Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:1680

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-02-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
04/610221-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hypotheekfraude: vrijspraak van oplichting. Veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 04/610221-09

Datum uitspraak : 14 februari 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. W.G.L. Burgers, advocaat te Utrecht.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 januari 2014 en 31 januari 2014.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2001 tot en met 15 maart 2002, in elk geval in de/het ja(a)r(en) 2001 en/of 2002, te Geleen, althans in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam bank] heeft bewogen tot de afgifte van FL. 900.000.- of Euro 408402,19 en/of Euro 110.000.- (ten behoeve van het afsluiten van (een) hypothe(e)k(en) op het pand [adres 1] te Heythuysen), in elk geval (telkens) van een hoeveelheid geld,

door tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,- zakelijk weergegeven - vals en/of listig en/of bedrieglijk aan die [naam bank] Hypotheekbank te verstrekken of te doen toekomen:

een (met de naam [C.K.]) ondertekende acceptatiebevestiging hypothecaire lening d.d. 10 augustus 2001 op naam van [C.K.] (blad 1507)

en/of

een (door [naam belastingadviseur] opgemaakte) opgave d.d. 27 februari 2001 van het inkomen en vermogen over 1999 en 2000 van [C.K.], waarin was vermeld dat het saldo eigen vermogen van die [C.K.] FL. 14.165.000.- bedroeg (blad 1529)

en/of

een taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 19-07-2001, waarin was vermeld dat de villa [adres 2] naast nummer 5, [adres 2], kadastraal bekend Gemeente Heythuysen, Sectie M, nummer 554 gedeeltelijk groot

27,50 are, werd getaxeerd op:

- een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: Fl. 1.725.000.- of Euro 782.770,87

- een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: Fl. 1.525.000.- of Euro 692.014,83 (blad 1492)

en/of

een (met de naam [C.K.]) ondertekende acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding voor een geldlening d.d. 08 februari 2002 op naam van [C.K.] (blad 1509)

waardoor [naam bank] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

(klapper 4 en 5)

(artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2001 tot en met 15 maart 2002, in elk geval in de/het ja(a)r(en) 2001 en/of 2002, te Bilthoven, althans in de gemeente De Bilt en/of te Hoofddorp, althans in de gemeente Haarlemmermeer en/of te Geleen, althans in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:

een valse of vervalste acceptatiebevestiging hypothecaire lening d.d. 10 augustus 2001 op naam van [C.K.] (blad 1507)

en/of

een valse of vervalste opgave d.d. 27 februari 2001 van het inkomen en vermogen over 1999 en 2000 van [C.K.] (blad 1529)

en/of

een vals of vervalst taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 19-07-2001 (blad 1492)

en/of

een valse of vervalste acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding voor een geldlening d.d. 08 februari 2002 op naam van [C.K.] (blad

1509)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, die acceptatiebevestiging hypothecaire lening en/of die opgave en/of dat taxatierapport en/of die acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding heeft verstrekt of doen toekomen aan [naam bank]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin - zakelijk weergegeven -

dat die acceptatiebevestiging hypothecaire lening valselijk was ondertekend met de naam of handtekening van [C.K.], in elk geval valselijk was ondertekend,

en/of

dat in die opgave valselijk was vermeld:

- dat de totaalwaarde van de registergoederen Fl. 12.975.000.- bedroeg en/of

- dat het totaal van de banktegoeden (aanwezig en te verwachten banktegoeden)

Fl. 5.775.000.- bedroeg en/of

- dat de waarde van de schilderijen getaxeerd werd op FL. 615.000.- en/of

- dat de waarde van een automobiel Saab 9.3 Cabrio FL. 100.000.- bedroeg en/of

- dat die opgave was opgesteld aan de hand van de door mevrouw [C.K.]

aangeleverde bescheiden en verstrekte informatie

en/of

- dat in die opgave valselijk NIET werd vermeld dat [C.K.] schulden had

en/of

dat in dat taxatierapport valselijk was vermeld

- dat de villa [adres 2] naast nummer 5, [adres 2], kadastraal bekend Gemeente Heythuysen, Sectie M, nummer 554 gedeeltelijk groot 27,50 are, was getaxeerd op:

een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: Fl. 1.725.000 of Euro 782.770,87en

een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: FL. 1.525.000.- of Euro 692.014,83, en/of

- dat het object thans volledig werd bewoond door de eigenaar en/of

- dat er sprake is van een in aanbouw zijnd pand en/of

- dat de kavelwaarde Fl. 900.000.- bedroeg

en/of

dat die acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding valselijk was ondertekend met de naam of handtekening van [C.K.], in elk geval valselijk was ondertekend;

(klapper 4 en 5)

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 september 2001 tot en met 27 september 2001, althans in de maand september 2001, in elk geval in het jaar 2001, in de gemeente Amstelveen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam verzekeringsmaatschappij], [naam verzekeringsmaatschappij] en Lijfrente of (rechtsopvolger van [naam verzekeringsmaatschappij]) [naam verzekeringsmaatschappij] heeft bewogen tot de afgifte van FL. 1.500.000.- of Euro 680670,32, (ten behoeve van het afsluiten van een hypotheek op het pand [adres 2] 5 te Heythuysen), in elk geval van een hoeveelheid geld,

door tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, - zakelijk

weergegeven -

vals en/of listig en/of bedrieglijk aan [naam verzekeringsmaatschappij] of [naam verzekeringsmaatschappij] en Lijfrente of [naam verzekeringsmaatschappij] te verstrekken of te doen toekomen:

een (met de naam [C.K.]) ondertekende Acceptatieverklaring (van een hypothecaire lening of offerte voor een geldlening) d.d. 14 september 2001 op naam van [C.K.] (blad 979)

en/of

een (door [naam belastingadviseur] opgemaakte) opgave d.d. 27 februari 2001 van het inkomen en vermogen over 1999 en 2000 van [C.K.], waarin was vermeld dat het saldo eigen vermogen van die [C.K.] FL. 14.165.000.- bedroeg (blad 1002)

en/of

een taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 11-09-2001, waarin was vermeld dat het object of de villa [adres 2] 5, Heythuysen, werd

getaxeerd op:

- een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: FL. 1.475.000.- of Euro 669.325,82

- een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: FL. 1.325.000.- of Euro 601.258,79 (blad 1017)

waardoor [naam verzekeringsmaatschappij] of [naam verzekeringsmaatschappij] en Lijfrente of [naam verzekeringsmaatschappij] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(klapper 3)

(artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 14 september 2001 tot en met 27 september 2001, althans in de maand september 2001, in elk geval in het jaar 2001, te Bilthoven, althans in de gemeente De Bilt, en/of te Hoofddorp, althans in de gemeente Haarlemmermeer en/of in de gemeente Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:

een valse of vervalste (door [naam belastingadviseur] opgemaakte) opgave d.d. 27 februari 2001 van het inkomen en vermogen over 1999 en 2000 van [C.K.] (blad 1002)

en/of

een vals of vervalst taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 11-09-2001 (blad 1017)

en/of

een valse of vervalste Acceptatieverklaring (van een hypothecaire lening of offerte voor een geldlening) d.d. 14 september 2001 op naam van [C.K.] (blad 979)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), alleen, die opgave en/of dat taxatierapport en/of die acceptatieverklaring heeft verstrekt of doen toekomen aan [naam verzekeringsmaatschappij] of [naam verzekeringsmaatschappij] en Lijfrente of [naam verzekeringsmaatschappij]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin - zakelijk weergegeven -

dat in die opgave of vermogensopstelling valselijk was vermeld:

- dat de totaalwaarde van de registergoederen Fl. 12.975.000.- bedroeg en/of

- dat het totaal van de banktegoeden (aanwezig en te verwachten banktegoeden)

Fl. 5.775.000.- bedroeg en/of

- dat de waarde van de schilderijen begroot werd op FL. 615.000.- en/of

- dat de waarde van een automobiel Saab 9.3 Cabrio FL. 100.000.- bedroeg en/of

- dat die opgave was opgesteld aan de hand van de door mevrouw [C.K.] aangeleverde bescheiden en verstrekte informatie en/of

- dat in die vermogensopstelling of dat vermogensoverzicht valselijk NIET werd vermeld dat [C.K.] schulden had

en/of

dat in dat taxatierapport valselijk was vermeld:

- dat het object of de villa [adres 2] 5, Heythuysen, was getaxeerd op:

een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat:

Fl. 1.475.000 of Euro 669.325,82 en

een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat:

FL. 1.325.000.- of Euro 601.258,79 en/of

- dat het object thans volledig werd bewoond door de eigenaar

en/of

die acceptatieverklaring valselijk was ondertekend met de naam of handtekening van [C.K.], in elk geval valselijk was ondertekend;

(klapper 3)

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 04 april 2005 tot en met 24 januari 2006, in elk geval in de/het ja(a)r(en) 2005 en/of 2006, in de gemeente Zeist, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij]heeft bewogen tot de afgifte van Euro 680000.-, althans Euro 272000.- en/of Euro 408000.-, (ten behoeve van het afsluiten van (een) hypotheken op het pand [adres 1], [adres 2]), in elk geval (telkens) van een hoeveelheid geld, door tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, - zakelijk weergegeven - vals en/of listig en/of bedrieglijk aan [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij]te verstrekken of te doen toekomen:

een hypotheekaanvraagformulier d.d. 04-04-05 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2] waarin was vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur met een bruto vast jaarinkomen (incl. vakantiegeld) van Euro 141.000.- (blad 2220)

en/of

een hypotheekaanvraagformulier d.d. 03-06-05 betreffende het pand [adres 2] te [adres 2], waarin was vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur met een bruto vast jaarinkomen (incl. vakantiegeld) van Euro 141.000.- (blad 2223)

en/of

een of meer werkgeversverklaring(en) t.n.v. [M.K.] respectievelijk d.d. 01 augustus 2005, 01 augustus 2005 en 22 augustus 2005, waarin (telkens) was vermeld dat [M.K.] (als directeur) een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of was aangesteld in vaste dienst bij werkgever [naam bedrijf] tegen een bruto jaarsalaris van Euro 75.000.- en vakantietoeslag Euro 6000.- (blad 2282/2284)

en/of

een globale vermogensopstelling en inkomen per (juli) 2004 van [M.K.] d.d. 26 juli 2004 waarin was vermeld dat [M.K.] voor Euro 4.410.000.- aan bezittingen had en/of haar eigen vermogen werd begroot op Euro 1.920.000.- en/of haar inkomen werd begroot op Euro 214.050.-

