Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:2366

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
13-03-2014
Zaaknummer
2401867 CV EXPL 13-3962
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ziektekostenverzekeraar Agis krijgt de kous op de kop wegens het instellen van een premievordering die op volstrekt ondoorzichtige wijze beargumenteerd wordt en met verwaarlozing van processuele voorschriften. Ten overvloede wordt in het vonnis ook gewezen op de gebrekkige motivering van het voor de nevenvorderingen noodzakelijke betalingsverzuim. Zelfs bij eventuele toewijsbaarheid van de hoofdvordering zouden om die reden de gevorderde vervallen rente en vergoeding van incassokosten afgewezen zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknummer 2401867 CV EXPL 13-3962

Vonnis van 19 februari 2014

in de zaak

de naamloze vennootschap AGIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Amersfoort,

verder ook te noemen: “Agis”,

eisende partij,

gemachtigde: J.H. Vekemans, deurwaarder te Tilburg (“GGN”)

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

verder ook te noemen: “[gedaagde]”,

gedaagde partij,

in persoon procederend

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Agis heeft [gedaagde] bij dagvaarding van 19 september 2013 in rechte betrokken voor een vordering als uiteengezet in het exploot van dagvaarding met aangehecht één genummerde productie (een ‘specificatie’ van de hoofdvordering), een ongenummerde kopiebrief van 24 oktober 2012 en een in algemene termen gestelde schriftelijke toelichting waarin de gemachtigde van Agis procedurele aspecten van de zaak beschreef.

[gedaagde] heeft - na zuivering van op 9 oktober 2013 te haren aanzien verleend verstek - voor de rolzitting van 16 oktober 2013 een schriftelijk antwoord ingediend met aangehecht een serie ongenummerde transactieopgaven van haar bankrelatie (Rabobank).

Bij repliek d.d. 11 december 2013 heeft AGIS in één pagina tekst zes producties opgesomd, waarvan er vijf meervoudig en deels omvangrijk waren en één enkelvoudig was, en verder volstaan met een korte toelichting. Tevens is bij die gelegenheid de vordering verminderd.

In de aanhef van de repliek is aan de zijde van [gedaagde] door Agis melding gemaakt van een gemachtigde (‘[naam]’) waaromtrent bij dit gerecht niets bekend is.

Voor de rolzitting van 22 januari 2014 heeft [gedaagde] (ruimschoots op tijd) een schriftelijke reactie (dupliek) met wederom enige (deels al via haar antwoord bekende) betalingsbewijzen ingediend.

Hierna is vonnis bepaald waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is.

MOTIVERING

a. de vordering van AGIS

AGIS vorderde aanvankelijk de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van een bedrag van € 239,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2013 (de datum van dagvaarding) tot de volledige voldoening, alsmede tot betaling van de met de behandeling van deze zaak gemoeide te liquideren proceskosten.

Bij repliek heeft AGIS haar vordering met een bedrag van € 216,50 verminderd wegens twee na dagvaarding ontvangen betalingen van elk € 108,25. Relevant voor de procespositie van Agis (Zorgverzekeringen N.V.) is dat zij volgens eigen opgave door cessie d.d. 25 januari 2013 eigenaar is van de vorderingen die voortvloeien uit de rechtsrelatie van Agis Ziektekostenverzekeringen N.V. (eveneens te Amersfoort) en [gedaagde].

AGIS baseerde de bij exploot meermaals genoemde oorspronkelijke hoofdsom ten bedrage van € 850,71 op ‘één of meerdere’ overeenkomst(en) van verzekering tegen ziektekosten (‘zorgverzekering’), in ieder geval op een overeenkomst voor een basispakket als voorzien in de Zorgverzekeringswet en mogelijk ook voor een aanvullende verzekering. Zij liet de samenstelling van het pakket en de vraag of daarvoor meer dan één overeenkomst aangegaan is, zowel bij de inleidende bespreking in het exploot als bij repliek geheel in het midden. Uit de polissen voor 2012 en 2013 die later in kopie overgelegd (volgens Agis: ‘overlegd’) zijn, valt echter af te leiden dat een tot 1 januari 2013 aangegane aanvullende verzekering (maandpremie € 30,25) per 1 november 2012 door royement geëindigd is.

