Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:6091

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-07-2014
Datum publicatie
10-07-2014
Zaaknummer
03/700055-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 360 dagen gevangenisstraf, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, onder oplegging van reclasseringstoezicht, contactverbod en gebiedsverbod.

Verdachte heeft zijn ex-partner belaagd door haar veelvuldig te bellen en sms-berichten te sturen, zowel overdag als ’s nachts. Daarnaast heeft hij haar autoruit vernield en de voorgevel van haar woning beschadigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/700055-14

Datum uitspraak : 9 juli 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst, Op de Geer 1 te Sittard.

Raadsman is mr. G.G.J. Geerlings, advocaat te Roermond.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 25 juni 2014.

De rechtbank heeft op 25 juni 2014 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 2 januari 2014 in de gemeente Voerendaal opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een personenauto, gekentekend [XX-XX-XX], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield;

2.

hij op of omstreeks 1 januari 2014 in de gemeente Voerendaal opzettelijk en wederrechtelijk een lamp en/of een vensterbank en/of een deur van een woning, gelegen aan de [adres 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft beschadigd;

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2013 tot en met 27 september 2013 in de gemeente Voerendaal, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door meermalen

- telefonisch (in de nachtelijke uren) contact op te nemen, althans te zoeken met genoemde

[slachtoffer] en/of

- SMS-berichten te sturen naar de GSM-telefoon van genoemde [slachtoffer];

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2014 tot en met 5 maart 2014 in de gemeente Voerendaal, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door meermalen

- telefonisch (in de nachtelijke uren) contact op te nemen, althans te zoeken met genoemde

[slachtoffer] en/of

- SMS-berichten te sturen naar de GSM-telefoon van genoemde [slachtoffer];

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

4. De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde integraal bewezen verklaard zal worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Terzake het onder 3 ten laste gelegde heeft de verdediging gesteld dat belaging eerst bewezen kan worden na het uitreiken van de “aanzegging wederrechtelijke stalking”, hetgeen op 5 september 2013 het geval was. Vanaf dat moment was het verdachte pas duidelijk dat hij geen contact meer mocht zoeken met aangeefster. Terzake het onder 4 ten laste gelegde stelt de verdediging dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken nu, mocht de rechtbank van oordeel zijn dat aan het wettelijk bewijsminimum wordt voldaan, dit in elk geval niet overtuigend kan worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

feit 1:

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en de aangifte door [slachtoffer]2 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

feit 2:

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en de aangifte door [slachtoffer] namens de benadeelde Woningstichting Voerendaal3 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

feit 3:

Op 27 september 2013 heeft [slachtoffer], wonende aan de [adres 2] te Voerendaal, aangifte en klacht gedaan van stalking door verdachte. Zij heeft verklaard dat verdachte haar vanaf het moment waarop zij hun relatie heeft beëindigd, te weten 25 juli 2013, heeft lastig gevallen. Hij heeft haar veelvuldig gebeld op zowel haar mobiele telefoon als haar vaste telefoon. Hij belde haar met verschillende telefoonnummers. Aangeefster heeft een dagboek bijgehouden, dat bij haar aangifte is gevoegd. In dit dagboek is vermeld op welke dagen en tijdstippen verdachte haar belde op haar mobiele telefoon, en met welke telefoonnummers. Daarnaast heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar voorts zo vaak op haar vaste telefoon heeft gebeld dat zij telkens het geheugen van deze telefoon moest wissen. Aangeefster verklaarde dat zij het idee had, dat zij continue door verdachte in de gaten werd gehouden, wanneer zij in haar woning het licht aan deed, ging gelijk de telefoon. Daarnaast kreeg ze te pas en te onpas sms-berichtjes van verdachte. Via het nummer