(blad 2251)

en/of

een taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 06-06-05 waarin was vermeld dat het vrijstaand landhuis met aanpandige garage, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, [adres 1], [adres 2], kadastraal bekend Gemeente Heythuysen, Sectie M, nummer 57 gedeeltelijk, groot 27 are, werd getaxeerd op:

- een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik: Euro 625.000.-

- een executiewaarde vrij van huur en gebruik: Euro 545.000.-

(blad 2253)

waardoor [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij](telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

(klapper 6 en 7)

(artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake het vorenstaande onder 3 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 04 april 2005 tot en met 24 januari 2006, in elk geval in de/het ja(a)r(en) 2005 en/of 2006, te Hoofddorp, althans in de gemeente Haarlemmermeer, en/of in de gemeente Zeist, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:

een vals of vervalst hypotheekaanvraagformulier d.d. 04-04-05 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2] (blad 2220)

en/of

een vals of vervalst hypotheekaanvraagformulier d.d. 03-06-05 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2] (blad 2223)

en/of

een of meer valse of vervalste werkgeversverklaring(en) t.n.v. [M.K.] respectievelijk d.d. 01 augustus 2005, 01 augustus 2005 en 22 augustus 2005 (blad 2282/2284)

en/of

een valse of vervalste globale vermogensopstelling en inkomen per (juli) 2004 van [M.K.] d.d. 26 juli 2004 (blad 2251)

en/of

een vals of vervalst taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 06-06-05 (blad 2253),

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat

hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, dat/die hypotheekaanvraagformulier(en) en/of die werkgeversverklaring(en) en/of die vermogensopstelling en/of dat taxatierapport heeft verstrekt of doen toekomen aan [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij] en/of [naam verzekeringsmaatschappij]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin - zakelijk weergegeven -

dat in dat hypotheekaanvraagformulier d.d. 04-04-05 valselijk was vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur met een bruto vast jaarinkomen (incl. vakantiegeld) van Euro 141.000.-

en/of

dat in dat hypotheekaanvraagformulier d.d. 03-06-05 valselijk was vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur met een vast jaarinkomen (incl. vakantiegeld) van Euro 141.000.-

en/of

dat in die werkgeversverklaring(en) t.n.v. [M.K.] respectievelijk d.d. 01 augustus 2005, 01 augustus 2005 en 22 augustus 2005 valselijk was vermeld dat [M.K.] (als directeur) een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of was aangesteld in vaste dienst bij werkgever [naam bedrijf] tegen een bruto jaarsalaris van Euro 75.000.- en vakantietoeslag Euro 6000.-

en/of

dat in die globale vermogensopstelling en inkomen valselijk was vermeld was vermeld dat [M.K.] voor Euro 4.410.000.- aan bezittingen had en/of haar eigen vermogen werd begroot op Euro 1.920.000.- en/of haar inkomen werd begroot op Euro 214.050.-

en/of

dat in dat taxatierapport valselijk was vermeld dat het vrijstaand landhuis met aanpandige garage, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, [adres 1], [adres 2], kadastraal bekend Gemeente Heythuysen, Sectie M, nummer 57 gedeeltelijk groot 27 are, werd getaxeerd op:

- een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik: Euro 625.000.-

- een executiewaarde vrij van huur en gebruik: Euro 545.000.-

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van 21 november 2007 tot en met 10 januari 2008, in elk geval in de/het ja(a)r(en) 2007 en/of 2008, in de gemeente 's-Hertogenbosch en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van

een valse of vervalste Globale vermogens- en inkomensopstelling van [D.S.] d.d. 21 november 2007 (blad 2925)

en/of

een valse of vervalste Arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf] (als werkgeefster) en [D.S.] (als werknemer) d.d. 12 december 2007 (blad 2917)

en/of

een valse of vervalste Werkgeversverklaring ten name van [D.S.] d.d. 10 januari 2008 (blad 2919)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), alleen,

die Globale vermogens- en inkomensopstelling en/of arbeidsovereenkomst en/of werkgeversverklaring heeft verstrekt of doen toekomen aan [naam bedrijf]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

valselijk in die opstelling was vermeld - zakelijk weergegeven -, dat die [D.S.] aan totale bezittingen Euro 2.278.840.- had en/of zijn eigen vermogen begroot werd op Euro 1.028.840.- en/of zijn inkomen werd begroot op Euro 192.000.- ,

en/of

valselijk in die arbeidsovereenkomst was vermeld - zakelijk weergegeven - dat genoemde [D.S.] per 1 december 2007 voor onbepaalde tijd in dienst is getreden van werkgeefster [naam bedrijf] voornoemd;

en/of

valselijk in die werkgeversverklaring was vermeld - zakelijk weergegeven - dat genoemde [D.S.] door [naam bedrijf] voornoemd in vaste dienst was aangesteld per 1 december 2007 tegen een Bruto jaarsalaris van Euro 45000.- en vakantietoeslag van Euro 3600.-;

(klapper 8 en 9)

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op of omstreeks 15 september 2007, in elk geval in het jaar 2007, in de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een Hypotheekaanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij] d.d. 29.08.2007 (blad 3561)

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte tesamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, valselijk in dat hypotheekaanvraagformulier vermeld - zakelijk weergegeven - dat [D.S.]

woonachtig was op het adres [adres 3]

en/of

de (koop)woning [adres 3] in eigendom had

en/of

een bruto vast jaarinkomen (Excl. Vakantiegeld) van Euro 85.000.- had

en/of

(vervolgens) dat formulier voor waar heeft ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(klapper 10 en 11)

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op of omstreeks 25 september 2007, in elk geval in het jaar 2007, in de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een Inkomensverklaring ten name van [D.S.] (blad 3584) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte tesamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, valselijk in dat hypotheekaanvraagformulier vermeld - zakelijk weergegeven - dat het jaarinkomen van genoemde [D.S.] Euro 85.000.- bedroeg en/of

(vervolgens) dat formulier door die [D.S.] voor waar werd

ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(klapper 10 en 11)

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en dat het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft de raadsman – samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De verklaringen van medeverdachte [M.K.] zijn als onbetrouwbaar aan te merken, aangezien zij telkens een belang had om te verklaren zoals zij deed, te weten: haar dochter ontlasten. Dit brengt met zich mee dat deze verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten in de zaak tegen verdachte.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde acceptatiebevestigingen zal moeten worden bewezen dat verdachte op de hoogte was van de beweerdelijk valse handtekening die is geplaatst door [M.K.]. Het is niet aannemelijk dat hij alles wat met een retour enveloppe aankwam, controleerde en zelf doorstuurde. Het is derhalve helemaal niet vanzelfsprekend dat hij een acceptatie die bedoeld was om doorgestuurd te worden naar [naam hypotheekverstrekker], op een aanvraag die door [d.G.] van [naam hypotheekverstrekker] werd verzorgd ook doorkeek.

Met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde vermogensopstellingen valt aanstonds niet op wat mis is. In tegenstelling tot de suggestie die van de tenlastelegging uitgaat, lijkt de opsomming globaal wel te kloppen. De waarden van de panden lijken – voor die tijd – reëel te zijn weergegeven. Bovendien was de schuld aan [Getuige 1] een geclausuleerde schuld en alleen bij verkoop met winst diende die te worden verzilverd. Ook de waardering van de schilderijen lijkt – met het oog op de stand van de markt op het moment van waarderen – niet onredelijk uit te vallen. Er is dan ook geen sprake van oplichting, nu de opstelling geheel dan wel grotendeels juist is. Voor zover de opstelling niet juist is, kan dat verdachte niet worden verweten. Bovendien bestaat er geen causaal verband tussen het beweerde oplichtingsmiddel, de verhoogde opgave van bezit aan onroerend goed, en de afgifte van de gelden gemoeid met de lening, nu de bank immers ook de lening zou hebben verstrekt indien het vermogen minder was.

In het ten laste gelegde taxatierapport is voldoende duidelijk vermeld dat het huis nog niet af was gebouwd. Dat was geen zeldzaamheid noch dat men een impressie van het te bouwen pand gaf in het rapport, zodat een beeld kon worden gevormd van hetgeen uiteindelijk op het bedoelde perceel zou komen. Op grond waarvan voorshands moet worden aangenomen dat met het rapport iets mis is en was en dat dat aan verdachte kon worden verweten, is onduidelijk.

Gelet op vorenstaande treft geen van de in de tenlastelegging opgenomen oplichtingsmiddelen doel, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde.

Voorts is ten aanzien van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde valsheid in geschriften, niet komen vast te staan dat van een eventuele valsheid een verwijt kan worden gemaakt in de richting van verdachte. Ook hier dient vrijspraak te volgen. Aangetoond moet immers worden dat het oogmerk tot misleiding bij verdachte bestond en dat is niet het geval. Het valse gebruik kan hem evenmin worden verweten.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Op de aanvraag staat dat medeverdachte [M.K.] in fulltime vast dienstverband bij [naam bedrijf] was en dat zij daarvoor een loon ontving van bruto € 141.000,-.

Dat verdachte dit wist zou alleen kunnen blijken uit de verklaring van medeverdachte [M.K.], doch die heeft bij deze verklaring zelf belang en haar verklaring steunt nergens op. Verdachte was niet de bedenker en hij wist het ook niet.

Voorts staan in het aanvraagformulier d.d. 03-06-2005 alle gegevens op dezelfde wijze vermeld als in het formulier d.d. 04-04-2005, maar is er sprake van een gewijzigde aanbieding van de zijde van de bank. Onduidelijk is waarom dit stuk niet is ondertekend en eveneens is onduidelijk wie de opmerking dat het hier gaat om een gewijzigde offerte aan het stuk heeft toegevoegd. Het stuk kan dan ook niet worden gebruikt voor bewijs van de ten laste gelegde oplichting, nu de herkomst van de gegevens niet vaststaat en onduidelijk is wie de verstrekker van de gegevens is en wie daarvan allemaal wetenschap had. In ieder geval wist verdachte hier niet van en kan het tegendeel niet worden bewezen.

