Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:2757

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-03-2014
Datum publicatie
25-03-2014
Zaaknummer
03/720507-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Loverboy. De rechtbank acht mensenhandel van 3 meisjes en ontucht met een 14-jarig meisje bewezen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot – in totaal – 3 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Toepassing meerderjarige strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/720507-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 maart 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum],

wonende te [adres].

Raadsvrouw is mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2014, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de tegen (destijds minderjarige) verdachte aanhangig gemaakte zaak onder parketnummer: 03/659045-14.

Als feit 1 op die dagvaarding is aan verdachte tenlastegelegd dat hij zich als minderjarige schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 1] over de periode 1 mei 2009 tot en met 3 februari 2011. Op de onderhavige dagvaarding is aan verdachte ten laste gelegd onder feit 2 dat hij zich vanaf het moment dat hij meerderjarig was schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van diezelfde [slachtoffer 1] over de periode van 4 februari 2011 tot en met 1 maart 2012.

Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij de feiten 2 en 3 op de dagvaarding van verdachte als minderjarige. Er wordt namelijk aan verdachte onder die feiten ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 2] in de periode van 1 april 2008 tot en met 19 maart 2010 (feit 2), vervolgens ten aanzien van [slachtoffer 2] in de periode vanaf de meerderjarigheid van [slachtoffer 2], te weten van 20 maart 2010 tot en met 3 februari 2011 (feit 3). Op de onderhavige dagvaarding is onder feit 3 de mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 2] tenlastegelegd in de periode vanaf de dag dat verdachte meerderjarig was geworden, te weten van 4 februari 2011 tot en met 31 december 2011.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van [slachtoffer 3] en/of aanzetten tot prostitutie van [slachtoffer 3];

Feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van [slachtoffer 1];

Feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van [slachtoffer 2];

Feit 4: ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 4], onder meer bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, terwijl zij tussen de 12 en 16 jaar oud was.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3 Toepasselijk recht

De verdediging heeft verzocht om het minderjarigenstrafrecht toe te passen op de feiten waarvan verdachte verdacht wordt, niet alleen toen verdachte nog minderjarig was, maar ook nadat verdachte 18 jaar was geworden. Dit omdat verdachte in het begin van de doorlopende pleegperiodes minderjarig was. De verdediging acht de persoonsgebonden en pedagogische benadering van het jeugdstrafrecht meer passend in de onderhavige zaak.

De officier van justitie heeft gevorderd het meerderjarigenstrafrecht toe te passen. Zij acht de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van de verdachte tijdens het begaan van de feiten zoals deze uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting naar voren zijn gekomen en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, aanleiding om het meerderjarigenstrafrecht toe te passen.

De rechtbank vindt in de ernst van de feiten, in de persoonlijkheid van de verdachte en in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, meer dan voldoende grond om het minderjarigenstrafrecht buiten toepassing te laten.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2, 3, en 4 bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 en 2 heeft de raadsvrouw van verdachte vrijspraak bepleit, subsidiair inkorting van de pleegperiode. Ook ten aanzien van de feiten 3 en 4 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

Bewijsmiddelen en overwegingen feiten 1, 2 en 3

[slachtoffer 3]

Op 22 augustus 2012 verschijnt [slachtoffer 3] aan het politiebureau te Venlo om aangifte te doen tegen haar ex-vriend [verdachte]. Zij heeft het volgende verklaard. Ze is in Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek geboren. Toen ze twee of drie jaar oud was, is ze met haar moeder naar Nederland gekomen. Met haar biologische vader heeft zij geen contact. Haar moeder is in Nederland hertrouwd en heeft twee kinderen gekregen. Toen ze in de puberleeftijd kwam, had ze het gevoel dat haar stiefvader haar anders benaderde dan haar broertje en haar zusje. Ze was wel eens opstandig en zei dan tegen haar stiefvader dat hij zich niet met haar moest bemoeien, omdat hij haar vader niet was. Ze had het gevoel dat haar moeder partij trok voor haar stiefvader. Ze had het idee dat ze er niet bij hoorde. Ze voelde zich hierdoor eenzaam. Buiten haar moeder had zij geen familie in Nederland.2 Toen ze 17 jaar was, had ze het gevoel dat haar moeder en stiefvader erg streng voor haar waren. Ook had ze het gevoel dat haar broertje en zusje meer mochten. Ze dacht dat dat te maken had met het feit dat haar stiefvader haar niet als zijn dochter zag. Daardoor botsten ze veel. Dat leidde tot spanningen thuis waardoor zij uiteindelijk op 10 maart 2012 uit huis geplaatst werd. Ze heeft haar moeder dit destijds erg kwalijk genomen. Zij had voor de uithuisplaatsing ruzie met haar moeder gehad, omdat ze zonder medeweten van haar moeder bij verdachte was blijven slapen. Uiteindelijk heeft ze enige tijd bij vriendinnen en de crisisopvang verbleven om uiteindelijk in juni 2010 zelfstandig te gaan wonen.3

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze in 2008 verdachte via ‘Hyves’4 heeft leren kennen. Ze heeft hem vervolgens op ‘MSN’5 toegevoegd en daarna hadden ze regelmatig contact met elkaar. Na een tijdje alleen contact te hebben gehad via de computer is [slachtoffer 3] naar Roermond afgereisd. Ze is toen ook bij verdachte blijven slapen. Ze heeft verklaard dat ze eigenlijk geen seks met verdachte wilde, omdat ze vond dat het allemaal snel ging. Verdachte verzekerde haar echter dat ze samen verder zouden gaan. Zij heeft zich hierdoor laten overhalen, omdat zij dacht dat ze samen verder zouden gaan. Haar ouders wisten niet dat zij naar Roermond ging. Ze vertelde thuis dat ze bij een vriendin bleef slapen. Verdachte is één keer bij haar thuis geweest en heeft daar haar moeder ontmoet. Slechts één van haar vriendinnen kende verdachte. Verdachte vond haar vriendinnen niet leuk. Van haar bijbaantje betaalde [slachtoffer 3] een treinkaartje om verdachte een keer per maand te bezoeken.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze in de tijd waarin ze wat had met verdachte vaker liefdesberichtjes van meisjes zag, die via de ‘social media’ aan verdachte gericht waren. [slachtoffer 3] vond dit vreemd en heeft dit ook vaker tegen verdachte gezegd. Verdachte – een in het circuit bekende rapper – verklaarde echter dat zij daar niets achter moest zoeken, het waren gewoon fans. Hij zei haar dat zíj zijn vriendin was.

In de tijd dat [slachtoffer 3] in de crisisopvang verbleef, was verdachte van alles wat er speelde op de hoogte. Zij had toen het gevoel dat verdachte er altijd was. Ze was haar huis kwijt en was bang om ook verdachte te verliezen.6

Vanaf haar 18de jaar had [slachtoffer 3] de beschikking over een Ov-jaarkaart en ging ze vaker naar Roermond om verdachte te zien. Ze keek heel erg uit naar de afspraakjes. Ze kocht een leuk cadeau voor zijn verjaardag. Hij, daarentegen, kocht niets voor haar verjaardag. Toen zij haar MBO-diploma kreeg, is verdachte niet gekomen.

Toen zij in september 2011 ging studeren aan het HBO veranderde de relatie met verdachte. Hij vroeg haar regelmatig om geld. Het begon met kleine bedragen, maar het werd steeds meer. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze het geld gaf, omdat ze niet wilde dat verdachte voor zijn neef [betrokkene] werkte. [betrokkene] hield zich namelijk bezig met drugs.

Verdachte wilde graag een iPhone en vroeg [slachtoffer 3] voor hem een abonnement met een looptijd van twee jaar af te sluiten. Zij vond dat geen goed idee. Verdachte werd daarop kwaad, omdat hij dacht dat zij de relatie niet gedurende twee jaar wilde voortzetten. Daarop voelde [slachtoffer 3] zich schuldig. Uiteindelijk is de iPhone niet gekocht, omdat [slachtoffer 3] in de winkel voorwendde dat ze haar pincode niet meer wist.

Ook zei verdachte dat [slachtoffer 3] een lening moest afsluiten om het benodigde geld voor een iMac bij elkaar te krijgen. Met de iMac wilde verdachte geld verdienen, opdat hij niet meer voor [betrokkene] zou hoeven te werken, zo spiegelde verdachte voor aan [slachtoffer 3]. Het afsluiten van de lening lukte niet en wederom werd verdachte boos. [slachtoffer 3] kreeg het verwijt dat zij er de schuld van was dat hij veel inkomsten was misgelopen. Hij kon door [slachtoffer 3] niet meer werken voor zijn neef en was genoodzaakt zijn camera te verkopen.7

[slachtoffer 3] heeft verder verklaard dat zij regelmatig kreeg te horen dat het allemaal haar schuld was. Ze voelde zich daardoor schuldig en besloot geld te lenen, zodat verdachte alsnog de iMac zou kunnen kopen. Zij heeft dat geld vervolgens bij een vriend geleend, omdat zij dit zelf niet had. [slachtoffer 3] heeft die 600 euro aan verdachte gegeven.

