Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:5871

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
08-09-2014
Zaaknummer
C/03/188833 / KG ZA 14/106
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een overeenkomst en aanvullende overeenkomst gesloten. In het bestek van deze kort geding procedure kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat gedaagde in strijd handelt met deze overeenkomsten. De vorderingen in conventie worden derhalve afgewezen. De twee reconventionele vorderingen ontberen voldoende concrete grondslagen en worden eveneens afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/188833 / KG ZA 14/106

MD

Vonnis in kort geding van 2 juli 2014

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VITAK B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. C.J. Spittters,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SMART BIOLABS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. J.J.C. Delahaye.

Partijen zullen hierna VitaK en SBL genoemd worden.

1 De procedure

in conventie en in reconventie

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding met producties 1 tot en met 3;

- de aanvullende producties 4 tot en met 8 en 9 tot en met 23 zijdens VitaK;

- de akte houdende eis in reconventie met producties 1A tot en met 14;

- de aanvullende producties 15 tot en met 34 en 35 tot en met 37 zijdens SBL;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 15 mei 2014;

- de pleitaantekeningen van VitaK;

- de pleitaantekeningen van SBL, waarbij producties 38 en 39 zijn overgelegd;

- het faxbericht van 28 mei 2014 dat door de gemachtigden van beide partijen is ondertekend en waarbij om aanhouding van de zaak is verzocht;

- het faxbericht van 20 juni 2014 van de gemachtigde van VitaK;

- het faxbericht van 24 juni 2014 dat door de gemachtigden van beide partijen is ondertekend.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, het volgende vast.

2.2.

VitaK is een van de ondernemingen waarin de Universiteit Maastricht de aldaar aanwezige kennis commercieel uitbaat.

2.3.

[naam CEO SBL] is van 1 oktober 2011 tot en met september 2013 werkzaam geweest bij VitaK. Aanvankelijk in de functie van “Vice President”, blijkens de gewijzigde arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2012 vanaf dat moment als “Vice President Business Development”.

2.4.

Eind 2012 / begin 2013 is besloten om, naast VitaK, SBL op te gaan richten als een gezamenlijke onderneming van [naam CEO SBL] en VitaK. Op dat moment was het de bedoeling dat [naam CEO SBL] de (statutaire) directeur van het nog op te richten SBL zou worden. De aandeelhouder van VitaK (Maastricht University Holding B.V.) en / of VitaK zou de (enig) aandeelhouder van SBL worden. Vanaf september 2012 trot begin 2013 heeft [naam CEO SBL], samen met twee werknemers van VitaK, gewerkt aan (een deel van) een kwaliteitshandboek ten behoeve van het nog op te richten SBL.

2.5.

Op 1 mei 2013 hebben [naam CEO SBL] (toen nog werknemer van VitaK en beoogd directeur van het nog op te richten SBL) en VitaK, vertegenwoordigd door haar toenmalige CEO [naam toenmalig CEO VitaK], een “letter of intent” gesloten. In tegenstelling tot de hiervoor in rechtsoverweging 2.4. weergegeven verdeling van de aandelen, werd in die “letter of intent” onder meer opgenomen dat [naam CEO SBL] een aantrekkelijk aandelenpakket van SBL zou ontvangen en dat VitaK maximaal 24,9% van de aandelen van SBL zou krijgen.

2.6.

Op 3 mei 2013 is SBL daadwerkelijk door [naam CEO SBL] opgericht. Alle aandelen kwamen (aanvankelijk) op naam van [naam CEO SBL].

2.7.

Met ingang van 1 augustus 2013 kreeg VitaK een nieuwe CEO: [naam CEO VitaK].

2.8.

In augustus 2013 kwamen partijen overeen dat [naam CEO SBL] alle aandelen van SBL zou gaan houden (en VitaK dus geen aandeelhouder zou worden van SBL). Partijen kwamen tevens overeen dat [naam CEO SBL] niet langer als “Vice President Business Development” binnen VitaK werkzaam zou zijn, maar alleen werkzaamheden zou gaan verrichten voor SBL, waarvan [naam CEO SBL] CEO was. De daartoe gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst van 13 augustus 2013 (overgelegd als productie 1 bij exploot van dagvaarding) en een aanvullende overeenkomst van 20 augustus 2013 (overgelegd als productie 2 bij exploot van dagvaarding). Niet in geschil is dat deze overeenkomsten door [naam CEO VitaK] (in zijn hoedanigheid van CEO van VitaK) en [naam CEO SBL] (in zijn hoedanigheid van CEO van SBL) zijn ondertekend.