De werkgeversverklaring (p. 2282) is zeer waarschijnlijk vervaardigd door een medewerker van het kantoor van medeverdachte [medeverdachte 1] en ook door hem ondertekend. Het is niet waarschijnlijk dat verdachte kennis had van dit stuk althans is niet aangevoerd op grond waarvan dat waarschijnlijk is.

Ten aanzien van de globale vermogensopstelling [M.K.] is onduidelijk wie de bestreden opstelling heeft gemaakt. De opstelling is immers niet ondertekend maar staat op papier van medeverdachte [medeverdachte 1] en draagt zijn paraaf. De mogelijke andere invulling van het vermogen maakt deze nog niet vals en in feite heeft ook niemand daar nadeel van. Oogmerk op misleiding kan niet bewezen worden, nu een en ander immers geen verschil maakt. Hoewel de vermogensopstelling wellicht niet juist lijkt te zijn, is deze niet opgesteld door verdachte, was het betreffende onroerend goed waarop de hypotheek moest worden verleend niet van verdachte en ging de aanvraag voor de hypotheek ook niet van hem uit. Niet aannemelijk is derhalve dat verdachte kennis had van hetgeen aan schriftelijke bescheiden onder de aanvraag lag.

Met betrekking tot het in de tenlastelegging genoemde taxatierapport van medeverdachte [medeverdachte 2], is niet gebleken dat verdachte wist of behoorde te weten dat er een onjuist kadastraal perceel was opgenomen in het rapport en dat de waarde niet juist zou zijn opgegeven. Op geen enkele wijze is vast komen te staan dat verdachte het rapport ooit heeft gezien of heeft doorgeleid naar [naam verzekeringsmaatschappij].

De aanvraag van de lening is gedaan door medeverdachte [M.K.]. Zij heeft deze ook ondertekend, zover er iets ondertekend is. Verdachte kende niet de inhoud van de achterliggende stukken. Ook kan niet worden aangetoond dat hij met de aanvraag bekend was. Al de opgesomde oplichtingsmiddelen in de tenlastelegging zijn derhalve niet tegen verdachte te gebruiken.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde valsheidsdelict is gelet op vorenstaande reeds aangetoond dat de valsheid aan verdachte niet kan worden tegengeworpen. Het lijkt hierbij van belang dat hij de stukken niet heeft gebruikt noch wist dat deze vals waren en dat sommige stukken bovendien ook niet vals zijn. Vervolgens is ook onduidelijk wie de mededaders ter zake zouden moeten zijn geweest.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde vermogensopstelling zijn er onvoldoende aanwijzingen dat de opgesomde vermogensbestanddelen vals zijn opgegeven. Voorts kan ten aanzien van de inkomsten uit arbeid worden verwezen naar de arbeidsovereenkomst met medeverdachte [M.K.]. [D.S.] is gedurende drie maanden in dienst geweest. Er zijn bovendien wel degelijk inkomsten via [naam bedrijf] verworven.

Ten aanzien van de werkgeversverklaring is het jaarsalaris alleszins redelijk te noemen. Er is ook afgedragen aan het UWV en aan de belastingdienst. [D.S.] heeft dan ook in strijd met de waarheid verklaard dat deze vals was.

Valsheden die verdachte regarderen, omdat hij heeft vervalst dan wel valselijk heeft gebruikt zijn ook niet aan te wijzen. Er is hier en daar iets bezijden de waarheid vermeld, maar het is de vraag of dat opzettelijk is gedaan, door wie dat is gedaan en of verdachte daar kennis van had. Verdachte kunnen ter zake dan ook geen strafrechtelijke verwijten worden gemaakt.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De hypotheekaanvraag blijkt te zijn ingevuld door [d.G.]. [D.S.] heeft in het huis aan de [adres 3] gewoond, zodat het op zich niet onlogisch is dat dat adres bij [d.G.] bekend was. De genoemde prijs is onmogelijk en was de prijs die behoorde bij de [adres 3]. [D.S.] heeft de aanvraag zelf ondertekend en het lijkt er op dat hij hierbij niet erg kritisch was. Om na te gaan of hier sprake is van een vals geschrift moet worden gekeken met welke opzet dit adres op het formulier terecht is gekomen. Gezien vorenstaande ligt het voor de hand dat het een simpele vergissing betreft welke niet is gemaakt door [D.S.] noch door verdachte.

Uit niets blijkt dat verdachte het aanvraagformulier kende en dat het hem na invulling is gepasseerd. Hij had de vergissing bovendien zeker herkend. Zulks betekent dat de beweerde valsheid, hem ook niet bekend kon zijn.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

Ook dit aanvraagformulier is door [D.S.] ondertekend en ook hiervoor geldt dat het formulier niet vals is. Ook al zou het wel vals zijn dan staat niet vast dat verdachte dit formulier ook in handen zou hebben gehad en bekend zou zijn met de inhoud.

4.3

Bewijsmiddelen en (vrijspraak) overwegingen van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 primair is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt:

Van strafbare oplichting kan alleen worden gesproken als men het oogmerk heeft om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, en daardoor iemand beweegt tot de afgifte van – kort en zakelijk gezegd – een goed of geld.

Niet bewezen kan worden dat verdachte de hiervoor genoemde oplichtingsmiddelen heeft toegepast c.q. gebruikt.

Van gebruik van een valse naam is immers niet gebleken. Voor wat het opgeven van een valse hoedanigheid betreft merkt de rechtbank op dat hoewel verdachte handelde namens zijn vrouw en/of kinderen, dit telkens was gebaseerd op een geldige (notariële) akte tot volmacht.



Voor zover het openbaar ministerie in de tenlastelegging bedoeld heeft de listige kunstgrepen en het samenweefsels van verdichtsels nader te omschrijven met de stelling, dat verdachte bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid heeft doen voorkomen dat hij handelde namens de volmachtgevers die de betreffende hypothecaire leningen wensten en die voldoende vermogend waren, teneinde zichzelf te bevoordelen, kan zulks evenmin leiden tot een veroordeling wegens oplichting. Immers, uit het dossier kan onvoldoende worden afgeleid dat de verstrekte leningen rechtstreeks aan hem ten goede zijn gekomen. Voorts blijkt ook dat gedurende geruime tijd aan de uit de hypothecaire leningen voorvloeiende financiële verplichtingen is voldaan, zodat naar oordeel van de rechtbank niet kan worden vastgesteld dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen.


Nu de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte enig oplichtingsmiddel heeft gebezigd en bovendien niet is gebleken, dat verdachte het oogmerk heeft gehad zich wederrechtelijk te bevoordelen, kunnen geen de aan verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde oplichtingen worden bewezen en zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

4.3.2

Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen1, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

4.3.2.1 Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

In het bijzonder ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

[G.W.] verklaart namens [naam bank] – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 20 augustus 2001 is een hypotheek verstrekt ter waarde van € 408.402,19 op het pand [adres 1] te Heythuysen. Op 15 maart 2002 is een vervolglening verstrekt ter waarde van € 124.789,56. De hypotheek is verstrekt aan de eigenaresse van het pand zijnde [C.K.]. Deze geldleningen zijn aangevraagd door [naam verdachte] middels een door [C.K.] verstrekte algehele volmacht. De aanvraag is via een tussenpersoon ingediend. Ik stel alle aangereikte benodigde stukken ter beschikking”2

“De aanvraag bij [naam bank] werd ingediend door [naam hypotheekverstrekker] te Hoofdorp. De aanvraag was voorzien van een taxatierapport van makelaar [naam makelaar] De acceptatie-bevestiging werd getekend met de naam [C.K.].”3

Bij de aangifte zijn de volgende documenten gevoegd:

- een acceptatiebevestiging4 hypothecaire lening van [naam bank] d.d. 10 augustus 2001 op naam van en voorzien van een handtekening van [C.K.];

- een aanbieding voor een geldlening5 van [naam bank] d.d. 8 februari 2002 op naam van en voorzien van een handtekening van [C.K.];

- een taxatierapport6 van [naam makelaar] d.d. 19 juli 2001 opgemaakt door [medeverdachte 3], betreffende villa, [adres 2] naast nummer 5, [adres 2], gemeente Heythuysen sectie M, nummer 554 groot 27,5 are ged, waarin staat vermeld een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat van NLG 1.725.000,- (EURO 782.770,87) en een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: NLG 1.525.000,- (EURO 692.014,83) en een kavelwaarde van fl. 900.000,-.”

Getuige [d.G.]7 van [naam hypotheekverstrekker] te Hoofddorp – verklaart met betrekking tot de hypotheekaanvraag – zakelijk weergegeven – als volgt:

“In 2001 kwam [naam verdachte] voor het aanvragen van een hypotheek op een perceel agrarische grond/bouwgrond. De kavelgrond betrof het nummer en sectie M554. In maart 2002 werd een tweede hypotheek aangevraagd. De leningen zijn aangevraagd op het pand [adres 1] te Heythuysen. Beide aanvragen werden verricht door [naam verdachte]. Hij was de contactpersoon en de belangenbehartiger van mevrouw [C.K.]. Hij was in bezit van een volmacht. Het makelaarsrapport d.d. 19 juli 2001 opgemaakt door [naam makelaar] heb ik ontvangen van [naam verdachte].”

Medeverdachte [M.K.]8 verklaart met betrekking tot de acceptatiebevestigingen– zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik heb de acceptatiebevestiging van [naam bank] d.d. 10 augustus 2001 en de aanbieding van [naam bank] d.d. 8 februari 2002 ondertekend met de naam van mijn dochter [C.K.]. Mijn man heeft mij gevraagd de handtekening te plaatsen. Op verzoek van mijn man heb ik de handtekening van mijn dochter geplaatst.”

Verbalisant [naam verbalisant 1] relateert9 met betrekking tot het taxatierapport – zakelijk weergegeven – het volgende:

“In het taxatierapport wordt gesteld dat de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in de huidige staat een bedrag van fl. 1.725.000,- bedraagt. De aankoopwaarde van de gronden M554 en M57 was in 1997 fl. 135.000,-. Uit het taxatierapport blijkt dat de betrokkene (nog) aan de werkzaamheden denkt te besteden een bedrag van fl. 800.000,-. De totale waarde van perceel en pand komt dan op fl. 935.000,-. Dit is een verschil met de getaxeerde prijs van fl. 790.000,-.”