De volgende dag kwam [slachtoffer 3] verdachte tegen. Hij verklaarde dat hij de dag ervoor met drugs gepakt was en alles bij de politie had moeten inleveren, ook de 600 euro die hij van [slachtoffer 3] had gekregen. Verdachte zei ook dat hij een boete van 2000 euro gekregen die binnen een week betaald moest worden. Verdachte deelde [slachtoffer 3] mede dat mocht [slachtoffer 3] dat geld niet bij elkaar zou kunnen krijgen, hij dan naar London zou vertrekken. [slachtoffer 3] vond dat heel erg. Samen met verdachte is ze vervolgens in Roermond bij het Van der Valk-hotel blijven slapen. Zij heeft de rekening van de overnachting betaald. De volgende dag zou verdachte vertrekken naar London. Samen met verdachte is ze die morgen naar de Rabobank in Roermond gegaan met het doel een lening af te sluiten. Verdachte had dit voorgesteld, zodat hij niet naar London hoefde te gaan. Wederom lukte het niet om een lening af te sluiten. Uiteindelijk ging verdachte niet naar London, omdat zijn neef de boete zou betalen. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze daar heel erg blij om was, mede omdat ze toen 6 weken zwanger was van verdachte. Verdachte wist dat ook. Verdachte zei dat wanneer de boete niet betaald zou worden, hij niet voor de baby zou kunnen zorgen. Samen hadden ze besproken dat ze in de toekomst kinderen wilden. [slachtoffer 3] had haar ouders van de zwangerschap in kennis gesteld. Verdachte had zijn ouders niet geïnformeerd, omdat hij dit te vroeg vond.8

In de week van 13 december 2011 kreeg [slachtoffer 3] een miskraam. Verdachte reageerde heel begrijpend en zei dat hun tijd nog wel zou komen. Besloten werd om samen kerst te vieren. [slachtoffer 3] kocht voor verdachte ‘Jordan’ schoenen en nam zich voor die op eerste kerstdag aan hem te geven.9 Uiteindelijk heeft verdachte [slachtoffer 3] laten zitten met Kerstmis. Om het goed te maken, gaf verdachte aan dat ze samen nieuwjaar zouden vieren. Ook dat ging niet door, omdat verdachte liever met zijn vrienden de jaarwisseling wilde vieren. Ook zei hij dat hij reizen met Oud en Nieuw vanwege het vuurwerk te gevaarlijk vond voor [slachtoffer 3]. Uiteindelijk heeft [slachtoffer 3] vernomen dat verdachte nieuwjaar met [slachtoffer 4] heeft gevierd.

In januari 2012 heeft verdachte aan [slachtoffer 3] gevraagd om een tatoeage met zijn naam op haar lichaam te laten zetten. Dat betekende heel veel voor hem. Hij zou ook de naam van [slachtoffer 3] op zijn lichaam laten zetten als teken van hun liefde. [slachtoffer 3] besprak haar twijfels met verdachte. Verdachte zei dat dit overkwam alsof [slachtoffer 3] niet voor eeuwig bij hem wilde blijven. [slachtoffer 3] voelde zich daarop weer schuldig, omdat ze verdachte teleurstelde. Wanneer zij hem sprak, begon verdachte steeds over die tatoeage. Verdachte zei dat hij [slachtoffer 3] pas weer wilde zien nadat zij de tatoeage had laten zetten. Op 27 januari 2012 heeft [slachtoffer 3] de naam van verdachte in haar lies laten tatoeëren voor een bedrag van 85 euro. De lies hadden zij samen uitgekozen, ook al wilde verdachte eigenlijk dat de tatoeage zichtbaarder was. Ze had verdachte inmiddels al twee weken niet meer gezien, omdat ze de tatoeage nog niet had laten zetten. Daarvoor zagen ze elkaar twee keer per week. Verdachte was uiteindelijk niet zo blij met de aangebrachte tatoeage, omdat hij de tatoeage te klein vond en te onzichtbaar. Het tatoeëren van háár naam op zíjn lichaam heeft hij steeds met een smoes uitgesteld en heeft nooit plaatsgevonden.10

[slachtoffer 3] liet verdachte diverse keren weten dat ze ervan overtuigd was dat verdachte vreemd ging. Verdachte wuifde dat dan altijd weg. Hij zei dan dat meisjes aan het stoken waren in hun relatie. Ook werd hij dan boos. Wanneer verdachte boos werd dan zei hij steeds tegen [slachtoffer 3] dat hij twijfelde aan hun relatie. Als zij niet zou kunnen wennen aan zijn status als beroemdheid en de daarbij horende aandacht, dan zouden ze geen toekomst hebben samen, zo spiegelde verdachte haar voor.

Op een bepaald moment besloot [slachtoffer 3] te gaan werken in een kledingzaak. Verdachte vond dat geen goed idee, omdat ze daar naar zijn mening te weinig ging verdienen. Verdachte bleef steeds om geld vragen en [slachtoffer 3] gaf het hem. Daardoor kon ze zelf haar rekeningen niet meer betalen en liep ze een huurschuld op. Verdachte heeft het geld nooit terugbetaald. [slachtoffer 3] gaf verdachte het geld, omdat ze hem niet kwijt wilde en hem wilde bewijzen dat ze echt om hem gaf en dat hij niemand anders nodig had. Verdachte was op het moment dat hij iets kreeg of zij iets voor hem gedaan had, erg blij en vrolijk en trots op [slachtoffer 3]. Dat gaf haar weer een goed gevoel. Op momenten dat hij kwaad was, dreigde hij altijd de relatie te beëindigen, omdat zij kennelijk niet genoeg om hem gaf.11

In februari of maart 2012 werden de geruchten steeds sterker dat verdachte vreemd ging. [slachtoffer 3] besloot verdachte daarmee te confronteren, maar wederom wuifde hij de geruchten weg.12 Volgens verdachte waren het gestoorde fans. Verdachte had eerder gezegd dat zij nergens op de ‘social media’ kenbaar moesten maken dat ze een relatie hadden.13

Wanneer verdachte boos was, negeerde hij [slachtoffer 3] op ‘Ping14’ of schreef dat hij vrijgezel was, vroeg wie iets leuks met hem wilde doen of vroeg: “Wie maakt er ontbijt voor mij?”

Verdachte en [slachtoffer 3] hadden destijds geldproblemen. [slachtoffer 3] had verschillende schulden, omdat ze steeds voor verdachte betaalde. Verdachte vond het beter om te gaan samenwonen, omdat als hij thuis bleef wonen, zijn moeder gekort zou worden op haar uitkering. Dit diende voor 1 juli 2012 te gaan gebeuren gelet op de uitkering van zijn moeder. [slachtoffer 3] en verdachte gingen samen naar verschillende appartementen en kamers kijken, maar deze bleken veel te duur. [slachtoffer 3] heeft toen besloten om definitief met school te stoppen om meer te gaan werken (en verdienen) en zo te kunnen gaan samenwonen. Verdachte vond dat [slachtoffer 3] te weinig verdiende in de kledingwinkel en stelde manieren voor om meer geld te verdienen. Hij stelde voor wietplanten te kweken. Hij suggereerde dat [slachtoffer 3] drugs zou kunnen vervoeren vanuit Curaçao naar Nederland. Daarnaast had hij nog andere ideeën.15

Verdachte stelde aan [slachtoffer 3] voor dat ze telefoonseks zou kunnen gaan doen. Omdat [slachtoffer 3] een huisgenote had, vond ze dat geen goed idee. Verdachte vroeg vervolgens of zij niet in de seks wilde gaan werken. Samen met verdachte heeft zij vervolgens verschillende websites bekeken zoals: ‘Sugar Daddy Dating’. Verdachte vertelde dat het contact bestond uit het gezelschap houden van oudere mannen. Je hoefde volgens hem meestal geen seks met ze te hebben. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze daar wel aan wilde meewerken, omdat ze verdachte niet weer wilde teleurstellen. In haar ogen kwam hij steeds met ideeën om geld te verdienen en was haar eigen inbreng verwaarloosbaar. Ze heeft zich aangemeld bij de datingsite, maar daar uiteindelijk nooit gebruik van gemaakt.