2.9.

In artikel 2 “concurrentie” van de aanvullende overeenkomst d.d. 20 augustus 2013 is het volgende opgenomen.

“a. (…)

b. SBL mag niet samenwerken met bedrijven die een IDS iSYS system gebruiken en zal dat alleen exclusief met VitaK doen gedurende de periode van de aflossing van de lening.

c. (…)

d. SBL mag niet concurreren met VitaK op de volgende punten:

- Vitamine K analyse (HPLC en andere systemen)

- Meting van vitamine-K afhankelijke eiwitten (ongeacht welke, het gaat om alle Gla eiwitten)

- Het meten van markers in de volgende aandachtgebieden met uitsluiting van markers voor in deze aandachtsgebieden voorkomende kankers:

Nefrologie

Cardiovasculaire aandoeningen

Calcium & botstofwisseling, inclusief kraakbeen

- Humane interventie trials behalve als het gaat om samenwerkingen van SBL met andere partijen in het kader van verificatie en/of validatie van door SBL ontwikkelde kanker biomarker tests.

- In-vitro celkweek systemen behalve als het gaat om samenwerkingen van SBL met andere partijen in het kader van verificatie en/of validatie van door SBL ontwikkelde kanker biomarker tests en tevens in geval van productie van immune-reagentia.

- Huidsystemen.

e. SBL mag niet werken met concurrerenten sic) van VitaK, omdat beide partijen afgesproken hebben om in de toekomst samen te gaan werken. Voor de samenwerking zal een aparte samenwerkingsovereenkomst worden afgesloten.

f. (…)

g. (…)

h. (…)”.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

De bij faxbericht van 20 juni 2014 ingediende eiswijziging van VitaK is blijkens het faxbericht van 24 juni 2014 komen te vervallen. Daarom zal hierna de eis worden opgenomen zoals die bij exploot van dagvaarding is ingesteld. Uiteraard zal hierna bij de beoordeling rekening worden gehouden met hetgeen partijen blijkens datzelfde faxbericht van 24 juni 2014 over die hierna weer te geven vordering onder 1. zijn overeengekomen.

3.2.

VitaK vordert, mede tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Primair SBL te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 197.676,10, te vermeerderen met 5% rente met ingang van 1 januari 2014 tot aan de dag de algehele voldoening. Subsidiair SBL te veroordelen tot terugbetaling van de lening conform het als productie 3 overgelegde en aan het exploot van dagvaarding gehechte betalingsschema, ingaande op 1 januari 2015 en met een aflossing die lineair oploopt met € 50,00 per maand tot en met april 2018;

  2. SBL te verbieden tot het sluiten van overeenkomsten, met name het geven van opdrachten aan bedrijven met een IDS-iSYS systeem tot het verrichten van onderzoeken van welke aard dan ook, behoudens voorafgaande schriftelijke instemming van VitaK, zulks zolang de lening tussen partijen niet is afgelost;

  3. SBL te verbieden om onderzoek/werkzaamheden te verrichten in opdracht van IDS, behoudens voor zover het door SBL te verrichten onderzoek ligt op het gebied van oncologie/kanker, zulks zolang de lening tussen partijen niet is afgelost;

  4. SBL te verbieden een IDS-iSYS systeem te kopen, huren, leasen of anderszins te eigen behoeve aan te schaffen, te bezitten en/of onder zich te houden en/of te gebruiken, zulks zolang de lening tussen partijen niet is afgelost;

  5. SBL te verbieden om vitamine-K analyses (HPLC en andere systemen) uit te voeren en/of metingen verrichten van vitamine-K afhankelijke eiwitten (ongeacht welke), in welke vorm ook en onafhankelijk van het onderzoek in het kader waarvan deze werkzaamheden zouden zijn verricht, zulks zolang lening tussen partijen niet is afgelost;

  6. SBL te verbieden markers (zowel research biomarkers als klinische routinen biomarkers) te meten, te produceren en/of te verkopen en/of testen te ontwikkelen voor markers en/of consultancy op het gebied van markers op de volgende gebieden:

- nefrologie;

- cardiovasculaire aandoeningen;

