij de rechter een bepaalde procesbeslissing (in dit geval verwijzing naar een meervoudige kamer) af te dwingen.

Voorts is het niet de taak van de wrakingskamer een procesbeslissing op haar inhoudelijke merites te beoordelen. Een (onwelgevallige) processuele beslissing is immers (uiteindelijk) vatbaar voor hoger beroep en hierin is dan ook geen grond gelegen voor wraking.

9.

Dat de rechter de behandeling van de beroepszaak heeft overgenomen van een andere rechter betekent niet dat hij onvoldoende voorbereid en ingevoerd is (geweest) in de voor de te beantwoorden rechtsvraag relevante merites van de zaak. Datzelfde geldt voor het al dan niet stellen van vragen ter zitting. De wrakingskamer is van oordeel dat in de gang van zaken op de zitting van 12 mei 2014 zoals daarvan blijkt uit het ter zake opgemaakte proces-verbaal, geen grond is gelegen voor het aannemen van vooringenomenheid jegens verzoekster of dat daarmee de schijn van partijdigheid is gewekt. Dit geldt eens temeer nu verzoekster heeft aangegeven dat zij haar standpunt tijdens die zitting uitvoerig heeft kunnen toelichten.

Het is vervolgens aan de behandelend rechter op basis van alle feiten en omstandigheden in een individuele zaak tot een rechtvaardige beslissing te komen. Van een weigering op voorhand om daarbij alle relevante feiten en omstandigheden te betrekken, is naar het oordeel van de wrakingskamer met de beslissing om de beroepszaak niet te verwijzen naar de meervoudige kamer, niet gebleken.

De gestelde vrees voor ondeskundigheid van de rechter is tot slot geen grond voor wraking, reeds omdat een eventueel inhoudelijk onjuiste beslissing van een rechter in hoger beroep kan worden beoordeeld.

10.

Op grond van het bovenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek ongegrond is en daarom moet worden afgewezen.

Beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking van mr. A.W.P. Letschert af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.P.F. van Dooren (voorzitter), mr. W.E. Elzinga en

mr. M.J.A.G. van Baal, bijgestaan door J.N. Buddeke als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2014.

Tegen de beslissing van de wrakingskamer staat geen rechtsmiddel open.