Verdachte vroeg vervolgens aan [slachtoffer 3] of zij niet in een seksclub wilde gaan werken. Verdachte gaf aan dat [slachtoffer 3] er niet zo zwaar aan moest tillen dat ze seks met andere mannen zou hebben en dat dit het enige was dat overbleef om geld te verdienen, omdat zij al het andere niet wilde. Verdachte vond dat hij ook ver ging om geld te verdienen voor hun gezamenlijke toekomst door bij zijn neef te werken. Verdachte vond dat [slachtoffer 3] op haar manier ook geld voor de gezamenlijke toekomst moest gaan verdienen. Met het verdiende geld zouden ze hun appartement kunnen gaan inrichten. Verdachte had de voorstelling van het appartement zo levendig gemaakt dat [slachtoffer 3] daar naar uitkeek. Verdachte liet aan [slachtoffer 3] merken teleurgesteld te zijn in haar, omdat zij niet zover ging om te werken voor een gezamenlijke toekomst. Hij kon dan stoppen met het gevaarlijke werk bij zijn neef. [slachtoffer 3] ervoer het alsof het haar verweten werd dat zij niet samen verder konden in een gezamenlijk appartement. Zij voelde zich daardoor schuldig.16 Verdachte zei haar dat het het ultieme bewijs van haar liefde voor verdachte was, als zij in de seksclub zou gaan werken om geld te verdienen. Uiteindelijk besloot [slachtoffer 3] om in een seksclub te gaan werken. Verdachte heeft daarop een bericht gestuurd naar [slachtoffer 3] met daarin verschillende telefoonnummers van seksclubs zodat zij kon bellen. Uiteindelijk heeft zij naar de club ‘[SP]’ gebeld en een afspraak gemaakt. Verdachte hield haar nog voor dat ze moest zeggen dat ze zelf dat werk wilde gaan doen. [slachtoffer 3] vond dat lastig, omdat ze het eigenlijk niet wilde. Verdachte verzorgde het vervoer naar de club.17 Bij de seksclub had [slachtoffer 3] tegen betaling seks met klanten. Het geld werd door verdachte bewaard. Omdat de verdiensten toch enigszins tegenvielen, kwam verdachte met het idee om in Duisburg te gaan werken.18 Verdachte heeft haar met de auto naar een locatie in Duisburg gebracht. Ook daar heeft zij tegen betaling seks gehad met klanten. Ook dat geld heeft zij aan verdachte afgegeven.19 [slachtoffer 3] is op aandringen van verdachte gestopt met haar werk in de kledingwinkel, zodat zij meer in de seksclub kon gaan werken.

Rond haar verjaardag zou een vriend van verdachte uit London komen. Verdachte wilde met die vriend naar Duisburg gaan omdat die vriend seks wilde. [slachtoffer 3] vond dat zonde van het geld dat aan benzine zou moeten worden besteed. Verdachte stelde vervolgens voor dat die vriend dan seks kon hebben met [slachtoffer 3]. Dat bespaarde geld en die vriend zou daarvoor betalen. [slachtoffer 3] voelde zich enorm vernederd en had het gevoel dat verdachte macht over haar had.20

[slachtoffer 3] heeft aangegeven dat zij ongeveer 8 weken in de prostitutie heeft gewerkt. Ook heeft [slachtoffer 3] verklaard dat zij door verdachte naar een club in België genaamd ‘[LP]’ is gebracht. Ook daar heeft zij tegen betaling seks met klanten gehad. Ook dat geld heeft zij aan verdachte gegeven om in hun toekomst te voorzien.21

Op 24 april 2012 zou [slachtoffer 3] studiefinanciering krijgen. Zij heeft enkele malen gekeken of het geld op haar rekening stond. Ze zag dat het geld gestort was, maar dat dit bedrag, 900 euro, onmiddellijk was gepind. Verdachte stuurde die dag het bericht dat hij een iMac22 gekocht had. Door die iMac zou verdachte veel geld gaan verdienen en hoefde [slachtoffer 3] niet meer in de prostitutie te werken.23

De relatie is uiteindelijk beëindigd, omdat [slachtoffer 3] aangifte had gedaan van pinpasfraude en daarbij de naam van verdachte genoemd had. Dat was rond 11 juni 2012.24

Bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank heeft [slachtoffer 3] op 29 januari 2014 haar eerdere bij de politie afgelegde verklaringen bekrachtigd.25 Zij verklaart daar ook nog dat verdachte gedreigd heeft om de relatie te verbreken en om foto’s van haar op internet te zetten26.

Alvorens de rechtbank zal overgaan tot het strafrechtelijk kwalificeren van de geschetste gedragingen van verdachte, zoals uit de aangiftes van [slachtoffer 3] naar voren komt, zal de rechtbank eerst moeten bepalen of de verklaringen van [slachtoffer 3] geloofwaardig zijn. Daartoe zoekt de rechtbank in het dossier naar aanknopingspunten die de verklaringen van [slachtoffer 3] zouden kunnen bevestigen. Die aanknopingspunten zijn er. De rechtbank wijst daarbij op de volgende bewijsmiddelen.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2012 blijkt dat [slachtoffer 3] daadwerkelijk werkzaam is geweest bij de club ‘[SP]’. Verbalisanten hebben met de eigenaresse van de club gesproken en zij heeft dit bevestigd. Daarnaast verklaarde de eigenaresse dat [slachtoffer 3] een relatie had met een getinte jongen uit de wijk Donderberg te Roermond en dat deze haar altijd bracht en haalde. Ze verrichtte de werkzaamheden, omdat ze snel geld wilde verdienen om samen te gaan wonen. 27 Ook de destijds daar werkzame [betrokkene 3] bevestigt hetgeen door de eigenaresse van de club verklaard wordt. Zij zegt ook dat [slachtoffer 3] een stil meisje was dat vaak schuchter in een hoekje zat en zich afsloot voor de rest. [betrokkene 3] had het idee dat [slachtoffer 3] het werk als prostituee niet graag deed.

Uit het dossier blijkt dat verdachte woonachtig is in de wijk Donderberg te Roermond.28

[betrokkene 2], moeder van [slachtoffer 3] bevestigt het verhaal van haar dochter. Zij verklaart dat [slachtoffer 3] een relatie had met verdachte en dat zij al haar geld uitgaf aan verdachte, dat zij verschillende goederen voor verdachte kocht en uiteindelijk met vreemde mannen seks had om geld te verdienen. Zij droeg al het geld af aan verdachte.29

De telefoon van [slachtoffer 3] is onderzocht. Bij haar aangifte van 7 september 2012 heeft zij verklaard dat zij sms-berichten met tips met betrekking tot het werk in de seksclubs die zij van verdachte kreeg had bewaard.30 Uit onderzoek kwamen de volgende sms-berichten naar voren:

[verdachte] (Werk)

27 maart 2012 20:56:39

Ik ben binnen 4e verdieping huis 36 en kamer nummer 23. Ik heb de kamer tot 2 uur vannacht. Xx

27 maart 2012 20:57:56

oke is goed, ik kom straks langs ja over 2 uur ofzo anders valt het op”

27 maart 2012 20:58:18

ik ben vet gestresst man maar oke i’ll make it work”

27 maart 2012 20:58:47

oke good babe remember every word I said”

27 maart 2012 20:59:30

“About that you love me”

27 maart 2012 20:59:35

Doe je sexy lingerie pakje aan trouwens en sta voor die deur, alleen in dat pakje”

27 maart 2012 20:59:51

Dat ook babe en alle advise en tips

27 maart 2012 21:01:18

En na elke beurt gewoon ff snel je kutje wassen je hoeft niet helemaal te douche

27 maart 2012 21:02:56

Oke is goed je komt wel he”

27 maart 2012 21:03:27

ja babe I promise”

27 maart 2012 21:05:24

“oke I love you”

27 maart 2012 21:05:57

“je bent jr glijmiddel veergete fix ieys daar love u too”

27 maart 2012 21:06:14

neem het mee in je zak straks”

27 maart 2012 21:07:13

“ja maar ik kom later pas want die mense keke al kun je nrnede niets kopen”

27 maart 2012 21:07:41

Welke mensen keken nee weet het niet ik bel wel even”

27 maart 2012 21:08:40

Okee en condooms, beveiliging”

27 maart 2012 21:10:44

ja condooms heb ik er maar 9”

27 maart 2012 21:11:34

oke sms me ondertissen hoeveel je heb gehaf ben je al begonne”

27 maart 2012 21:20:57

“ok ik ben klaar”

27 maart 2012 21:23:06

“oke babe succes let’s do this spreek ze ook aan als ze langgslope”

27 maart 2012 21:23:50

“moet ik echt hiervoor gaan zitten ?”

27 maart 2012 21:25:39

“Ja voor je deur gwn ope late hbbe ze je een kruk”

27 maart 2012 21:25:56

“ja maar ik heb geen zin om hele tijd buiten te zitten”

27 maart 2012 21:27:12

“gewoon doe ff wat klante pakke”

27 maart 2012 21:28:18

“ik werd gebeld door de beveiliging ik mag een kamer op de 1e verdieping ”

27 maart 2012 21:39:36

“hahaha dacht ik al, betekend dat je lekker bent !!!!! niceeeeee ben trots”

27 maart 2012 21:40:10

“hahahahaha oke kamer 5 huis 36”

27 maart 2012 21:43:47

“Is leuk toch ! hoeverl klanten heb je an gehad”

27 maart 2012 22:24:08

“oke 1 gehad haha hij kwam al tijdens het rukken. was”

27 maart 2012 22:26:04

“hahahhahaha kga stuk nice hoor zo lekker ben je”

27 maart 2012 22:28:57

“ja babe ik kom zo, fic meer klanten spreek je aan”

27 maart 2012 22:41:28

“heb nu 2 ghad”

27 maart 2012 22:42:3

“nice babe we gaan voor meer”

27 maart 2012 22:42:50

“ja voor 10 het is niet druk”

27 maart 2012 23:02:07

“zorg dat je nog wat pakt, je moet ze aanspreken zodat we die huur en benzine in ieder geval eruit hebben”

27 maart 2012 23:27:19

“anyway het rustig bijna niemand dus nog de vraag of er nog wat uithaalt”

27 maart 2012 23:28:00

“moet we’ll man”

27 maart 2012 23:30:37

“begin te relaxe je geeft me hoofdpijn, die 2.5 uur gwn nog moet het eruit hebben”

Er is voorts navraag gedaan bij de verloskundigenpraktijk [T.] in Amersfoort. Daaruit is gebleken dat op 13 december 2012 bij [slachtoffer 3] een miskraam werd vastgesteld.31

Voorts blijkt uit onderzoek dat [slachtoffer 3] op 24 april 2012 door DUO € 937,44 aan studiefinanciering kreeg overgemaakt en dat op diezelfde dag om 19:33 uur een geldbedrag van € 900,00 van haar rekening werd gepind bij de ING-bank te Roermond.32 Op diezelfde dag, 24 april 2012, heeft verdachte via Twitter een bericht verspreid met de volgende tekst: “Got myself an imac”.33

Gelet op de hiervoor aangehaalde overige bewijsmiddelen, maar ook gelet op de nog te bespreken verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4], acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 3] geloofwaardig.