Medeverdachte10 [medeverdachte 3] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik ben degene geweest die het taxatierapport gedateerd op 19 juli 2001 heeft opgemaakt en ondertekend. Ik deed alleen zaken met [naam verdachte]. Ik denk de taxatie gedaan te hebben op basis van de informatie die ik van [naam verdachte] heb gekregen. De taxatie is gebaseerd op een kavel grond van 27 are met een nog daar op te bouwen villa. Volgens mij wilde [naam verdachte] [naam verdachte] dat de bank geen geld in depot zou houden, maar het totale hypotheekbedrag helemaal zou uitkeren in een keer. Voor een goede vriend, als vriendendienst, taxeer je dan alsof de betreffende villa er al staat en niet nog gebouwd moet worden. Dit is geen gebruikelijk manier van taxeren. Het rapport is opgemaakt aan de hand van de verstrekte gegevens door [naam verdachte] [naam verdachte]. Ik vertrouwde die en ben af gegaan op hetgeen hij mij vertelde en liet zien aan de hand van officiële documenten. Ik heb nooit aan de gegevens die [naam verdachte] verstrekte getwijfeld.”

Getuigen M.M.J. [naam getuige 2] en H.J.J. [Getuige 1]11 verklaren met betrekking tot de kavel – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Wij hebben [adres 1] te Heythuysen in eigendom gekocht. Naast de kavel met het pand [adres 1] te Heythuysen lag ook nog een grasperceel. [naam verdachte] deed ons een voorstel. [C.K.] ging het huis kopen. [naam verdachte] nam de regie in handen. Hij overhandigde ons een schriftelijke verklaring welke was ondertekend door [C.K.]. Zij zou het huis kopen voor fl. 135.000,-.”

In het bijzonder ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

E.E. Thijssen verklaart in de aangifte12 namens [naam verzekeringsmaatschappij] – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Naar aanleiding van de opgaven in de hypotheekaanvraag en de hypotheekofferte werd de gevraagde hypotheek met als onderpand [adres 2] 5 te Heythuysen verstrekt en een geldlening van € 680.670,32 aan [C.K.] verstrekt. De makelaar betrof G.A.L [medeverdachte 3] en de passeerdatum is 27 september 2001. [C.K.] werd meerdere malen in akten vertegenwoordigd door [naam verdachte].”

Bij de aangifte zijn de volgende documenten gevoegd:

- een acceptatieverklaring13 (offerte voor een hypotheek Van Betere Huize) d.d. 14 september 2001 op naam van en op 18 december 2001 voorzien van een handtekening van [C.K.];

- een taxatierapport14 d.d. 11 september 2001 van [naam makelaar] opgemaakt door [medeverdachte 3], betreffende villa, [adres 2] 5 Heythuysen, gemeente Heythuysen, sectie M, nummer 555 ged en nummer 527 ged, totaal circa 40.00 are, waarin staat vermeld een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: NLG 1.475.000,- EURO 669.325,82 en een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: NLG 1.325.000,- EURO 601.258,79.

Getuige [d.G.]15 van [naam hypotheekverstrekker] te Hoofddorp – verklaart met betrekking tot de hypotheekaanvraag – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Alle documenten die behoren bij een hypotheekaanvraag bij [naam verzekeringsmaatschappij]/Amstelstaete zoals gesteld in de offerte zijn aangeleverd door [naam verdachte]. De aanvraag werd gedaan door [naam verdachte].”

Medeverdachte [M.K.]16 verklaart met betrekking tot de acceptatiebevestiging– zakelijk weergegeven – als volgt:

“De handtekening op de offerte voor een hypotheek Van Betere Huize d.d. 14 september 2001 is van mij. Ik heb de handtekening van mijn dochter [C.K.] nagebootst. Ik heb deze handtekening geplaatst op verzoek van mijn man.”

Verbalisant [naam verbalisant 2] relateert17 met betrekking tot het taxatierapport – zakelijk weergegeven – het volgende:

“In het rapport werd aangegeven dat de getaxeerde villa was gelegen te Heythuysen, [adres 2] 5, sectie M nummer 55 ged. en 527 ged., totaal circa 40 are groot. Uit onderzoek van de notariële aktes met betrekking tot dit pand bleek dat het pand op 20 augustus 2001 door [C.K.] was gekocht voor een bedrag van fl. 1.458.000,-/

€ 661.611,56. De totale kavelgrootte bedroeg respectievelijk 72 centiare en 80 are 75 centiare. Het taxatierapport heeft, gezien de verschillen in kavelgrootte, slechts betrekking gehad op ongeveer de helft van het betreffende kavel. Ondanks dat de kavelgrootte van het getaxeerde pand was gehalveerd, lag de taxatiewaarde van het pand in het taxatierapport toch nog hoger dan de aankoopwaarde op 20 augustus 2001. Op 15 november 2006 is het pand door de geldverstrekker verkocht voor een bedrag van € 390.000,- (omgerekend fl. 859.446,-). Deze opbrengst was ruim fl. 615.553,- (279.325,-) lager dat de door [medeverdachte 3] getaxeerde waarde van dat pand in 2001.”

Getuigen M.M.J. [naam getuige 2] en H.J.J. [Getuige 1] verklaren – zakelijke weergegeven – als volgt:

“Wij hebben in april 2001 met [naam verdachte] de afspraak gemaakt dat hij het pand [adres 2] 5 van ons zou kopen. De koopprijs van dit pand bedroeg fl. 1.100.000,-. Samen met de Menneseweg zou de daar ons te ontvangen koopprijs fl. 1.150.000,- bedragen. [naam verdachte] heeft de koopsom van het pand nummer 5 bepaald op fl. 1.458.000,-. Dit bedrag bestond uit de koopsom fl. 1.150.000,- (Menneseweg en nummer 5) alsmede uit de door [C.K.] in 1997 geleende bedrag van fl. 308.000,-.” 18

Kort voor april 2001 heeft makelaar Jacobs te Echt dit pand op ons verzoek getaxeerd. Hij gaf toen aan dat de taxatiewaarde van het pand fl. 1.100.000,- was.” 19

Het dossier bevat een taxatierapport20 van F. [naam taxateur] met betrekking tot het pand aan de NIBC, inhoudende:

“Object:

[adres 2] 5 te Heythuysen, Gemeente Heythuysen, sectie M nummer 527 gedeeltelijk, groot circa 40,75 are.

Waardering:

onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik € 425.000,-.”

Ook bevat het dossier een brief21 d.d. 23 maart 2006 afkomstig van F. [naam taxateur] en gericht aan de NIBC, inhoudende:

“Taxatie [adres 2] 5 te Heythuysen.

De waarden van het registergoed naar de toestand van 11 september 2001 taxeer ik als volgt: onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik € 375.000,-. De waardestijging sinds 11 september 2001 is enkel een gevolg van waardevermeerdering door tijdsverloop.”

Het dossier bevat voorts een brief22 d.d. 22 april 2006 afkomstig van medeverdachte [medeverdachte 3] en gericht aan NIBC Bank N.V., inhoudende:

“Betreft: de waardering van perceel [adres 2] 5 te Heythuysen.

Destijds was ik bevriend met A. [naam verdachte]. Als advocaat was hij zeer ervaren met het maken van contracten en koopovereenkomsten. Zo had hij ook de koopakte opgemaakt voor bedoeld perceel en vertelde erbij dat in de koopsom ad fl. 1.475.000,- 2 extra bouwkavels begrepen waren welke hij niet genoemd wenste te hebben in het taxatierapport.”

Medeverdachte [medeverdachte 3]23 verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“De waarde van fl. 1.475.000,- is gebaseerd op de koopakte van [naam verdachte] [naam verdachte]. Dat is niet gebruikelijk, maar in onze vertrouwensrelatie was het wel gebruikelijk.”

Overwegingen:

De acceptatiebevestigingen van [C.K.]

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat op de acceptatiebevestigingen door medeverdachte [M.K.] de handtekening van [C.K.] is geplaatst. Medeverdachte [M.K.] heeft verklaard dat zij dit op verzoek van verdachte heeft gedaan.

Door de raadsman is aangevoerd dat deze verklaringen van medeverdachte [M.K.] onbetrouwbaar zijn en derhalve van het bewijs dienen te worden uitgesloten. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt:

De stelling dat [M.K.] in strijd met de waarheid heeft verklaard dat zij op verzoek van verdachte de acceptatiebevestigingen met de handtekening van haar dochter heeft ondertekend, enkel om haar dochter te ontlasten, verhoudt zich niet met hetgeen verdachte heeft aangevoerd met betrekking tot het recht van substitutie. Verdachte heeft immers verklaard dat hij medeverdachte [M.K.] gevraagd heeft om ten behoeve van haar dochter te tekenen. Hij was bevoegd tot het doen van dit verzoek, nu hem in de notariële volmacht het recht van substitutie was verleend. Gelet hierop was [M.K.] bevoegd te tekenen en is hij er dan ook vanuit gegaan dat medeverdachte [M.K.] in overeenstemming hiermee met haar eigen naam zou tekenen. Verdachte bevestigt hiermee de verklaring van [M.K.] dat zij op verzoek van verdachte heeft getekend. Dat verdachte daarbij er vanuit ging dat medeverdachte [M.K.] deze met haar eigen naam zou ondertekenen, acht de rechtbank onaannemelijk. Verdachte was immers gelet op de aan hem verstrekte volmacht zelf bevoegd om namens [C.K.] de acceptatiebevestigingen te tekenen. Wanneer deze echter zou zijn ondertekend met de handtekening van [M.K.] dan zou dat naar verwachting wel vragen hebben opgeroepen bij de geldverstrekker. Met betrekking tot de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaring van [M.K.] acht de rechtbank het ook van belang acht dat zij ook zichzelf belast in haar verklaringen en zij met deze verklaringen kennelijk niet tot doel heeft zichzelf vrij te pleiten. Gelet hierop heeft de rechtbank dan ook geen aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid daarvan te twijfelen.