Het exploot zelf bevat geen verklaring voor (de opbouw en samenstelling van) de genoemde hoofdsom van € 850,71, terwijl ook de specificatie in prod. 1 waarnaar het exploot te dien aanzien simpelweg verwijst, dit bedrag nergens noemt. De elf regels beslaande opsomming voor de premie basisverzekering in de bewuste prod. 1 bij exploot culmineert in een openstaand bedrag van € 218,50, terwijl de vier regels die nota’s en betalingen voor de premie aanvullende verzekering voor vier maanden in 2012 samenvatten, geen negatief saldo opleveren doch op € 0,00 uitkomen. De periode die dit overzicht van twee typen premie beslaat, loopt van 1 maart 2012 tot en met 1 juli 2013 (basispremie) respectievelijk tot en met 30 juni 2012 (aanvullende premie).

AGIS stelde desondanks in de exploottekst per saldo € 239,14 aan restanthoofdsom van [gedaagde] te vorderen te hebben, waarin bedragen van € 15,37 aan ‘Rente per vandaag’ respectievelijk € 75,27 aan ‘buitengerechtelijke incassokosten’ plus omzetbelasting verwerkt waren en waartoe € 702,21 als ‘in mindering voldaan en/of verrekend’ in aftrek gebracht was. Dat bedrag van € 702,21 is net zo min aan het overzicht of de specificatie (prod. 1) te ontlenen als het uitgangsbedrag van € 850,71.

Als gezegd poneert Agis zonder uitleg van herkomst en opbouw dat zij € 850,71 ‘van gedaagde opeisbaar te vorderen gekregen’ heeft. Ondanks (herhaalde) aanmaning, zo poneert AGIS verder, heeft zij ‘geen betaling van voormeld verschuldigd (totaal)bedrag kunnen verkrijgen’, zodat zij meent te kunnen constateren dat (op een ongenoemd gebleven moment en op een niet geëxpliciteerde grond) sprake was van ‘betalingsverzuim’. Wel heeft zij omwille van dit in haar visie bestaande verzuim ‘zich genoodzaakt gezien haar vordering op gedaagde ter incasso uit handen te geven aan GGN, haar incassotussenpersoon’.

‘Door de wanbetaling van gedaagde en/of het hierdoor uit handen geven van haar vordering’ zegt AGIS vermogensschade te lijden. Die schade is volgens het exploot samengesteld uit ‘de buitengerechtelijke incassokosten (berekend conform gebruikelijk en billijk tarief)’ en ‘de wettelijke rente vanaf de verzuimdatum’. Volgens AGIS komt dit erop neer dat zij naast de hoofdsom recht kan doen gelden op € 75,27 aan (vergoeding van) buitengerechtelijke incassokosten met inbegrip van omzetbelasting (btw) en op € 15,37 aan ‘rente per vandaag’ (d.w.z. per datum dagvaarding). Renteberekening noch kostenberekening is bijgevoegd en nergens in het exploot en zelfs niet in de repliek is uitgelegd welke betaalde bedragen wanneer aan welke openstaande post toegerekend zijn. Volgens Agis heeft zij slechts ‘de ontvangen gelden naar haar beste oordeel op de openstaande bedragen afgeboekt’, waartoe ‘overlegd wordt’ een prod. 6 die daarin inzicht zou moeten verschaffen. Omzetbelasting stelt AGIS niet te kunnen verrekenen, zodat zij die doorberekent. Zonder inhoudelijke beschrijving of nadere duiding is verder verwezen naar eerst bij repliek ingebrachte doch verder onbesproken gelaten aanmaningen en informatieve contacten van AGIS met [gedaagde] (producties 2, 3 en 4) en ‘correspondentie tussen Agis en [gedaagde]’ (bedoeld: tussen incassogemachtigde “GGN” en [gedaagde]) zoals die in prod. 5 gebundeld is.

Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat zij de overtuiging heeft ‘telkens betaald’ te hebben, in verband waarmee zij bij antwoord zeventien prints van banktransacties (internetbankieren Rabobank) voor het tijdvak juni 2012 tot en met september 2013 inbracht en bij dupliek drie nieuwe prints toevoegde (naast drie die reeds bekend waren) voor het tijdvak oktober tot en met december 2013. Voor de eerste vier maanden (juni tot en met september 20120 ging het om maandbetalingen van € 139,50, voor de maanden oktober 2012 tot en met mei 2103 om maandelijkse bedragen van € 109,25 (tweemaal € 0,25 meer en evenzo vaak € 0,25 minder); voor juni 2013 liet [gedaagde] naast het vaste bedrag van

€ 109,25 nog een afschrijving van € 41,10 zien, waarna voor de periode juli 2012 tot en met december 2013 weer maandafschrijvingen van € 109,25 getoond zijn.

[gedaagde] wijst erop dat Agis ermee bekend is dat zij geen uitkering of vast inkomen heeft en leeft van een zorgtoeslag en van ‘mijn ex pensioen’. Zij acht het in voortgezet debat (bij dupliek) onvoorstelbaar dat zij ‘nu nog 776,60 euro moet betalen’. Onduidelijk is waaraan dit bedrag ontleend is, al erkent [gedaagde] dat zij met Agis nog een afbetalingsregeling getroffen heeft voor betaling van een bedrag aan eigen risico dat buiten deze procedure staat.

b. de beoordeling

In haar wijze van procederen (de inrichting van het exploot van dagvaarding maar ook de gebrekkige uitwerking van haar vordering bij repliek onder verwaarlozing van de betekenis die zij aan diverse verre van voor zichzelf sprekende of zelfs onderling tegenstrijdige producties wenst toe te kennen) laat AGIS vele (feitelijke, juridische en grammaticale) steken vallen. Inzichtelijkheid en volledigheid zijn ver te zoeken en dat is voor een repeatplayer als AGIS op zijn minst verbazend te noemen. Tekst en inhoud van het exploot doen al volstrekt onvoldoende recht aan de bedoelingen van de wetgever met de regels in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (artikelen 21, 111 lid 3 en 85 Rv) en de kans op revanche die AGIS in het voortgezette debat geboden is, is evenmin adequaat benut.

De regels van rechtsvordering zijn er op gericht dat de rechter en de gedaagde partij met het inleidende processtuk een zo volledig, zo inzichtelijk en zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld verschaft wordt van de vordering, de ondersteunende feitelijke argumenten, de daarvoor beschikbare bewijzen en bewijsmiddelen, het buitengerechtelijke debat en de verweren / verweermiddelen van de wederpartij. Door zowel bij exploot als bij repliek essentiële stellingen en informatie (toelichting en onderbouwing) achterwege te laten, doet AGIS zowel haar wederpartij als zichzelf tekort. Waar delen van de vordering immers niet of onvoldoende van een feitelijke grondslag voorzien zijn, komen zij niet voor toewijzing in aanmerking, zelfs als de gedaagde partij zich te dien aanzien tot een referte beperkt of zich slechts op volledige betaling van het verschuldigde beroept. Voor zover de voorgeschiedenis van de vordering in het exploot al aangestipt is, gebeurde dit in algemene termen of bij genoemde cijfers en vermelde data zonder de bijbehorende stukken en zelfs zonder inhoudelijke beschrijving van de informatie die zulke stukken zouden (kunnen) bevatten. Ook rept Agis bij repliek weliswaar van (verzending van) herinneringen, aanmaningen en/of ‘correspondentie’, maar zij laat na die van een toelichting te voorzien en met zoveel woorden te stellen dat stukken die eventueel verzonden zijn, ook (alle) door [gedaagde] ontvangen zijn. Uiterst relevant voor het geval Agis zich op enig rechtsgevolg van zulke stukken zou willen beroepen. Hetzelfde geldt voor de ‘14dagenbrief’ die zij bij exploot noemt en waarvan zij slechts stelt dat die ‘verstuurd’ is. Niet om de verzending maar om de ontvangst van een of meer in zulke stukken vervatte wilsverklaringen gaat het echter als Agis het daarmee beoogde rechtseffect wenst in te roepen (art. 3:37 lid 3 BW).