[XX-XXXXXXXX 1] ontving zij in acht weken tijd in totaal 323 berichten.4

Uit onderzoek door de politie naar de onder verdachte in beslag genomen mobiele telefoon (merk LG) met het telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 1] is gebleken dat met dit telefoonnummer tussen 25 juli 2013 en 28 september 2013 veelvuldig naar het nummer [XX-XXXXXXXX 2] ([voornaam slachtoffer]) werd ge-sms’t.5 Het nummer [XX-XXXXXXXX 2] is het mobiele nummer van aangeefster.6 Op 26 juli 2013 om 18.07 uur werd naar dit nummer ge-sms’t: “[voornaam slachtoffer] ik wil bij jou en de kids samen zijn xxx ik mis jullie heel erg? Xxx geef mij nog 1 kans a u b xxx.” Op 27 juli 2013 sms’te aangeefster aan verdachte dat zij en haar kinderen hem niet willen zien. Ook dreigde ze contact op te nemen met de politie als hij hen niet met rust liet. Vervolgens reageerde aangeefster op de vraag van verdachte om spullen aan hem te overhandigen, om vervolgens aan hem mee te delen dat zij de verdeling op een fatsoenlijke en eerlijke manier wil regelen en dat het daarna voor haar over en uit is7. Aangeefster heeft verklaard dat de sms’jes die zij van het eigen nummer van verdachte ontving, voornamelijk lieve berichtjes waren. Per dag kreeg ze soms wel 15 berichtjes. Toen ze niet meer reageerde op de sms’jes van verdachte, kreeg ze ook berichtjes als: “Bel me nu of ik sta zo voor je deur” en “Of ik kom nu naar jou toe”. De verbalisant heeft in de aangifte/klacht van aangeefster gerelateerd dat hij die sms’jes op de telefoon van aangeefster heeft gezien. Aangeefster heeft op 27 september 2013 verklaard sinds een week ook sms’jes van andere telefoonnummers te ontvangen, te weten van de nummers [XX-XXXXXXXX 4] en [XX-XXXXXXXX 3]. Van het eerstgenoemde nummer heeft zij slechts een smsje gekregen. Via het laatstgenoemde nummer heeft zij uitermate seksueel getinte berichtjes ontvangen zoals: “Heey [bijnaam slachtoffer], xxx.” Aangeefster heeft verklaard dat haar ex-man haar [bijnaam slachtoffer] noemde, en dat verdachte op de hoogte was van die naam. Verbalisant heeft in de aangifte/klacht gerelateerd dat hij de seksueel getinte berichtjes op de telefoon van aangeefster heeft gelezen. Verder werden volgens aangeefster in andere sms’jes vaak de initialen [XX 1] en [XX 2] gebruikt. [XX 1] zijn de initialen van haar ex-man. De initialen [XX 2] zijn van [naam 1], een collega van haar. Aangeefster heeft ook verklaard dat wanneer zij werd gebeld, er vaak een liedje dat voor verdachte en haar een speciale betekenis had, werd gedraaid.8 Via de wijkagent is op 5 september 2013 een ‘aanzegging wederrechtelijkheid stalking’ uitgereikt aan verdachte. Deze aanzegging is door verdachte ondertekend.9

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij vanaf 25 juli 2013 tot het moment waarop aangeefster aangifte van stalking heeft gedaan, aangeefster met verschillende mobiele telefoonnummers veelvuldig sms-berichten heeft gestuurd en haar ook diverse malen heeft gebeld. Dat gebeurde zowel overdag als ’s nachts. Ook stuurde hij in deze periode de aan “[bijnaam slachtoffer]” gerichte sms’jes naar aangeefster. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij door ging met bellen en sms-en naar aangeefster, ook al gaf zij aan daar niet van gediend te zijn en reageerde zij niet of nauwelijks op zijn telefoontjes en sms-berichtjes. Verdachte verklaarde dat hij dat deed omdat hij er moeite mee had om aangeefster en haar kinderen los te laten. Hij wilde haar terug als zijn partner. Ook verklaarde hij dat zijn gedrag werd ingegeven doordat aangeefster de deur voor hem op een kiertje liet staan, in die zin dat zij volgens hem had aangegeven dat het niet zeker was dat de breuk tussen hen definitief was. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich kan voorstellen dat aangeefster bang werd van zijn vele sms-berichten en telefoontjes.