- calcium en botstofwisseling, inclusief kraakbeen;

Behoudens voor zover het gaat om de op deze gebieden voorkomende kankers, ongeacht de vraag in welk kader de metingen, productie, testen of consultancy zich afspeelt, zulks zoals de lening tussen partijen niet is afgelost;

7. SBL te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.3.

VitaK legt aan haar vorderingen ten grondslag dat SBL in strijd handelt met hetgeen partijen in de overeenkomst van 13 augustus 2013 en de aanvullende overeenkomst van 20 augustus 2013 zijn overeengekomen. VitaK staat namelijk op het punt om een omvangrijk contract af te sluiten met IDS over het verrichten van onderzoek en metingen ten behoeve van door IDS te produceren systemen. Doordat SBL, in strijd met de afspraken, tracht dit contract te verwerven, dreigt VitaK grote schade te lijden. Daarnaast dreigt VitaK grote schade te ondervinden als SBL werkzaamheden gaat verrichten op de in artikel 2.d. van de aanvullende overeenkomst van 20 augustus 2013 genoemde werkgebieden “in het kader van kankeronderzoeken”. SBL is met geld van (alleen VitaK) gefinancierd en niet om zichzelf kapot te laten concurreren op haar eigen werkgebieden, aldus VitaK. Voor een verdere uitwerking van de grondslag van de vorderingen van VitaK wordt verwezen naar het exploot van dagvaarding, de pleitnota en de daarop ter zitting gegeven uitgebreide toelichting.

3.4.

SBL voert verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.6.

SBL vordert, mede tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis:

1. Primair: om een hard-copy van het kwaliteitshandboek, of de equivalent daarvan, dat ten grondslag ligt aan het GLP-systeem van VitaK aan SBL te verstrekken op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, dat VitaK nalaat volledig aan deze verplichting te voldoen;

Subsidiair om SBL in de gelegenheid te stellen het kwaliteitshandboek, of de equivalent daarvan, dat ten grondslag ligt aan het GLP-systeem van VitaK, in te zien op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, dat VitaK nalaat volledig aan deze verplichting te voldoen;

2. Om VitaK te verbieden nog gebruik te maken, hetzij direct, hetzij indirect, van een GLP-kwaliteitssysteem en VitaK te verbieden deze diensten, hetzij direct, hetzij indirect, aan partijen aan te beiden en zich daarmee naar buiten toe te profileren. Al het voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, dat VitaK nalaat volledig aan deze verplichting te voldoen;

3. VitaK te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.7.

SBL legt, zakelijk weergeven, het navolgende ten grondslag aan haar vorderingen. Ten aanzien van haar eerste reconventionele vordering voert zij aan dat [naam CEO SBL] van september 2012 tot half juli 2013, samen met twee werknemers van VitaK, aan een kwaliteitshandboek heeft gewerkt. Uit de overeenkomsten van 13 en 20 augustus 2013 leidt SBL af dat het kwaliteitshandboek – voor zover nodig – door VitaK aan SBL is overgedragen. Het is VitaK niet toegestaan om dit handboek te gebruiken. SBL kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het kwaliteitshandboek van SBL of delen daarvan wellicht door VitaK gekopieerd zijn. Indien en voor zover zulks het geval zou zijn, dan geldt dat VitaK daarmee tekort schiet in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten. VitaK maakt tevens een inbreuk op het auteursrecht van SBL en handelt dus onrechtmatig jegens SBL, aldus SBL. Voor wat betreft de tweede vordering in reconventie, concludeert SBL dat VitaK eigenlijk de goodwill van SBL heeft verkocht aan SBL. Voor SBL was een belangrijk aspect dat zij als enige organisatie in Zuid-Limburg kon gaan werken met een GLP-kwaliteitssysteem. Thans wordt zij op dit gebied, geheel buiten verwachting om, beconcurreerd door VitaK. Dit levert in de optiek van SBL een tekortkoming in de nakoming op van de tussen partijen gesloten overeenkomsten van 13 augustus en 20 augustus 2013. Voor zover de handelswijze van VitaK geen tekortkoming oplevert, dan geldt in ieder geval dat de handelswijze van VitaK in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dan wel onrechtmatig is.

3.8.

VitaK voert verweer.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

SBL heeft betwist dat VitaK een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen in kort geding. Uit de door VitaK gegeven toelichting volgt genoegzaam dat zij – zeker voor wat betreft de vorderingen 2 tot en met 6 – een spoedeisend belang heeft bij de door haar ingestelde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter komt toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen.

in conventie

4.2.

