Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:7240

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-08-2014
Datum publicatie
27-01-2015
Zaaknummer
3254711 CV EXPL 14-8046
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/49

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: 3254711 CV EXPL14-8046

Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 14 augustus 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eiser

gemachtigde mr. T.J.A. Iding,

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats 2],

gedaagde,

gemachtigde mr. B.H.S. Brinkman.

Partijen zullen [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 juli 2014, met negen producties,

  • -

    de brieven van 7 en 12 augustus 2014 van [gedaagde], met elf producties,

  • -

    de mondelinge behandeling op 14 augustus 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

[eiser] vordert – kort weergegeven – dat [gedaagde] de door hem van [eiser] gehuurde woning aan de [adres] ontruimt wegens de ernstige overlast die hij veroorzaakt vanuit de woning, onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

2.2.

Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (met vindplaats ECLI:NL:HR:2014:525) dient de vordering van de verhuurder terzake de ontruiming van het gehuurde te worden ingesteld tegen de bewindvoerder, indien de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten in het onder bewind gestelde vermogen vallen.

2.3.

Vast staat dat [gedaagde] op 21 september 2011 voor de duur van vijf jaren onder bewind is gesteld (beschikking van de kantonrechter met nummer 431843 BM VERZ 11-903) en vast staat dat [eiser] wist van de bewindvoering, omdat hij met de bewindvoerder meermaals contact heeft gehad.

2.4.

[eiser] kan, omdat is nagelaten de bewindvoerder te dagvaarden, niet ontvangen worden in de procedure.

2.5.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze worden aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 200,00 (salaris gemachtigde).

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering,

3.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 200,00,

3.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2014.1

1 type: EvB coll: