Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:691

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-01-2014
Datum publicatie
30-01-2014
Zaaknummer
2418470 \ CV EXPL 13-10278
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdere boedelverdeling bij uitzondering niet afdwingbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/130
EB 2014/47
PFR-Updates.nl 2014-0024
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 2418470 \ CV EXPL 13-10278

Vonnis van de kantonrechter d.d. 29 januari 2014,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Alpha Bewind B.V., gevestigd te Venray,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. J.A.N. Lap,

tegen:

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] , wonende te [woonplaats] aan het adres [adres],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. Y.W.A.M. van der Koelen.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende door partijen uitgewisselde processtukken dan wel door hen ondernomen proceshandelingen:

  • -

    het exploot van dagvaarding d.d. 6 maart 2013, met bijlagen,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met bijlagen,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met bijlagen, tevens wijziging van eis in conventie,

  • -

    de akte uitlating eiswijziging in conventie,

  • -

    het vonnis van deze rechtbank, kamer voor andere zaken dan kantonzaken, d.d. 17 juli 2013,

  • -

    het vonnis van deze rechtbank, kamer voor andere zaken dan kantonzaken, d.d. 11 september 2013, waarbij de zaak werd verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank,

  • -

    het exploot van oproeping d.d. 30 september 2013,

  • -

    de comparitie van partijen d.d. 18 december 2013,

  • -

    de voorafgaand aan deze comparitie van partijen door eiser in conventie, gedaagde in reconventie, nader ook kortweg de man te noemen, ingezonden nadere producties,

  • -

    de voorafgaand aan deze comparitie van partijen door gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, nader ook kortweg de vrouw te noemen, van haar kant ingezonden nadere producties.

Ter comparitie van partijen is de zaak op vonnis gesteld, waarvan de uitspraak is bepaald tegen heden.

In conventie en in reconventie:

2 De vaststaande feiten

Uit het over en weer door partijen naar voren gebrachte, kunnen de volgende vaststaande feiten worden afgeleid:

  • -

    de man en de vrouw zijn met elkander gehuwd geweest, terwijl op 23 mei 2012 echtscheiding is uitgesproken, ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 12 september 2012;

  • -

    de man en de vrouw zijn in gemeenschap van goederen met elkander gehuwd geweest, terwijl nog voorafgaand aan het starten van de echtscheidingsprocedure ondercuratelestelling van de man is verzocht, hetgeen geleid heeft tot onder-bewindstelling van het vermogen van de man bij uitspraak d.d. 23 november 2011;

  • -

    in de loop van de echtscheidingsprocedure heeft zich een ernstig incident tussen partijen voorgedaan, waarbij de vrouw met een mes ernstig is verwond door de man; de door de vrouw gedane strafrechtelijke aangifte heeft inmiddels geleid tot een veroordeling van de man bij vonnis d.d. 30 oktober 2013, waarbij de man schuldig is bevonden aan poging tot moord op de vrouw, overigens is ontslagen van alle rechtsvervolging en in een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst; deze plaatsing duurt tot op heden voort.

3. De conventionele stellingen en vorderingen van de man en zijn verweer in reconventie

De man stelt in conventie, naar de kern genomen, een verdere verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan de orde, na partiële verdeling daarvan in het kader van de echtscheidingsprocedure. De man benoemt een aantal voorwerpen en/of vorderingen die in een verdeling dienen te worden betrokken, te weten: een auto, inboedelgoederen, een spaarrekening en de contante waarde van een begrafenisverzekering. Na wijziging van zijn eis in conventie vordert de man:

– primair, verklaring voor recht dat tot de ontbonden huwelijksgemeenschap onder meer doch niet uitsluitend behoren de hierboven bedoelde auto, spaartegoed en begrafenisverzekering, althans de waarde daarvan, verder verklaring voor recht dat de vrouw haar aandeel in deze goederen heeft verbeurd en ook verdeling in die vorm, dat toedeling aan de vrouw dient plaats te vinden met toekenning aan de man van een vergoeding ter zake van onderbedeling tot een bedrag van € 15.960,36, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim, althans met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis, kosten rechtens,

– subsidiair, verklaring voor recht dat de vrouw onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de man door de goederen van de huwelijksgoederengemeenschap, kort gezegd, weg te maken, met veroordeling tot vergoeding van schade tot een bedrag van € 15.960,36, met rente zoals hierboven aangegeven, eveneens kosten rechtens.