[slachtoffer 1]

Op 27 november 2012 verschijnt aan het politiebureau te Weert [slachtoffer 1]. Zij wenst aangifte te doen tegen [verdachte] en verklaart het volgende. Zij is op haar derde naar Nederland gekomen. Haar ouders zijn gescheiden en haar vader is bij hen weggegaan.34 Zij merkt op dat ze haar telefoon heeft bewaard waarop alle berichten staan die door verdachte zijn verstuurd. Zij verklaart dat zij verdachte heeft leren kennen in 2007 of 2008.35 In 2009 had zij dagelijks contact met verdachte en die contacten resulteerden in een afspraakje. [slachtoffer 1] is naar Roermond naar de woning van verdachte gereisd. Daar waren nog meer personen aanwezig. Op een bepaald moment vroeg verdachte aan [slachtoffer 1] of zij mee naar boven ging. Toen zij daar niet op inging, veranderde de houding van verdachte jegens [slachtoffer 1]. Hij snauwde en hield zich bezig met andere meisjes. Ook wilde hij de weg naar de bushalte niet wijzen toen [slachtoffer 1] naar huis wilde reizen.36

[slachtoffer 1] zag verdachte telkens bij hem thuis. Eerst zag ze hem altijd in het weekend. Later ook door de week. Verdachte hield [slachtoffer 1] altijd voor dat hun relatie exclusief was en dat zij niet met andere jongens mocht praten. In april 2010 kregen ze “echt” verkering, aldus [slachtoffer 1]. Volgens verdachte hoefde niemand te weten dat ze een relatie hadden. Zijn ex-en zouden dan nare dingen over hem zeggen. Verdachte was erg gewild in die tijd en volgens [slachtoffer 1] wilde elk meisje wel een relatie met hem. Omdat [slachtoffer 1] met hem een relatie had, voelde ze zich erg speciaal. Ze was naar eigen zeggen in die tijd erg onzeker over zichzelf.37 Ze was erg verliefd op verdachte en had het gevoel de ware gevonden te hebben. Ook dacht zij samen oud te worden met verdachte en kinderen te krijgen. Zij heeft dit aan verdachte laten weten en hij keek er zo tegenaan.38

Verdachte had vaak veel contact met verschillende meisjes. Wanneer [slachtoffer 1] daar naar vroeg kon verdachte dat op zo’n wijze terugkoppelen dat zij zich schuldig ging voelen dat ze die vraag gesteld had.

[slachtoffer 1] verklaart dat verdachte meermalen aan haar had gevraagd of zij het lef had om op een andere manier geld te verdienen. Hij wist dat er manieren waren om snel geld te verdienen. [slachtoffer 1] vroeg dan welke manieren, waarop verdachte zei: “Laat maar, dat lef heb je niet”. [slachtoffer 1] dacht dat hij bedoelde, dat ze gebruik van zichzelf moest laten maken. [slachtoffer 1] denkt dat hij bedoelde dat zij seks moest hebben voor geld met zijn vrienden. Hij heeft dit nooit zo tegen haar gezegd, maar zij denkt dat hij dat bedoelde. Ook vertelde verdachte dat [slachtoffer 1] in Duitsland geld kon verdienen en dat daar meer meisjes zaten. Zij hoefde niks tegen haar zin te doen. Verdachte zei dat een deel van het geld dan ook voor haar zou zijn. [slachtoffer 1] heeft tegen verdachte gezegd dat zij dit werk niet wilde doen. Verdachte zei vervolgens dat hun relatie over was als zij dat niet deed en dat hij haar niet meer wilde zien. Dat was ergens rond mei 2011. De relatie is toen uitgegaan voor 3 of 4 maanden, aldus [slachtoffer 1].

De eerste twee weken dat het uit was heeft verdachte [slachtoffer 1] genegeerd. Verdachte zei dat [slachtoffer 1] een slechte vriendin was en erg egoïstisch was, omdat ze alleen aan zichzelf dacht. Door die opmerkingen werd [slachtoffer 1] weer onzeker. Dat wist verdachte. Door deze opmerkingen ging zij steeds minder naar school, waardoor haar resultaten verslechterden. [slachtoffer 1] verklaart dat ze een wrak was en verdachte haar steeds een duwtje in de verkeerde richting gaf.39

Op een bepaald moment voegde verdachte haar weer toe op ‘ping’. Hij verklaarde dat hij nog steeds van haar hield en het niet zo bedoeld had. Verder zei hij dat [slachtoffer 1] hem een reden had gegeven om boos op haar te zijn. Zij was een slechte vriendin en gehoorzaamde verdachte niet.

In de zomervakantie van 2011 is [slachtoffer 1] samen met verdachte gaan shoppen. Zij heeft toen schoenen, een blouse, een broek en een pet voor hem gekocht. Dat was voor ongeveer € 400,00 samen. Zij deed dat, omdat ze dan weer een goede vriendin voor hem was.

In de periode van hun relatie vroeg verdachte vaak geld aan [slachtoffer 1]. Zij heeft dure kleding en verschillende tatoeages voor hem betaald. Hij zeurde bijvoorbeeld de hele dag om geld voor een tatoeage. Ook vroeg hij om de helft van de kosten te betalen en als [slachtoffer 1] overstag ging en hij de tatoeage ging zetten, bleek dat hij geen geld had voor de andere helft. Om hem niet met een halve tatoeage te laten lopen, betaalde [slachtoffer 1] dan ook de andere helft.

Verdachte heeft vaak aan [slachtoffer 1] voorgesteld om een tatoeage met zijn naam op haar lichaam te zetten. Toen zij dat uiteindelijk niet deed, werd verdachte erg boos en zei dat zij dan op een andere manier moest bewijzen dat zij van hem hield. Zij moest nog meer geld geven voor zijn tatoeages.

[slachtoffer 1] betaalde altijd het eten als zij naar hem toe ging. Ook heeft zij begin 2012 een cameralens voor hem betaald en daarnaast ook de reparatie van de camera. Ook heeft ze hem geld overgemaakt omdat hij naar London ging. Als verdachte geld nodig had, zei hij: “maar ik heb gelukkig wel een hele lieve vriendin die alles voor mij betaalt he?” [slachtoffer 1] voelde zich daardoor onder druk gezet. Als ze geen geld gaf werd verdachte boos.40 Ze vond het heel erg als hij boos op haar werd omdat ze dan niemand meer had en alleen was.41

Verdachte praatte veel op [slachtoffer 1] in. Zij was naar eigen zeggen erg kwetsbaar en beïnvloedbaar. Ze was zo in de ban van hem dat ze iedereen buitensloot.42

Uiteindelijk is zij achtergebleven met een schuld van 3000 euro.43

Ter ondersteuning van haar verhaal heeft [slachtoffer 1] samen met de politie pintransacties nagelopen waarbij zij heeft aangegeven wanneer zij geld heeft uitgegeven voor verdachte.44

Bij het verhoor door de rechter-commissaris op 29 januari 2014 heeft [slachtoffer 1] haar bij de politie afgelegde verklaringen bekrachtigd.45

Gelet op het voorgaande en het feit dat de beschrijving van de handelwijze van verdachte nagenoeg naadloos aansluit op de handelwijze van verdachte zoals die blijkt uit de verklaringen van [slachtoffer 3], acht de rechtbank ook de verklaringen van [slachtoffer 1] geloofwaardig.

[slachtoffer 2]

Op 10 juni 2013 werd door de politie een informatief gesprek gevoerd met [slachtoffer 2]. Het doel van het gesprek was om te kunnen vaststellen of er sprake was van signalen van mensenhandel en het mogelijke slachtoffer voorlichting te geven omtrent de mogelijkheden tot het doen van aangifte. Bij het verhoor door de rechter-commissaris op 29 januari 2014 heeft [slachtoffer 2] haar verklaring zoals afgelegd bij de politie bekrachtigd en is zij nader ingegaan op de details.