Taxatierapporten [naam makelaar]

Met betrekking tot [adres 1] te Heythuysen:

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat door medeverdachte [medeverdachte 3] in het taxatierapport van 19 juli 2001 de kavel M554 met een nog te bouwen villa is getaxeerd op een waarde van fl. 1.725.000,-, waarbij hij de kavelwaarde heeft bepaald op een bedrag van fl. 900.000,-.

De rechtbank stelt vast dat in het taxatierapport wel staat vermeld dat de bouw nog een aanvang moet nemen. In dat licht is ook de opmerking van bewoning door de eigenaar naar oordeel van de rechtbank te interpreteren als zijnde bewoning door de eigenaar op het moment dat de woning afgebouwd is, zodat deze onderdelen niet als valsheid kunnen worden aangemerkt en verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Dit is anders voor de in het taxatierapport opgenomen kavelwaarde. Vaststaat dat de aankoopwaarde van de kavels M554 en M57 samen in 1997 fl. 135.000,- was. Door medeverdachte [medeverdachte 3] wordt enkele jaren later in 2001 de waarde van enkel een deel van kavel M 57 of M554, betreffende een klein deel, getaxeerd op fl. 900.000,-, terwijl niet is gebleken van feiten of omstandigheden die een dergelijk grote waardestijging kunnen verklaren. Uit de verklaringen van getuigen [naam getuige 2] en [Getuige 1] leidt de rechtbank af dat verdachte wist wat de kavelwaarde was. Immers heeft hij geregeld dat [C.K.] de kavel van hen zou kopen voor een bedrag van fl. 135.000,-. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat het verdachte – met zijn kennis en ervaring in onroerendgoedtransacties – had moeten opvallen dat de kavelwaarde in het door [medeverdachte 3] in zijn opdracht opgestelde taxatierapport te hoog was en daarmee ook de getaxeerde verkoop- executiewaarde onjuist was.

Met betrekking tot [adres 2] 5 te Heythuysen:

Voorts blijkt uit bovenstaande bewijsmiddelen dat door medeverdachte [medeverdachte 3] in het taxatierapport van 11 september 2001 het pand aan de [adres 2] 5 te Heythuysen met een totale kavelgrootte van circa 40 are heeft getaxeerd op een onderhandse verkoopwaarde van fl. 1.475.000,- en een executiewaarde van fl. 1.325.000,-. Enkele maanden eerder werd het betreffende pand met een kavelgrootte van ruim 80 are echter getaxeerd op een waarde van fl. 1.100.000,-. Taxateur [naam taxateur] heeft in 2006 de waarde van het pand naar de toestand van 11 september 2001 getaxeerd op € 375.000,-, zijnde fl. 826.391,-. Ook hier is niet gebleken van feiten of omstandigheden die een dergelijke grote waardestijging kunnen verklaren, zeker niet voor een perceel dat de helft kleiner is ten opzichte van de aankoop.

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij het taxatierapport heeft opgemaakt op basis van de door verdachte aangeleverde informatie en koopakte. Voorts heeft hij op verzoek van verdachte twee extra bouwkavels die in de koopsom waren begrepen uit het taxatierapport gehouden. Uit de verklaringen van getuigen [naam getuige 2] en [Getuige 1] blijkt bovendien dat de betreffende koopsom op initiatief van verdachte is opgehoogd met de prijs van de Menneseweg en een eerdere lening. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat het door medeverdachte [medeverdachte 3] opgesteld taxatierapport genoemde verkoop- en executiewaarde te hoog waren.

Opgave inkomen en vermogen d.d. 27 februari 2001

Ten aanzien van de door medeverdachte [medeverdachte 1] opgestelde opgave van inkomen en vermogen betreffende [C.K.] bevat het dossier naar oordeel van de rechtbank geen wettig en overtuigend bewijs dat de in de opgave genoemde waarden van de registergoederen, banktegoeden, schilderijen en de auto, evident onjuist zijn, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Conclusie:

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de acceptatiebevestigingen en de taxatierapporten vals waren. Desondanks heeft hij deze geschriften doen toekomen aan de betreffende geldverstrekker c.q. hypotheeknemer teneinde een hypothecaire lening te verkrijgen, zodat naar oordeel van de rechtbank de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde valsheden in geschriften kunnen worden bewezenverklaard.

Nu het dossier geen aanwijzingen bevat dat verdachte deze valsheden in geschrift in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft uitgevoerd, zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.3.2.2 Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

[N.v.D.] en [L.S.] verklaren in de aangifte24 namens [naam verzekeringsmaatschappij] en [naam verzekeringsmaatschappij] – zakelijk weergegeven –als volgt:

“In het hypotheekaanvraagformulier betreffende de [adres 1] te Heythuysen, d.d. 4 april 2005 en ondertekend door [M.K.] wordt als hypotheekgever 1 [M.K.] en als hypotheekgever 2 [naam verdachte] genoemd, waarbij [M.K.] aangaf fulltime in loondienst werkzaam te zijn als directeur met een vast jaarinkomen van € 141.000,-. Als onderpand gegeven werd opgegeven een eengezinswoning [adres 1] te Heythuysen met een vrije verkoopwaarde woning van € 625.000,-. Er werd een hypotheekbedrag gevraagd van

€ 680.000,-. Met betrekking tot het opgegeven vermogen van de aanvragers werd een schrijven van [naam belastingadviseur] gedateerd 26 juli 2004 aangereikt, betreffende begroot een inkomen van [M.K.] van € 214.050,-. Betreffende de gegevens van het inkomen van aanvraagster [M.K.] werden meerdere werkgeversverklaringen ingezonden, gedateerd 1 augustus 2005 en 22 augustus 2005 getekend door J.F. [medeverdachte 1]. [naam verzekeringsmaatschappij] ontving een taxatierapport opgemaakt betreffende het object [adres 1] te Heythuysen gedateerd 6 juni 2005. De taxatieopdracht werd door A.H.M [naam verdachte] verstrekt en uitgevoerd door M. [medeverdachte 2]. De hypotheekakte, gedateerd op 24 januari 2006 en werd opgemaakt en ondertekend in het bijzijn van onder andere [naam verdachte] in privé en als schriftelijk gevolmachtigde namens [M.K.].”

Bij de aangifte zijn de volgende documenten gevoegd:

- een hypotheekaanvraagformulier25 d.d. 4 april 2005 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2], waarin staat vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur bij [naam bedrijf] met een bruto vast jaarinkomen (inclusief vakantiegeld) van € 141.000,-;

- een hypotheekaanvraagformulier26 d.d. 3 juni 2005 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2], waarin staat vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur bij [naam bedrijf] met een bruto vast jaarinkomen (inclusief vakantiegeld) van € 141.000,-;

- een werkgeversverklaring27 d.d. 1 augustus 2005 ten name van [M.K.]-[naam verdachte], waarin staat vermeld dat [M.K.] (als directeur) een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of was aangesteld in vaste dienst bij werkgever [naam bedrijf] tegen een bruto jaarsalaris van € 75.000,- en een vakantietoeslag van € 6.000,-;

- een werkgeversverklaring28 d.d. 1 augustus 2005 ten name van [M.K.], waarin staat vermeld dat [M.K.] (als directeur) een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of was aangesteld in vaste dienst bij werkgever [naam bedrijf] tegen een bruto jaarsalaris van € 75.000,- en een vakantietoeslag van € 6.000,-;

- een werkgeversverklaring29 d.d. 22 augustus 2005 ten name van [M.K.], waarin staat vermeld dat [M.K.]-[naam verdachte] (als directeur) een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of was aangesteld in vaste dienst bij werkgever [naam bedrijf] tegen een bruto jaarsalaris van € 75.000,- en een vakantietoeslag van € 6.000,-;

- een globale vermogensopstelling en inkomen per (juli) 200430 van [M.K.] d.d. 26 juli 2004, waarin staat vermeld dat het inkomen van [M.K.] wordt begroot op € 214.050,-;

- een taxatierapport31 van [naam makelaar] d.d. 6 juni 2005 opgemaakt door M. [medeverdachte 2], betreffende een vrijstaand landhuis met onderpandige garage, ondergrond erf, tuin en verdere aanhorigheden, [adres 1], [adres 2], gemeente Heythuysen sectie M, nummer 57 gedeeltelijk groot 27 are, waarin staat vermeld een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat van €625.000,- en een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: € 545.000,-.

Medeverdachte [M.K.] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik heb nooit werkzaamheden verricht binnen [naam bedrijf] Ik was in 2005 geen directeur van de onderneming. Ik ben directeur geworden in 2008. Ik ken de werkgeversverklaringen van 1 augustus 2005 en 22 augustus 2005 niet.”32

“De percelen M554 en M57 zijn aangekocht voor het bouwen van een aantal huizen. Ik heb dit begrepen van mijn man. De aankoop is buiten mij om gegaan. Ik weet niet hoe de financiering van kavel M57 is gelopen. Ik heb gezien dat er een werkgeversverklaring is opgemaakt dat ik werkzaam was bij K&S Ithaka als directeur en een salaris kreeg van

€ 75.000,- bruto per jaar. Ik was geen directeur. De werkgeversverklaring is niet juist. Ik heb dit document niet aan [medeverdachte 1] overhandigd. Ik zie dit document nu voor het eerst. Ik ben nooit aanwezig geweest bij de onderhandelingen met [naam verzekeringsmaatschappij].”33

Medeverdachte J.F. [medeverdachte 1]34 verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“De gegevens in de globale vermogensopstelling en inkomen per (juli) 2004 d.d. 26 juli 2004 zijn gebaseerd op gegevens die ik van [naam verdachte] heb gekregen. Het begrote inkomen van € 75.000,- is het inkomen uit [naam bedrijf].”