4. Het conventionele verweer van de vrouw en haar stellingen en vorderingen in reconventie

De vrouw weerspreekt de stellingen van de man en wenst – kennelijk voorwaardelijk, aangezien de vordering in reconventie is ingesteld indien de man zich op het standpunt zou blijven stellen dat nog (verdere) verrekening dient plaats te vinden – van haar kant een verklaring voor recht uitgesproken te zien worden dat de verdeling van de gemeenschap reeds heeft plaatsgevonden, althans dat juist de man ter zake van overbedeling nog een bedrag aan de vrouw verschuldigd is, inclusief zijn aandeel in verrekening van huurtoeslag, zoals die alsnog blijkt aan de orde te zijn gekomen.

5 Het oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter stelt nadrukkelijk en met zoveel woorden voorop dat de vrouw ter comparitie van partijen vóór alles alsnog stellig en duidelijk heeft aangegeven zich niet meer verplicht te achten tot een verdere afrekening met de man, anders dan zoals reeds feitelijk heeft plaatsgevonden. De vrouw heeft daartoe alsnog gewezen op al hetgeen tussen partijen is voorgevallen, met name: de poging tot moord zoals de man die jegens de vrouw heeft ondernomen en zoals die inmiddels heeft geleid tot de hierboven bij de vaststaande feiten aangegeven onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling met plaatsing in een psychiatrische instelling. In deze stellingname van de vrouw beluistert de kantonrechter – kennelijk anders dan de gemachtigde van de vrouw, die dat immers eerder niet als zodanig namens de vrouw in de processtukken heeft verwoord – een beroep op derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. De vrouw wenst zich kennelijk primair en in de eerste plaats te beroepen op omstandigheden, zoals die vergelijkbaar aan de orde zijn geweest in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden d.d. 7 december 1990, NJ 1991, 593. Naar het oordeel van de kantonrechter kan van de vrouw in de onderhavige procedure naar redelijkheid en billijkheid inderdaad niet worden gevergd nog verdergaand een verdeling met de man ter hand te nemen, in de vorm van een aan de man uit te keren vergoeding ter zake van onderbedeling, nadat de man de vrouw heeft getracht te vermoorden, deswege onherroepelijk is veroordeeld en tot nader order van rijkswege in een psychiatrisch ziekenhuis zal verblijven. Daarbij komt dat de vrouw vergoeding van letselschade aan de orde heeft gesteld of nog zal gaan stellen, waarvan niet duidelijk is of en hoe de man daarvoor – gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis – verhaal zal kunnen bieden, behoudens in de vorm van verrekening van deze letselschade met de door de man al beoogde vordering op de vrouw uit hoofde van onderbedeling. In deze situatie kan evenmin worden geconstateerd dat de vrouw op welke wijze dan ook alsnog onrechtmatig tegenover de man zou hebben gehandeld door, kort gezegd, niet een groter gedeelte van de huwelijksgoederengemeenschap aan de man te hebben gelaten dat feitelijk het geval is geweest. De conventionele vorderingen, zoals luidend na vermeerdering van eis, liggen daarom alle voor afwijzing gereed, inclusief de vorderingen tot verklaring voor recht, die immers niet los kunnen worden gezien van de vordering tot betaling – uiteindelijk – van een bedrag van € 15.960,36.

Dan resteren de tegenvorderingen van de vrouw in reconventie. Zoals hierboven aangeduid en zoals met zoveel woorden verwoord in de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie van de vrouw, zijn deze tegenvorderingen voorwaardelijk ingesteld, “indien de man zich op het standpunt blijft stellen dat nog verrekening dient plaats te vinden”. Zo een verdere verrekening ten gunste van de man is – in conventie – niet aan de orde, zodat de kennelijk door de vrouw bedoelde voorwaarde niet in vervulling gaat en ook de vorderingen in reconventie van de hand moeten worden gewezen, inclusief de gevorderde verklaring voor recht met betrekking tot de verdeling, zoals die – gedeeltelijk – heeft plaatsgevonden.

In de omstandigheid dat partijen ex echtelieden zijn ligt genoegzame grond besloten tot compensatie van proceskosten op een wijze zoals hierna te bepalen. Er wordt al met al beslist als volgt.

6 Beslissing:

In conventie en in reconventie:

Wijst het over en weer gevorderde af.

Compenseert de proceskosten zo, dat elke partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 29 januari 2014 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

typ: gb

mlzr: em