Nadere bewijsoverweging

Anders dan de raadsman is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat de ten laste gelegde periode volledig kan worden bewezen en niet pas vanaf het moment waarop de ‘aanzegging wederrechtelijkheid stalking’ aan verdachte is uitgereikt, te weten op 5 september 2013. Immers op 25 juli 2013 heeft aangeefster de relatie met verdachte verbroken en moet het verdachte duidelijk zijn geweest dat zij geen contact meer met hem wilde, anders dan in het kader van de verdeling van de inboedel en overige goederen. Weliswaar reageerde aangeefster aanvankelijk nog op berichten van verdachte, daarbij ging het echter om zaken, waarvan verdachte aangaf die te willen hebben. Verdachte bleef echter vanaf 25 juli 2013 vrijwel dagelijks, en ook in de nachtelijke uren, sms-berichten sturen naar aangeefster en/of haar bellen. De inhoud van die berichten en/of contacten had slechts sporadisch betrekking op verdeling van de inboedel en overige goederen. Ter terechtzitting verklaarde verdachte dat hij in de periode na de beëindiging van de relatie met aangeefster, nog steeds hoopte dat hij de relatie met haar kon worden hervat. Door een groot aantal sms-berichten uit die betreffende periode wordt dat ook bevestigd. Verdachte bleef, ondanks dat aangeefster reeds op 27 juli 2013 met zoveel woorden had gezegd geen contact meer met hem te willen hebben, doorgaan met bellen van en sturen van sms-berichten naar aangeefster. Derhalve heeft verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster met het oogmerk haar te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Ook het onder 3 tenlastegelegde kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen verklaard.

Feit 4:

Op 20 februari 2014 deed [slachtoffer], wonende aan de [adres 2] te Voerendaal, aangifte en klacht van stalking tegen verdachte. Zij verklaarde dat zij tussen 15 februari 2014 en 21 februari 2014 wederom werd lastig gevallen. Zij ontving anonieme telefoontjes op haar oude mobiele nummer [XX-XXXXXXXX 2]. Ook werd haar voicemail ingesproken met een smerig liedje.10 Bij de aangifte/klacht heeft aangeefster een dagboek/logboek gevoegd. Hieruit blijkt dat zij op 19 februari 2014 om 01.07 uur van het telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 3] een sms-bericht kreeg met de volgende tekst: “Zo nu ben jij aan de beurt laat je niet zien op heerlerheide wat jij onze oom heb aangedaan maar nu ben jij aan de beurt lang zal het niet meer duren maar krijgen zullen wij jou gelooft het maar reken er maar op maar wij nemen nu het hef in handen voor onze oom”.11 Diezelfde tekst ontving zij eveneens op 19 februari 2014 om 08.07 uur, 08.11 uur en 08.11 uur. Op 20 februari 2014 om 11.41 uur en om 14.55 uur ontving aangeefster twee anonieme oproepen op haar nummer [XX-XXXXXXXX 2]. Op het tijdstip 14.56 uur was een voicemailbericht ingesproken, zij hoorde een carnavalsliedje met een tekst als “Dikke lul, dikke lul……gore tiet…..dikke pik……. Vervolgens hoorde ze gehijg en ging het liedje verder met “Gore kut…”.12

Uit historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 3] blijkt dat op 19 februari 2014 om 01.07 uur twee keer contact is opgenomen met het telefoonnummer

[XX-XXXXXXXX 2]. Op diezelfde dag is verder nog zestien keer met laatstgemeld nummer contact opgenomen, en wel op de tijdstippen 08.07 uur (vier maal), 08.08 uur (vier maal) en 08.11 (acht maal). Op 20 februari 2014 is tussen 11.39 uur en 14.55 uur zes keer contact geweest tussen beide telefoonnummers.13

Op 7 maart 2014 deed aangeefster opnieuw klacht en aangifte van stalking tegen verdachte. Zij verklaarde dat zij op 21 februari 2014 een sms van het nummer [XX-XXXXXXXX 3] had ontvangen. Op 23 februari 2014 ontving zij vier anonieme oproepen op haar mobiele telefoon, en op 27 februari 2014 twaalf. Op 28 februari 2014 ontving zij twee anonieme oproepen en drie sms’jes met dreigende taal als dat zij elkaar tijdens carnaval zouden tegen komen. Deze werden verstuurd vanaf het telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 3]. Als gevolg hiervan heeft zij geen kindercarnaval durven vieren. Op 2 maart 2014 ontving aangeefster wederom twee sms-berichten, die waren gestuurd door telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 3]. In een van die berichten werd gescholden over de feestzalen Borenburg en Kunderhoes waar verdachte en zij de twee voorgaande jaren samen carnaval hadden gevierd. Die dag ontving aangeefster ook vier sms-berichten vanaf telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 5]. Een keer met precies dezelfde tekst als het bericht dat zij van telefoonnummer [XX-XXXXXXXX 3] ontving. In die sms-berichten werd aan aangeefster meegedeeld dat zij ook naar Borenburg moest komen en dat hij haar op haar vieze rimpelgezicht zou slaan. Vervolgens werd ge-sms’t: “dan is er meer spas”. Aangeefster verklaarde tot slot dat zij op 5 maart 2014 drie anonieme oproepen ontving en dat een voicemail-bericht werd achtergelaten waarop zij hoorde dat iemand over zijn geslachtsdeel aan het wrijven was. Aangeefster herkende die geluiden van eerdere berichten die van verdachte afkomstig waren.14

