Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:6357

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
17-07-2014
Zaaknummer
03/830106-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

22G-beslissing. Veroordeelde heeft zijn te verrichten taakstraf niet uitgevoerd. Openbaar Ministerie heeft niet voldaan aan haar onderzoeksplicht aangaande de door veroordeelde gestelde foutieve inschrijving in het GBA-register. Bezwaarschrift gegrond. Nu veroordeelde tevens rauwelijks in hechtenis is genomen, zal de rechtbank het aantal nog te verrichten uren taakstraf op nihil stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Sector strafrecht

Parketnummer : 03/830106-13

Datum uitspraak : 4 juli 2014

Beslissing van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank op een bezwaarschrift van veroordeelde tegen een kennisgeving van het Openbaar Ministerie, behelzende tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij het niet verrichten van een taakstraf.

Het bezwaarschrift d.d. 2 juni 2014 houdt in dat de rechtbank het bevel van de officier van justitie d.d. 3 februari 2014 tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis, opgelegd bij de werkstraf bij het hierna te noemen vonnis, zal wijzigen.

1 Onderzoek van de zaak

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank voornoemd d.d. 16 juli 2013 is ten aanzien van:

[veroordeelde],

geboren te [geboortegegevens],

wonende aan [adresgegevens],

thans gedetineerd in de P.I. in Grave,

onder meer als volgt beslist:

werkstraf voor de duur van 240 uur waarvan 80 uur voorwaardelijk, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

Voormeld vonnis is op 31 juli 2013 onherroepelijk geworden.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van de rechtbank voornoemd d.d. 4 juli 2014 is voormeld bezwaarschrift behandeld.

Tijdens dat onderzoek is de officier van justitie gehoord. Tevens is toen de veroordeelde, bijgestaan door mr. S.L.B. Koelman-Duijf, advocaat te Maastricht, gehoord.

2 Overwegingen van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de te verrichten werkstraf niet heeft verricht. Uit de rapportage van de reclassering d.d. 29 januari 2014 is gebleken dat veroordeelde op 6 januari 2014 en 28 januari 2014 telkens schriftelijk is uitgenodigd voor een intakegesprek doch daarop niet heeft gereageerd. Veroordeelde heeft in totaal 0 uren gewerkt. Gelet hierop heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd dat veroordeelde de opgelegde werkstraf niet naar behoren heeft verricht en besloten dat de vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd dient te worden.

Nadat veroordeelde op 26 mei 2014 in vervangende hechtenis is geplaatst, is eerst op 16 juni 2014 door de officier van justitie bij het Centraal Justitieel Incassobureau de kennisgeving ter zake opgemaakt. Deze kennisgeving is niet ondertekend.

De uitnodigingsbrieven van de reclassering zijn naar het adres [adres 1] verzonden. Uit de adresverificatie blijkt dat veroordeelde destijds op dit huisnummer stond ingeschreven. Toen verdachte op 26 mei 2014 door de politie werd aangehouden, werd hem door de politie verteld dat hij vanaf 14 april 2014 was uitgeschreven in de gemeente Heerlen. Veroordeelde heeft toen meteen aangegeven dat er sprake was van een fout in de gemeentelijke basisadministratie. Toen hij in december 2013 verhuisde naar de [adres 2], heeft hij dit adres laten inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie via internet. Begin januari 2014 heeft veroordeelde telefonisch contact opgenomen met de gemeente in verband met het uitblijven van een reactie op zijn aanvraag van een afvalpas. De medewerkster van de gemeente heeft hem toen telefonisch de inschrijving op het adres [adres 2] bevestigd. Door persoonlijke omstandigheden heeft verdachte niet opnieuw contact opgenomen met de gemeente betreffende het ontvangen van een afvalpas.

Ter terechtzitting heeft veroordeelde verklaard dat hij geen contact heeft opgenomen met de reclassering. Het betreft zijn eerste veroordeling en veroordeelde heeft inmiddels een nieuw leven opgebouwd. Veroordeelde werkt fulltime in een Apple winkel en woont zelfstandig in een appartement. Voorts heeft veroordeelde verklaard dat het zeker niet zijn bedoeling was om de werkstraf niet te verrichten. Hij heeft het ontnemingsbedrag, behorende bij de hoofdzaak met onderhavig parketnummer, ad € 7500,- reeds betaald. Volgens de veroordeelde toont deze handeling zijn goede wil tot het nakomen van zijn verplichtingen.

De rechtbank is van oordeel dat de gemeentelijke basisadministratie voor de Nederlandse overheid een bron van informatie is en ingezetenen daarom wettelijk verplicht zijn een actueel adres bij de gemeentelijke basisadministratie bekend te maken. Ook de reclassering raadpleegt voor het versturen van uitnodigingen in beginsel alleen de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie, hetgeen ook in het onderhavige geval is gebeurd. Vooropgesteld moet worden dat de verantwoordelijkheid voor het onderhouden van contacten met de reclassering, in verband met een uit te voeren werkstraf, in eerste instantie bij de veroordeelde ligt. Dit klemt temeer als veroordeelde niets van de reclassering heeft vernomen. De reclassering heeft dan ook op goede gronden kunnen adviseren tot uitvoering van de vervangende hechtenis.

De rechtbank is echter tevens van oordeel dat veroordeelde zeer concrete feiten betreffende zijn inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie heeft aangedragen. Het had op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen deze feiten te controleren. Door dit na te laten heeft het Openbaar Ministerie niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan.

De rechtbank zal het bezwaar gegrond verklaren. Nu veroordeelde verder rauwelijks in hechtenis is genomen en ook nadien het Openbaar Ministerie heeft nagelaten nader onderzoek te verrichten, zal de rechtbank tevens de nog te verrichten uren taakstraf op nihil bepalen.

3 Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het bezwaarschrift gegrond;

- bepaalt het aantal nog te verrichten uren taakstraf op nihil.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Kramer, voorzitter, mr. F.A.G.M. Vluggen en

mr. J. Wöretshofer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Voncken, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 juli 2014.