Verbalisant [naam verbalisant 2]35 relateert met betrekking tot het dienstverband van [M.K.] – zakelijk weergegeven – het volgende:

“Bij raadpleging van het Handelsregister bleek dat niet [M.K.] in deze periode als bestuurder en/of groot aandeelhouder van [naam bedrijf] stond ingeschreven. Verder bleek bij navraag bij het UWV dat er met betrekking tot dienstverbanden op naam van [M.K.] geen informatie aanwezig was. Uit de administratie afkomstig van [medeverdachte 1] Belasting-adviseurs B.V. / [naam belastingadviseur] is ook niet gebleken dat dit kantoor een salaris-administratie met betrekking tot [M.K.] heeft gevoerd. Verder bleek uit een brief van [naam belastingadviseur] aan de directie van [naam bedrijf] d.d. 16 juni 2005, welk schrijven was opgesteld door J.F. [medeverdachte 1], dat er in 2004 ondanks de arbeids-overeenkomst geen salaris was geboekt. Ook uit de administratie van [naam bedrijf] was in de periode 2003-2005 van salarisbetaling aan [M.K.] geen sprake geweest.”

Verbalisant [naam verbalisant 2]36 relateert met betrekking tot het taxatierapport – zakelijk weergegeven- het volgende:

“In het taxatierapport werd aangegeven dat het landhuis was gelegen te Heythuysen, sectie M, nummer 57. Echter uit onderzoek bleek dat op het kavel M57 ten tijde van de taxatie geen landhuis noch enig ander bouwwerk was gevestigd. Hoewel in het taxatierapport is vermeld dat het adres van het getaxeerde landhuis [adres 1] te Heythuysen betrof, is het kavel M57 gelegen naast [adres 1] te Heythuysen.”

Voorts bevat het dossier een kadastraal bericht37 d.d. 2 maart 2005, waarin staat vermeld dat het kadastraal object M554 te Heythuysen een object ‘wonen erf-tuin’ betrof gelegen aan de [adres 1] te Heythuysen. Het kavel was eigendom van [C.K.].

Medeverdachte M.M. [medeverdachte 2] verklaart met betrekking tot het taxatierapport – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Er is nooit contact geweest met [M.K.]-[naam verdachte] en/of [C.K.]. Ik heb alleen gesproken van [naam verdachte]. Ik heb op 2 juni 2005 van [naam verdachte] opdracht gekregen om het landhuis op [adres 1] te Heythuysen te taxeren. Het complementeren van het taxatierapport is door mij op 6 juni 2005 gebeurd. Ik ben gevraagd een taxatierapport te maken van een landhuis inclusief 2700 m2 grond.”38

“Ik heb een fout gemaakt door het kadastrale nummer van M57 te vermelden in het rapport. Ik ben met mijn opdrachtgever, [naam verdachte], ter plaatse gaan kijken voor zover ik mij kan herinneren. Ik heb hem gevraagd welk kadastraal nummer erbij hoorde”39

Verdachte40 verklaard – zakelijk weergegeven – als volgt:

“De hypotheek die door [naam verzekeringsmaatschappij] in 2005 is verstrekt op kavel M57 is namens mijn echtgenote aangevraagd. In 2005 was er geen woning op kavel M57 gebouwd. Ik heb de opdracht tot het taxatierapport namens [naam verzekeringsmaatschappij] aan [naam makelaar] verstrekt. De getoonde handtekening op de hypotheekaanvraag komt op mij niet over als de handtekening van mijn vrouw.”

Overwegingen

De hypotheekaanvragen

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt naar oordeel van de rechtbank dat de hypotheekaanvragen voor [adres 1] te Heythuysen door verdachte namens medeverdachte [M.K.] zijn ingediend. Verdachte heeft immers verklaard dat deze aanvraag namens zijn vrouw is gedaan. Voorts heeft medeverdachte [M.K.] verklaard nooit bij [naam verzekeringsmaatschappij] te zijn geweest voor een hypotheekaanvraag. Anders dan de raadsman heeft de rechtbank geen redenen om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van medeverdachte [M.K.] te twijfelen. Bovendien blijkt op de aangifte dat verdachte in privé en als gevolmachtigde van [M.K.] aanwezig was bij het opmaken en tekenen van de betreffende hypotheekakte. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij niet op de hoogte was de gang van zaken rondom deze hypotheekverstrekking dan ook ongeloofwaardig.

De werkgeversverklaringen en de globale vermogensopstelling

Bij de betreffende hypotheekaanvraag zijn voorts een aantal werkgeversverklaringen en een door medeverdachte [medeverdachte 1] opgestelde globale vermogensopstelling verstrekt, waaruit zou blijken dat medeverdachte [M.K.] fulltime op basis van een vast dienstverband bij [naam bedrijf] werkzaam was als directeur met een bruto jaarsalaris van € 75.000,-. Medeverdachte [M.K.] heeft echter verklaard dat zij hiervan niet op de hoogte was, zij nooit werkzaamheden voor de betreffende onderneming heeft verricht en geen salaris heeft ontvangen. Voorts heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat hij voor het opmaken van de globale vermogens-opstelling enkel is afgegaan op de informatie die verdachte hem aanleverde. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte hier de (aan)sturende factor is geweest en de genoemde documenten heeft doen toekomen aan de geldverstrekker.

Het taxatierapport van [medeverdachte 2]

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat het door medeverdachte [medeverdachte 2] getaxeerde landhuis het pand aan de [adres 1] te Heythuysen betreft, welk pand nog niet afgebouwd was. Het opgestelde taxatierapport is een inschatting op dat moment van de waarde als het pand afgebouwd zou zijn. Het enkele feit dat het betreffende pand in 2008 op een lagere waarde wordt getaxeerd doet daar niet aan af, zodat naar het oordeel van de rechtbank de in het rapport opgenomen waardebepaling niet zodanig evident onjuist is dat er sprake is van valsheid, zodat verdachte van dit onderdeel dient te worden vrijgesproken.

Voorts kan uit het dossier worden afgeleid dat het in het taxatierapport opgenomen kavelnummer M57 onjuist is, nu volgens de kadastrale stukken het pand aan de [adres 1] te Heythuysen is gekoppeld aan kavelnummer M554. Hoewel het dossier echter onvoldoende duidelijkheid verschaft over beide kavelnummers in relatie tot het pand [adres 1] te Heythuysen, had verdachte naar het oordeel van de rechtbank gezien zijn kennis van en ervaring met onroerendgoedtransacties moeten zien dat er in het door medeverdachte [medeverdachte 2] opgestelde taxatierapport een verkeerd kavelnummer van het pand [adres 1] te Heythuysen was genoemd. Bovendien wist verdachte dat op het betreffende pand meerdere hypothecaire rechten waren gevestigd. Verdachte had immers eerder het betreffende pand namens [C.K.] aangekocht met behulp van een hypothecaire lening en voorts nog een tweede lening op dit pand verkregen. Verdachte had er dan ook belang bij om de geldverstrekker in de waan te brengen dat het pand op een nog niet met hypotheek bezwaard kavel stond.

Conclusie:

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de hypotheekaanvragen, de werkgevers-verklaringen, de globale vermogensopstelling en het taxatierapport vals waren. Desondanks heeft hij deze geschriften doen toekomen aan de betreffende geldverstrekker teneinde een hypothecaire lening te verkrijgen, zodat naar oordeel van de rechtbank de onder 3 subsidiair ten laste gelegde valsheid in geschrift kan worden bewezenverklaard.

Nu het dossier geen aanwijzingen bevat dat verdachte deze valsheid in geschrift in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft uitgevoerd, zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.3.2.3 Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

[P.T.]41 doet aangifte namens [naam bedrijf] en verklaart daarbij – zakelijk weergegeven – als volgt:

“[naam bedrijf]. heeft een hypothecaire financiering verstrekt aan de heer [D.S.]. Als contactpersoon richting de bank heeft [naam verdachte] opgetreden op grond van een notariële volmacht. Ten behoeve van deze financiering zijn stukken ontvangen waaruit de inkomens- en vermogenspositie is gebleken.

De ontvangen werkgeversverklaring heeft als werkgever [naam bedrijf]. Uit de werkgeversverklaring blijkt dat [D.S.] per 1 december 2007 in vaste dienst is aangesteld voor een bruto jaarsalaris van € 45.000,-. Deze werkgeversverklaring is namens de werkgever ondertekend door J.F. [medeverdachte 1] van [naam belastingadviseur] op 10 januari 2008. De ontvangen arbeidsovereenkomst heeft als werkgever [naam bedrijf]. deze overeenkomst is getekend op 12 december 2007 door [D.S.] en, namens [naam bedrijf] door [M.K.]. De indiensttreding is per 1 december 2007. De ontvangen globale vermogens- en inkomensopstelling inzake [D.S.] is opgemaakt door J.F. [medeverdachte 1] per 21 november 2007. Ten aanzien van het inkomen van [D.S.] is opgenomen: ‘Inkomsten uit arbeid m.i.v. 1 december 2007

€ 45.000,-‘.”

Bij deze aangifte zijn de volgende documenten gevoegd:

- een globale vermogens- en inkomensopstelling42 van [D.S.] d.d. 21 november 2007, waarin staat vermeld dat het inkomen van [D.S.] wordt begroot op € 192.000,-;

- een arbeidsovereenkomst43 tussen [naam bedrijf] (als werkgeefster) en [D.S.] (als werknemer) d.d. 12 december 2007, waarin staat vermeld dat [D.S.] per 1 december 2007 voor onbepaalde tijd in dienst is getreden bij werkgeefster [naam bedrijf];

- een werkgeversverklaring44 d.d. 10 januari 2008 ten name van [D.S.], waarin staat vermeld dat [D.S.] door [naam bedrijf] in vaste dienst was aangesteld per 1 december 2007 tegen een bruto jaarsalaris van € 45.000,- en een vakantietoeslag van € 3.600,-.