Uit onderzoek door de politie naar de onder verdachte in beslag genomen mobiele telefoon (merk LG) en de zich daarin bevindende simcard is gebleken dat op 26 januari 2014 een sms is gestuurd naar het nummer [XX-XXXXXXXX 2] met de tekst: “Sjat zijn jullie al op en ik wens de kids en jij heel veel zwemplezier xxx en wens [naam 2] heel veel succes bij de tandarts een fijne en een prachtige”. Voorts is diezelfde dag om 23.22 uur een sms verstuurd naar hetzelfde mobiele telefoonnummer met de tekst: “Goede avond [voornaam slachtoffer] ik bel jou morgen wel oké want ik denk dat jij al lig te slapen welteruste”. Op 10 februari 2014 werd een sms gestuurd naar het nummer [XX-XXXXXXXX 2] met de tekst: “Ik was al om half 8 weg ik vond het te vroeg om jou wakker te maken xxx”.15

Verdachte heeft op 3 oktober 2013 bij de politie verklaard dat hij gebruik maakt van twee mobiele telefoons met de nummers [XX-XXXXXXXX 1] en [XX-XXXXXXXX 3].16 Op woensdag 29 januari 2014 heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] afgelopen zondag (rechtbank lees: 26 januari 2014) nog heeft gebeld. Hij belde toen niet met de iPhone, maar met een ander nummer, omdat hij weet dat wanneer aangeefster zijn nummer ziet, ze de telefoon niet opneemt.17 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zijn telefoons nooit uitleent.

De rechtbank concludeert dat van het nummer [XX-XXXXXXXX 3], waarvan verdachte heeft verklaard dat het zijn nummer is, diverse sms-berichten zijn gestuurd tussen 26 januari 2014 en 2 maart 2014 naar het nummer van aangeefster. Op dagen en tijdstippen dat aangeefster, zoals hiervoor vermeld, anonieme oproepen ontving, werd door de onder verdachte inbeslaggenomen gsm en simcard contact opgenomen met het nummer van aangeefster. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij met een ander telefoonnummer belde, omdat hij weet dat aangeefster niet opneemt als zij wordt gebeld door een nummer van hem dat haar bekend is.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat het verdachte is geweest, die in de periode van 26 januari 2014 tot en met 5 maart 2014 aangeefster [slachtoffer] heeft belaagd door haar veelvuldig te bellen en sms-berichten te sturen, al dan niet in de nachtelijke uren. Het onder 4 tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 2 januari 2014 in de gemeente Voerendaal, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een personenauto, gekentekend [XX-XX-XX], toebehorende aan [slachtoffer], heeft vernield;

2.

op 1 januari 2014 in de gemeente Voerendaal, opzettelijk en wederrechtelijk een lamp en een vensterbank en een deur van een woning, gelegen aan de [adres 2], toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft beschadigd;

3.

in de periode van 25 juli 2013 tot en met 27 september 2013 in de gemeente Voerendaal, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door meermalen

- telefonisch (in de nachtelijke uren) contact op te nemen, althans te zoeken met genoemde

[slachtoffer] en

- SMS-berichten te sturen naar de GSM-telefoon van genoemde [slachtoffer];

4.

in de periode van 24 januari 2014 tot en met 5 maart 2014 in de gemeente Voerendaal, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door meermalen

- telefonisch (in de nachtelijke uren) contact op te nemen, althans te zoeken met genoemde

[slachtoffer] en

- SMS-berichten te sturen naar de GSM-telefoon van genoemde [slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de volgende strafbare misdrijven:

T.a.v. feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, vernielen;

T.a.v. feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 3:

belaging;

T.a.v. feit 4:

belaging.