Bij faxbericht van 24 juni 2014 (dat door de gemachtigden van beide partijen is ondertekend) hebben partijen bericht dat zij over de vordering die in rechtsoverweging 3.2. onder 1. is opgenomen een regeling hebben bereikt. Die regeling zal, zoals partijen hebben verzocht, in een afzonderlijk proces-verbaal worden opgenomen. Dat proces-verbaal wordt aan dit vonnis gehecht. Dit betekent uiteraard ook dat er op de vordering onder 1. niet meer behoeft te worden beslist. Ten aanzien van de overige vorderingen hebben partijen geen overeenstemming bereikt en vonnis gevraagd.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in het kader van de onderhavige procedure beoordeeld dient te worden of de vorderingen van VitaK een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door hem gevorderde voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Daarbij dient de voorzieningenrechter uit te gaan van de feiten met de beperkte onderzoeksmogelijkheden van de juistheid daarvan, aangezien nadere bewijsvoering in een kort geding procedure in beginsel niet mogelijk is.

4.4.

SBL heeft ter zitting betoogd dat de kern van het geschil (behoudens de niet meer te beoordelen geldlening waarover partijen een regeling hebben bereikt) betrekkelijk eenvoudig ligt. Die kern is namelijk dat SBL VitaK niet (met behulp van het door VitaK geleverde kapitaal) moet gaan beconcurreren. Die afspraken zijn vastgelegd in de overeenkomsten van 13 en 20 augustus 2013. SBL schendt die afspraken, aldus VitaK.

4.5.

SBL heeft aangevoerd dat VitaK’s CEO [naam CEO VitaK], in tegenstelling tot [naam CEO SBL], juridisch geschoold is en meer ervaring als CEO heeft met het opstellen van contracten. Onduidelijkheden in de overeenkomsten komen om die reden volgens SBL (op grond van bestendige rechtspraak) voor rekening van [naam CEO VitaK] (en dus VitaK). Ter zitting heeft de voorzieningenrechter reeds geoordeeld dat dit verweer wordt gepasseerd. [naam CEO SBL] heeft blijkens zijn eigen stellingen een studie moleculaire biologie afgerond en mag dus zeker geacht worden om te kunnen beoordelen of hij een overeenkomst al dan niet namens SBL ondertekent. Dit geldt eens te meer indien die overeenkomsten (deels) zien op onderwerpen die behoren tot gebieden waarop VitaK en SBL bedrijfsmatig actief zijn. Voorts mag van een CEO van een onderneming worden verwacht dat hij kan inschatten of de belangen van de onderneming gediend zijn met het aangaan van dergelijke overeenkomsten. Bij twijfel over de juridische consequenties van die overeenkomsten, had het op de weg van [naam CEO SBL] gelegen om die overeenkomsten door een juridisch adviseur te laten toetsen. Dat [naam CEO SBL] dit heeft nagelaten komt voor risico van SBL en kan dan ook nu niet aan VitaK worden tegengeworpen. De conclusie is dat, voor zover de bepalingen in de overeenkomsten van 13 en 20 augustus 2013 onvoldoende duidelijk zijn, die onduidelijkheden niet zomaar voor rekening van VitaK moeten komen. Of de bepalingen in die overeenkomsten voldoende duidelijk zijn geformuleerd, zal hierna worden beoordeeld.

4.6.

Het verbod zoals dat in artikel 2 sub b van de aanvullende overeenkomst van

20 augustus 2013 is opgenomen, leidt niet zonder meer tot de door VitaK voorgestane uitleg (een verbod van SBL om te contracteren met bedrijven die een IDS-iSYS systeem hebben) van dat artikel. Daarvoor laat de formulering van het artikel, zeker gelet op de door SBL gegeven uitleg, teveel ruimte. Of het verbod zich louter beperkt tot eindgebruikers of ook tot de fabrikant van het iSYS systeem, IDS, kan in deze procedure dus niet worden vastgesteld.

4.7.