[slachtoffer 2] verklaarde tijdens het intakegesprek bij de politie dat zij verdachte ongeveer 5 jaar geleden heeft leren kennen via internet/MSN. Zij is een keer bij verdachte thuis in Roermond geweest. Het bezoek was leuk en verdachte wilde haar vaker zien. Zij was toen 16 jaar oud. Ze heeft ongeveer 3 jaar contact met verdachte gehad.46 In die 3 jaar heeft zij hem slechts 5 of 6 keer werkelijk ontmoet. Meestal liepen de contacten via internet. Op een bepaald moment – de tweede of derde ontmoeting – is zij met verdachte naar het Van der Valk-hotel in Roermond geweest omdat zij zich bij hem thuis ongemakkelijk voelde. Er werd een kamer gehuurd. Verdachte ging toen even weg en kwam met een vriend terug. Zij werd toen gedwongen tot seksuele handelingen (‘trio’). Als ze het niet zou doen, zou verdachte weggaan. Van haarzelf moest ze het doen omdat ze hem niet kwijt wilde raken. De seksuele handelingen werden gefilmd. Verdachte heeft aan [slachtoffer 2] daarna een whatsapp gestuurd waarin hij schreef dat het gezellig was geweest en dat hij geld van haar nodig had. Als zij dat geld niet zou geven, zou hij het filmpje online zetten. Zij heeft daarop in 2011 diverse keren geld overgemaakt op de rekening van verdachte en ook geld naar verdachte toe gebracht. Zij heeft het geld aan verdachte betaald van haar salaris dat zij verdiende met het werk bij de Sting. Het salaris ging daaraan op. Ook nam zij een krediet op bij de Rabobank, waaraan zij nog steeds afbetaalt. Ze dacht een relatie te hebben met verdachte, totdat deze haar een keer op het station liet staan omdat ze geen geld bij zich had. Eind 2011 is de relatie beëindigd. Zij heeft vijf jaar lang met niemand gesproken over hetgeen ze aan de politie heeft verteld en heeft angst om aangifte te doen uit angst dat verdachte haar iets aandoet.

Uit onderzoek is vastgesteld dat van de bankrekening van [slachtoffer 2] op rekeningnummer 1312.25.707 ten name van verdachte in de periode 18 februari 2011 tot en met 3 oktober 2011 in totaal € 4.870,00 is overgemaakt.47

Gelet op het voorgaande en het feit dat de beschrijving van de handelwijze van verdachte ook hier overeenkomsten vertoont met de handelwijze van verdachte inzake [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1], acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 2] geloofwaardig.

Ondersteunend bewijs

De handelwijze van verdachte zoals door [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beschreven vindt steun in overige verklaringen in het dossier. Zo beschrijven ook [getuige 1]48, [getuige 2]49, [getuige 3]50, [getuige 4]51 en [getuige 5]52 dat ze verdachte via de ‘social media’ hebben leren kennen, een relatie kregen met hem, dat zij degenen waren die naar hem toe reisden, dat zij (althans een aantal van hen) een tatoeage met de naam van verdachte op hun lichaam lieten zetten en dat zij er uiteindelijk achter kwamen dat verdachte er meer vriendinnen tegelijkertijd op nahield terwijl verdachte dat zelf tegensprak.

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte steeds eenzelfde aanpak bezigt: contact leggen via de ‘social media’ met een meisjes, een relatie aangaan met dit meisje en lief en zorgzaam zijn in het begin van de relatie en het betreffende meisje voorspiegelen dat zij de enige en ware liefde voor hem is. De meisjes voelen zich daardoor speciaal. Vaak is verdachte hun eerste liefde. Het betreft meisjes met een vaak problematische thuissituatie wat hun ontvankelijk maakt en waardoor ze kwetsbaar zijn. Vervolgens zorgt verdachte ervoor dat ze (verder) losgeweekt worden uit hun bestaande omgeving. De meisjes geven hun school of werkkring op voor verdachte. Zij reizen vanuit andere regio’s in het land naar verdachte toe om de relatie in stand te houden. Verdachte speelt in op het schuldgevoel van de meisjes door hen verantwoordelijk te maken voor (het voortbestaan van) de relatie. Hij maakt de meisjes duidelijk dat er geld moet worden verdiend voor de relatie of dat er geld aan verdachte moet worden gegeven om hem uit de schulden te helpen dan wel om te voorkomen dat verdachte zich met illegale drugspraktijken moet inlaten om aan geld te komen. Dit alles onder de druk en de dreiging dat verdachte anders de relatie zal verbreken of de meisjes in de steek zal laten dan wel compromitterend materiaal (seksfilmpje) dan wel foto’s via internet zal verspreiden. Het beoogde doel van verdachte is steeds hetzelfde gebleken: financieel gewin halen uit de relaties.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft bij verschillende gelegenheden de kans gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen. Steeds heeft hij zich op zijn zwijgrecht beroepen. Ook ter terechtzitting heeft verdachte geen uitleg willen verschaffen, ondanks dat de feiten in het dossier ”schreeuwen” om een verklaring van verdachte. Verdachte heeft telkens naar zijn advocaat verwezen voor antwoord op de aan hem door de rechtbank gestelde vragen. Vanzelfsprekend mag dat, maar het staat de rechtbank dan vrij om daar het hare van te denken en voorbij te gaan aan de ”gemakkelijke uitweg” waar verdachte voor kiest. Zo heeft verdachte geen antwoord willen geven op vragen omtrent de in de telefoon van [slachtoffer 3] aangetroffen berichten, omtrent diverse in het dossier beschreven financiële transacties en omtrent door betrokkenen geuite verdachtmakingen aan het adres van verdachte.

Mensenhandel

Artikel 250a Wetboek van Strafrecht is per 1 januari 2005 vervangen door artikel 273a Wetboek van Strafrecht. Artikel 250a (oud) van het Wetboek van Strafrecht zag op alle vormen van uitbuiting van een ander in de prostitutie, waaronder datgene wat in artikel 250ter (oud) expliciet werd aangemerkt als mensenhandel. Artikel 273a, eerste lid, Wetboek van Strafrecht ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop, aldus de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 2003-2004, 29 291, nr. 3. De nieuwe strafbepaling is dan ook opgenomen in titel XVIII van het Tweede Boek, die gewijd is aan misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid.

Uit de wet blijkt dat een dwangmiddel ertoe moet leiden dat iemand in een uitbuitingssituatie belandt of dat iemand ervan wordt weerhouden om zich aan een uitbuitingssituatie te onttrekken. Conform het VN-Palermo Protocol en het EU-kaderbesluit van 2002 moeten de handelingen en dwangmiddelen ruim worden uitgelegd.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever bij de termen “dwang, dreiging met andere feitelijkheden, misleiding, misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht” mede het oog heeft gehad op het brengen van een ander in een afhankelijke situatie waarin deze in diens keuzevrijheid wordt beperkt. Als een factor, die daarbij van belang kan zijn, heeft de wetgever uitdrukkelijk genoemd het niet kunnen beschikken over eigen financiële middelen, een omstandigheid, die volgens de wetgever als een uitbuitingssituatie is aan te merken. In het algemeen heeft de wetgever gesteld dat van een uitbuitingssituatie sprake kan zijn, indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitué(e) in Nederland pleegt te verkeren. Een eventuele instemming van het slachtoffer met zijn/haar uitbuiting is dus niet bepalend. Wezenlijk is dat het slachtoffer in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan in een toestand van uitbuiting te geraken of te blijven, en in feite de vrijwilligheid bij het slachtoffer geheel, althans in ernstige mate ontbreekt. De omstandigheid, dat het slachtoffer reeds eerder bij prostitutie betrokken was, vormt op zich zelf nog geen aanwijzing voor vrijwilligheid.

In deze strafzaak is sprake van meisjes en jonge vrouwen met een moeilijke achtergrond, die in een positie van emotionele afhankelijkheid zijn gebracht door verdachte. Verdachte ging in deze opzet een relatie aan met een vrouw, aan wie in het begin alle aandacht en liefde werd gegeven en een gouden toekomst met verdachte in het vooruitzicht werd gesteld. Vervolgens kwam – veelal vrij snel – een omslagpunt in de relatie, waarna de vrouw door verdachte werd voorgehouden dat, als zij met hem verder wilde, zij degene was die – door onder andere zich te prostitueren – voor de financiële middelen moest zorgen. Niet alle vrouwen zijn daarin meegegaan. Enkel [slachtoffer 3] is uiteindelijk daadwerkelijk in de prostitutie gebracht en werd vervolgens verplicht om alle verdiensten aan verdachte af te geven, veelal onder het voorwendsel dat het geld zou worden gespaard voor hun beider toekomst. Ook de andere slachtoffers moesten onder valse voorwendselen hun geld aan verdachte afgeven. Ook moesten zij cadeau’s voor verdachte kopen om te bewijzen goede vriendinnen te zijn dan wel hun liefde te bewijzen. Uit de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 3] alsmede uit de inhoud van verschillende tekstberichten blijkt dat verdachte bepaalde waar en wanneer [slachtoffer 3] moest werken. Daarnaast blijkt daaruit dat verdachte [slachtoffer 1] heeft geronseld om in de prostitutie te gaan werken. Verdachte heeft [slachtoffer 2] gechanteerd met het openbaar maken van een seksfilm. Verdachte heeft aldus handelend overwicht gekregen op de vrouwen en/of hen misleid. Verdachte heeft voordeel getrokken uit het geld dat de vrouwen aan hem hebben betaald. [slachtoffer 3] is met haar werk in een kledingzaak gestopt zodra zij er niet meer omheen kon dat verdachte een andere vriendin had en misbruik had gemaakt van haar bankkaart. Verdachte werd toen boos en wilde geen relatie meer met haar. Van een ‘mondige prostitué(e)’, zoals de wetgever die heeft omschreven, is in in casu geen sprake. De relatie met [slachtoffer 2] werd beëindigd door verdachte toen [slachtoffer 2] uiteindelijk tegen verdachte zei dat ze hem geen geld meer gaf. Vanaf dat moment heeft ze niets meer van verdachte gehoord.