De misdrijven sub 1 en 2 zijn strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De misdrijven sub 3 en 4 zijn strafbaar gesteld bij artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die zijn strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, onder oplegging van de bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, contactverbod, straatverbod, meldplicht en behandelverplichting.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om, gelet op de reclasseringsrapportage, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest tot en met de dag van de terechtzitting en waarbij aan het voorwaardelijke deel bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd in de reclasseringsrapportage (meldingsgebod, behandelverplichting en contactverbod en eventueel een straatverbod).

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van aangeefster, die de relatie met hem had verbroken. Door zijn vele telefoontjes en sms-berichten, zowel overdag als ’s nachts, heeft hij een stelselmatige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Dit gebeurde in de eerste weken na het verbreken van de relatie, ondanks dat aangeefster hem meerdere keren had laten weten dat zij daarvan niet gediend was, en zelfs nadat hem door de wijkagent een aanzegging wederrechtelijkheid stalking was uitgereikt. Ook nadat verdachte door de politie voor deze belaging was aangehouden en zijn voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris onder oplegging van een contactverbod met aangeefster en haar kinderen was geschorst, wist verdachte niet van ophouden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte deed dit naar zijn zeggen met het doel om te trachten alsnog de relatie met aangeefster te herstellen. Verdachte heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen belangen zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor aangeefster. Aangeefster heeft in haar ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaring aangegeven dat zij bang is voor elk telefoontje en elk sms-bericht. Zij slaapt slecht en kan zich daardoor moeilijker concentreren op haar werk. Ook haar kinderen zijn bang geworden door het gedrag van verdachte. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd grote hinder blijven ondervinden van de psychische gevolgen van de belaging. Voorts heeft verdachte een ruit van de auto van aangeefster vernield en een vensterbank, lamp en deur van de door aangeefster gehuurde woning beschadigd. Als gevolg daarvan heeft verdachte schade veroorzaakt.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank ten bezware van verdachte er rekening mee gehouden dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de onder aan de dagvaarding ad informandum gevoegde feiten, te weten:

1. op 26 december 2013, [adres 2], Voerendaal, Gem. Voerendaal, vernieling personenauto;

2. in de periode van 3 tot en met 10 januari 2014, Voerendaal Gem. Voerendaal, belaging;

3. in de nacht van 5 op 6 december 2013, [adres 2], Voerendaal, Gem. Voerendaal, vernieling autobanden;

4. in de nacht van 5 op 6 december 2013 [adres 2], Voerendaal, Gem. Voerendaal, vernieling autobanden;

5. in de periode van 28 september 2013 tot en met 25 oktober 2013, Voerendaal, Gem. Voerendaal, belaging.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank mede gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 juni 2014, waaruit blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het reclasseringsrapport d.d. 24 april 2014. Hierin wordt onder meer vermeld dat het recidiverisico hoog wordt ingeschat zolang de inboedel niet tussen aangeefster en verdachte is verdeeld. Verdachte heeft een emotionele “tik” gekregen door de plotselinge relatiebreuk met zijn partner en het niet op gang komen van de verdeling. Mogelijk kan behandeling hem helpen bij het verminderen van zijn frustraties. Geadviseerd wordt om een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling bij FFP Mondriaan of een soortgelijke ambulante forensische zorg, en een contactverbod met aangeefster.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf, gelet op de ernst, aard en hoeveelheid feiten, afgezet tegen de persoonlijke omstandigheden van verdachte, passend is en een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van het plegen van nieuwe strafbare feiten door verdachte. Daarbij zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie een proeftijd van drie jaren opleggen om verdachte zo lang mogelijk ondersteuning van de reclassering te bieden alsmede om hem te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten. De rechtbank zal als bijzondere voorwaarden ook een contactverbod en een gebiedsverbod opleggen, zodat aangeefster en haar kinderen rust in hun leven krijgen en zodat verdachte zijn leven, zonder aangeefster en haar kinderen, kan opbouwen. Het contactverbod en gebiedsverbod betreft ook de beide kinderen van aangeefster. Deze verboden worden gekoppeld aan het hierna te noemen voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf.