Nu de argumentatie van [gedaagde] alle ruimte laat voor de mogelijkheid dat zij geen weet had van een dringende noodzaak een concrete achterstand aan te zuiveren, dan wel er van meende te mogen uitgaan dat Agis betalingsuitstel gaf zolang geen optimale duidelijkheid verschaft was over samenstelling en omvang van de vordering (mogelijk zelfs een opschortingsrecht in stelling kon brengen), ware het aan Agis geweest om in rechte aan te tonen dat en waarom zij [gedaagde] desondanks in verzuim achtte en incassohandelingen redelijkerwijs noodzakelijk kon vinden. Zij toont dit niet alleen niet aan, maar laat zelfs na daartoe het minimaal noodzakelijke te stellen. Dit tekort in de stelplicht (versterkt door het ontbreken van een gericht bewijsaanbod) raakt - zoals hierna uitvoeriger gemotiveerd zal worden - in ieder geval de beide nevenvorderingen, die bijgevolg bij gebrek aan feitelijke grondslag in ieder geval afgewezen worden. Zonder meer geldt het gebrek aan feitelijke overtuigingskracht echter ook voor de stellingname van Agis ten aanzien van het bestaan (hebben) van een concrete betalingsachterstand. Agis is niet eens vertrokken vanuit een basisstelling omtrent de aard, inhoud, opbouw en samenstelling van de beweerde betalingsachterstand van [gedaagde]. Het exploot zegt dat het zou gaan om verschuldigde ‘periodieke premie en/of eigen risico en/of eigen bijdrage’, kiest vervolgens niet uit deze drie categorieën, laat het soort premie in het midden en noemt geen enkel maandbedrag, terwijl ook de periode waarover een schuld opgebouwd is, onbesproken blijft, laat staan cijfermatig ingevuld wordt. De onbesproken bijlage van het exploot (prod. 1) gaat van een ander bedrag uit dan € 850,71, € 941,35 of € 239,14. Waar die productie een maandbedrag van € 108,25 noemt (blijkens de eerste productie bij repliek de hoogte van de basispremie in de twee relevante jaren) of € 138,50 inclusief premie aanvullende verzekering, blijft volledig onduidelijk waarom [gedaagde] maandelijks € 1,00 meer moet betalen (dat en/of wanneer en hoe Agis vergoeding van zulke kosten bedongen heeft, is gesteld noch gebleken).

Met het zogeheten ‘financieel overzicht’ dat Agis als zesde productie aan de repliek gehecht heeft, wordt het beeld alleen nog maar verwarrender. Zeker omdat iedere inhoudelijke toelichting ontbreekt. Weliswaar laat Agis de periode die zij hier schetst, min of meer gelijk op lopen met de periode die prod. 1 bij exploot beoogt te beschrijven, maar eerstens zijn allerlei vakjes in de rubriek betalingen zwartgemaakt, zijn maanden toegevoegd en zijn veel meer verschuldigde bedragen van € 1,00 en zelfs een onverklaarde post ‘incassokosten’ ten bedrage van € 10,00 ingevuld, maar ook is een premiepost voor juni 2013 afgeboekt tegen een betaling van november 2013. Het saldo waartoe Agis met hulp van die productie meent te kunnen concluderen, mag dan voor [gedaagde] positief uitvallen (€ 0,50 in de plus), maar de weg waarlangs dit gebeurd is, is volstrekt duister en bergt ook nog een dreiging voor haar in zich. De laatste premiebetalingen van [gedaagde] hadden immers in haar optiek betrekking op de lopende of zelfs komende maand en konden dus niet - zoals Agis lijkt te willen betogen - toegerekend worden aan maanden in het (al dan niet verre) verleden. Agis heeft immers niet gericht bestreden dat [gedaagde] van juni 2012 tot en met december 2013 (onderbouwd met betalingsgegevens) bij was met premiebetaling (mogelijk met die maandelijkse extra euro zelfs te veel betaald heeft), terwijl zij evenmin met zoveel woorden gesteld en geadstrueerd heeft dat haar vordering betrekking had / heeft op een periode die aan juni 2012 voorafging. Laat staan dat Agis zo’n oudere vordering naar omvang en opbouw van een voldoende feitelijk fundament voorzien heeft. Denkbaar is wel (en [gedaagde] lijkt dat te erkennen) dat er uit het verleden nog bedragen aan eigen risico of eigen bijdrage openstaan, maar van het bestaan van een premievordering is in deze procedure niet kunnen blijken, zodat reeds daarom de (verminderde) vordering van Agis afgewezen moet worden. Niet - zoals Agis beweert - omdat na dagvaarding betaald is, maar omdat ook zonder die aan een andere periode toe te rekenen betalingen - van geen duidelijke schuld van [gedaagde] ten tijde van dagvaarding heeft kunnen blijken.