Conclusie

Voorgaande bewijsmiddelen en overwegingen leidt de rechtbank tot bewezenverklaring van het aan verdachte onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde.

Bewijsmiddelen en overwegingen feit 4

Op 8 januari 2013 werd door de politie een informatief gesprek gevoerd met [slachtoffer 4]. Tijdens dit gesprek verklaarde [slachtoffer 4] dat zij met verdachte een seksuele relatie heeft gehad toen zij 14 jaar oud was. Verdachte had toen de leeftijd van 18 jaar. Verdachte is met zijn penis in haar vagina geweest. Zij is zwanger geraakt van verdachte en heeft een abortus ondergaan.53 De moeder van [slachtoffer 4] heeft het verhaal van haar dochter bevestigd54.

Verdachte heeft op 2 februari 2012 een tweet geplaatst met de inhoud: “Haha she wanna act bad ye, now she pregnant 14 year old55

De abortuskliniek heeft bevestigd dat [slachtoffer 4] een abortus heeft ondergaan op 8 februari 2012.56

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen staat volgens de rechtbank vast dat er geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer 4]. Verdachte was toen 18 jaar oud en [slachtoffer 4] 14.

De vraag is hoe dit handelen van verdachte strafrechtelijk gekwalificeerd moet worden. Is er al dan niet sprake van ontuchtige handelingen van verdachte? Blijkens de Kamerstukken57 gaat het bij ontuchtige handelingen om seksuele handelingen die met de sociaal-ethische norm in strijd zijn. Bij ontuchtige handelingen gaat het zowel om de aard als de intentie van de ontuchtige handelingen. Een seksuele handeling wordt ontuchtig wanneer iemands recht op seksuele zelfbeschikking wordt geschonden.

Bij seksueel getinte handelingen tussen minderjarige kinderen en volwassenen, waarbij sprake is van een groot leeftijdsverschil, zal gemakkelijk kunnen worden aangenomen dat deze in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. De vraag of het kind de handelingen al dan niet op prijs stelt, is dan niet relevant. Indien er sprake is van ontucht met een dertienjarige doet ook niet ter zake of het initiatief bij de minderjarige lag. Gelet op de seksuele aard van de handelingen en het leeftijdsverschil tussen de verdachte en het slachtoffer, dient dan van ontuchtige handelingen te worden gesproken.58 Het ontuchtige karakter kan echter ontbreken indien het gaat om personen die vrijwillig seksueel contact met elkaar hebben en sprake is van een klein leeftijdsverschil.59 Op dit punt is in de onderhavige zaak verweer gevoerd door de verdediging.

Uit het dossier is naar voren gekomen dat verdachte tegelijkertijd relaties met verschillende meisjes onderhield. Kenmerk was telkens dat binnen de relatie het meisje een grote mate van afhankelijkheid van verdachte had ontwikkeld. Verdachte had steeds overwicht over de betreffende meisjes. Verdachte handelde steeds bijzonder manipulatief en misleidde meerdere meisjes. De strekking van de bepaling omtrent ontucht is bescherming te verlenen aan minderjarigen. Wanneer een persoon onder de geschetste omstandigheden seksuele handelingen pleegt met een minderjarige van 14 jaar, zal naar oordeel van de rechtbank al snel kunnen worden gesproken van ontuchtige handelingen, nu de basisveiligheid van een minderjarige wordt doorbroken. In de onderhavige situatie is het leeftijdverschil van 4 jaar, zeker bezien vanuit de 14-jarige, ook feitelijk geen gering leeftijdsverschil. Van een relatie tussen min of meer gelijkwaardige partners is geenszins gebleken. Het verweer daaromtrent van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.



Conclusie
De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en op hetgeen zij heeft overwogen bewezen dat verdachte met [slachtoffer 4] ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], als onder feit 4 ten laste gelegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 september 2011 tot en met 30 juni 2012 in Nederland en in Duitsland en in België meermalen een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang en door dreiging met andere feitelijkheden en misleiding en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en overgebracht, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 3];

en

[slachtoffer 3] vanuit Nederland heeft aangeworven en heeft medegenomen naar België en Duitsland met het oogmerk om die [slachtoffer 3] in een ander land (België en Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;

en

[slachtoffer 3], door dwang en door dreiging met andere feitelijkheden en misleiding en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten;

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 3];

en

[slachtoffer 3] door dwang en door dreiging met andere feitelijkheden en misleiding en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor een derde, immers heeft verdachte,

- met die [slachtoffer 3] een (liefdes)relatie aangegaan en onderhouden en

- die [slachtoffer 3] van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat ze geen geld (meer) hadden en dat die [slachtoffer 3] (om die reden) voor korte tijd als prostituee kon werken om geld te verdienen en

- die [slachtoffer 3] ertoe aangezet en gebracht om een aantal dagen per week en een aantal uren per dag als prostituee te werken en

- één of meer kamer(s)/ruimte(s) in Herten en in Duitsland en in België geregeld, alwaar die [slachtoffer 3] haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten en

- die [slachtoffer 3] vervoerd en gebracht naar en opgehaald van haar prostitutiewerkplekken en

- zorggedragen voor controle en toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en verdiensten (daaruit) van die [slachtoffer 3] en het afdragen van die verdiensten door die [slachtoffer 3] aan verdachte en

- die [slachtoffer 3] al haar verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan heeft laten afgeven aan verdachte en

- die [slachtoffer 3] bewogen een tatoeage met de tekst "[verdachte]" op haar lichaam te zetten en

- die [slachtoffer 3] in een door verdachte gecontroleerde situatie gehouden, in elk geval een of meer (andere) handelingen heeft verricht, strekkende tot het houden van die [slachtoffer 3] in een dwang- en/of uitlokkingssituatie, in elk geval in een van de verdachte afhankelijke positie;

2.

in de periode van 4 februari 2011 tot en met 1 maart 2012 in Nederland, meermalen, een ander, te weten [slachtoffer 1], door feitelijkheden en door dreiging met feitelijkheden en misleiding en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1];

en

[slachtoffer 1], door feitelijkheden en door bedreiging met feitelijkheden en misleiding door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten;

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1], immers heeft verdachte

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij moest stoppen met school en moest gaan werken en aan hem geld moest geven/overmaken aan hem en haar verdiensten aan hem moest afstaan en

- met die [slachtoffer 1] een (seksuele) relatie aangegaan en onderhouden en die [slachtoffer 1] van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en die [slachtoffer 1] geïsoleerd van haar familie-en kennissenkringen en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd en aan die [slachtoffer 1] gevraagd om een tatoeage met

zijn naam "[verdachte]" op haar lichaam te plaatsen en

- die [slachtoffer 1] gevraagd of zij, [slachtoffer 1], het lef had om op andere manieren geld te verdienen.

3.

in de periode van 4 februari 2011 tot en met 31 december 2011 in Nederland een ander genaamd [slachtoffer 2], door dwang en bedreiging met feitelijkheden en door afpersing en door misleiding en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft verdachte die [slachtoffer 2] gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een derde bestaande die dwang en bedreiging met feitelijkheden en afpersing en misleiding en misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte

- met die [slachtoffer 2] een (liefdes)relatie is aangegaan en onderhouden en die [slachtoffer 2] van hem, verdachte, afhankelijk heeft gemaakt en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer 2] (trio)seks met haar heeft gehad en/of deze seksuele handelingen heeft opgenomen

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij, verdachte schulden heeft en dat die [slachtoffer 2] geld aan hem, verdachte moest geven, anders zou verdachte een/het (seks)filmpje van die [slachtoffer 2] publiceren en/of openbaar maken;

4.

in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 januari 2012 in Nederland met [slachtoffer 4], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

Mensenhandel

T.a.v. feit 2:

Mensenhandel

T.a.v. feit 3:

Mensenhandel

T.a.v. feit 4:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor in totaal 3 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Omdat de raadsvrouw van mening is dat vrijspraak moet volgen voor de ten laste gelegde feiten, heeft zij zich niet uitgelaten over de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich over een lange periode schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van drie jonge meisjes. Daarnaast heeft hij ontucht gepleegd met een 14-jarig meisje.