8 De benadeelde partij

8.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een schadevergoeding gevorderd ten bedrage van € 5.606,44 terzake van de feiten 1, 2, 3 en 4 en de ad-informandum gevoegde feiten. De vordering bestaat uit materiële schade ten bedrage van € 3.106,44 en immateriële schade, gesteld op een bedrag van € 2.500,00.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van een deel van de vordering van de benadeelde partij gevorderd, en wel een bedrag van € 431,22 terzake materiële schade en € 2.500,00 terzake de immateriële schade, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. Hij heeft tevens gevorderd dat terzake daarvan aan de verdachte de verplichting als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal worden opgelegd.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen nu deze een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en voorts deels betrekking heeft op niet aan verdachte ten laste gelegde feiten. Hooguit zou een bedrag van € 565,28 kunnen worden toegewezen, bestaande uit vergoeding voor herstel van autobanden ad € 30,00, reiskosten ad € 35,28 en een vergoeding terzake immateriële schade ad € 500,00.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten laste van verdachte zijn de hiervoor onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en de ad informandum gevoegde feiten bewezen verklaard. Het zijn strafbare feiten en verdachte zal ter zake van die feiten worden veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering terzake materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.374,17. Dit bedrag bestaat uit de posten expertisekosten ad € 79,99, reparatiekosten auto, die de rechtbank naar redelijkheid vaststelt op een bedrag van € 1.200,00, reparatie autobanden ad € 30,00, reiskosten ad € 64,18 (9 x 21 km x € 0,28 en 1 x 40,2 km x € 0,28).

Gelet op de aard van de bewezenverklaarde belaging is het een ervaringsregel dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang wordt veroorzaakt. Of de door het slachtoffer [slachtoffer] opgelopen immateriële schade een bedrag van

€ 2.500,00 rechtvaardigt, kan de rechtbank echter op basis van de haar beschikbare informatie niet beoordelen. Gelet hierop stelt de rechtbank de vordering terzake immateriële schade naar redelijkheid vast op een bedrag van € 1.500,00.

Het totale schadebedrag zal de rechtbank aldus vaststellen op € 2.874,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hiervoor vermelde te vergoeden bedragen, te rekenen telkens vanaf de datum waarop de schade is ontstaan c.q. de kosten zijn gemaakt, tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien de behandeling van de vordering van [slachtoffer] met betrekking tot de overige gevorderde immateriële schade naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, en aangezien een deel van de in de vordering vermelde schade niet rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde, dient de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard. Voorts zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij [slachtoffer] het deel van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk wordt verklaard, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 2.874,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen telkens vanaf de datum waarop de schade is ontstaan c.q. de kosten zijn gemaakt, tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 57 dagen, te betalen ten behoeve van [slachtoffer] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, thans begroot op nihil.

9 Het beslag

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2014020157 2 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

APPLE IPHONE 4

2317988

2014020157 4 1.00 STK Telefoontoestel Kl:grijs

LG

2317987

dienen te worden verbeurdverklaard. Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien met behulp van die voorwerpen de onder 3 en 4 bewezen geachte feiten zijn begaan.

De overige inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen te weten:

2014020157 3 1.00 STK Computer Kl:grijs

DELL VOSTRO

2317989

1 1.00 STK Personenauto PJ-NX-60

OPEL VECTRA 1996 Kl:grijs

2278722

dienen te worden teruggegeven aan verdachte. Voor wat betreft de personenauto is de rechtbank daarbij van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verdachte met die auto naar de woning van aangeefster is gereden om aldaar een vernieling en beschadigingen te plegen, onvoldoende is om te kunnen stellen dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten met behulp van die auto zijn begaan.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 36f, 57, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4. is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2. is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van drie jaren de algemene voorwaarden of de bijzondere voorwaarden heeft overtreden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte

o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit,

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt,

o medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte zich binnen drie werkdagen volgend op dit vonnis in persoon moet melden bij Reclassering Nederland op het adres: Heerderweg 25, 6224 LA Maastricht, en zich hierna moet blijven melden zo frequent en zolang deze reclasseringsinstelling dit nodig acht, en dat verdachte zich moet laten behandelen voor zijn frustraties rondom de relatiebreuk bij FFP Mondriaan of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- stelt tevens als bijzondere voorwaarden dat het verdachte verboden is om gedurende de proeftijd:

1. zich te bevinden in de volgende straten en/of locaties te Voerendaal, Heerlen en Schinnen:

- woonadres van [slachtoffer] aan de [adres 2] te Voerendaal, en de straten die daar direct aan grenzen, te weten: [adres 3], [adres 4] en [adres 5];