Ten aanzien van de verboden die in sub d van artikel 2 van de aanvullende overeenkomst van 20 augustus 2013 zijn opgenomen, geldt dat de daarin opgenomen beschrijvingen van de punten waarop SBL niet met VitaK mag concurreren onvoldoende gedetailleerd zijn omschreven. Het verweer van SBL maakt voldoende aannemelijk dat ook deze verboden op diverse manieren kunnen worden uitgelegd. Daarnaast is voor de voorzieningenrechter van groot belang dat SBL gemotiveerd en onderbouwd heeft betwist dat het werkterrein van VitaK óók het ontwikkelen en verkopen van markers op het gebied van nefrologie, cardiovasculaire aandoeningen en calcium- en botstofwisseling betreft. Volgens SBL is VitaK slechts actief op deze gebieden voor zover het gaat om markers die gerelateerd zijn aan vitamine K en/of vitamine K afhankelijke eiwitten. In het bestek van deze kort geding procedure kan, gelet op de mate van betwisting zijdens SBL, echter niet worden vastgesteld wat nu exact de werkterreinen zijn van VitaK en SBL. Of SBL dus activiteiten verricht die in strijd zijn met de in artikel 2 sub d van de aanvullende overeenkomst neergelegde afspraken, kan in het kader van deze procedure in kort geding dus niet worden beoordeeld. Een bodemprocedure zal daarover, desgewenst, uitkomst moeten bieden.

4.8.

Voorts geldt zowel ten aanzien van rechtsoverweging 4.6. als voor rechtsoverweging 4.7., dat in de aanvullende overeenkomst van 20 augustus 2013 in artikel 2 sub e is opgenomen dat SBL niet mag werken met concurrenten van VitaK, omdat beide partijen hebben afgesproken om in de toekomst samen te gaan werken. Voor de samenwerking zal een aparte samenwerkingsovereenkomst worden gesloten, aldus sub e van artikel 2. Vast staat dat er over een samenwerkingsovereenkomst ten tijde van de mondelinge behandeling nog geen overeenstemming is bereikt. Afspraken over deze samenwerking zijn niet meer in een samenwerkingsovereenkomst uitgewerkt, alhoewel dat op het moment van het sluiten van de aanvullende overeenkomst op 20 augustus 2013 uitdrukkelijk wél de bedoeling van partijen was. Of en zo ja in hoeverre in die samenwerkingsovereenkomst nog nadere bepalingen over activiteiten van SBL die door VitaK als concurrerend worden aangemerkt zouden zijn opgenomen, kan thans dus niet worden beoordeeld. Daarmee wordt overigens geen oordeel gegeven over de juistheid van het door SBL ingenomen standpunt dat de bepalingen in de aanvullende overeenkomst zijn aangegaan onder de (stilzwijgende) opschortende voorwaarde dat er een samenwerkingsovereenkomst gesloten zou worden. Een oordeel hierover is op grond van voorgaande rechtsoverwegingen evenwel niet meer nodig.

4.9.

De conclusie uit het vorenstaande is dat de vorderingen zoals die in rechtsoverweging 3.2. onder 2 tot en met 6 zijn weergegeven, in deze procedure niet kunnen worden toegewezen.

in reconventie

4.10.

Ten aanzien van de eerste vordering heeft SBL terecht opgemerkt dat die vordering als uitgangspunt neemt dat er een GLP-Systeem bij VitaK is. Dat is gelet op hetgeen VitaK heeft aangevoerd, evenwel niet voldoende aannemelijk geworden. Bovendien is hetgeen SBL ter onderbouwing van deze vordering heeft aangevoerd – “SBL kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het kwaliteitshandboek van SBL of delen daarvan wellicht door VitaK gekopieerd zijn” (onderstrepingen voorzieningenrechter) – onvoldoende concreet en onvoldoende zeker, zodat deze vordering reeds daarom zou stranden.

4.11.

Met SBL constateert de voorzieningenrechter dat de in de overeenkomsten van 13 augustus en 20 augustus 2013 geen bepaling is opgenomen die VitaK verbiedt om een GLP-certificaat in te voeren. Dat een dergelijk verbod stilzwijgend zou zijn overeengekomen, is niet door SBL aannemelijk gemaakt. De tweede vordering in reconventie ontbeert eveneens een grondslag en wordt afgewezen.

in conventie en in reconventie verder

4.12.

Gelet op de uitkomsten van de procedures in conventie en in reconventie worden de proceskosten op hierna in het dictum te bepalen wijze gecompenseerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

in reconventie

5.3.

wijst de vorderingen af,

5.4.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken.