Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:7292

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-08-2014
Datum publicatie
18-08-2014
Zaaknummer
04/850131-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 04/850131-11

Datum uitspraak : 15 augustus 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Raadsman is mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 1 augustus 2014.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] van

het leven te beroven, met dat opzet genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

(meermalen), - terwijl hij/zij op de grond lag(en) -, (met kracht) tegen

diens/dier hoofd heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert tezamen en in

vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1],

en/of [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (meermalen), terwijl hij/zij op de

grond lag(en), (met kracht) tegen diens/dier hoofd heeft geschopt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, de Hogesteenweg, in elk geval op of aan

een openbare weg, in elk geval op een voor het publiek waarneembare plaats,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het, duwen en/of - terwijl hij/zij op de

grond lag(en) -, schoppen en/of slaan van deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

2.

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert tezamen en in

vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon, te weten

[slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken pols), heeft

toegebracht, door deze opzettelijk (meermalen), terwijl zij op de grond lag,

te schoppen en/of slaan;

Althans indien terzake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert tezamen en in

vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd S.J.H.

Valkenburg, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

genoemde[slachtoffer 3] (meermalen), terwijl zij op de grond lag, heeft geschopt

en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, de Hogesteenweg, in elk geval op of aan

een openbare weg, in elk geval op een voor het publiek waarneembare plaats,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3], welk

geweld bestond uit het (meermalen), terwijl zij op de grond lag, schoppen

en/of slaan van genoemde[slachtoffer 3];

3.

hij op of omstreeks 03 april 2011 in de gemeente Weert met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, de Hogesteenweg, in elk geval op of aan

een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4], welk geweld bestond uit het duwen en/of slaan van genoemde

[slachtoffer 4].

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 1 augustus 2014 gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard. In het bijzonder acht de officier van justitie daarbij van belang dat verdachte door een verbalisant is herkend als een van de personen op de camerabeelden die bij het gebeuren betrokken was, te weten persoon nummer 4.

4.2.

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde nu herkenning door één enkele verbalisant onvoldoende is voor het overtuigende bewijs dat verdachte bij de ten laste gelegde feiten betrokken is geweest. Daarbij klemt in het bijzonder dat de verbalisant op geen enkele wijze heeft gerelateerd waaraan hij verdachte heeft herkend en de beelden op zichzelf ook niet duidelijk zijn te noemen.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, niet tot de overtuiging gekomen dat verdachte bij het gebeuren betrokken is geweest. De enkele ambtsedige verklaring van een verbalisant dat verdachte op de camerabeelden is te herkennen, vormt weliswaar voldoende wettig bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde, maar de rechtbank acht dat in het licht van het onderhavig dossier onvoldoende overtuigend. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de herkenning door de verbalisant, bij gebreke van enige informatie op basis waarvan de verbalisant tot die herkenning is gekomen, niet te toetsen valt, terwijl de rechtbank dat gelet op de onduidelijke aard van de camerabeelden in deze zaak in het bijzonder noodzakelijk acht om een uitspraak te kunnen doen over de mate waarin het aanwezige bewijs overtuigend kan worden geacht. Daar het gelet op de ouderdom van de zaak thans geen meerwaarde meer heeft om nader onderzoek te laten verrichten, kan de betrokkenheid van verdachte niet wettig én overtuigend bewezen worden en zal verdachte worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

5 De benadeelde partijen

De benadeelde partij J.S.T. [slachtoffer 1],[adres 2], [woonplaats] vordert een schadevergoeding terzake van het onder 1 primair, subsidiair dan wel meer subsidiair ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres 3], [woonplaats] vordert een schadevergoeding terzake van het onder 1 primair, subsidiair dan wel meer subsidiair ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres 4], [woonplaats], vordert een schadevergoeding terzake van het onder 2 primair, subsidiair dan wel meer subsidiair ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres 4], [woonplaats] vordert een schadevergoeding terzake van het onder 3 ten laste gelegde.

De officier van justitie vordert toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Nu aan de vorderingen een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, dienen de benadeelde partijen niet ontvankelijk in hun vorderingen te worden verklaard. Ook de gevorderde schademaatregel zal niet worden opgelegd.

Aangezien de benadeelde partijen niet ontvankelijk in hun vordering zullen worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partijen zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vorderingen. De rechtbank stelt deze kosten vast op nihil.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte integraal vrij van het ten laste gelegde;

Heft op het geschorste bevel verlenging gevangenhouding.

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres 2], [woonplaats], niet ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres 3], [woonplaats], niet ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres 4], [woonplaats], niet ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4],[adres 4],[woonplaats], niet ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers, voorzitter, mr. J.H.M. Engels en mr. R. Robroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.B. Lenssen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 augustus 2014.

Mr. J.H.M. Engels en mr. R. Robroek zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.