- voetbalvereniging van de kinderen van [slachtoffer]: RKVV Voerendaal, Sportpark De Joffer, Goswijnstraat 1 (6367 EB) Voerendaal en de straten die daar direct aan grenzen, te weten: Eynattenstraat, Veldje, Horionstraat en Cortemich;

- scholen van de kinderen van [slachtoffer]: Cortemich Brede School, Cortemich 2 (6367 CG) Voerendaal en de straten die daar direct aan grenzen, te weten: Goswijnstraat, Horionstraat, Mirbachstraat, en voorts Herle College, Heldevierlaan 5 (6415 SB) Heerlen;

- Volta Limburg BV (alwaar [slachtoffer] werkzaam is), Breinderveldweg 5 (6365 CM) Schinnen en de straten die daar direct aan grenzen, te weten: Breinder en Hoeverveldweg;

2. op enigerlei wijze telefonisch, schriftelijk, via internet dan wel mondeling,

hetzij direct, hetzij indirect met [slachtoffer] en/of met haar beide kinderen contact op te nemen, te zoeken of te hebben;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van genoemde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 2.874,17 (tweeduizend achthonderdvierenzeventig euro en zeventien eurocent);

  • -

    veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer][slachtoffer], te betalen een bedrag van € 2.874,17 (tweeduizend achthonderdvierenzeventig euro en zeventien eurocent);

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van € 2.874,17 (tweeduizend achthonderdvierenzeventig euro en zeventien eurocent), subsidiair 57 dagen hechtenis, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.874,17 (tweeduizend achthonderdvierenzeventig euro en zeventien eurocent) ten behoeve van voornoemd slachtoffer, daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd de in beslag genomen:

2 2014020157 2 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

APPLE IPHONE 4

2317988

4 2014020157 1.00 STK Telefoontoestel Kl:grijs

LG

2317987

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen:

1 1.00 STK Personenauto PJ-NX-60

OPEL VECTRA 1996 Kl:grijs

2278722;

3 2014020157 1.00 STK Computer Kl:grijs

DELL VOSTRO

2317989

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter, mr. M.E. Kramer en

mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.B. Lenssen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 juli 2014.

Buiten staat

Mr. C.C.W.M. Aretz en mr. C.B. Lenssen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg, District Heerlen, opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2435-2014010077 d.d. 2 april 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering, pagina’s 1 tot en met 1218.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 2 januari 2014, pagina’s 313 en 314.

3 Proces-verbaal van aangifte/klacht d.d. 2 januari 2014, pagina’s 335 en 336.

4 Proces-verbaal van aangifte/klacht d.d. 27 september 2013, pagina’s 648 tot en met 650.

5 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 678. Proces-verbaal van politie, procesverbaalnummer 2013105548, d.d. 3 oktober 2013, pagina 683 en met bijlage berichten/SMS, SMS-berichten van of naar het apparaat (431 items), pagina’s 694 tot en met 758.

6 Proces-verbaal van aangifte/klacht d.d. 20 februari 2014, pagina 969.

7 Een geschrift inhoudende berichten/SMS, SMS-berichten van of naar het apparaat (431 items), pagina’s 695, 697 en 698.

8 Proces-verbaal van aangifte/klacht d.d. 27 september 2013, pagina’s 650 tot en met 652.

9 Een geschrift inhoudende een Aanzegging wederrechtelijkheid stalking d.d. 5 september 2013, pagina’s 806-807.

10 Proces-verbaal van aangifte/klacht d.d. 21 februari 2014, pagina 969.

11 Het geschrift inhoudende dagboek/logboek stalking 12, pagina’s 974 en 975.

12 Proces-verbaal van aangifte/klacht d.d. 21 februari 2014, pagina 970.

13 Het geschrift inhoudende Historical CRI results van KPN Security, pagina’s 1043 tot en met 1045.

14 Proces-verbaal van aangifte/klacht, pagina’s 976 en 977 met bijlagen dagboek/logboek stalking 13, pagina’s 983 tot en met 1001.

15 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 68. Proces-verbaal van politie, procesverbaalnummer 2014020157-7, d.d. 10 september 2013, pagina 1153 en bijlage, pagina’s 1216 en 1217.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 3 oktober 2013, pagina 663.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 29 januari 2014, pagina 307.