Dit zijn ernstige feiten. Verdachte is telkens op een slinkse wijze te werk gegaan. Hij heeft met zijn slachtoffers contact gelegd via ‘social media’ en heeft gezorgd voor een mooie aanloop in de vorm van het aangaan van een relatie waarin hij lief en zorgzaam was. De meisjes voelden zich daardoor speciaal. Vaak was verdachte hun eerste liefde. Vervolgens zorgde verdachte ervoor dat de meisjes (verder) losgeweekt werden uit hun sociale omgeving. De meisjes raakten hierdoor geïsoleerd. Nadat de meisjes zich helemaal hadden overgegeven aan verdachte dreigde verdachte de relatie te verbreken en de meisjes in de steek te laten dan wel dreigde hij compromitterend materiaal van de meisjes te verspreiden als ze niet voor hem zouden werken en hem van geld zouden voorzien. Doel van verdachte bij het aangaan van de relatie was telkens zijn financiële gewin. Eén slachtoffer is door het handelen van verdachte daadwerkelijk in de prostitutie beland. Verdachte was manipulatief en heeft ingespeeld op de schuldgevoelens van de slachtoffers door hen verantwoordelijk te maken voor de relatie. Een relatie die hij telkens voorspiegelde als een exclusieve liefdesrelatie, maar op zijn voorwaarden. Uit de slachtofferverklaringen blijkt dat de slachtoffers nadelige gevolgen hebben van hetgeen hen is overkomen. Behalve financieel nadeel hebben zij psychische schade opgelopen waarvoor zij professionele hulp hebben moeten inroepen. Zij zijn voor de van hun kant oprechte liefde voor verdachte grenzen overgegaan, die ze zonder verdachte niet overschreden zouden hebben.

In de slachtofferverklaringen wordt verdachte geschetst als een wolf in schaapskleren. Verdachte heeft zonder enige gene misbruik gemaakt van de verliefdheid en de adoratie van jonge meisjes en daarbij hun lichamelijke en geestelijke integriteit geschonden. Hij heeft de meisjes berooid achtergelaten.

Verdachte lijkt geobsedeerd door geld en macht. Hij heeft geen enkel respect getoond voor de vrouwen die dachten een liefdesrelatie met verdachte te hebben. Hij heeft hun vertrouwen in relaties ernstig geschonden. Verdachte lijkt de vrouwen enkel te zien als zijn bezit, waar hij naar goeddunken over kan beschikken. Dit komt ook tot uitdrukking in het laten tatoeëren van de naam van verdachte op het lichaam van de vrouwen. In zijn zucht naar geld maakte verdachte de slachtoffers grote geldbedragen afhandig. Verdachte heeft het kennelijk niet nodig gevonden om door zelf te werken in zijn onderhoud te voorzien.

Behalve bovengenoemde feiten heeft verdachte met een 14 jarig meisje ontucht gepleegd. Ook dit feit rekent de rechtbank verdachte aan.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat verdachte op de zitting op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor de bewezenverklaarde feiten. Hij lijkt het laakbare van zijn handelen niet in te zien. Dat zal de rechtbank in het nadeel van verdachte laten meewegen. De rechtbank acht dit bovendien zorgelijk, omdat zij niet het vertrouwen heeft gekregen dat verdachte zich in de toekomst zal onthouden van feiten als de bewezen verklaarde.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het bewezenverklaarde een langdurige vrijheidsstraf rechtvaardigt waarvan een deel voorwaardelijk om te voorkomen dat verdachte in de toekomst in hetzelfde strafbare gedrag zal vervallen.

Alles overwegend acht de rechtbank voor de in dit vonnis bewezen verklaarde feiten oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk opleggen in het vonnis dat in de zaak van verdachte als minderjarige wordt gewezen. De rechtbank oordeelt voor alle feiten gezamenlijk oplegging van een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.

De rechtbank zal nu zij tot een bewezenverklaring is gekomen van de aan verdachte verweten feiten, voorts ter bescherming van de maatschappij en ter voorkoming van recidive met onmiddellijke ingang de gevangenneming van verdachte bevelen.

7 De benadeelde partijen

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3], bijgestaan door mr. J.A. Pieters, advocaat te Utrecht, vordert een schadevergoeding van € 12.675,00 ter zake van feit 1. De vordering bestaat uit een materieel deel ad. € 5.175,00 en een immaterieel deel ad. € 7.500,00. Verder vordert de benadeelde partij de wettelijke rente toe te passen en de schadevergoedingsmaatregel uit te spreken.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel uit te spreken.

De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard, omdat er vrijspraak zou moeten volgen voor het daaraan ten grondslag liggend feit.

Subsidiair is zij van mening dat ten aanzien van de materiële schade het causaal verband niet is aangetoond, niet alle posten onderbouwd zijn en het bestaan van posten niet is aangetoond. Daarmee is volgens de raadsvrouw de vordering niet meer dusdanig eenvoudig is dat deze zich leent voor afhandeling in een strafproces.

Ten aanzien van de immateriële schade is de raadsvrouw subsidiair van oordeel dat deze gematigd dient te worden tot € 1.500,00 euro

Artikel 361 lid 3 Sv luidt sinds 1 januari 2011: Indien behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, kan de rechtbank op verzoek van de verdachte of op vordering van de officier van justitie dan wel ambtshalve, bepalen dat de vordering in het geheel of ten dele niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij haar vordering, of het deel van de vordering dat niet ontvankelijk is, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Het criterium zoals door de raadsvrouw gehanteerd is sinds 1 januari 2011 niet meer van toepassing.

De rechtbank is van oordeel dat, toetsend aan het thans geldende criterium, het vaststellen van hetgeen [slachtoffer 3] heeft verdiend met prostitutie werkzaamheden een onevenredige belasting vormt voor het strafgeding. Ten aanzien van deze posten bepaalt de rechtbank dat de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij deze bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Ten aanzien van de posten die betrekking hebben op bedragen die [slachtoffer 3] aan verdachte heeft overgemaakt dan wel heeft gepind, is het verweer gevoerd dat deze onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank is echter van oordeel dat deze posten in het licht van het dossier voldoende onderbouwd zijn. Omdat deze posten vervolgens niet zijn weersproken zal de rechtbank deze toewijzen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding zal de rechtbank deze matigen tot een bedrag van € 2.000,00. De rechtbank heeft daarbij gelet op hetgeen in de Smartengeldgids van de ANWB is opgenomen en hetgeen in soortgelijke zaken doorgaans wordt toegekend. Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

De rechtbank zal eveneens de wettelijke rente toepassen en de schadevergoedingsmaatregel uitspreken.

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1], bijgestaan door mr. Van der Toorn, advocaat te Roermond vordert een schadevergoeding van € 6.467,00 ter zake van feit 2. De vordering bestaat uit een materieel deel ad. € 4.467.00 en een immaterieel deel ad. € 2.000,00. Verder vordert de benadeelde partij de wettelijke rente toe te passen en de schadevergoedingsmaatregel uit te spreken.

De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard, omdat er vrijspraak zou moeten volgen voor het daaraan ten grondslag liggend feit.

Subsidiair is zij van mening dat niet bewezen kan worden dat de genoemde bedragen daadwerkelijk aan verdachte zijn gegeven, door hem zijn gepind dan wel daarvan door of voor hem goederen zijn gekocht.

Ten aanzien van de posten die betrekking hebben op bedragen die [slachtoffer 1] aan verdachte heeft overgemaakt dan wel heeft gepind is het verweer gevoerd dat deze onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank is echter van oordeel dat deze posten in het licht van het dossier voldoende onderbouwd zijn. Omdat deze vervolgens niet zijn weersproken zal de rechtbank deze posten toewijzen.

Ook de post eigenbijdrage rechtsbijstand wordt toegewezen, omdat het de rechtbank niet is gebleken dat dit bedrag onterecht gevorderd wordt.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat deze tot een bedrag van ad. € 1.500,00 onderbouwd is. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen en voor het overige de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

De rechtbank zal eveneens de wettelijke rente toepassen en de schadevergoedingsmaatregel uitspreken.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4], bijgestaan door mr. Van der Toorn, advocaat te Roermond, vordert een schadevergoeding van € 2.500,00 ter zake van feit 4. De vordering bestaat geheel uit immateriële schade. Verder vordert de benadeelde partij de wettelijke rente toe te passen en de schadevergoedingsmaatregel uit te spreken.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel uit te spreken.

De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard, omdat er vrijspraak zou moeten volgen voor het daaraan ten grondslag liggend feit.

Subsidiair is zij van mening dat het causaal verband ontbreekt tussen de schade en het ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat deze tot een bedrag van ad. € 500,00 onderbouwd is. Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat gelet op de inhoud van het strafdossier en de onderbouwing van de vordering door de benadeelde partij, voldoende is komen vast te staan dat de immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde onder feit 4 van de tenlastelegging. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen en voor het overige de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel uitspreken.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 63, 245 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarde heeft overtreden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Gevangenneming
- beveelt met ingang van heden de gevangenneming van verdachte;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting

aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], per adres: Pieters advocaten, t’Goylaan 13a, 3525 AA Utrecht te betalen een bedrag van € 4.695,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2012;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige in haar

vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 56 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2012;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] vervalt en omgekeerd.