Geheel ten overvloede (in verband met afwijzing van de hoofdvordering) wordt voor de hiervoor reeds kort besproken posten rente en kosten nog het volgende overwogen.

De beide ontoereikend toegelichte nevenvorderingen komen - als gezegd - hoe dan ook niet voor toewijzing in aanmerking. Op die onderdelen van de vordering ontbeert het exploot van dagvaarding in het bijzonder een van AGIS te verlangen deugdelijke verzuimredenering. Er is niet uitdrukkelijk gesteld en evenmin is uit de wel gedebiteerde stellingen rechtstreeks af te leiden dat op een concrete datum voorafgaand aan dagvaarding (dus buiten rechte) om een welomschreven reden betalingsverzuim aan de zijde van [gedaagde] voor een concrete premieschuld ingetreden is. Eventueel betalingsverzuim aan haar zijde had dus niet eerder aanwezig geacht kunnen worden dan per datum dagvaarding en wel als gevolg van de daad van dagvaarding als zodanig. Daarmee vervalt de mogelijkheid voor AGIS om tot (of tot en met) 19 september 2013 (i.e. ‘vandaag’ in het exploot) vervallen geachte rente en/of buitengerechtelijke kosten in rekening te brengen. Hier doet niet voldoende aan af dat AGIS in drie tamelijk abstracte standaardpassages in de exploottekst de geïsoleerde termen ‘betalingsverzuim’, ‘verzuimdatum’ en ‘verzuim’ elk eenmaal gebruikt (maar niet verder verklaart), mede omdat zij er in haar repliek in het geheel niet op voortbouwt. Evenmin maakt het iets uit dat AGIS zes alinea’s van het exploot onder het kopje ‘Vermogensschade’ besteedt aan een evenzeer abstracte beschrijving van de twee daarvan deel uitmakende posten, vooral van de post incassokosten, in een poging de gevorderde vergoeding daarvan te rechtvaardigen. Zonder concreet geduid verzuim van de debiteur zouden de in het geheel niet toegelichte vertragingsrente tot (en met) de dagvaardingsdatum en een vergoeding van kosten van invordering immers door de debiteur niet verschuldigd zijn, zelfs als er een bedrag aan hoofdsom toewijsbaar was. In dat geval had slechts geconcludeerd kunnen worden dat aan incasso bestede werkzaamheden en kosten prematuur aangewend zijn en dat de rente niet is beginnen te lopen.

Het voorgaande brengt - bij algehele afwijzing van de vordering van Agis - met zich dat Agis in de proceskosten verwezen wordt. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] bepaald op een bedrag van € 25,00 aan kosten van reizen en correspondentie.

BESLISSING

De vordering van Agis wordt afgewezen.

Agis wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] bepaald op een bedrag van € 25,00 (aan [gedaagde] te voldoen met gebruik van de bij Agis bekend te veronderstellen bankrekening binnen veertien dagen na vonnisdatum).

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht,

en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.