[D.S.] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik weet niet wie de onderneming [naam bedrijf] heeft opgericht en wie de bestuurder is. Ik ben nooit werkzaam geweest voor [naam bedrijf] en heb daarvan ook nooit gelden ontvangen. De handtekening op de arbeidsovereenkomst d.d. 12 december 2007 is van mij. Ik kan mij niet meer herinneren wanneer ik deze heb getekend en wat het doel ervan was. Ik heb nooit werkzaamheden verricht voor [naam bedrijf]”45

“Ik heb de werkgeversverklaring d.d. 10 januari 2008 nooit gezien. Ik was niet op de hoogte van deze verklaring. Het verbaast mij dat er een dergelijke werkgeversverklaring is en dat deze is gebruikt bij de aanvraag van een hypothecaire lening. Het hele document ken ik niet. Ik heb bij [naam bedrijf] niet gewerkt en ook dat salaris van € 45.000,- niet ontvangen. Het stuk van J.F. [medeverdachte 1] d.d. 21 november 2007 heb ik nog nooit gezien. Over de inhoud kan ik niets verklaren. Ik heb [medeverdachte 1] nog nooit gesproken of gezien. Met het inkomen uit arbeid zal bedoeld zijn het inkomen van [naam bedrijf]. Dit inkomen is mij onbekend, aangezien ik niet persoonlijk werkzaamheden heb verricht voor [naam bedrijf]. Ik kan het niet verklaren. Mijn vader heeft de stukken opgemaakt op basis van de volmacht.”46

Medeverdachte J.F. [medeverdachte 1] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Voor het opmaken van de werkgeversverklaring van [D.S.] is een arbeidsovereenkomst opgesteld, welke aan mij is verstrekt. De in het overzicht globale vermogens- en inkomensopstelling opgenomen gegevens en waarden zijn verstrekt door A.H.M [naam verdachte]”47

Overwegingen

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat de aan [naam bedrijf] ten behoeve van een hypotheekaanvraag verstrekte stukken ter onderbouwing van de inkomenspositie van [D.S.] vals waren. Immers heeft [D.S.] verklaard hij nooit in dienst is geweest bij [naam bedrijf] en van deze onderneming dan ook nooit salaris heeft ontvangen. Bovendien was hij niet op de hoogte van de opgestelde werkgeversverklaring en globale vermogensopstelling, noch wist hij dat deze gebruikt werden voor een hypotheek-aanvraag. De stukken zijn in zijn visie door verdachte opgesteld. Voorts verklaard ook medeverdachte [medeverdachte 1] dat hij de globale vermogens- en inkomens opstelling heeft opgesteld aan de hand van de door verdachte verstrekte gegevens. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte in dezen de sturende factor is geweest.

Nu uit de aangifte van [naam bedrijf] blijkt dat verdachte namens [D.S.] optrad als contactpersoon, is de rechtbank van oordeel dat ook verdachte degene is geweest die de ten behoeve van de financiering benodigde stukken met betrekking tot de inkomens- en vermogenspositie van [D.S.] heeft doen toekomen aan genoemde geldverstrekker.

Conclusie

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de globale vermogensopstelling, de arbeidsovereenkomst en de werkgeversverklaring vals waren. Desondanks heeft hij deze geschriften doen toekomen aan de betreffende geldverstrekker teneinde een hypothecaire lening te verkrijgen, zodat naar oordeel van de rechtbank de onder 4 ten laste gelegde valsheid in geschrift kan worden bewezenverklaard.

Nu het dossier geen aanwijzingen bevat dat verdachte deze valsheid in geschrift in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft uitgevoerd, zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.3.2.4 Ten aanzien van het onder 5 en 6 ten laste gelegde

Het dossier bevat de volgende documenten:

- een hypotheekaanvraagformulier48 voor [naam verzekeringsmaatschappij] d.d. 29 augustus 2007, waarin staat vermeld dat [D.S.] woonachtig is op de [adres 3], hij deze koopwoning in eigendom heeft en hij een bruto vast jaarinkomen (exclusief vakantiegeld) van € 85.000,- heeft, welk aanvraagformulier op 15 september 2009 door [D.S.] voor waar is ondertekend;

- een inkomensverklaring49 ten name van [D.S.], waarin staat vermeld dat het jaarinkomen van [D.S.] € 85.000,- bedraagt, welk formulier op 25 september 2007 door [D.S.] voor waar is ondertekend.

[D.S.]50 verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Zaken als het aanvragen van een hypotheek waren het initiatief van mijn vader. Ik heb mij daar nooit mee bemoeid. Ik kan mij niet meer herinneren dat ik het hypotheek-aanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij] ondertekend heb. Het adres klopt niet. Het is een samenvoeging van twee adressen, [adres 3] 30A en [adres 3] te Amsterdam. Het pand aan de Keizersgracht was niet mijn eigendom. Ik heb de inkomensverklaring d.d. 25 september 2007 zelf ondertekend. Het inkomen betrof de werkzaamheden die mijn vader op mijn naam deed middels volmacht.”

Verdachte51 verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Het zou kunnen dat ik het hypotheekaanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij] namens Diederik heb ondertekend. [adres 3] moet zijn [adres 3] 30A te Amsterdam. Dat is fout. Diederik was er niet altijd en ik heb toen een aantal bescheiden voor hem ondertekend. Diederik wist hier verder niets van.”

Overwegingen

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de hypotheekaanvraag en de inkomensverklaring valselijk waren opgemaakt, zodat naar oordeel van de rechtbank de onder 5 en 6 ten laste gelegde valsheid in geschrift kan worden bewezenverklaard.

Nu het dossier geen aanwijzingen bevat dat verdachte deze valsheid in geschrift in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft uitgevoerd, zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij in de jaren 2001 en 2002 in Nederland telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:

een valse acceptatiebevestiging hypothecaire lening d.d. 10 augustus 2001 op naam van [C.K.] (blad 1507)

en

een vals taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 19-07-2001 (blad 1492)

en

een valse acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding voor een geldlening d.d. 08 februari 2002 op naam van [C.K.] (blad 1509)

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik telkens enig nadeel kon ontstaan,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij die acceptatiebevestiging hypothecaire lening en dat taxatierapport en die acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding heeft doen toekomen aan [naam bank]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin - zakelijk weergegeven -

dat die acceptatiebevestiging hypothecaire lening valselijk was ondertekend met de handtekening van [C.K.],

en

dat in dat taxatierapport valselijk was vermeld

- dat de villa [adres 2] naast nummer 5, [adres 2], kadastraal bekend Gemeente Heythuysen, Sectie M, nummer 554 gedeeltelijk groot 27,50 are, was getaxeerd op:

een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: Fl. 1.725.000 of Euro 782.770,87, en

een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: FL. 1.525.000.- of Euro 692.014,83, en/of

- dat de kavelwaarde Fl. 900.000.- bedroeg

en

dat die acceptatiebevestiging van een offerte of aanbieding valselijk was ondertekend met de handtekening van [C.K.];

2.

hij in de periode van 14 september 2001 tot en met 27 september 2001 in elk geval in Nederland telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:

een vals taxatierapport van [naam makelaar] d.d. 11-09-2001 (blad 1017)

en

een valse acceptatieverklaring (van een hypothecaire lening of offerte voor een geldlening) d.d. 14 september 2001 op naam van [C.K.] (blad 979)

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik telkens enig nadeel kon ontstaan,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, dat taxatierapport en die acceptatieverklaring heeft doen toekomen aan [naam verzekeringsmaatschappij] of [naam verzekeringsmaatschappij] en Lijfrente

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin - zakelijk weergegeven -

dat in dat taxatierapport valselijk was vermeld:

dat het object of de villa [adres 2] 5, Heythuysen, was getaxeerd op:

- een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: Fl. 1.475.000 of Euro 669.325,82 en

- een executiewaarde vrij van huur en gebruik in huidige staat: FL. 1.325.000.- of Euro 601.258,79

en

die acceptatieverklaring valselijk was ondertekend met de handtekening van [C.K.]; (klapper 3)

3.

hij in de periode van 04 april 2005 tot en met 24 januari 2006 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:

een vals hypotheekaanvraagformulier d.d. 04-04-05 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2] (blad 2220)

en

een vals hypotheekaanvraagformulier d.d. 03-06-05 betreffende het pand [adres 1] te [adres 2] (blad 2223)

en

valse werkgeversverklaringen t.n.v. [M.K.] respectievelijk d.d. 01 augustus 2005, 01 augustus 2005 en 22 augustus 2005 (blad 2282/2284)

en

een valse globale vermogensopstelling en inkomen per (juli) 2004 van [M.K.] d.d. 26 juli 2004 (blad 2251)

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat

hij, die hypotheekaanvraagformulieren en die werkgeversverklaringen en die vermogensopstelling heeft doen toekomen aan [naam verzekeringsmaatschappij] en [naam verzekeringsmaatschappij] Finance B.V

en bestaande die valsheid hierin - zakelijk weergegeven -

dat in dat hypotheekaanvraagformulier d.d. 04-04-05 valselijk was vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur met een bruto vast jaarinkomen (incl. vakantiegeld) van Euro 141.000.-

en

dat in dat hypotheekaanvraagformulier d.d. 03-06-05 valselijk was vermeld dat [M.K.] fulltime vast in loondienst werkzaam was als directeur met een vast jaarinkomen (incl. vakantiegeld) van Euro 141.000.-

en

dat in die werkgeversverklaring(en) t.n.v. [M.K.] respectievelijk d.d. 01 augustus 2005, 01 augustus 2005 en 22 augustus 2005 valselijk was vermeld dat [M.K.] (als directeur) een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of was aangesteld in vaste dienst bij werkgever [naam bedrijf] tegen een bruto jaarsalaris van Euro 75.000.- en vakantietoeslag Euro 6000.-

en

dat in die globale vermogensopstelling en inkomen valselijk was vermeld dat [M.K.] haar inkomen werd begroot op Euro 214.050.-

en

dat in dat taxatierapport valselijk was vermeld dat het vrijstaand landhuis met aanpandige garage, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, [adres 1], [adres 2], kadastraal bekend Gemeente Heythuysen, Sectie M, nummer 57 gedeeltelijk groot 27 are, werd getaxeerd op:

- een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik: Euro 625.000.-

- een executiewaarde vrij van huur en gebruik: Euro 545.000.-

4.

hij in de periode van 21 november 2007 tot en met 10 januari 2008 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van

een valse globale vermogens- en inkomensopstelling van [D.S.] d.d. 21 november 2007 (blad 2925)

en

een valse arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf] (als werkgeefster) en [D.S.] (als werknemer) d.d. 12 december 2007 (blad 2917)

en

een valse werkgeversverklaring ten name van [D.S.] d.d. 10 januari 2008 (blad 2919)

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat hij, verdachte,

die globale vermogens- en inkomensopstelling en arbeidsovereenkomst en werkgeversverklaring heeft doen toekomen aan [naam bedrijf]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

valselijk in die opstelling was vermeld - zakelijk weergegeven -, dat die [D.S.] zijn inkomen werd begroot op Euro 192.000.- ,

en

valselijk in die arbeidsovereenkomst was vermeld - zakelijk weergegeven - dat genoemde [D.S.] per 1 december 2007 voor onbepaalde tijd in dienst is getreden van werkgeefster [naam bedrijf] voornoemd;

en

valselijk in die werkgeversverklaring was vermeld - zakelijk weergegeven - dat genoemde [D.S.] door [naam bedrijf] voornoemd in vaste dienst was aangesteld per 1 december 2007 tegen een Bruto jaarsalaris van Euro 45000.- en vakantietoeslag van Euro 3600.-;

5.

hij op 15 september 2007 in Nederland een hypotheekaanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij] d.d. 29.08.2007 (blad 3561)

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft verdachte valselijk in dat hypotheekaanvraagformulier vermeld - zakelijk weergegeven - dat [D.S.]

woonachtig was op het adres [adres 3]

en

de (koop)woning [adres 3] in eigendom had

en

een bruto vast jaarinkomen (Excl. Vakantiegeld) van Euro 85.000.- had

en

vervolgens dat formulier voor waar heeft ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

6.

hij op 25 september 2007 in Nederland, een Inkomensverklaring ten name van [D.S.] (blad 3584) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft verdachte valselijk vermeld - zakelijk weergegeven - dat het jaarinkomen van genoemde [D.S.] Euro 85.000.- bedroeg en vervolgens dat formulier door die [D.S.] voor waar werd ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 ten laste gelegde:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

De misdrijven zijn strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf en/of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging gewezen op de lange duur van de procedure, het blanco strafblad, de gezondheid en leeftijd van verdachte. Voorts heeft hij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland (RBNHO 2013 9550) als een indicatie voor de strafmaat. Op grond van de hartproblemen van verdachte heeft de raadsman echter verzocht een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft in een tijdsbestek van een aantal jaren middels volmachten op naam van zijn vrouw, stiefdochter en zoon onroerend goed transacties verricht en daarbij gebruik gemaakt van valse hypotheekaanvragen en valse onderliggende stukken ter verkrijging van een hypothecaire geldlening van een financiële instelling. Verdachte heeft hierbij een initieerde rol gehad en ook anderen bij zijn handelen betrokken. Verdachte heeft met zijn handelen misbruik gemaakt van het vertrouwen dat een hypothecaire lening verstrekker in dergelijke stukken mag stellen en deze financiers voor een aantal grote bedragen benadeeld. Niet alleen heeft verdachte de geldvertrekkers benadeeld, maar ook heeft hij het vertrouwen van de volmachtgevers geschaad en hen financiële schade berokkend. Voorts heeft verdachte door zijn handelen ook schade toegebracht aan de betrouwbaarheid en stabiliteit van het systeem betreffende de hypothecaire financiering van woningen. De rechtbank

rekent het verdachte aan dat hij door zijn handelswijze al deze belangen heeft geschaad en persoonlijk leed heeft berokkend.

Zijn echtgenote en (stief)kinderen hadden het volste vertrouwen in verdachte. Niet alleen heeft verdachte dat vertrouwen beschaamd, maar hij heeft ten koste van zijn gezin gehandeld. Zo zijn zijn stiefdochter en zoon enige tijd als verdachten aangemerkt in dit strafrechtelijke onderzoek en dientengevolge in verzekering gesteld. De financiële gevolgen resulteerde voor de stiefdochter in een persoonlijk faillissement – met alle ellende van dien voor haar en haar echtgenoot – en voor verdachtes zoon in een forse schuld. Door het strafrechtelijke onderzoek is de carrière van zijn zoon nadelig beïnvloed. Dit alles maakt echter niet dat verdachte inzicht toont in zijn handelen en de gevolgen daarvan. Verdachte neemt geen verantwoordelijkheid en legt de oorzaak van de problemen buiten zichzelf en is overtuigd van zijn eigen gelijk.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte bij de strafoplegging rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op de aard en ernst alsmede het complex van de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden

passend.

In het kader van dit onderzoek is verdachte op 1 februari 2010 voor de eerste keer als verdachte gehoord, zijnde tevens het startpunt voor de aanvang van de redelijke termijn. Het onderzoek is op 21 juni 2010 gesloten en is ingezonden naar het openbaar ministerie. Vervolgens heeft het tot 29 maart 2012 geduurd voordat deze zaak voor het eerst op zitting is aangebracht. Het vonnis in deze zaak wordt gewezen 4 jaar na de aanvang van de redelijke termijn. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor sprake is van een overschrijding van de in artikel 6 EVRM bedoelde redelijke termijn en zij zal hiermee in het voordeel van verdachte bij de strafoplegging rekening houden in die zin dat zij de gevangenisstraf zal matigen tot 24 maanden.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 57, 63, 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.H.M. Druijf, M.J.A.G. van Baal en J. Iding, rechters, van wie mr. E.H.M. Druijf voorzitter in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 februari 2014.

.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 04/610221-09

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 21 januari 2014 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te[adres 4],

thans gedetineerd in de / het *** Detentieinstantie *** te

*** Vest.plaats detentieinstantie ***.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 21 januari 2014 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

(tolk: bouwsteen 503)

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman/vrouwe mr. W.G.L. Burgers, advocaat te Utrecht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord opgemaakte proces-verbaal, genummerd BRZ111 d.d. 21 juni 2010 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Ambtsedig proces-verbaal van aangifte d.d. 2 september 2008, pagina 1477.

3 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 februari 2009, pagina 1523.

4 Geschrift met als opschrift “Acceptatiebevestiging hypothecaire lening” d.d. 10 augustus 2001, pagina 1507-1508.

5 Geschrift met als opschrift “[naam bank] ” d.d. 8 februari 2002, pagina 1509-1511.

6 Geschrift met als opschrift “Taxatierapport financiering woonruimte”, d.d. 19 juli 2001, pagina 1492-1500

7 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 maart 2009, pagina 1852.

8 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [M.K.] d.d. 1 februari 2010, pagina 2103.

9 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 december 2009, pagina 1646-1648.

10 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], d.d. 7 januari 2010, pagina 2170-2174.

11 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuigen d.d. 15 oktober 2009, pagina 1878.

12 Geschrift zijnde een van aangifte d.d. 4 augustus 2009, pagina 970-972.

13 Geschrift met als opschrift “Acceptatiebevestiging hypothecaire lening” d.d. 14 september 2001, pagina 979-980.

14 Een geschrift met als opschrift “Taxatierapport financiering woonruimte”, d.d. 11 september 2001, pagina 1017-1025.

15 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 5 oktober 2009, pagina 1261.

16 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [M.K.] d.d. 3 februari 2010, pagina 1377.

17 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 maart 2010, pagina 1236-1238.

18 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuigen d.d. 15 oktober 2009, pagina 1277-1278.

19 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuigen d.d. 26 oktober 2009, pagina 1288.

20 Geschrift met als opschrift “Taxatierapport” d.d. 3 maart 2006, pagina 1058-1063.

21 Geschrift met als opschrift “Frans [naam taxateur] Makelaardij en Assurantiën” d.d. 23 maart 2006, pagina 1065.

22 Geschrift met als opschrift “[naam makelaar]” d.d. 22 april 2006, pagina 1056.

23 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], d.d. 7 januari 2010, pagina 1432-1435.

24 Ambtsedig proces-verbaal van aangifte d.d.27 mei 2009, pagina 2206-2216.

25 Geschrift met als opschrift “Hypotheekaanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij] Hypotheken” d.d. 4 april 2005, pagina 2220-2222.

26 Geschrift met als opschrift “Hypotheekaanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij] Hypotheken” d.d. 3 juni 2005, pagina 2223-2225.

27 Geschrift met als opschrift “Werkgeversverklaring” d.d. 1 augustus 2005, pagina 2282.

28 Geschrift met als opschrift “Werkgeversverklaring” d.d. 1 augustus 2005, pagina 2283.

29 Geschrift met als opschrift “Werkgeversverklaring” d.d. 22 augustus 2005, pagina 2284.

30 Geschrift met als opschrift “Globale vermogensopstelling en inkomen per (juli) 2004” d.d. 26 juli 2004, pagina 2251-2252.

31 Geschrift met als opschrift “Taxatierapport financiering woonruimte”, d.d. 6 juni 2005, pagina 2253-2259

32 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [M.K.] d.d. 2 februari 2010, pagina 2760-2762.

33 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [M.K.] d.d. 2 februari 2010, pagina 2772-2774.

34 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte J.F. [medeverdachte 1] d.d. 11 januari 2010, pagina 2783-2785.

35 Ambtsedig proces-verbaal bevindingen d.d. 8 maart 2010, pagina 2440-2444.

36 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2010, pagina 2553-2557.

37 Geschrift met als opschrift “Kadastraal bericht object” d.d. 2 maart 2005, pagina 2512.

38 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte M.M. [medeverdachte 2], d.d. 8 december 2009, pagina 2817-2819.

39 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte M.M. [medeverdachte 2], d.d. 9 december 2009, pagina 2821-2822.

40 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 2 februari 2010, pagina 2755.

41 Geschrift zijnde een aangifte d.d. 11 december 2009, pagina 2911-2913.

42 Geschrift met als opschrift “Globale vermogens- en inkomensopstelling” d.d. 21 november 2007, pagina 2925.

43 Geschrift met als opschrift “Arbeidsovereenkomst” d.d. 12 december 2007, pagina 2917-2918.

44 Geschrift met als opschrift “Finac werkgeversverklaring” d.d. 10 januari 2008, pagina 2919.

45 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [D.S.] d.d. 20 januari 2010, pagina 3270-3272.

46 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [D.S.] d.d. 20 januari 2010, pagina 3278-3279.

47 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte J.F. [medeverdachte 1] d.d. 12 januari 2010, pagina 3390-3392.

48 Geschrift met als opschrift “Hypotheekaanvraagformulier voor [naam verzekeringsmaatschappij]” d.d. 29 augustus 2007, pagina 3561-3563

49 Geschrift met als opschrift “Inkomensverklaring” d.d. 25 september 2007, pagina 3584-3585.

50 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [D.S.] d.d. 14 april 2010, pagina 4031-4033.

51 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 19 april 2010, pagina 3953-3654