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], per adres: Van der Toorn Advocaten, Willem II Singel 72A, Postbus 71, 6040 AB Roermond te betalen een bedrag van € 5.890,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2012;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt, te weten een bedrag van € 77,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] € 5.890,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 64 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2012;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] vervalt en omgekeerd;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], per adres: Van der Toorn Advocaten, Willem II Singel 72A, Postbus 71, 6040 AB Roermond te betalen een bedrag van € 500,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2012;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige in haar vordering

niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 4] in

het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging

van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2012;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. C.M.W. Nobis en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 maart 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging, ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met 30 juni 2012 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland en/of in Duitsland en/of in België meermalen, althans eenmaal (telkens)

een ander, te weten [slachtoffer 3], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 3] (artikel 273f lid 1 sub 1);

en/of

een ander, genaamd, [slachtoffer 3] (vanuit Nederland) heeft aangeworven en/of heeft medegenomen naar België en/of Duitsland met het oogmerk om die [slachtoffer 3] in een ander land (België en/of Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid1 sub 3);

en/of

een ander, genaamd [slachtoffer 3], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (artikel 273f lid 1 sub 4)

en/of

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 3] (artikel 73f lid 1 sub 6)

en/of

een ander, genaamd [slachtoffer 3], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor een derde (artikel 273f lid 1

sub 9) immers heeft verdachte,

- met die [slachtoffer 3] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of

- die [slachtoffer 3] van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat ze geen geld (meer) hadden en/of dat die [slachtoffer 3] (om die reden) voor korte tijd als prostituee moest/kon werken om geld te verdienen en/of

- die [slachtoffer 3] opdracht gegeven en/of onder druk gezet en/of ertoe aangezet en/of gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(s) in Herten en/of elders in Nederland en/of in Duitsland en/of in België geregeld, alwaar die [slachtoffer 3] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten en/of die

- die [slachtoffer 3] vervoerd en/of gebracht naar en/of opgehaald van haar prostitutiewerkplek(ken) en/of

- zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten (daaruit) van die [slachtoffer 3] en/of het afdragen van die verdiensten door die [slachtoffer 3] aan verdachte en/of

- die [slachtoffer 3] al haar verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan heeft laten afgeven aan verdachte, althans die [slachtoffer 3] geen gedeelte,

althans weinig van haar verdiensten heeft laten behouden en/of

- die [slachtoffer 3] gedwongen, althans bewogen een tatoeage (met de tekst "[verdachte]") op haar lichaam te zetten en/of

- die [slachtoffer 3] in een door verdachte gecontroleerde situatie gehouden, in elk geval een of meer (andere) handelingen heeft verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer 3] in een dwang- en/of uitlokkingssituatie, in elk geval in een van de verdachte afhankelijke positie;

2.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 4 februari 2011 tot en met 1 maart 2012 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans

eenmaal, (telkens)

een ander, te weten [slachtoffer 1], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

een ander genaamd [slachtoffer 1], door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging me geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 1] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen,

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1], immers heeft verdachte

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij moest stoppen met school en/of moest gaan werken en/of aan hem geld moest geven/overmaken aan hem en/of haar verdiensten aan hem moest afstaan;

- met die [slachtoffer 1] een (seksuele) relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [slachtoffer 1] van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en/of die [slachtoffer 1] geïsoleerd van haar familie-en/of kennissenkringen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd en/of aan die [slachtoffer 1] gevraagd om een tatoeage met

zijn naam "[verdachte]" op haar lichaam te plaatsen en/of

- die [slachtoffer 1] gevraagd of zij, [slachtoffer 1], het lef heeft/had om op andere manieren geld te verdienen;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 4 februari 2011 tot en met 31 december 2011 in de gemeente Roermond en/of de gemeente Zwolle,in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander genaamd [slachtoffer 2], door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en)en/of door bedreiging me geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 2] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 2] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- de afgifte van een hoeveelheid geld en/of

- het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een derde bestaande die dwang en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging me geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte

- met die [slachtoffer 2] een (liefdes)relatie is aangegaan en/of onderhouden en/of die [slachtoffer 2] van hem, verdachte, afhankelijk heeft gemaakt en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer 2] (trio)seks met haar heeft gehad en/of deze seksuele handelingen heeft opgenomen en/of een filmpje van gemaakt

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij, verdachte schulden heeft en/of dat die [slachtoffer 2] geld aan hem, verdachte moest geven, anders zou verdachte een/het (seks)filmpje van die [slachtoffer 2] publiceren en/of openbaar maken;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 januari 2012 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 4], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht;

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/720507-13

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 25 maart 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum],

wonende te [adres].

Tegenwoordig:

J.H. Klifman, , voorzitter,

mr. C.M.W. Nobis en mr. M.B. Bax , rechters

mr. , officier van justitie,

mr. J.P.E. Mullers , griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de voorzitter en de griffier.

Raadsvrouw mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Maastricht.

1 De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en ook overigens voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van processen-verbaal, opgenomen in het dossier voortkomende uit het onderzoek 23VT1205 (Rapido) met als proces-verbaalnummer: 2012071691, Politie eenheid Limburg, Recherche Vreemdelingenpolitie. Het dossier is genummerd van pagina 1 t/m 890.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], d.d. 23 augustus 2012, dossierpagina 96.

3 Idem, dossierpagina 97.

4 Hyves is een Nederlandse sociaalnetwerksite, die begon op 22 september 2004. (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hyves )

5 MSN Messenger is een chatprogramma. Met dit programma kunnen gebruikers elkaar digitale berichten sturen. (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Windows_Live_Messenger)

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], d.d. 23 augustus 2012, dossierpagina 99.

7 Idem, dossierpagina 100.

8 Idem, dossierpagina 101.

9 Idem, dossierpagina 102.

10 Idem, dossierpagina 103.

11 Idem, dossierpagina 104.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], d.d. 23 augustus 2012, dossierpagina 109.

13 Idem, dossierpagina 110.

14 Pingen is een vorm van mobiele communicatie via mobiele telefoons. (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Pingen)

15 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], d.d. 23 augustus 2012, dossierpagina 111.

16 Idem, dossierpagina 112.

17 Idem, dossierpagina 113.

18 Idem, dossierpagina 114.

19 Idem, dossierpagina 115.

20 Idem, dossierpagina 116.

21 Idem, dossierpagina 117.

22 De iMac is een alles-in-eencomputer van Apple. (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Imac)

23 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], d.d. 23 augustus 2012, dossierpagina 118.

24 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], d.d. 7 september 2012, dossierpagina 131.

25 Het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van [slachtoffer 3], d.d. 29 januari 2014.

26 Verklaring van [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris op 29 januari 2014.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 22 augustus 2012, dossierpagina 372 en 373.

28 ID staat verdachte, d.d. 14 augustus 2013, dossierpagina 39.

29 Het proces-verbaal van vehoor van [betrokkene 2], d.d. 9 oktober 2013, dossierpagina 360 t/m 363.

30 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 15 januari 2013, dossierpagina 406.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 26 februari 2013, dossierpagina 512 en 513. Verder heeft de officier van justitie ter terechtzitting een e-mail getoond, waarin de praktijk benadrukt dat daadwerkelijk een miskraam heeft plaatsgevonden.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 25 juni 2013, dossierpagina 570.

33 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 augustus 2013, dossierpagina 588.

34 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 27 november 2012, dossierpagina 192.

35 Idem, dossierpagina 193.

36 Idem, dossierpagina 194.

37 Idem, dossierpagina 195.

38 Idem, dossierpagina 196.

39 Idem, dossierpagina 197.

40 Idem, dossierpagina 199.

41 Idem, dossierpagina 200.

42 Idem, dossierpagina 201.

43 Idem, dossierpagina 204.

44 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], d.d. 28 december 2012, dossierpagina 211 t/m 214 (de afdrukken van de bankgegevens zijn bij het proces-verbaal gevoegd met als doornummering 215 t/m 232).

45 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, d.d. 29 januari 2014

46 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 559 + 560 en het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris, d.d. 29 januari 2014 .

47 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 juni 2013, dossierpagina 561 en 562.

48 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], d.d. 22 februari 2013, dossierpagina 265 t/m 270.

49 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], d.d. 10 april 2013, dossierpagina 286 t/m 295.

50 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 4 september 2013, dossierpagina 340 t/m 345.

51 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], d.d. 5 september 2013, dossierpagina 347 t/m 351.

52 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5], d.d. 5 september 2013, dossierpagina 352 t/m 354.

53 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 8 januari 2013, dossierpagina 319.

54 Proces verbaal bevindingen blz. 315/316.

55 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 september 2013, dossierpagina 599.

56 Het proces-verbaal van bevindingen, 20 maart 2013, dossierpagina 516 t/m 524.

57 Kamerstukken 1988/89, 20 930, nr. 3, p. 2.

58 HR 2 juli 2002, LJN AE3490.

59 HR 24 juni 1997, LJN ZD0775.